Hij voor jou


Lezen: Hebreeën 2:1-13   -   Tekst: Hebreeën 2:9 en 10

  1. Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien.
  2. Want indien het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;
  3. Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? dewelke, begonnen zijnde verkondigd te worden door den Heere, aan ons bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord hebben;
  4. God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil.
  5. Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen de toekomende wereld, van welke wij spreken.
  6. Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt!
  7. Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen;
  8. Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;
  9. Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.
  10. Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.
  11. Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.
  12. Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen.
  13. En wederom: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft.

Lieve vrienden, we zullen deze week het lijden van Christus overdenken naar aanleiding van de Hebreeënbrief. Misschien is voor velen de Hebreeënbrief wel een van de moeilijkste Bijbelboeken van het Nieuwe Testament. Toch is het met betrekking op het volmaakte offer voor onze zonden ook wel het Bijbelboek met de meeste diepgang en rijkdom. De eerste tien hoofdstukken van de Hebreeënbrief tekenen het volmaakte offer dat Jezus bracht. In het eerste gedeelte van de brief gaat de schrijver in op de Persoon van Christus en Zijn plaats in het hele wereldgebeuren. Hij stelt als het ware de hiërarchie voor onze ogen. Welke plaats neemt Christus nu in en wat wil dat zeggen over de zeggenskracht van Zijn woorden. Dan legt hij in het eerste hoofdstuk uit dat Hij de Zoon van God is. Daarbij legt hij uit dat Christus ook boven de engelen staat. De engelen zijn Hem onderworpen. De engelen worden uitgezonden als gedienstige geesten om degenen wil die de zaligheid beërven. Zij beschermen Gods kinderen. Maar tot geen van de engelen heeft God ooit gezegd: "Gij zijt Mijn Zoon". Tot geen engel heeft God gezegd: "Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal mij tot een Zoon zijn." God zegt tot Christus in Psalm 45: "Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid". Dit alles heeft Hij niet tegen de engelen gezegd.

Christus is hoger dan de engelen. Hij is immers Gods zoon. En dan begint de schrijver van deze brief in hoofdstuk 2 met een ernstige waarschuwing. En die mogen wij ons ook wel aantrekken. Omdat Christus meer is dan de engelen, moeten wij ons des te meer houden aan hetgeen Hij gesproken heeft. Want als het woord van de engelen in de geschiedenis al vast was. En als iemand de woorden van een engel ongehoorzaam was werd hij gestraft. Hoeveel te meer zullen dan Christus woorden waar zijn en hoeveel te meer straf zul jij krijgen als je deze woorden niet wil horen. Het gaat hierbij dan met name om het woord en om de daden van Hem ter zaligheid. Als de woorden van engelen al zoveel betekenen en volledig waar zijn, hoeveel te meer de woorden van Christus. Hoe zul je ontvluchten als je op zo'n grote zaligheid geen acht slaat. Waarheen moet je vluchten als je de straf ontvangen moet omdat je getwijfeld hebt aan deze woorden. Trouwens, niet alleen ongehoorzaam aan Zijn woorden, maar God heeft Zijn woorden onderstreept met wonderen en tekenen. 

Hoe zwaar zal jouw straf zijn als je de woorden van Christus laat voor wat ze zijn. Waarheen moet je ontvluchten als je deze woorden veracht. Maar dan gaat de schrijver van de brief nog verder. God heeft de engelen niet gezet als heersers over de schepping, maar de wereld komt onder de persoonlijke zorg en regering van Christus. Hij gaat de wereld en de schepping regeren. Hij gebruikte de engelen om de wet, de oude bedeling te verkondigen, maar God gebruikt Christus om het Evangelie te verkondigen. De boodschap van het Evangelie wordt niet langer meer gebracht door engelen, maar door Christus Zelf.

Christus Zelf gaat de mensen de verlossing brengen. Wat is de mens dat Gij zijner gedenkt en dat Gij hen bezoekt. We lezen in het eerste gedeelte van dit hoofdstuk de vriendelijkheid van God aan de mensen. Hij geeft de mens de macht over de lagere schepselen. Hij bezoekt hen, Hij kroont hen met heerlijkheid en eer. En dan komen we bij vers 8. Daar gaat de schrijver verder met Christus. Want alles wat dan volgt is alleen maar toepasselijk op Christus. Omdat Christus regeert zijn alle dingen Hem onderworpen. Alle dingen en niets uitgelaten wat Hem niet onderworpen is. En toch is dat nog niet helemaal zichtbaar. En als we nu kijken in de tijd rond Zijn lijden, lijkt het er helemaal niet op. Is alles Hem onderworpen? Het heeft er nog niet de schijn van. Hij moet gaan sterven en dat is wel wat anders dan regeren. Regeert Hij heel de wereld? Kijk, de Hebreeën wist al wat er gebeurd was. Ook van Zijn hemelvaart na Zijn lijden. En toch schrijft dan de schrijver dat we nu nog niet kunnen zien dat alles aan Hem onderworpen is. 

Het lijkt er ook helemaal nog niet op. Alles lijkt in deze wereld het tegendeel wel te bewijzen. We hoeven maar te kijken naar de ellende in deze wereld. Nou ja, dat is de straf van God op de zonde, kunnen we dan nog zeggen. Maar als we eens kijken daar waar de kerk verdrukt wordt. Zou God dat niet kunnen voorkomen? Het lijkt er inderdaad niet op dat alles aan Christus onderworpen is. En toch is het zo, want Gods Woord zegt het ons. Maar de schrijver van deze brief ziet heel wat anders in Christus. Nee, nu lijkt de wereld niet aan Hem onderworpen. Het lijkt wel of de duivel vrij spel heeft. En toch ziet de schrijver Jezus met eer en heerlijkheid gekroond. Zien wij, zie jij Jezus met eer en heerlijkheid gekroond? Er was aan Hem geen gedaante nog heerlijkheid dat wij Hem zouden aanzien. Er was niets begeerlijks aan Hem. In Zijn lijden en sterven, geen heerlijkheid te vinden en te zien. En toch met eer en heerlijkheid gekroond. Hij Die meer was dan de engelen, zoals het eerste hoofdstuk zei, Hij is minder geworden dan de engelen. En toch alles is Hem onderworpen. 

We komen twee keer tegen: "een weinig minder dan de engelen". Dat wordt in vers 7 gezegd over de mensen en nu in vers 9 over Jezus. Wij zijn een weinig minder en Christus is een weinig minder geworden. Dit duidt op Zijn nederdaling en Zijn lijden waardoor Hij een weinig minder, dus net zoveel minder geworden als mensen ten opzichte van de engelen, was geworden. En dan zitten we plotseling midden in de heerlijkheid van Zijn lijden. Daar waar geen heerlijkheid te zien is voor het menselijk oog, is de heerlijkheid van Christus.

Een mens ziet de heerlijkheid niet. Een menselijk oog ziet alleen maar heerlijkheid in al het aardse. En toch is dat maar een heerlijkheid die betrekkelijk is. Maar het geestelijk oog ziet niet op het aardse, maar op de heerlijkheid van Christus. Vandaar dat ik net al vroeg of jij al de heerlijkheid hebt gezien van Christus. Maar het laat ook de onbegrijpelijke genade van God de Vader zien. Vers 9 en 10 straalt van genadevolle heerlijkheid. Het geestelijk oog verwonderd zich over de weldaden van het lijden. En ik hoop dat jij dat kunt zien. Christus ging de dood in opdat Hij voor allen de dood zou smaken. Hij stierf meer dan alleen maar de dood, maar Hij ging onder in de hel van Gods toorn. Hij was in de Godverlatenheid. En waarvoor? Dat ziet het geestelijk oog. Voor mij, zegt dan Gods kind. Zie je nu die heerlijkheid in Christus. Heb je nu leren zien, dat Hij door Zijn lijden in plaats van jou de dood smaakte. Hij deed dat voor jou, zodat jij niet zou onder hoeven gaan in Gods eeuwige toorn.

Het was de wil van God de Vader, dat Zijn Zoon dit lijden zou om al de Zijnen tot de heerlijkheid te leiden. Hij leidde door lijden Zijn volk tot eeuwige heerlijkheid. Het betaamde God, Die boven alle dingen staat om de zaligheid mogelijk te maken voor alle mensen door het offer van Zijn Zoon. En dan moeten we nog even terug kijken naar het derde vers. Als God nu in alles heeft voorzien en Hij dat door Christus laat verkondigen en volbrengen. Als door de genade van God de dood van Christus in plaats van jouw dood komen kan, hoe zul je dan straks ontvluchten als je op deze zaligheid geen acht hebt geslagen. Als nu de heerlijkheid en de eer van Christus ligt in het offer van Zijn leven. Als daardoor alles aan Hem onderworpen is. Als nu de zaligheid is aangebracht door deze weg. En als nu allen die dat geloven zalig zullen worden. Dan is dat een volkomen zekerheid, want alles is Hem onderworpen. Want voor wie is Hij gestorven? In het dragen van de zonde voor iedereen, maar in de toepassing voor allen die het geloven. En door dit offer heeft God de Vader Hem alle macht gegeven en Hem alles onderworpen. Dan is er geen enkele reden meer om te twijfelen dat jij straks ten hemel zult ingaan. Tenminste als je gelooft dat Christus jouw zonden heeft gedragen. Vorige week zeiden we al dat het niet op het offer vast zat, maar op het geloof. Het offer was voldoende voor de hele wereld. 

En nu gaat Christus in deze weg al de Zijnen voor. De barrière van schuld neemt Hij op Zich. Door het lijden heiligt Hij de zaligheid. Door Zijn lijden werd Hij de overste Leidsman. Ook dat was de wil van God de Vader. Door het offer van Zijn leven, volmaakte Hij het werk van de verlossing voor een ieder die in Hem gelooft. Deze lijdensweg heiligde Christus voor al Zijn volgelingen. Hij maakte dat deze lijdensweg overging in heerlijkheid. Zo is het zeker dat al de Zijnen na het lijden van deze tegenwoordige tijd, straks zullen overgaan in heerlijkheid. Hij was hiervan een overste Leidsman.

Is deze Jezus het niet waard om alle eer en heerlijkheid te krijgen. Zie jij in deze Jezus je zaligheid liggen. Nergens anders dan in Hem is de zaligheid. Een engel kan de zaligheid jouw niet geven. Christus is alle dingen onderworpen. Ook het oordeel straks in het laatste der dagen. Hij is ook degene Die vrij zal spreken die in Hem geloofden. Hij heeft alle macht gekregen van de Vader. Want het betaamde God dat Hij vele kinderen tot de heerlijkheid zou leiden. Is het niet een wonder van Zijn genade. Is dat geen heerlijkheid? Zo'n heerlijkheid is nergens te vinden op deze aarde. Zo'n heerlijkheid is nergens te vinden dan alleen in Christus. Zijn lijden en sterven in plaats van dat van jou. Geloof je dat? Als je dit niet aanneemt, is het een verloren zaak. Als je dit verwerpt, zul je zelf moeten sterven. Eeuwig sterven. Sterven moeten we allemaal, maar was Christus dan in je sterven ook je Leidsman? Want dan zal je ook met Hem weer opstaan tot nieuw leven. Door lijden tot heerlijkheid. Dan mag je Hem ook daarin volgen. Het geloof in dat offer geeft alleen de heerlijkheid. 

Twijfel je of God jou straks zal aannemen als je op het offer van Christus vertrouwt? Twijfel je daar aan? Het betaamde God om op deze manier al Zijn kinderen tot de zaligheid te leiden. De weg was van God uitgedacht en in het volbrachte werk van Zijn Zoon gaf Hij Hem heel de wereld. De beloning van Christus voor het volbrachte werk, was deze hele wereld. Daarom hoeven we niet te twijfelen of we wel behouden zullen worden door dit geloof. Christus Zelf zal straks ten gerichte treden. Hij weet precies wie de Zijnen zijn. Hij zal Zich dan niet schamen om je dan een broeder of een zuster te noemen. Hij zal je toeroepen: "Komt in, gij gezegende des Vaders". Niets geen twijfel in het geloof. Wij gaan ten hemel in en erven koninkrijken. Maar dat alles niet om ons. Maar omdat de eer en heerlijkheid in Christus is. In het geloof zullen wij straks delen in die heerlijkheid die Hij door lijden bewerkte.

Er zit een keerzijde aan. Dat heb ik je al vaker gezegd. Alles is Hem onderworpen. Het lijkt er nu misschien niet op. Maar straks zal dat volkomen duidelijk zijn in het oordeel. Dan zullen de schapen van de bokken gescheiden worden en zullen de schapen met Hem ter hemel ingaan. En de bokken zullen geworpen worden in het eeuwige vuur. Want als je op zo'n grote zaligheid van onbegrijpelijke genade geen acht geeft, dan kun je straks niet meer ontvluchten. Het is nu de wel aangename dag der zaligheid. Christus wordt je nu in alle heerlijkheid en eer voorgehouden. In Hem ligt de zaligheid volkomen. In Hem is alles. Veracht dit Evangelie niet, want het zal je straks eeuwig spijten.

Tenslotte kinderen Gods, broeders en zusters in Christus, nog even en we mogen achter Hem aan de eeuwige heerlijkheid ingaan. Nog even en de volle heerlijkheid en de volle eer van Christus zullen we mogen aanschouwen. Nog heel even en we mogen ervaren dat Hij ons door Zijn lijden de heerlijkheid in zal brengen. Ach, de weg is buiten ons om tot stand gekomen omdat het God betaamde. En daarom zal het wonder straks des te groter zijn als we deze heerlijkheid mogen ingaan. Christus mag alles voor je zijn, door genade mocht je geloven dat in Christus alles is. Door genade heeft Christus voor jou de dood gesmaakt. Door genade werd Hij door lijden geheiligd tot je Leidsman. Je mag de broeder of zuster van Christus zijn door genade. Welk een weldaad, bewezen aan een zondaar zoals ik. Maar het betaamde God om mijn zaligheid door Christus te bewerken. Hem zij alle eer.

* Heb je vragen? Klik op de envelop