De eerste liefde verlaten
Lezen: Openbaring 2: 1-7 - Tekst: Openbaring 2:4
Het is de bedoeling dat we deze keer zullen luisteren naar de Goddelijke Pedagoog. Christus laat Johannes op Padmos zeven brieven schrijven. Zeven brieven aan de zeven gemeenten die in Klein-Azie zijn. Zoals de lezers van de nieuwsbrief hebben gemerkt ben ik de laatste tijd nogal bepaald bij deze brieven. Graag zou ik ze een voor een met jullie behandelen. Dat zou betekenen dat er de komende weken een aantal aan de orde komen en dat we dan na de lijdenstijd de serie afmaken. Het is niet zo erg mijn gewoonte om een hele serie meditaties schrijven uit een gedeelte uit de Bijbel, maar ik denk wel dat het goed is om tot ons door te laten dringen wat deze brieven ons te zeggen hebben. Ik denk dat we veel zaken tegenkomen die ook nu herkenbaar zijn. Daarnaast bevatten deze brieven ernstige waarschuwingen aan het adres van die gemeenten. En als wij nu naar Klein-Azië kijken dan blijkt dat niet een van de gemeenten is overgebleven. De Heere heeft de kandelaar daar weggenomen. Het Evangelie is daar niet meer. We weten niet precies hoe de gemeenten hebben gereageerd op deze brieven, maar de Heere waarschuwt wel dat als ze zich niet bekeren dat Hij de kandelaar zal wegnemen. Te vrezen is daarom dat dit ook daadwerkelijk gebeurd is.
Ons vaderland is ook in ernstig verval. We mogen ons daar best grote zorgen over maken. Nederland is losgeslagen van Gods Woord en de kerk in Nederland dwaalt op vele punten. En dan hoeven we allemaal persoonlijk echt niet over kerkmuren heen te kijken. Als een ieder naar zijn of haar eigen kerkverband kijkt hebben we allemaal genoeg te bekijken. Want of we nu naar links of naar rechts gaan, overal merken we steeds meer dat de traditie hoger staat dan het Woord. Het is allemaal zo gewoon geworden en we toetsen ons kerk-zijn zo bitter weinig aan Gods Woord. Zijn wij werkelijk gemeente zoals de Heere het heeft bedoeld? Of verlaten wij met al onze tradities samen met de gemeente van Efeze de eerste liefde. Dat hoeft niet alleen een persoonlijke zonde te zijn, maar dat kan en dat is ook een gemeentelijke zonde. Op het moment dat we toestaan dat anderen de eerste liefde verlaten en wij daar niets aan doen, dan staat ook de gemeente schuldig voor God. Als wij mensen laten voortgaan zonder dat ze zelfs de eerste liefde hebben gekend en hun niet waarschuwen en ons ambt aller gelovigen verzaken, staan we schuldig voor God. En wie gaat dan vrijuit? Hoe lang mogen wij dan het Evangelie nog hebben?
Christus gaat toe naar de zeven gemeenten. Hij ziet dat het niet goed gaat. Zou het toeval zijn, dat het zeven gemeenten betreft? Een samenloop van omstandigheden misschien? Dat geloof ik niet. Zeven, het getal van de volheid. We mogen er hier wel vanuit gaat dat deze zeven gemeenten tot voorbeeld gesteld zijn voor de totale kerk op aarde. Daarom treft het ook ons. Of toch niet? Hoe is het gesteld met jouw liefde tot God en tot Christus? Is je liefde net zo sterk als toen de Heere voor het eerst in je leven kwam? Of moet je zeggen, niet van je buurman, niet van die man voor in de kerk, maar van jezelf dat je de liefde tot God helemaal niet kent? Is het zo vreselijk met je gesteld dat je zonder Borg in deze wereld staat. Ik kan het maar niet genoeg benadrukken dat als je zonder Borg in deze wereld staat, je in levensgevaar bent. Als God de kandelaar zal wegnemen van hen die de eerste liefde hebben verlaten, wat zal dan het oordeel zijn voor hen die die liefde helemaal niet kennen.
De voorganger van de gemeente van Efeze krijgt een brief. Het woord engel moet in dit verband worden vertaald met 'voorganger' of heraut. We komen dit woord ook tegen bij Johannes de Doper. Zie, Ik zendt Mijn engel voor Uw (Jezus) aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal. (Mark. 1:2) De voorganger van de gemeente wordt als aanspreekpunt van de gemeente aangesproken. Hij is de vertegenwoordiger van de gemeente van Efeze. Deze gemeente was door Paulus gesticht. Daarna werd deze gemeente verzorgd en geregeerd door Johannes. Het is een hele bekende gemeente voor ons. Paulus schreef naar deze gemeente de brief die de geestelijke wapenrusting bevat. Deze gemeente krijgt de eerste brief. Wat valt ons nu op in deze brief? Allereerst de pedagogische wijze van aanspreken. De Heere begint de gemeente niet tot de grond toe af te branden, zoals wij wel kunnen doen met mensen die ons niet gehoorzaam zijn. Pedagogisch. Er zijn tegenwoordig legio cursussen op het gebied van feedback geven en men doet net of dit iets is van deze tijd. Onzin, de Heere geeft ons hier een voorbeeld. Hij begint de gemeente te prijzen voor de goede dingen. Vervolgens bestraft Hij de verkeerde dingen en tenslotte geeft Hij de gemeente ook weer een compliment. Mooi hè, de Heere is in Zijn boosheid niet buiten Zijn zinnen. Hij ziet ondanks de verkeerde dingen ook de goede dingen.
Hoe komt het dat Hij het zo goed weet? "Ik ken uw werken", zegt Hij. De goede en verkeerde werken kent Hij. Ook van jou, ook van mij. Christus weet alles. Onze werken, ons doen en ons laten. Ook de arbeid van de Efeziërs prijst Hij. Die arbeid ten dienste van de leer, was wel aanwezig. Ze dwaalden niet, er was geen leugenleer op de kansel. Ik denk dat de gemeente van Efeze bijbelgetrouwer was dan heel bijbelgetrouw Nederland. Dat doet pijn hè, om dat te horen. Want wij zijn voor de waarheid, wij strijden voor de waarheid. Eigenlijk is ons niets te verwijten. We staan voor een zuiver Evangelie? O ja? Is dat werkelijk zo? Lees dan het volgende stukje maar: "Uw lijdzaamheid en dat gij de kwaden niet kunt dragen." Ik krijg het er wel eens koud van als ik om mij heen kijk. Ik denk dat wij meer kunnen dragen aan kwaad dan de gemeente van Efeze. Gij kunt de kwaden niet dragen! Wat doe jij als je collega vloekt? Slaat de schrik je werkelijk om je hart. Kan je het echt niet verdragen of zeg je (als je al iets zegt) er iets van omdat het zo hoort. Je moet toch wel je stand ophouden als christen. Misschien zeg ik het heel scherp, maar ik ziet het wel gebeuren. Het tast Gods eer aan en daarom kon de gemeente van Efeze de kwaden niet dragen. Verder hebben ze beproeft degenen die zich voor apostelen uitgaven. Ja, dat doen we wel. Dominee's die niet helemaal van onze kleur zijn, dat zullen we wel eens even gaan beproeven. Het oordeel hebben we al gevormd voordat we zijn gaan luisteren. En onze eigen dominee's, van onze kleur? Toetsen we hun preken aan Gods Woord. Ik zeg niet dat het geen van God geroepen dienstknechten zijn. Maar toetsen we hun woord aan Gods Woord, of nemen we maar aan dat het wel goed zal zijn? En ondertussen viert de traditie hoogtij.
Verdragen om de Naam van Christus wil. Zo was het bij Efeze. Om de Naam van Christus gearbeid? In Efeze was het zo. Als je als christen bespot werd, hoe was je reactie? Verdroeg je het, was het je vreugde om te mogen lijden om Christus wil. Was dat echt vreugde voor je. Of schoot je uit je slof om je gezicht te redden en niet om voor je Koning in te staan. Ik weet het niet, maar als ik nauwkeurig ga lezen, dan vraag ik me af af we het niveau van Efeze halen. Als ik naar mijzelf kijk, struikel ik in vele zaken en acht ik de Efeziërs hoger dan mijzelf. En ondanks al deze dingen komt toch het dreigement dat de kandelaar zal worden weggenomen als ze zich niet bekeren tot de eerste liefde.
Ik weet niet hoe het bij jouw is, maar dan kan ik alleen nog maar verwonderd staan, dat bij ons de kandelaar nog niet is weggenomen. Ik ben bang dat het met ons veel erger is gesteld. De eerste liefde verlaten was voldoende om de kandelaar weg te nemen. De leer was goed, de arbeid was goed, de lijdzaamheid was goed, de haat tegen het kwade was goed, maar de eerste liefde verlaten. Christus vindt dit zo belangrijk dat Hij om deze reden alleen het oordeel toezegt aan deze gemeente. En Nederland bestaat nog en je mag 's zondags nog zitten onder het Woord. Ik kan het niet bevatten en niet beschrijven hoe groot Gods geduld is.
Wat moeten we verstaan onder die eerste liefde? Ik weet niet of ik het uit moet leggen. Ik denk dat ik dit met een vraag kan afdoen. Ken jij ...... Christus? Nou, zeg je dit is toch geen antwoord op deze vraag. Ik zal het zo zeggen, als jij Christus kent, dan weet jij ook wat de eerste liefde is. En als jij Christus niet kent, dan begrijp je hier niets van. Dit moet je ervaren hebben om te beseffen wat dit is. Er is veel nabijkomend werk te vinden, maar die eerste liefde is niet na te maken. Er is veel surrogaat, kunst en kitsch onder het verstandsgeloof. Maar dit kan het verstandsgeloof niet namaken. Het moment dat Jezus je leven inkomt en je overtuigd dat je in Zijn handen geborgen bent en die tijd daarna dat geen moeite te veel was voor Gods Koninkrijk. Dat is die eerste liefde. En dan zal de ene het sterker hebben ervaren als de ander. Maar op het moment dat de Heilige Geest voor het eerst getuigd met jouw Geest dat je Gods kind bent, dan blijf jij niet meer op je stoel zitten. Dan wordt je actief, niet activistisch, echt niet hoor. Maar dan brand je hart van liefde tot zo'n Zaligmaker. Dan sla je eerder je eten over dan je stille tijd. Dan ga je liever een uur later naar bed, als dat je het gebed zou overslaan. Dan is er geen moeten bij, dan wil je niet anders. Vol van heilige ijver, vol van wederliefde, vol van dankbaarheid. Dan verlang je maar één ding: volkomen heilig te mogen zijn voor God. Op dat moment verliest de wet haar kracht, maar komt diezelfde wet terug in je werken van dankbaarheid.
Ik weet zeker dat je omgeving die tijd van eerste liefde heeft opgemerkt. Dan zwijg je niet meer van de weldaden aan jou betoond. Dat is de eerste liefde, de liefde zoals die was toen Jezus voor het eerst voelbaar aanwezig was in je leven. Ja maar, zo kan het toch niet blijven. Dat wil de duivel je wel laten geloven. Ik sprak laatst iemand die tegen mij zei: "Gods oude volk zei altijd dat het uurtjes van korte duurtjes zijn." Dat is nu juist je zonde!!! Daar ga je dan de maatstaf van maken. Ik kom het in Gods Woord niet tegen, dat dit zou mogen. Gij hebt nog niet ten bloede toe tegengestaan. Dat is Gods taal niet. God zegt dat Hij dat tegen ons heeft dat we onze eerste liefde hebben verlaten. We krijgen geen vrijbrief om te zondigen. God geeft geen toestemming om die uurtjes maar van korte duurtjes te laten zijn. Het is vanwege de zondigheid van ons door en door verdorven vlees wel de realiteit, maar het is niet normaal. Dan gaan we het gewoon vinden. Dan gaan we die vurige liefde tot Christus wantrouwen. Zijt heilig, want Ik ben heilig.
Deze liefde behoort niet alleen tot het uur van je bekering. Deze liefde behoort je leven te bestempelen. En als dit niet zo is ben je of van de eerste liefde afgeweken, of je weet niet waar we het nu over hebben. Bekeert u, hoe het ook ligt. Want Christus zal haastig tot je komen om de kandelaar weg te nemen. Doe de eerste werken. O, je wilt mij activistisch maken. Zie je het, je kunt het zelf doen. Als je mij daar nu van wilt beschuldigen, dan zeg je dit ook tegen de Heere. Het is Zijn eigen Woord. En als je die genade van Christus kent, dan weet je dat het je eigen schuld is, dat je zo lauw kunt zijn, maar dan weet je ook dat je in eigen kracht nooit weer kunt terugkomen in de eerste liefde. Dat is kenmerkend voor het leven van genade: het is mijn schuld dat ik niet ben die ik moet zijn, maar het is de Heere die mij kan laten zijn die ik moet zijn. Genade, genade, genade. Heere neem dan nu de kandelaar maar weg, want ik heb het verknoeid en ik ben Uw gramschap dubbel waardig. O, Heere wees mij genadig.
Als je zo bij Hem voor het eerst of opnieuw weer mag komen, dan zal Hij je met Zijn goederen vervullen. Genade is genade omdat het genade is. En om door die genade te leven is genade nodig. Wat blijft dan over? Genade!! En er is een kroon der overwinning weggelegd voor degenen die door genade mogen leven en door genade de eerste liefde mogen beoefenen. Want, zegt de Heere, Ik zal hem geven te eten van de Boom des levens. Eeuwig leven met Christus.
Ik wil nog een enkel woord zeggen over vers 6. Efeze haat de leer van de Nikolaïten. Het gaat hier om het goedpraten van hoererij en het eten van offervlees. Dat was de leer van de Nikolaïten. Pas het maar op jezelf toe. Dat hoef ik niet te doen. Je weet voor jezelf wel hoe dit ligt. Het zevende gebod en het eten van offervlees. Dat kennen wij misschien wel niet meer, maar hoe genieten wij van de afgoden. Sport, geld en ga zo maar door.
Hoe sta je nu tegenover Christus. Ik ben er van doordrongen dat ik weinig heb gezegd tegen een ieder die Christus niet kent. Ik zal er mee afsluiten. Zonder Jezus is geen leven. Als een leven met Christus, maar zonder eerste liefde al zo erg bestraft wordt door Christus, hoe vreselijk zal het dan zijn om te moeten vallen in de handen van een vertoornd God. Hij zal je werpen in het eeuwige vuur waar de worm niet sterft. Kies dan heden wie gij dienen zult. God moet ook in jouw leven alle eer krijgen. Hij is het waard. Hij gaf Zijn Zoon tot betaling van ook jouw zonden. Hij is genadig om ook jouw tot Zijn kind aan te nemen. Leg dan al je zonden aan Zijn voeten en Hij zal je reinigen. Maar als dit je eer te na is, dan zal straks jouw kandelaar voor eeuwig worden weggenomen. Nooit meer het licht te zien schijnen van Gods heerlijkheid. Nooit de liefde van Christus meer te kunnen ervaren.
Maar die oren heeft, die hore wat de Geest tot jou zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van de Boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is. Kind van God, nog even en je hoeft nooit meer die liefde van Christus te missen in je leven. Het Koninkrijk ligt klaar en het zal straks verrijzen naar Zijn vastgemaakt bestek. Een ieder die God vreest, hoe klein hij zij of groot wordt van dat heil, die weldaden deelgenoot.