Een gewillige Zaligmaker


Lezen: Lukas 13:31-35   -   Tekst: Lukas 13:34

  1. Te dienzelfden dage kwamen er enige Farizeen, zeggende tot Hem: Ga weg, en vertrek van hier; want Herodes wil U doden.
  2. En Hij zeide tot hen: Gaat heen, en zegt dien vos: Zie, Ik werp duivelen uit, en maak gezond, heden en morgen, en ten derden dage worde Ik voleindigd.
  3. Doch Ik moet heden, en morgen, en den volgenden dag reizen; want het gebeurt niet, dat een profeet gedood wordt buiten Jeruzalem. 
  4. Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?
  5. Ziet, uw huis wordt ulieden woest gelaten. En voorwaar, Ik zeg u, dat gij Mij niet zult zien, totdat de tijd zal gekomen zijn, als gij zult zeggen: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!

Dat is vreemd, zul je zeggen. Vorige week dachten we na over de Farizeeërs dat de Heere Jezus ze scherp veroordeelde vanwege hun werken. En nu komen ze tot Jezus om te vertellen dat Herodes Hem wil doden. Vanuit het oogpunt van de Farizeeërs zou dat eigenlijk het ideale beeld zijn. Als Herodes Jezus zou doden zijn zij ook direct van Hem af en kunnen ze hun eigen godsdienst overeind houden. Toch is dit slechts een list van de Farizeeërs. We weten niet precies hoe het gegaan is, maar algemeen wordt uitgelegd dat de Farizeeërs Jezus weg wilden hebben uit Galilea. En als ze Hem zouden doden, zouden ze het hele volk tegen zich krijgen. Sommigen denken dat dit gerucht van Herodes helemaal niet waar is geweest. Maar dit zou dan in tegenspraak zijn met het volgende vers. Hierin zegt Jezus dat ze maar naar die vos, die Herodes moeten toegaan en hem moeten vertellen wat er gebeurd. Ga hem maar vertellen dat ik duivelen uitwerp en zieken gezond maak. Eigenlijk had Herodes hetzelfde probleem als de Farizeeërs: Allebei wilden ze van Jezus af, maar ze konden Hem vanwege het volk niet doden. Daarom liet Herodes het gerucht uitgaan dat hij Jezus wilde doden. En hij hoopte dan dat Jezus zou weg gaan uit zijn regeringsgebied. 

Maar Jezus was niet onder de indruk van hun woorden. Heden en morgen zal ik duivelen uit blijven werpen en zieken beter maken. Op de derde dag word Ik voleind, zegt Jezus dan. Wat bedoeld de Heere Jezus hier te zeggen. Pas op de derde dag zal dit werk van Mij eindigen. Die derde dag is een symbolisch getal. Dat is het getal van de tijd van God. Dat zal de dag zijn dat God gaat werken. Hij zal inderdaad gedood worden, dat weet Jezus maar al te goed, maar twee dingen zijn hierbij zeker: Op Gods tijd en in Jeruzalem. Het zal niet gebeuren dat een profeet buiten Jeruzalem gedood zal worden. Straks op Gods tijd zal Hij naar Jeruzalem gaan om overgeleverd te worden en te sterven. Maar nu nog niet. Herodes en zijn trawanten kunnen veel willen, maar pas op Gods tijd en op de plaats die God bepaald heeft zal het kunnen gebeuren. Het was nu Zijn tijd nog niet.

En dan klinkt weer de waarschuwing van Jezus aan het adres van Jeruzalem. Jullie doden de profeten en jullie stenigen hen die tot jullie gezonden worden. Wat bedoeld de Heere Jezus hier? In Jeruzalem was de tempel, daar was de Godsdienst, daar waren de leidinggevenden van de kerk van die dagen. Het is weer een wee aan het adres van de Farizeeën en daarmee tot het hele volk van Israël. Jullie doden ieder die met de waarheid tot jullie komt. Jullie willen van Mij af, jullie willen jezelf handhaven en daarom moet ik verdwijnen. We hebben daar vorige week al voldoende over gezegd. Het gaat mij in deze tekst om het laatste gedeelte. Ik wil dit gedeelte gebruiken om de gewilligheid van de Heere Jezus als Zaligmaker uit te stallen voor je ogen. Ik denk dat de Heere Jezus hier spreekt vanuit Zijn God-zijn. Hoe menigmaal heb Ik u bijeen willen vergaderen. Hoe vaak heb Ik jullie bijeen willen vergaderen. Ongetwijfeld bedoeld de Heere Jezus hier niet alleen Zijn pogingen om Israël tot geloof te bewegen. De Heere Jezus kijkt hier veel verder terug. Hij ziet hier terug tot aan Genesis 3. Hoe vaak heb Ik jullie bijeen willen vergaderen als een hen haar kuikens. Hoe vaak? Als we zien wat een arbeid de Heere legt aan onze ziel dan kan het niet anders of we moeten tot de conclusie komen dat de Heere geen lust heeft in onze dood! Dan moeten we beseffen dat de Heere gewillig is om zalig te maken. Daarom is het ook nooit Zijn schuld als je verloren gaat. Je gaat niet verloren omdat je niet uitverkoren was, maar je gaat verloren omdat je niet hebt gewild!!

Dat is de oorzaak, de oorzaak ligt niet in God, de oorzaak ligt niet in Christus, de oorzaak ligt altijd bij jou en bij mij. Wij zijn onwillig om gered te worden. Je gaat ook niet verloren omdat je een zondaar bent, je gaat verloren omdat je dierbare bloed van onze lieve Zaligmaker hebt veracht. Het ligt niet aan je zondaar zijn, het ligt eraan dat je je niet wil laten redden door Jezus. Het ligt eraan dat je je niet bijeen wilt laten vergaderen. Je wilt niet schuilen onder Jezus vleugels schuilen. Het is bij God vandaan niet te kort. Bij Hem is overvloed van genade. Als het niet waar is dan bel je mij deze week maar op. Als jij denkt te kunnen aantonen dat God niet gewillig genoeg is om je zalig te maken dan laat je het mij maar weten. Want God staat gereed om ook jou, Zijn genade te schenken. 

In psalm 103:2 staat: Loof de Heere mijn ziel en vergeet geen van Zijn weldaden. Ik heb altijd gedacht dat dit er in een algemene zin stond. We moeten niet vergeten dat God goed is voor zondaren. Maar het is veel dieper. Weet je waarom Hij jou zijn weldaden geeft? Weet je waarom jij eten krijgt, terwijl anderen omkomen van de honger? Hij doet het om je te redden. Hij geeft je Zijn weldaden omdat Hij je wilt laten zien dat Hij jouw God wil zijn. Begrijp je het nu. Alles wat God geeft zijn weldaden. Iedere gave van God, of dat nu voorspoed is of tegenslag is een weldaad van God. Hij hoefde dat niet te geven. Hij had ons na Genesis 3 dood moeten slaan aan Zijn voeten. Dat had Hij moeten doen, en wat doet Hij? Hij schenkt ons Zijn weldaden opdat die ons tot bekering zouden brengen. Hij geeft voorspoed opdat we uit dankbaarheid in Hem zouden geloven, maar Hij schenkt ook tegenslag opdat we ons in de nood en ellende van ons leven tot Hem zouden wenden om hulp en bijstand. Hij geeft ons weldaden zodat we met alles bij Hem komen. Hij is zo gewillig om ook jou te redden dat Hij het liefste wat Hij had er voor over had. Het liefste wat Hij had gaf Hij en liet Hij op aarde sterven voor jou. Gewilligheid om jou te redden. Is God een wrede God? Geenszins, in het geheel niet. God is liefde, oneindige liefde totdat de maat vol is. Hij is liefde totdat Hij je oproept om voor Zijn rechterstoel te verschijnen. Zolang je het leven hebt, is God ook voor jou liefde. Alles stelt Hij in het werk om je te redden. Alles, alles, alles!!! 

Ja maar, klinkt dan het vrome excuus, ik ben toch onmachtig om iets te doen tot mijn zaligheid. Ik ben totaal afhankelijk van het werk van de Heilige Geest in mijn hart. Ja, en als dat niet gebeurd, dan kan ik er toch ook niets aan doen? Weet je wat dat is? Ongeloof. Zo redeneert het ongeloof, zo redeneert een onwillige. Dat is puur de taal van onwil en ongeloof. Ik zal je uitleggen wat het verschil is tussen het ongeloof en het geloof. Het ongeloof zegt niet te kunnen en blijft daarom bij Christus vandaan en ondertussen is het ongeloof bezig om zelf de zaligheid te bewerken en het zich toe te eigenen in eigen kracht. En dit is totaal in tegenstelling tot het geloof. Want weet je wat het geloof zegt? Ik kan het niet en daarom vlucht ik naar Christus. Al mijn werken verdienen nooit de zaligheid en daarom heb ik Christus nodig. Dat is een uitgaande daad van het geloof. Als ik op mijzelf zie, dan is het totaal verloren en daarom loop ik de Heere aan als een waterstroom. Want het geloof weet dat als ik zal kloppen dat Hij zal opendoen. En het ongeloof weet dat Hij zal opendoen als hij zou kloppen, maar wil juist niet binnengaan op kosten van Christus. Bij het ongeloof is er geen onmacht, maar alleen onwil. Maar bij het geloof wordt de ware onmacht gevoeld, maar het geloof geeft zich in die onmacht over aan Christus. Bij U wil ik schuilen en anders niet. Zonder U kan ik niet leven. Ik heb er geen recht op, maar ik ga omdat U zegt dat wie tot U komt, U die niet zal uitwerpen. Dat is geloof!! Dat is gaan op het bevel van Christus. Ik heb Mijn handen de ganse dag uitstrekt tot een ongelovig en wederstrevend volk. 

Zie je Hem staan in Zijn gewilligheid? Als het nu werkelijk onmogelijk is geworden om zalig te worden, vrees dan niet maar ik roep je in naam van mijn Meester op om tot Hem te gaan. Hij is een en al gewilligheid, voor onwilligen. Echt hoor, Hij zal je niet terug sturen. O, Christus heeft maar één verlangen: zondaren met Zichzelf te verzoenen. Kijk eens in de geschiedenis. In Genesis 3 gingen wij de fout in en God begon Zijn reddingsplan. Hij beloofde een Verlosser. Het volk Israël kwam in Egypte terecht en kwam daar in de slavendienst waar de Farao er alles aan deed om dat volk niet verder te doen groeien. Alle jongetjes werden gedood. Maar God stond in voor Zijn volk Israël en verloste hen. Weet je waarom? Hij had een belofte gedaan aan Adam, Abraham, Izak en Jakob. En al zou die Farao zijn zin hebben gekregen, dan had het volk Israël uitgeroeid geweest. Het had lang kunnen duren, maar als er geen jongetjes meer blijven leven, dan komt het moment dat het volk niet meer zou bestaan. Maar God ging door. 

Zo ook later, toen het volk een koning wilde. Weet je waarom dat Israël een koning wilde? Omdat de andere volken dat ook hadden. Mis! Omdat ze niet afhankelijk wilde zijn van hun huidige Koning. Ze wilden niet langer afhankelijk zijn van God als Koning. Wat had God moeten doen? Uitroeien dat onwillige volk. Niets hoor, de Heere gaf hun die koning en vervulde in die lijn Zijn belofte van de Zaligmaker. Hij doet niet met ons naar onze zonden. Hij wil ons redden. Heb je al eens opgeteld wat een kosten Hij heeft gemaakt om jou te redden? Wat een voedsel heeft Hij al gelegd aan de boom van je leven? Het is de geschiedenis door al gebleken dat God geen lust heeft in onze dood. Lees het hele Oude Testament maar eens nauwkeurig door. Israël keerde zich af van God, maar God bleef trouw aan Zijn verbond. Hij strafte wel. Maar waarom? Om het volk weer terug te brengen bij hun God. Dat was het doel van de straf. God straf niet uit lust tot plagen, maar opdat jij je bekeert tot God. Hij heeft je niet over voor het verderf en daarom straft Hij je, maar geeft Hij ook Zijn zegeningen.

Ik weet niet hoe ik nog duidelijker kan uitleggen hoe groot de gewilligheid van God in Christus is. Als je het niet wilt geloven, keer je dan maar af. Dan moet je dat maar doen. Maar dan zal je in de eeuwigheid moeten zien dat God gewillig is geweest en dat het jouw onwilligheid was waardoor je verloren bent gegaan. Dan heb je de eeuwigheid om alle weldaden die je van God gekregen hebt, op te tellen. En dan weet ik de uitkomst, terwijl je dan nooit meer verder zal komen dan weer optellen en optellen. En iedere keer zal de uitkomst hetzelfde zijn: Heel mijn leven was God gewillig om mij te redden, maar ik wilde niet. En iedere keer als je op die uitkomst uit zal komen, ga je weer tellen en zal de uitkomst gelijk zijn. Wat zal dat een wroeging geven. 

Jezus had Zichzelf geheel voor je over. Alles verliet Hij om Gods belofte te vervullen, om de weg tot de zaligheid open te maken en te volbrengen. Er is een levende weg geopend. Ik, roept Hij, Ik wil je bijeen vergaderen zoals een kip haar kuikens. Dat wil Hij. Weet je hoe een kip dat doet? Ze spreidt haar vleugels uit over haar kuikens. Ik hoorde eens van een kip die dat bij haar kuikens gedaan had. En toen kwam er brand in het kippenhok verbrandde de kip, maar onder haar vleugels bleven de kuikens in leven. Zo is het ook met Christus. Onder Zijn vleugels ben je veilig. Hij droeg God brandende toorn over de zonde. En weet je wat het gevolg was? Hij verbrandde op Golgotha onder de toorn van God en daardoor was het leven voor allen die onder Zijn vleugelen de toevlucht hadden genomen.

Het offer was volkomen, Hij gaf Zich geheel voor de Zijnen. En weet nu dit: Een ieder die de Naam des Heeren zal aanroepen die kan? Nee die zal zalig worden. Zo gewillig is Christus. Want een ieder die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden.

We gaan naar het einde. Het huis in Jeruzalem zal woest gelaten worden, staat er in vers 35. Hiermee bedoeld de Heere Jezus de tempel. Het zal woest gelaten worden als Jeruzalem onwillig blijft. En ze bleven onwillig, tenslotte doden ze Jezus en brachten Hem aan het kruis. 68 jaar heeft God nog geduld met hen gehad en toen heeft Hij deze belofte vervuld. De tempel werd woest gelaten. In 70 na Christus is de tempel verwoest en is Israël verstrooid over de wereld. God houdt Zijn Woord, ook in de oordelen. Hoe lang durf jij nog voort te leven zonder Christus. Er komt een dag dat de gewilligheid van God ophoudt en dan zal Hij je verderven.

Nog een ding. Jij die door genade mag behoren tot God kinderen. Hoe is het met je onwilligheid? Is het verbeterd? Misschien moet je wel zeggen: Het lijkt wel of ik alleen maar onwilliger bent geworden sinds de Heere Zijn genade aan mij betoonde. Zou het zo zijn? Weet je wat het is? Vroeger zag je je onwilligheid niet, toen noemde je dat onmacht. Maar nu zie je hoe genadig de Heere was om zo'n onwillige als jij bent op te zoeken. Ik ben gevonden door degenen die naar mij niet zochten. Kun je het uitroepen: Wat een gewilligheid bij Jezus? Onbegrijpelijk. Niet te bevatten hoe groot Zijn gewilligheid is. Roep het dan hen toe die dwalen en dreigen om te komen. En verblijdt je in de Heere en dank Hem voor Zijn gewilligheid. Ook bij de voortduur. Want we zijn zo dwaalziek en in ons dwalen ook weer zo onwillig. Daarom: dicht bij Jezus is de beste plaats, aan Zijn voeten wordt het geleerd. Ik ben de Uwe, omdat Gij het hebt gedaan. Daarvoor krijgt Hij eeuwig de lof en aanbidding.