Zien op Jezus
door
ANDREW GRAY
Predikant van Glasgow
Vertaald uit Twelve Select Sermons, Westminster Standard 1961.
"Tot
het volk dat naar Mijn Naam niet genoemd was, heb Ik gezegd: Zie hier ben Ik!
Zie hier ben Ik!" Engelse vertaling: "Zie op Mij! Zie op Mij!"
Wij
hebben u reeds gezegd, dat Christus met een grote begeerte tot u gekomen is. En
is er nu niemand onder u met een begeerte tot Christus? Ik zal u over twee grote
begeerten spreken om Christus aan te bieden.
De
eerste grote
begeerte waarmee u tot Christus behoort te komen, is deze: Heere Jezus, help
mij, dat ik ziende mag worden."
Een
tweede grote
begeerte, waarmee u tot Hem behoort te komen, vindt u in Psalm 13:4
"Verlicht mijn ogen, opdat ik in de dood niet ontslape." Ik zou u de
raad willen geven die Abimelech gaf aan Sara: "Christus zij u tot een
deksel der ogen en allen die met u zijn." Ik wil ook nog dit tot u zeggen:
Christus is gewillig al uw zintuigen te verzadigen. Wilt u komen? Wilt u het
genot van een ziel verzadigend gezicht hebben? Nodigt Christus u niet in de
tekst: "Zie op Mij?" Zoekt u een volle verzadiging van uw smaak? Wordt
het niet aanbevolen in Ps. 34:9: "Smaakt en ziet, dat de Heere goed
is?" Verlangt u naar verzadiging van uw gehoor? Is niet Zijn gebod:
"Hoort naar Mijn Zoon en Zijn Evangelie?" Begeert u verzadiging van uw
tastbare gevoel? Is het niet Zijn grote gebod aan Thomas: "Kom en steek uw
hand in Mijn zijde." Joh. 20:27. En zou u wel verzadiging willen hebben van
de reuk? Komt tot Hem, >Die berookt is met mirre en wierook, en allerlei
poeder des kruideniers=. Ik denk dat de meeste mensen onder ons als
vreemdelingen van Christus zullen sterven. Ik denk, dat als wij de Engelen
zouden vragen wat Christus is, zij zouden antwoorden, dat ze het niet kunnen
uitspreken. Al de heiligen rondom de troon zullen dit ook zeggen. En vraagt het
allen die de zoetigheid van Christus geproefd hebben, wat haar waarde is, ze
zullen u antwoorden, dat zij het niet kunnen vertellen. Wilt u het aan de
diepten vragen, zoals in Job 23:14? Ze zullen u antwoorden: 'De waarde van
Christus is in mij niet'. Ja, laat al het goud dat in de ingewanden van de aarde
ligt spreken, het zal getuigen dat Christus er niet mee kan gekocht worden.
Waarmee zult u Hem kunnen kopen? Ik zeg, voor één blik zal Christus de uwe
zijn.
Nu,
in de voormiddag hebben we een weinig gesproken over de eerste zaak in de
tekstwoorden, wat het grote gebod is dat de heidenen werd gegeven: "Zie
op Mij, zie op Mij!" O, bewonder het dat er ooit zo’n een woord is
uitgegaan! Wat zou u gedacht hebben indien alles wat in dit Boek geschreven is,
in deze vorm was gesteld: "Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al
hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen?" Wat, indien de
hele inhoud was als het 28e hoofdstuk van Deuteronomium en het 26e
hoofdstuk van Leviticus? De Engelen verwonderen er zich over dat er ooit zo’n
gebod is gegeven, en al de heiligen die rondom de troon staan verwonderen zich,
en laat allen die hier zijn zich verwonderen, dat er ooit zulk een gebod gegeven
is. Ik heb aan hetgeen ik over dit gebod gesproken heb nog enkele dingen toe te
voegen. Ik zal over twee of drie dingen spreken.
I
Het eerste is, dat ik een weinig zal spreken over het verschil van het
zien op Christus door de heiligen die boven zijn, en van hen die op aarde zijn.
Wij roepen u toe op Christus te zien, doch zij die in hemel zijn genieten een
ander gezicht. Ik zal u de volgende acht of negen punten van onderscheid
aanwijzen.
1
Het eerste verschil is, dat het gezicht, hetwelk wij hier van Christus
hebben, maar een middellijk gezicht is, terwijl dat van de heiligen die boven
zijn onmiddellijk is. Hier aanschouwen wij Hem maar door het voorhangsel, door
het duistere voorhangsel van plichten en ordonnantiën en beloften en
bedelingen. Maar o, ziet, boven zullen wij een onmiddellijk gezicht hebben. Daar
zal niets tussen Christus en de ziel komen; daar zal een onmiddellijke omhelzing
van de Zoon van God zijn. Wij geloven dat zij die Hem door een sluier gezien
hebben, verlangend zullen uitzien naar dat onmiddellijk aanschouwen van Hem,
wanneer de voorhangsels die tussen u en Christus zijn, gescheurd zijn van boven
naar beneden. Verlangd en zucht u niet naar die dag wanneer u Hem in
heerlijkheid zult aanschouwen?
2.
Een tweede verschil bestaat hierin, dat het gezicht wat wij hier hebben
onderbroken kan worden, maar hetgeen zij hebben die boven zijn, zal nooit
onderbroken worden. Daar zijn geen wolk meer, geen nacht en geen verlating. In
de hemel komen de klachten niet voor zoals deze: "Waarom verbergt Gij Uw
aangezicht?" Of zoals: "Ik ben deze dertig dagen niet geroepen om tot
de Koning in te komen", of, "Ik blijf twee volle jaren te Jeruzalem en
ik heb des Konings aangezicht niet gezien". O dat gezicht zal zonder verbod
of onderbreking zijn! Het is een eindeloos zien dat de heiligen boven genieten.
Denkt u ook niet dat alleen het noemen van dit gezicht op Christus, ons naar
dien dag moest doen uitzien en verlangen?
3.
Een derde verschil is, dat van het aanschouwen hier beneden een verkeerd
gebruik kan worden gemaakt, maar dat kan niet van het aanschouwen hier Boven.
Hier kan een Christen door de hoogmoed in zijn leven, het zien van Christus nog
misbruiken. O, daar zal geen verkeerd gebruik gemaakt worden van het vlekkeloos
aanschouwen van Christus dat wij boven zullen krijgen.
4.
Een vierde verschil is, dat het aanschouwen dat wij hier hebben, slechts
een zien van Zijn achterste delen is, maar daar zullen wij Zijn aangezicht zien.
Hier zien wij slechts, als het ware, de zoom van Zijner klederen, maar
"daar zullen wij zien aangezicht tot aangezicht". Is dat niet een
groot onderscheid?
5.
Een vijfde verschil is, dat het zien dat een Christen hier geniet, zijn
blijdschap niet volmaken kan. Zoolang als hij hier is, slijt hij zijn leven in
bittere smart. Weet u op welke dag een Christen voor het eerst volmaakte
blijdschap zal genieten? Het is op die zaligen morgen van de opstanding. David
zegt: "Ik zal verzadigd worden met Uw beeld, als ik zal opwaken." O,
wat een blijdschap zal een Christen genieten, wanneer Christus en hij elkander
zullen ontmoeten! Hij zal de Christen in Zijn armen nemen en zeggen:
"Welkom, o vriend." Namelijk in die dag wanneer Christus en de
Christen elkaar zullen ontmoeten in de straten van het Nieuwe Jeruzalem!
6.
Een zesde onderscheid is, dat het gezicht wat een Christen hier mag
hebben zijn gelijkvormigheid aan Christus niet volkomen maakt. O, maar het zien
op Hem in de hemel zal onze gelijkvormigheid aan Hem volmaken. Kent u dat woord
niet uit 1 Joh. 3:2 "Het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar
wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen.@ En
waarom? "Want wij zullen Hem zien gelijk Hij is." Dat aanschouwen van
Hem gelijk Hij is, veroorzaakt een volkomen gelijkvormigheid tussen Christus en
de ziel, maar al de gezichten die wij hier van Hem ontvangen, volmaken onze
gelijkvormigheid niet. Wij moeten naar de hemel gaan, dragende de last van een
lichaam des doods. Maar de tijd nadert wanneer wij voor eeuwig zullen afscheid
nemen van onze begeerlijkheden en afgoden, om ze met ons ganse hart vaarwel te
zeggen en ze nooit weer te ontmoeten!
7.
Een zevende verschil is, dat ons aanschouwen van Christus hier beneden
onze genade niet volmaakt, maar wat wij boven hebben zal al onze genaden
volmaken. Zal niet de liefde volmaakt zijn en ook onze blijdschap, wanneer wij
boven Christus zullen aanschouwen? O, wanneer het volmaakte zal gekomen zijn zal
hetgeen ten dele is te niet gedaan worden. O Christen, wat zal dat een dag zijn,
wanneer het geloof tot de liefde zal zeggen: >Ik ruim mijn plaats voor u in!
Aanschouwen en beminnen zullen het eeuwig gezelschap van de Christen zijn.
8.
Het achtste verschil is, dat het aanschouwen van een Christen hier
beneden niet volmaakt is in zijn trappen. Wanneer wij in staat zullen zijn
Christus te aanschouwen en de Heere voor het eerst zullen zien, zullen wij een
lied beginnen, dat nooit zal eindigen. Het zal een eindeloos gezicht zijn, een
ziel verzadigend gezicht, een zielverkwikkend gezicht. Dit zal het voornaamste
werk in de hemel zijn. Wilt u weten wat de heiligen in de hemel doen? Er staat
niet van hen geschreven, dat zij vol tongen, maar dat zij vol ogen
zijn. De reden hiervan is, omdat zij meer werkzaam zijn in zien, dan in spreken,
meer in verwondering, dan in uitdrukking. Daarom staat er geschreven, dat zij veel
ogen hebben, doch slechts een tong.
9.
Een negende en laatste verschil is, dat het zien op Christus wat wij hier
hebben slechts het zien is van een onbekende Christus, van een vreemde Christus,
van een onbegrepen Christus. Maar boven zullen wij een bekende Christus zien,
een Christus Die niet meer bedekt is, een Christus die wij goed zullen opnemen
en Die begrepen zal worden. Dit zijn de verschillen tussen het zien hier beneden
en het zien van degenen die boven zijn. O, wanneer zal het werk in den hemel en
op aarde een en hetzelfde zijn?
Ik
zal, in de volgende plaats, voortgaan om enkele tegenwerpingen te beantwoorden
van hen die menen dat zij nooit op Christus hebben gezien.
1e
tegenwerping. O, zeggen sommigen, ik heb nog nooit op Christus gezien, want
ik weet die dag niet terwijl anderen de tijd en de plaats weten wanneer zij
Christus gezien hebben.
Ik
wil de volgende vier dingen tot dezen zeggen:
1e
. Er zijn slechts weinigen die zo ver komen dat ze kunnen zeggen: "Een ding
weet ik, dat ik blind was, en nu zie," Joh. 9:25. Dat kunt u wel zeggen:
'Al weet ik de tijd en de plaats niet, ik ben er zeker van dat ik die dingen zie
die tevoren voor mijn ogen verborgen waren'.
Ten
2e wil ik ook zeggen: het is misschien niet goed voor u dat u de tijd
weet die Christus in Zijn eigen hand houdt. Het is niet altijd in uw voordeel
dat u de tijd weet.
3e.
Het is niet volstrekt noodzakelijk dat een Christen de tijd weet wanneer
Christus en hij elkander voor het eerst hebben ontmoet. Er zijn er die Christus
ontmoet hebben, maar die noch de tijd, noch de plaats weten, noch de eerste
onderhandeling, die tussen Christus en hen heeft plaats gehad.
4e.
Wat weet u, dan dat Christus uw hart heeft ontstolen?
2e
tegenwerping. Ik weet niet of ik op Hem gezien heb, want sinds ik naar Hem
begon te zien zijn mijn banden sterker geworden. Tot zoo iemand wil ik deze drie
dingen zeggen:
Ten
eerste, werp daarom uw geloof niet weg, noch trek daarom uw liefde in twijfel
want er is niets gewoner bij een Christen, dan dat zijn geest onder banden
verkeert, Hebr. 10:32. " Doch gedenkt der vorige dagen, in dewelke nadat
gij verlicht zijt geweest, gij veel strijd des lijdens hebt verdragen."
Ten
tweede zeg ik, de beste wijze om deze banden te boven te komen is, dat ge uw
geloof niet verwerpt, maar het vasthoudt. Het is een droevige zaak in
Christenen, waar hun voeten maar struikelen, laten ze hun handen slap hangen.
Wanneer zij onder het ongeloof geraken, wensen ze uit het land der levenden te
lopen.
Ten
derde zeg ik: vertroost uzelf dat de dag der vrijheid van de kinderen Gods
aanstaande is. Dan zullen deze banden van u worden weggenomen en zal er gezegd
worden: 'O gevangene, kom uit!'
3e
tegenwerping. Sommigen zeggen, dat zij die verlichting en vreugde die een
Christen ondervindt, missen, zoals in Psalm 97:11 "Het licht is voor de
rechtvaardigen gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart." Ik zou
deze twee dingen tot u willen zeggen: Uw licht en uw blijdschap kunnen nog onder
de grond zitten totdat zij beide tegelijk te voorschijn komen. Het kan
zijn dat Christus de echtheid van uw geloof beproeft of u Hem lief heeft boven
gevoel en gezicht. Ik wil u zeggen wat de oorzaak is in een Christen dat
hij alles verwerpt als hij niet alles krijgt wat hij verwachtte toen hij met
Christus begon. Het is dit, dat hij meer op heeft met gevoel dan met Christus.
Ja er zijn veel belijders die meer ingenomen zijn met kennis dan met Christus.
En ten tweede wil ik dit ook zeggen dat Christus misschien bezig is u te leren
Hem meer door het geloof lief te hebben dan door gevoel.
4e
tegenwerping. O, zeggen sommigen, ik kan niet bidden; als ik wil bidden
weigert mijn tong te spreken.
Begrijp
dit niet verkeerd, want een Christen kan aan drieërlei stilzwijgen onderworpen
zijn onder het bidden, en het kan zijn, dat hij dan meer opening heeft, dan
wanneer hij zou spreken als een Engel.
1e.
Wanneer iemand het meest van God geniet is het hart uitgebreid van liefde, en
dan kan het weinig in het gebed zeggen. Denkt u dat Daniël opgericht was toen
hij de Engel zag en stond te beven? Of Johannes, toen hij als dood aan de voeten
van Christus viel? Weet u niet, dat een Christen door een gezicht van Christus
onder het gebed zal ophouden met spreken, en overgaan in verwondering? Een
Christen zal soms de verwijding in zijn hart niet kunnen uitdrukken.
2e.
Het is een heilig stilzwijgen als het voortvloeit uit een diepe indruk van Gods
grootheid en eigen zondigheid. Een Christen is nooit meer verwijd, dan wanneer
hij geen woord kan spreken, dan dit: "Gij hield mijn ogen wakende; ik was
verslagen en sprak niet," Psalm 77:5. Dat wil zeggen, zijn hart schreef
onreinheid tegen zichzelf en zijn tong kon geen woord voortbrengen. Somtijds
scheen zijn schuld hem in het aangezicht te staren, zodat hij met stomheid
geslagen was en geen woord kon spreken. Gij moet weten, dat wanneer Christenen
soms geen belijdenis van zonden voor God kunnen uitspreken, zij moeten brullen.
Kent u dat woord van David: "Ik brul van het geruis mijns harten?" Ps.
38:9.
3e.
Het is een heilig stilzwijgen wanneer een Christen gaat om Christus te prijzen
en Hij zich als het ware zoo stil laat ontdekken, dat men zich van vermetelheid
beschuldigt. 'Zal ik spreken?' Wij moesten Christus nooit die vraag stellen:
'Zal ik bidden?' Weet dit, dat een klein poosje verwondering meer uitdrukt, dan
tien uur te bidden. Ik erken, er is een stilzwijgen dat uit een geest van
dienstbaarheid voortvloeit, maar ik denk dat er geen betere weg is dat te
verhelpen dan één blik op Christus. Ik zeg u, indien uw tongen niet meer
spraken dan hetgeen in uw hart omgaat, dat zij dikwijls kort zouden spreken. Het
bidden van sommige mensen is niets anders dan een liegen tegen de Heiligen
Geest. In hun gebeden en belijdenis liegen zij, en zij geven niet meer om
hetgeen zij vragen, dan om het slijk onder hun voeten. Het is een wonder dat
wij, leeraars en leden, niet doodgeslagen worden onder ons bidden. Het is
merkwaardig dat Ananias en Safira met de dood geslagen werden om één leugen,
en wij niet om zoo vele, ja misschien wel om vijftien leugens in één gebed!
Onderzoek u zelf, o Christenen, voor Hem tot Wie u spreekt!
5e
tegenwerping. Een Christen zal soms zeggen, als ik ooit op Christus had
gezien zou ik toch wel enige begeerten tot Hem gehad hebben. Het is toch zonder
twijfel, dat zij naar zulke onmiddellijke gezichten van Christus zullen
verlangen.
Ik
wil u de volgende vijf dingen zeggen.
1e.
Er kunnen zulke Christenen zijn die wel tien begeerten naar de dood hebben, en
nog niet één naar de hemel. U kunt in tien dagen werkelijk meer naar de dood
verlangen, dan in een maand naar de hemel. En wat is daarvan de reden? Het
vloeit niet voort uit onze hoop, doch uit die vervloekte gesteldheid van ons
hart, evenals Jona, die liever begeerde te sterven dan te leven. Het was hem
niet om de hemel te doen, maar het kwam voort uit zijn verdorven hart, omdat God
hem teleurgesteld had.
2e.
Iemand kan veertig keer begeren naar de dood, en niet één keer naar de dood
der zonde. U behoorde meer te verlangen naar de dood van het lichaam der zonde
en des doods.
3e.
Ik geloof dat een Christen mag verlangen om weggenomen te worden en zo zijn
paspoort te krijgen.
4e.
Ik vermaan u, wanneer u een gezicht van Christus ontvangt, ziet toe om het te
verbeteren. Weet u wat de Christen zoo weinig doet verlangen? Dat hij
geen voordeel trekt uit zijn zien op Christus.
5e.
Ik erken, dat ik het geen wonder acht, dat de Christenen niet
meer verlangen naar een gezicht van Christus. Is het u nooit om de
volgende drie dingen te doen geweest?
(1)
Moest u nooit uitroepen: 'O tijd, tijd, waarom gaat u niet voorbij, dat de
eeuwigheid kome'! Was u nooit daar gebracht dat u wenste om het uurglas van uw
tijd te schudden opdat de eeuwigheid spoedig mocht aanbreken? En dat u, als het
in uw hand geweest was dat ge uw uurglas niet op zijn kant zou leggen opdat het
niet meer lopen zou, maar dat u het veeleer zou schudden?
(2)
Werd u nooit daar gebracht dat u verlangde dat uw licht mocht komen; dat gij
mocht horen: ASta op Mijne Vriendin, Mijn Schone, want uw winter is voorbij?@
(3)
Is het u nooit gegaan als de moeder van Sisera, die uit het venster keek en zei:
"Waarom vertoeft zijn wagen zo lang? Zou u, als de dood komt, die in uw
armen nemen en zeggen: Welkom, o vriend? Weet u niet wat de dood is voor een
Christen? Het is het afleggen van al uw lasten; het is de sterfdag van al uw
droefheid; van al uw ongerechtigheden, van al uw afgoden, van al uw angsten; het
is de deur waardoor u moet ingaan om eeuwig alle goed deelachtig te zijn; het is
als de wagen van Jozef die hij zond om Jacob naar Egypte te brengen. Waar is uw
hart, o Christenen? Behoort het niet in de hemel te zijn? Waar is uw geloof? Is
het niet dáár?
Ik
heb nog twee of drie dingen om u te bewegen één blik op Christus te werpen.
1e
Ik heb nu geen andere boodschap dan deze. Nu, waarmede zult u mij wegzenden?
Zult u mij met niets wegzenden? O, dat deze gemeente, die zo van kennis ontbloot
is, nog deze avond wilde beginnen! Want ik daag alle leeraars uit de hele wereld
uit u te kunnen verzekeren, dat gij morgen nog zult leven om op Hem te zien.
Ziet daarom heden op Hem.
2e
Wie van u weet, of niet iemand onder u zijn nek zal breken? Wie weet of niet
deze nacht tot u gezegd zal worden: "Staat op, verachters van het Evangelie
en van de Zoon van God en geeft rekenschap in het gericht?" Wat zou u
zeggen als u in deze nacht die stem moest horen? Wie van u weet of het
niet zal geschieden? Hoe zult u gesteld zijn als u Christus in het aangezicht
moet zien? U zou wel willen dat u in stukken vermalen werd.
3e
Ik zeg, zou u Hem nog in deze avond willen aannemen? Welke beweegreden kunnen
wij nog meer gebruiken om u te overreden? Bestaat er onder de hemel één
beweegreden die u kan overreden Hem aan te nemen? O verachters van de Zoon van
God, ik bezweer u, zoo zeker als ge uzelf eens zult moeten verantwoorden, dat
gij Hem aanneemt! Wacht u dat dit woord op u niet komen zal: "Zijn bloed
kome over ons en onze kinderen." Weet u wel dat de vloeken van een zijde
van dit Boek machtig zijn tienduizend werelden te vermorzelen? Wat denkt u dan
dat er gebeuren zal als al de vloeken die in dit boek geschreven zijn u zullen
treffen? Waar zult u heenvlieden in die dag, wanneer alles wat in het 28ste
hoofdstuk van Deuteronomium en in het 26ste hoofdstuk van Leviticus geschreven
staat, u zal treffen en er geen verlossing zal zijn? Is er enige verlossing te
wachten als Christus Uw Vijand is geworden? Daarom zeg ik u: ziet deze avond op
tot de Zoon van God. Het is geen zaak waarin gij uw tijd kunt verbeuzelen. Laat
het u ernst zijn 'in dezen uwen dag'.
Oude
mannen, wat zegt u er op, u die zoo dicht bij uw graf leeft? Ik wou dit nog tot
u zeggen: ik stel u de dood en het leven voor. Wat wilt u kiezen? Het is
Christus Die u wordt aangeboden! Weet dit broeders, wie u ook zijt, die dit
Evangelie veracht, dat deze tekstwoorden uit Jesaja 65:1 aan uw consciënties
zullen knagen. U zult aan deze dag denken wanneer u om genade zult schreeuwen en
zal uitroepen: "O, dat ik het Evangelie veracht heb!" Ik zal nooit
weer een aanbieding krijgen. Die dag is voor mij voorbij dat ik genodigd werd om
Christus aan te nemen en op Hem te zien. Daarom, voordat u heengaat, sluit
deze avond de koop, u weet niet of Christus nog ooit terug zal komen om Zijn
boodschap te zenden en u te nodigen Hem aan te nemen. Daarom nog eens,
wat is uw laatste woord? Spreekt tot Hem, want u weet niet
of dit niet Zijn laatste woord zal zijn. Wij bidden u, neemt
Hem nu aan. Vervloekt zijn zij, die hun ganse leven niet tot Hem
willen opzien. Het was u beter geweest dat u nooit een woord van Hem gehoord
had.
O,
zal Christus in Zijn aangezicht, en in Zijn schoonheid, en in al de
voortreffelijke aanbiedingen des hemels veracht worden? Weet dit dat de dag
nadert dat u zal wensen dat u nooit geboren was. U, die de grote zaligheid
veracht hebt, u zult uitroepen: 'O, dat ik nooit geboren was'. Daarom zeg ik,
aangezien Christus u nu wordt aangeboden, neemt Hem aan, en neemt de hemel tot
getuige, dat u nooit een ander zal begeren. Nu oude mensen, wilt u dit betuigen,
dat niemand dan Christus ooit de uwe zal zijn?
Jonge
mannen en jonge vrouwen, ziet op de Zoon van God en het zal voor u een van de
dagen van de Zoon des Mensen zijn. O, wat zal dat gezicht wat Christus van
Zichzelf aan Zijn kinderen geven zal wonderlijk zijn, wanneer er geen tijd meer
zijn zal, en het Lam hen zal weiden tot levende fonteinen der wateren! Stemt u
het allen toe? Hebt u er niets meer tegen in te brengen? Dan zeg ik, als dat zoo
is, -hoewel ik vrees dat het niet zoo is-: zalig is hij die de Zoon van God
omhelst!
Maar
vervloekt is die man of die vrouw die Hem niet wilt aannemen. En omdat u staat
voor de berg van vloek of zegen, bid ik u: Zie op de Zoon van God, Die evenals
de koperen slang u kan genezen van al uw wonden en ongerechtigheden.
Nu,
Hem die u kan overreden en voor Wie u eenmaal in het gericht zult staan, zij lof
tot in alle eeuwigheid.
Amen