Zien op Jezus


door
ANDREW GRAY
Predikant van Glasgow
Vertaald uit Twelve Select Sermons, Westminster Standard 1961.
 

TWEEDE PREEK OVER JESAJA 65:1 

"Tot het volk dat naar Mijn Naam niet genoemd was, heb Ik gezegd: Zie hier ben Ik! Zie hier ben Ik!" Engelse vertaling: "Zie op Mij! Zie op Mij!" 

Wij hebben u reeds gezegd, dat Christus met een grote begeerte tot u gekomen is. En is er nu niemand onder u met een begeerte tot Christus? Ik zal u over twee grote begeerten spreken om Christus aan te bieden.  

De eerste grote begeerte waarmee u tot Christus behoort te komen, is deze: Heere Jezus, help mij, dat ik ziende mag worden."  

Een tweede grote begeerte, waarmee u tot Hem behoort te komen, vindt u in Psalm 13:4 "Verlicht mijn ogen, opdat ik in de dood niet ontslape." Ik zou u de raad willen geven die Abimelech gaf aan Sara: "Christus zij u tot een deksel der ogen en allen die met u zijn." Ik wil ook nog dit tot u zeggen: Christus is gewillig al uw zintuigen te verzadigen. Wilt u komen? Wilt u het genot van een ziel verzadigend gezicht hebben? Nodigt Christus u niet in de tekst: "Zie op Mij?" Zoekt u een volle verzadiging van uw smaak? Wordt het niet aanbevolen in Ps. 34:9: "Smaakt en ziet, dat de Heere goed is?" Verlangt u naar verzadiging van uw gehoor? Is niet Zijn gebod: "Hoort naar Mijn Zoon en Zijn Evangelie?" Begeert u verzadiging van uw tastbare gevoel? Is het niet Zijn grote gebod aan Thomas: "Kom en steek uw hand in Mijn zijde." Joh. 20:27. En zou u wel verzadiging willen hebben van de reuk? Komt tot Hem, >Die berookt is met mirre en wierook, en allerlei poeder des kruideniers=. Ik denk dat de meeste mensen onder ons als vreemdelingen van Christus zullen sterven. Ik denk, dat als wij de Engelen zouden vragen wat Christus is, zij zouden antwoorden, dat ze het niet kunnen uitspreken. Al de heiligen rondom de troon zullen dit ook zeggen. En vraagt het allen die de zoetigheid van Christus geproefd hebben, wat haar waarde is, ze zullen u antwoorden, dat zij het niet kunnen vertellen. Wilt u het aan de diepten vragen, zoals in Job 23:14? Ze zullen u antwoorden: 'De waarde van Christus is in mij niet'. Ja, laat al het goud dat in de ingewanden van de aarde ligt spreken, het zal getuigen dat Christus er niet mee kan gekocht worden. Waarmee zult u Hem kunnen kopen? Ik zeg, voor één blik zal Christus de uwe zijn. 

Nu, in de voormiddag hebben we een weinig gesproken over de eerste zaak in de tekstwoorden, wat het grote gebod is dat de heidenen werd gegeven: "Zie op Mij, zie op Mij!" O, bewonder het dat er ooit zo’n een woord is uitgegaan! Wat zou u gedacht hebben indien alles wat in dit Boek geschreven is, in deze vorm was gesteld: "Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen?" Wat, indien de hele inhoud was als het 28e hoofdstuk van Deuteronomium en het 26e hoofdstuk van Leviticus? De Engelen verwonderen er zich over dat er ooit zo’n gebod is gegeven, en al de heiligen die rondom de troon staan verwonderen zich, en laat allen die hier zijn zich verwonderen, dat er ooit zulk een gebod gegeven is. Ik heb aan hetgeen ik over dit gebod gesproken heb nog enkele dingen toe te voegen. Ik zal over twee of drie dingen spreken.  

I Het eerste is, dat ik een weinig zal spreken over het verschil van het zien op Christus door de heiligen die boven zijn, en van hen die op aarde zijn. Wij roepen u toe op Christus te zien, doch zij die in hemel zijn genieten een ander gezicht. Ik zal u de volgende acht of negen punten van onderscheid aanwijzen.  

1 Het eerste verschil is, dat het gezicht, hetwelk wij hier van Christus hebben, maar een middellijk gezicht is, terwijl dat van de heiligen die boven zijn onmiddellijk is. Hier aanschouwen wij Hem maar door het voorhangsel, door het duistere voorhangsel van plichten en ordonnantiën en beloften en bedelingen. Maar o, ziet, boven zullen wij een onmiddellijk gezicht hebben. Daar zal niets tussen Christus en de ziel komen; daar zal een onmiddellijke omhelzing van de Zoon van God zijn. Wij geloven dat zij die Hem door een sluier gezien hebben, verlangend zullen uitzien naar dat onmiddellijk aanschouwen van Hem, wanneer de voorhangsels die tussen u en Christus zijn, gescheurd zijn van boven naar beneden. Verlangd en zucht u niet naar die dag wanneer u Hem in heerlijkheid zult aanschouwen?  

2. Een tweede verschil bestaat hierin, dat het gezicht wat wij hier hebben onderbroken kan worden, maar hetgeen zij hebben die boven zijn, zal nooit onderbroken worden. Daar zijn geen wolk meer, geen nacht en geen verlating. In de hemel komen de klachten niet voor zoals deze: "Waarom verbergt Gij Uw aangezicht?" Of zoals: "Ik ben deze dertig dagen niet geroepen om tot de Koning in te komen", of, "Ik blijf twee volle jaren te Jeruzalem en ik heb des Konings aangezicht niet gezien". O dat gezicht zal zonder verbod of onderbreking zijn! Het is een eindeloos zien dat de heiligen boven genieten. Denkt u ook niet dat alleen het noemen van dit gezicht op Christus, ons naar dien dag moest doen uitzien en verlangen?  

3. Een derde verschil is, dat van het aanschouwen hier beneden een verkeerd gebruik kan worden gemaakt, maar dat kan niet van het aanschouwen hier Boven. Hier kan een Christen door de hoogmoed in zijn leven, het zien van Christus nog misbruiken. O, daar zal geen verkeerd gebruik gemaakt worden van het vlekkeloos aanschouwen van Christus dat wij boven zullen krijgen.  

4. Een vierde verschil is, dat het aanschouwen dat wij hier hebben, slechts een zien van Zijn achterste delen is, maar daar zullen wij Zijn aangezicht zien. Hier zien wij slechts, als het ware, de zoom van Zijner klederen, maar "daar zullen wij zien aangezicht tot aangezicht". Is dat niet een groot onderscheid?  

5. Een vijfde verschil is, dat het zien dat een Christen hier geniet, zijn blijdschap niet volmaken kan. Zoolang als hij hier is, slijt hij zijn leven in bittere smart. Weet u op welke dag een Christen voor het eerst volmaakte blijdschap zal genieten? Het is op die zaligen morgen van de opstanding. David zegt: "Ik zal verzadigd worden met Uw beeld, als ik zal opwaken." O, wat een blijdschap zal een Christen genieten, wanneer Christus en hij elkander zullen ontmoeten! Hij zal de Christen in Zijn armen nemen en zeggen: "Welkom, o vriend." Namelijk in die dag wanneer Christus en de Christen elkaar zullen ontmoeten in de straten van het Nieuwe Jeruzalem!  

6. Een zesde onderscheid is, dat het gezicht wat een Christen hier mag hebben zijn gelijkvormigheid aan Christus niet volkomen maakt. O, maar het zien op Hem in de hemel zal onze gelijkvormigheid aan Hem volmaken. Kent u dat woord niet uit 1 Joh. 3:2 "Het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen.@ En waarom? "Want wij zullen Hem zien gelijk Hij is." Dat aanschouwen van Hem gelijk Hij is, veroorzaakt een volkomen gelijkvormigheid tussen Christus en de ziel, maar al de gezichten die wij hier van Hem ontvangen, volmaken onze gelijkvormigheid niet. Wij moeten naar de hemel gaan, dragende de last van een lichaam des doods. Maar de tijd nadert wanneer wij voor eeuwig zullen afscheid nemen van onze begeerlijkheden en afgoden, om ze met ons ganse hart vaarwel te zeggen en ze nooit weer te ontmoeten!  

7. Een zevende verschil is, dat ons aanschouwen van Christus hier beneden onze genade niet volmaakt, maar wat wij boven hebben zal al onze genaden volmaken. Zal niet de liefde volmaakt zijn en ook onze blijdschap, wanneer wij boven Christus zullen aanschouwen? O, wanneer het volmaakte zal gekomen zijn zal hetgeen ten dele is te niet gedaan worden. O Christen, wat zal dat een dag zijn, wanneer het geloof tot de liefde zal zeggen: >Ik ruim mijn plaats voor u in! Aanschouwen en beminnen zullen het eeuwig gezelschap van de Christen zijn.  

8. Het achtste verschil is, dat het aanschouwen van een Christen hier beneden niet volmaakt is in zijn trappen. Wanneer wij in staat zullen zijn Christus te aanschouwen en de Heere voor het eerst zullen zien, zullen wij een lied beginnen, dat nooit zal eindigen. Het zal een eindeloos gezicht zijn, een ziel verzadigend gezicht, een zielverkwikkend gezicht. Dit zal het voornaamste werk in de hemel zijn. Wilt u weten wat de heiligen in de hemel doen? Er staat niet van hen geschreven, dat zij vol tongen, maar dat zij vol ogen zijn. De reden hiervan is, omdat zij meer werkzaam zijn in zien, dan in spreken, meer in verwondering, dan in uitdrukking. Daarom staat er geschreven, dat zij veel ogen hebben, doch slechts een tong. 

9. Een negende en laatste verschil is, dat het zien op Christus wat wij hier hebben slechts het zien is van een onbekende Christus, van een vreemde Christus, van een onbegrepen Christus. Maar boven zullen wij een bekende Christus zien, een Christus Die niet meer bedekt is, een Christus die wij goed zullen opnemen en Die begrepen zal worden. Dit zijn de verschillen tussen het zien hier beneden en het zien van degenen die boven zijn. O, wanneer zal het werk in den hemel en op aarde een en hetzelfde zijn?

Ik zal, in de volgende plaats, voortgaan om enkele tegenwerpingen te beantwoorden van hen die menen dat zij nooit op Christus hebben gezien.

1e tegenwerping. O, zeggen sommigen, ik heb nog nooit op Christus gezien, want ik weet die dag niet terwijl anderen de tijd en de plaats weten wanneer zij Christus gezien hebben.

Ik wil de volgende vier dingen tot dezen zeggen:

1e . Er zijn slechts weinigen die zo ver komen dat ze kunnen zeggen: "Een ding weet ik, dat ik blind was, en nu zie," Joh. 9:25. Dat kunt u wel zeggen: 'Al weet ik de tijd en de plaats niet, ik ben er zeker van dat ik die dingen zie die tevoren voor mijn ogen verborgen waren'.

Ten 2e wil ik ook zeggen: het is misschien niet goed voor u dat u de tijd weet die Christus in Zijn eigen hand houdt. Het is niet altijd in uw voordeel dat u de tijd weet.

3e. Het is niet volstrekt noodzakelijk dat een Christen de tijd weet wanneer Christus en hij elkander voor het eerst hebben ontmoet. Er zijn er die Christus ontmoet hebben, maar die noch de tijd, noch de plaats weten, noch de eerste onderhandeling, die tussen Christus en hen heeft plaats gehad.

4e. Wat weet u, dan dat Christus uw hart heeft ontstolen?

2e tegenwerping. Ik weet niet of ik op Hem gezien heb, want sinds ik naar Hem begon te zien zijn mijn banden sterker geworden. Tot zoo iemand wil ik deze drie dingen zeggen:

Ten eerste, werp daarom uw geloof niet weg, noch trek daarom uw liefde in twijfel want er is niets gewoner bij een Christen, dan dat zijn geest onder banden verkeert, Hebr. 10:32. " Doch gedenkt der vorige dagen, in dewelke nadat gij verlicht zijt geweest, gij veel strijd des lijdens hebt verdragen."

Ten tweede zeg ik, de beste wijze om deze banden te boven te komen is, dat ge uw geloof niet verwerpt, maar het vasthoudt. Het is een droevige zaak in Christenen, waar hun voeten maar struikelen, laten ze hun handen slap hangen. Wanneer zij onder het ongeloof geraken, wensen ze uit het land der levenden te lopen.

Ten derde zeg ik: vertroost uzelf dat de dag der vrijheid van de kinderen Gods aanstaande is. Dan zullen deze banden van u worden weggenomen en zal er gezegd worden: 'O gevangene, kom uit!'

3e tegenwerping. Sommigen zeggen, dat zij die verlichting en vreugde die een Christen ondervindt, missen, zoals in Psalm 97:11 "Het licht is voor de rechtvaardigen gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart." Ik zou deze twee dingen tot u willen zeggen: Uw licht en uw blijdschap kunnen nog onder de grond zitten totdat zij beide tegelijk te voorschijn komen. Het kan zijn dat Christus de echtheid van uw geloof beproeft of u Hem lief heeft boven gevoel en gezicht. Ik wil u zeggen wat de oorzaak is in een Christen dat hij alles verwerpt als hij niet alles krijgt wat hij verwachtte toen hij met Christus begon. Het is dit, dat hij meer op heeft met gevoel dan met Christus. Ja er zijn veel belijders die meer ingenomen zijn met kennis dan met Christus. En ten tweede wil ik dit ook zeggen dat Christus misschien bezig is u te leren Hem meer door het geloof lief te hebben dan door gevoel.

4e tegenwerping. O, zeggen sommigen, ik kan niet bidden; als ik wil bidden weigert mijn tong te spreken.

Begrijp dit niet verkeerd, want een Christen kan aan drieërlei stilzwijgen onderworpen zijn onder het bidden, en het kan zijn, dat hij dan meer opening heeft, dan wanneer hij zou spreken als een Engel.

1e. Wanneer iemand het meest van God geniet is het hart uitgebreid van liefde, en dan kan het weinig in het gebed zeggen. Denkt u dat Daniël opgericht was toen hij de Engel zag en stond te beven? Of Johannes, toen hij als dood aan de voeten van Christus viel? Weet u niet, dat een Christen door een gezicht van Christus onder het gebed zal ophouden met spreken, en overgaan in verwondering? Een Christen zal soms de verwijding in zijn hart niet kunnen uitdrukken.

2e. Het is een heilig stilzwijgen als het voortvloeit uit een diepe indruk van Gods grootheid en eigen zondigheid. Een Christen is nooit meer verwijd, dan wanneer hij geen woord kan spreken, dan dit: "Gij hield mijn ogen wakende; ik was verslagen en sprak niet," Psalm 77:5. Dat wil zeggen, zijn hart schreef onreinheid tegen zichzelf en zijn tong kon geen woord voortbrengen. Somtijds scheen zijn schuld hem in het aangezicht te staren, zodat hij met stomheid geslagen was en geen woord kon spreken. Gij moet weten, dat wanneer Christenen soms geen belijdenis van zonden voor God kunnen uitspreken, zij moeten brullen. Kent u dat woord van David: "Ik brul van het geruis mijns harten?" Ps. 38:9.

3e. Het is een heilig stilzwijgen wanneer een Christen gaat om Christus te prijzen en Hij zich als het ware zoo stil laat ontdekken, dat men zich van vermetelheid beschuldigt. 'Zal ik spreken?' Wij moesten Christus nooit die vraag stellen: 'Zal ik bidden?' Weet dit, dat een klein poosje verwondering meer uitdrukt, dan tien uur te bidden. Ik erken, er is een stilzwijgen dat uit een geest van dienstbaarheid voortvloeit, maar ik denk dat er geen betere weg is dat te verhelpen dan één blik op Christus. Ik zeg u, indien uw tongen niet meer spraken dan hetgeen in uw hart omgaat, dat zij dikwijls kort zouden spreken. Het bidden van sommige mensen is niets anders dan een liegen tegen de Heiligen Geest. In hun gebeden en belijdenis liegen zij, en zij geven niet meer om hetgeen zij vragen, dan om het slijk onder hun voeten. Het is een wonder dat wij, leeraars en leden, niet doodgeslagen worden onder ons bidden. Het is merkwaardig dat Ananias en Safira met de dood geslagen werden om één leugen, en wij niet om zoo vele, ja misschien wel om vijftien leugens in één gebed! Onderzoek u zelf, o Christenen, voor Hem tot Wie u spreekt!

5e tegenwerping. Een Christen zal soms zeggen, als ik ooit op Christus had gezien zou ik toch wel enige begeerten tot Hem gehad hebben. Het is toch zonder twijfel, dat zij naar zulke onmiddellijke gezichten van Christus zullen verlangen.

Ik wil u de volgende vijf dingen zeggen.

1e. Er kunnen zulke Christenen zijn die wel tien begeerten naar de dood hebben, en nog niet één naar de hemel. U kunt in tien dagen werkelijk meer naar de dood verlangen, dan in een maand naar de hemel. En wat is daarvan de reden? Het vloeit niet voort uit onze hoop, doch uit die vervloekte gesteldheid van ons hart, evenals Jona, die liever begeerde te sterven dan te leven. Het was hem niet om de hemel te doen, maar het kwam voort uit zijn verdorven hart, omdat God hem teleurgesteld had.

2e. Iemand kan veertig keer begeren naar de dood, en niet één keer naar de dood der zonde. U behoorde meer te verlangen naar de dood van het lichaam der zonde en des doods.

3e. Ik geloof dat een Christen mag verlangen om weggenomen te worden en zo zijn paspoort te krijgen.

4e. Ik vermaan u, wanneer u een gezicht van Christus ontvangt, ziet toe om het te verbeteren. Weet u wat de Christen zoo weinig doet verlangen? Dat hij geen voordeel trekt uit zijn zien op Christus.

5e. Ik erken, dat ik het geen wonder acht, dat de Christenen niet meer verlangen naar een gezicht van Christus. Is het u nooit om de volgende drie dingen te doen geweest?

(1) Moest u nooit uitroepen: 'O tijd, tijd, waarom gaat u niet voorbij, dat de eeuwigheid kome'! Was u nooit daar gebracht dat u wenste om het uurglas van uw tijd te schudden opdat de eeuwigheid spoedig mocht aanbreken? En dat u, als het in uw hand geweest was dat ge uw uurglas niet op zijn kant zou leggen opdat het niet meer lopen zou, maar dat u het veeleer zou schudden?

(2) Werd u nooit daar gebracht dat u verlangde dat uw licht mocht komen; dat gij mocht horen: ASta op Mijne Vriendin, Mijn Schone, want uw winter is voorbij?@

(3) Is het u nooit gegaan als de moeder van Sisera, die uit het venster keek en zei: "Waarom vertoeft zijn wagen zo lang? Zou u, als de dood komt, die in uw armen nemen en zeggen: Welkom, o vriend? Weet u niet wat de dood is voor een Christen? Het is het afleggen van al uw lasten; het is de sterfdag van al uw droefheid; van al uw ongerechtigheden, van al uw afgoden, van al uw angsten; het is de deur waardoor u moet ingaan om eeuwig alle goed deelachtig te zijn; het is als de wagen van Jozef die hij zond om Jacob naar Egypte te brengen. Waar is uw hart, o Christenen? Behoort het niet in de hemel te zijn? Waar is uw geloof? Is het niet dáár?

Ik heb nog twee of drie dingen om u te bewegen één blik op Christus te werpen.

1e Ik heb nu geen andere boodschap dan deze. Nu, waarmede zult u mij wegzenden? Zult u mij met niets wegzenden? O, dat deze gemeente, die zo van kennis ontbloot is, nog deze avond wilde beginnen! Want ik daag alle leeraars uit de hele wereld uit u te kunnen verzekeren, dat gij morgen nog zult leven om op Hem te zien. Ziet daarom heden op Hem.

2e Wie van u weet, of niet iemand onder u zijn nek zal breken? Wie weet of niet deze nacht tot u gezegd zal worden: "Staat op, verachters van het Evangelie en van de Zoon van God en geeft rekenschap in het gericht?" Wat zou u zeggen als u in deze nacht die stem moest horen? Wie van u weet of het niet zal geschieden? Hoe zult u gesteld zijn als u Christus in het aangezicht moet zien? U zou wel willen dat u in stukken vermalen werd.

3e Ik zeg, zou u Hem nog in deze avond willen aannemen? Welke beweegreden kunnen wij nog meer gebruiken om u te overreden? Bestaat er onder de hemel één beweegreden die u kan overreden Hem aan te nemen? O verachters van de Zoon van God, ik bezweer u, zoo zeker als ge uzelf eens zult moeten verantwoorden, dat gij Hem aanneemt! Wacht u dat dit woord op u niet komen zal: "Zijn bloed kome over ons en onze kinderen." Weet u wel dat de vloeken van een zijde van dit Boek machtig zijn tienduizend werelden te vermorzelen? Wat denkt u dan dat er gebeuren zal als al de vloeken die in dit boek geschreven zijn u zullen treffen? Waar zult u heenvlieden in die dag, wanneer alles wat in het 28ste hoofdstuk van Deuteronomium en in het 26ste hoofdstuk van Leviticus geschreven staat, u zal treffen en er geen verlossing zal zijn? Is er enige verlossing te wachten als Christus Uw Vijand is geworden? Daarom zeg ik u: ziet deze avond op tot de Zoon van God. Het is geen zaak waarin gij uw tijd kunt verbeuzelen. Laat het u ernst zijn 'in dezen uwen dag'.

Oude mannen, wat zegt u er op, u die zoo dicht bij uw graf leeft? Ik wou dit nog tot u zeggen: ik stel u de dood en het leven voor. Wat wilt u kiezen? Het is Christus Die u wordt aangeboden! Weet dit broeders, wie u ook zijt, die dit Evangelie veracht, dat deze tekstwoorden uit Jesaja 65:1 aan uw consciënties zullen knagen. U zult aan deze dag denken wanneer u om genade zult schreeuwen en zal uitroepen: "O, dat ik het Evangelie veracht heb!" Ik zal nooit weer een aanbieding krijgen. Die dag is voor mij voorbij dat ik genodigd werd om Christus aan te nemen en op Hem te zien. Daarom, voordat u heengaat, sluit deze avond de koop, u weet niet of Christus nog ooit terug zal komen om Zijn boodschap te zenden en u te nodigen Hem aan te nemen. Daarom nog eens, wat is uw laatste woord? Spreekt tot Hem, want u weet niet of dit niet Zijn laatste woord zal zijn. Wij bidden u, neemt Hem nu aan. Vervloekt zijn zij, die hun ganse leven niet tot Hem willen opzien. Het was u beter geweest dat u nooit een woord van Hem gehoord had.

O, zal Christus in Zijn aangezicht, en in Zijn schoonheid, en in al de voortreffelijke aanbiedingen des hemels veracht worden? Weet dit dat de dag nadert dat u zal wensen dat u nooit geboren was. U, die de grote zaligheid veracht hebt, u zult uitroepen: 'O, dat ik nooit geboren was'. Daarom zeg ik, aangezien Christus u nu wordt aangeboden, neemt Hem aan, en neemt de hemel tot getuige, dat u nooit een ander zal begeren. Nu oude mensen, wilt u dit betuigen, dat niemand dan Christus ooit de uwe zal zijn?

Jonge mannen en jonge vrouwen, ziet op de Zoon van God en het zal voor u een van de dagen van de Zoon des Mensen zijn. O, wat zal dat gezicht wat Christus van Zichzelf aan Zijn kinderen geven zal wonderlijk zijn, wanneer er geen tijd meer zijn zal, en het Lam hen zal weiden tot levende fonteinen der wateren! Stemt u het allen toe? Hebt u er niets meer tegen in te brengen? Dan zeg ik, als dat zoo is, -hoewel ik vrees dat het niet zoo is-: zalig is hij die de Zoon van God omhelst!

Maar vervloekt is die man of die vrouw die Hem niet wilt aannemen. En omdat u staat voor de berg van vloek of zegen, bid ik u: Zie op de Zoon van God, Die evenals de koperen slang u kan genezen van al uw wonden en ongerechtigheden.

Nu, Hem die u kan overreden en voor Wie u eenmaal in het gericht zult staan, zij lof tot in alle eeuwigheid.

Amen