Waar wandel jij?
Weekoverdenking: 25 mei - 31 mei
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'
Lezen: Filipenzen 3:17 - 4:9 - Tekst: Filipenzen 3:20 en 4:4
Weest mede mijn navolgers, broeders, en merkt op degenen, die alzo wandelen, gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt.
Want velen wandelen anders; van dewelken ik u dikmaals gezegd heb, en nu ook wenende zeg, dat zij vijanden des kruises van Christus zijn;
Welker einde is het verderf, welker God is de buik, en welker heerlijkheid is in hun schande, dewelken aardse dingen bedenken.
Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;
Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.
Zo dan, mijn geliefde en zeer gewenste broeders, mijn blijdschap en kroon, staat alzo in den Heere, geliefden!
Ik vermaan Euodia, en ik vermaan Syntyche, dat zij eensgezind zijn in den Heere.
En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees dezen vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welker namen zijn in het boek des levens.
Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u.
Uw bescheidenheid zij allen mensen bekend. De Heere is nabij.
Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;
En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.
Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve;
Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.
Waar wandel jij? Is dat een vreemde vraag? Nog al logisch toch, ik wandel toch op de aarde? Hier op deze aarde loop ik toch rond? Ja, je wandelt nog op deze aarde rond. In ieder geval wandel je hier lichamelijk rond. Maar Jezus zegt ook in Zijn Woord: Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. Mag ik dan de vraag anders stellen? Waar is je hart? Of, waar wandel je geestelijk? Is je wandel, zoals Paulus hier zegt, in de hemel? Of is je wandel op de aarde? Ben je Jezus al gevolgd naar de hemel en wandel je daar voor Gods aangezicht en is het leven zoals je dat hier nu hebt, slechts een leven dat uitwonend is en verlang je straks om met lichaam en ziel in te wonen bij de Heere? En is dan nu je leven al met Christus geborgen bij God?
Nee, Paulus heeft het hier over meer dan alleen dat je geborgen bent door het bloed van Christus. Paulus heeft het hier niet alleen over de verzoening, maar Paulus vraagt of dat de hemelvaart van Jezus, ook jouw hemelvaart is. Met andere woorden, ben jij met Christus in de hemel gezet, of ben je dat niet? Ben je met Christus aan de rechterhand van je Vader, of ben je op deze aarde en heb je niet eens een Vader in de hemel. Dat is waar het hier om gaat. Paulus zegt in de Romeinenbrief dat als je met Christus bent gestorven, dat je ook met Hem bent opgestaan. Maar dat betekent dat je ook met Christus bent opgevaren naar de hemel en wat je dan nu nog op deze aarde leeft, dat leef je uitwonend, ofwel naar je lichaam woon je niet thuis.
Paulus zegt dit ook met andere woorden in de Efezebrief: En heeft ons mede opgewekt en heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus. In deze tekst in Efeze wordt een werkwoord gebruikt waaruit blijkt dat het gezet-zijn in de hemel iets is wat een afgeronde zaak is. Het Grieks kent een werkwoord in de verleden tijd wat er op duidt dat het om een handeling gaat die voortdurend doorgaat en zich telkens herhaald, maar het kent ook een werkwoordsvorm in de verleden tijd waaruit blijkt dat dit een afgeronde handeling is. De vertaling naar het Nederlands maakt dat wij dat verschil niet meer kunnen zien. In het Grieks hoeft een voltooid verleden tijd niet per definitie definitief voltooid te zijn en kan het zich herhalen. Maar in deze tekst gaat het om een handeling die in het verleden is gebeurd en die definitief is. In Christus hebben wij onze plaats in de hemel al ingenomen als we in Hem geloven.
En vanuit die gedachte, zegt Paulus hier dat onze wandel in de hemel is. Nee, hij zegt ook niet dat dit moet gebeuren, maar hij stelt dat het zo is. En vandaar ook deze vraag: Waar wandel jij? Paulus zegt dat velen elders wandelen. En het vreemde is dat hij in de verzen 17 tot en met 19 spreekt over wandelen, maar in het 20e vers vertaald de Statenvertaling wel met dat onze wandel in de hemel is, maar in de grondtaal gebruikt Paulus daar juist niet het woord dat we met wandelen kunnen vertalen. De Statenvertalers hebben de lijn van het betoog voortgezet, terwijl Paulus hier toch iets anders zegt. Hij gebruikt hier het werkwoord voor beginnen en net het deelwoord van wandelen en hij spreekt hier van een staat of land. Letterlijk vertaald staat er eigenlijk: Ons begin is en de staat van de hemelen. En dan het woord staat in de zin van een koninkrijk, zoals wij wonen in de staat Nederland. Het begin van ons ‘zijn’ is dus al in de hemel. In Christus zijn Gods kinderen dus al in de hemel. En dan kun je zeggen, zoals de Statenvertalers zeggen dat onze wandel in de hemel is. Dat staat er zo niet, maar dit is wel het gevolg. In beginsel zijn wij met Christus al in de hemel.
En eigenlijk zegt Paulus tegen jou en mij dat er maar twee manieren zijn om te wandelen. In de eerste plaats in navolging van Christus en in de tweede plaats wandelen zoals er velen wandelen, welker god is hun buik en wiens bedenken dat aardse dingen zijn. En daarvan zegt Paulus: Daar doe ik niet aan mee, in tegendeel, ik jaag naar het wit van de overwinning van de roeping van God, die boven is in Christus Jezus. Waar wandelen wij? En waar jij wandel, daar zul je straks zijn op de dag dat de hemelen opengaan en Jezus terugkomt op de wolken van de hemel. Trouwens… zie je daar naar uit? Paulus zegt: mijn leven is al in de hemel, waaruit ik Jezus, mijn Zaligmaker verwacht. Ja, dat kan niet los van elkaar. Durf jij als je opstaat naar buiten te kijken of er wolken zijn? Wolken waarop Jezus straks zal terugkomen. En als de lucht dan strakblauw is, heb je dat dan wel eens dat je denkt: Geen wolken waarop Jezus nu terug kan komen? Ik weet wel dat dit denken natuurlijk niet klopt met het zicht op de macht van God, maar je begrijpt wel wat ik bedoel. Als je leven in de hemel is in Christus, dan zie je toch uit naar die dag, dat Jezus zal komen met eer en heerlijkheid? Heere, wanneer is die dag dat U zult komen met eer en heerlijkheid gekroond? Wanneer is nou eindelijk die dag dat ik verlost mag zijn van alle strijd en moeite op deze aarde? Het drukt mij zo vaak terneer en ik vind het vaak zo moeilijk om mijn wandel te hebben in de hemel omdat er zoveel is dat op deze aarde aan mij trekt. Er zijn zoveel banden die mij binden. En toch zegt Paulus dan: Maar onze wandel is in de hemel. Kun jij je dat voorstellen dat je in de hemel wandelt? Kun jij je daar wat bij voorstellen? Want dit wandelen in de hemel, heeft wel alles te maken hoe je hier op aarde bent. En we moeten ons dan de vraag stellen wat dan dit wandelen in de hemel is. Hoe zal dat zijn? In de hemel zullen we dag aan dag wandelen voor Gods aangezicht in volledige zuiverheid en heiligheid. Daar zullen we helemaal leven naar de maat van God en daar zal het leven, een leven zijn met Jezus als het middelpunt van ons bestaan. Het Lam van God zal daar eeuwig op de troon zitten en eeuwig alle aanbidding krijgen door ons aanbidden in lofzang, maar ook in alles wat we daar zullen doen.
Besef je wat dat is, als je een kind van de Heere mag zijn? Dan ben je daar al op deze manier in Christus. En het is moeilijk om je dat voor te stellen, maar het Hoofd van het Lichaam woont al in de hemel. Het bedenken is een hemels bedenken voor Gods kinderen. Ja, nee, ik zeg niet dat het hier alreeds volmaakt is. Nee, was het maar zo, want het is hier een leven in zonde en verdrukking. Maar toch, toch wordt dat meer en meer het verlangen van Gods kinderen om hier op aarde te leven zoals straks onze wandel in de hemel zal zijn.
Dan is dat woord dat het begint, niet zo verkeerd gekozen van Paulus. De King James vertaling vertaald deze tekst dat onze conversatie al in de hemel begint te zijn. Daar moet je eens over nadenken. Ons overleggen is op het hemelse niveau. Overigens kan dat vanuit de grondtaal ook zo vertaald worden. Het kan vertaald worden met staatbestuur. Dit wijst op het meeregeren met Christus. En dat krijgt nu al vorm in het leven met de Heere: Wat wilt U dat ik doen zal, of hoe wilt U dat ik het doe.
Is jouw leven zo gericht op de hemelse wetgeving? Gericht op het hemelse leven, alsof je daar al bent. Een heilig leven en overleggen voor Gods aangezicht? Dat is het leven van Gods kind, wel hier op aarde, maar ten diepste al in de eeuwige heerlijkheid. Waar is nu je schat? En waar wandel je naar? Naar het goeddunken van je eigen hart en naar de norm van dit aardse bestaan? Is dat zo? Misschien moet jij je eens afvragen Wie Jezus dan voor je is. Is Hij dan wel jouw hartsverlangen? Of erger: Is Hij dan wel je Koning? Of ben je op weg met hen die van hun aardse leven hun god hebben gemaakt, en van wie het einde is het verderf? Kijk, Paulus kan hier wel spreken over Gods kinderen en tegen Gods kinderen en hun leven hier op deze aarde, maar daarmee zegt hij wel dat als dit ontbreekt, dat er iets niet klopt. En zeg nu niet dat ik zeg dat je hier op aarde heilig zult leven, nee zeker niet. Maar het gaat Paulus hier ten diepste niet om het wandelen in de hemel al zijnde het volmaakte, maar hij gebruikte immers het werkwoord beginnen. Is je leven in beginsel nu gericht op het hemelse. En dat dit niet volmaakt is en dat je zo vaak terneer gedrukt wordt, daar kom ik nog op terug. Maar eerst dit: Is in beginsel je leven een wandelen in de hemel? In beginsel je leven alsof je voor Gods aangezicht wandelt? Nee? dan moet er dringend wat veranderen in je leven, beste vriend. Als dit beginsel er in verlangen niet is om met de Heere te leven en om het hemelse leven hier gestalte te geven, zijn er dan wel vruchten van dankbaarheid en is je leven dan wel daadwerkelijk geborgen in Christus? Daar waar Christus Zijn werk in je leven is begonnen en Zijn Geest heeft gegeven die je vernieuwd en gelijkvormig maakt aan Hem, daar komt meer en meer het verlangen om naar de maat van Hem te leven. O, en het is zo vaak niet die maat, maar het verlangen om het nu te leren en het uitzien naar de wederkomst om dan in eeuwigheid volmaakt te mogen leven met Jezus, dat komt voort uit het leven met Hem. En ik ga er niet meer woorden aan wijden dan alleen nog de vraag of dit zo is? En als dit niet zo is, dan kan ik niet anders dan je wijzen op Jezus. En dan wil ik je nog een keer vragen of je naar Zijn handen wilt kijken. En kijk eens, ze vertonen wonden van de spijkers. Weet je waarom? Het zijn de wonden van Zijn werk hier op aarde. Zijn werk om zondaren zalig te maken. Wonden die Hij opliep om jou te redden en het zijn handen waarin jij je mag laten vallen, zodat Hij ook jou leven zal zetten in Hem in de hemel.
Ja, hoor ik je nu zeggen, maar het lukt mij niet om zo te leven. Nee, mij ook zo vaak niet! Het zijn zo vaak de zorgen en moeiten van dit leven die mij zo doen beseffen dat ik nog zo ver van Huis ben. Het zijn vaak mijn zonden waardoor ik denk dat ik echt nooit Thuis mag komen. Zonden misschien waar niemand wat vanaf weet, maar waardoor je misschien niet eens in Gods nabijheid meer durf te komen. Mijn wandel in de hemel? Het tegendeel is zo vaak waar en zo vaak zit ik aan het stof gekluisterd. Daar zegt je ziel ‘ja’ op hč? Toch zegt Paulus: Maar onze wandel is in de hemel. Het is in de eerste plaats een zaak om niet alleen te geloven dat je zonden vergeven zijn als je tot Jezus vluchtte, maar het is ook de zaak om te geloven dat voor God je wandel in de hemel is. God ziet jou in Christus aan en dan is jouw wandel werkelijk in de hemel. Net zoals God jou ziet als rechtvaardig, zo ziet Hij jou ook in Christus in de hemel.
Maar hoe kun je dan nog op aarde verder? Paulus spreekt in het vervolg van het verlangen naar de komst van Jezus en die zal ons lichaam dat nu nog aan het stof gekluisterd is, dat nu nog een verderfelijk lichaam is, straks veranderen in een verheerlijkt lichaam. En hoe kan Paulus dan toch hoop houden? Hoe kan zijn wandel dan in de hemel zijn? Mijn blijdschap en kroon, staat alzo in de Heere. Hij verblijdt zich in de Heere. In Wie de Heere is. Als jouw wandel in de hemel mag zijn door en in Christus, waarom blijf je dan naar beneden kijken? Waarom geloof je Gods Woord niet als Paulus zegt dat ons leven in Christus verborgen is bij God? Waarom kijk je naar alles wat jou moeite aandoet? Waarom kom je niet verder dan te zeggen dat het op aarde vaak zo moeilijk is? Ja, je hebt gelijk, het is ook niet makkelijk. Maar dat hoor je mij niet zeggen en ook Paulus zegt dat niet. Maar is dan datgene het waar jij je leven naar moet richten? Mijn blijdschap is in de Heere, zegt Paulus.
En ik geloof dat in vers 4 van het 4e hoofdstuk een heel groot geheim ligt. Want waarom zie ik op mijn moeite? Waarom zie ik op mijn pijn, op de diepte waar ik doorheen moet? Ben ik dan vergeten dat het door lijden tot heerlijkheid moet gaan? Weest mede mijn navolgers, zegt Paulus in vers 17 en het spoor dat hij hiermee wijst is het voetspoor van Jezus. Is dan een knecht meer dan zijn heer? Wist je niet dat je door lijden tot heerlijkheid moest gaan, zoals ook Jezus dat ging? Ben je vergeten dat Jezus zei dat wij door veel verdrukkingen moeten ingaan? En ik ben, samen met jou, geneigd om te zien dat wat voor ogen is. En wat zien we dan? Dan zien we een wereld vol boosheid, zonde, pijn, verdriet en strijd. Dat zie ik, in mijn eigen leven mijn zonden en zwakheid en om mij heen de strijd en de pijn waar ik telkens doorheen moet. En dan is het dit dat boven ligt en dan is het dat, maar er is altijd wat. En het gevolg? Mijn wandel is weer niet in de hemel, maar midden in de strijd van mijn bestaan en dat neemt mij in beslag en ik vergeet te kijken naar de kroon die is weggelegd? En ik vergeet te letten op de toekomst die dwars door alle moeite heen aanstaande is. Weet je… dan vergeten wij ons te verblijden in de Heere.
En hier ligt een geheim dat wij zo vaak over het hoofd zien. Hier ligt het antwoord op zoveel moeite. Nee, daarmee verdwijnt de pijn en moeite niet, echt niet. Maar door ons te richten op de Heere, kunnen we door de moeite en strijd heenzien naar Boven. Daar waar de Heere Zijn genade in je hart heeft uitgestort, daar mogen we ons gelovig richten op ons eeuwig Thuis. En daarom durft Paulus te zeggen, nota bene in de gevangenis: Verblijdt u in de Heere! En hij onderstreept het nogmaals: Ik zeg u: verblijdt U.
Vergeet je niet vaak om je te verblijden in de Heere, die dwars door alles heen je Vader is? Vergeet je niet vaak om je te verblijden in het werk dat Jezus deed? Waarom word je zo weinig stil onder de genade van de Heere. Wij kunnen ons eindeloos richten op onze ellende, maar daarmee vergeten we de blijdschap die er in Christus is. En daarom, hoe kom ik nu zover dat ik werkelijk mag ervaren dat mijn wandel in de hemel is? Het kan alleen maar als we onze ogen opheffen naar boven en ons werkelijk verblijden in de Heere. Hoofd omhoog, hart naar Boven, hier beneden is het niet. Broeder, zuster, je weet toch dat het hier beneden niet is. Laat daarom je wandel in de hemel zijn, waar de Heere is. Richt je ogen eens omhoog, daar zit Hij aan de rechterhand van de Vader die alles heeft voldaan. Hij zit daar die de Zijnen al heeft meegenomen naar de Hemel, zodat ze daar zouden wandelen voor Gods aangezicht. Lieve broeder en zuster, kijk in de hemel je Meester nu eens in Zijn ogen en kijk je Vader nou eens aan. Mag je je dan niet eindeloos in Hem verheugen. Dan klaagt de zonde mij hier wel vaak aan en slaat de moedeloosheid zo vaak toe. Zo vaak is het leven voor je gevoel onmogelijk, maar je leven hier op aarde is ook slechts een verplicht uitwonen. Maar laat dat de tijd dat we hier op aarde moeten uitwonen, en nog niet mogen inwonen bij de Heere, dan ook op aarde een tijd zijn naar de hemelse maat. En dat brengen wij niet op, want wij struikelen in velen. Ik weet het wel, maar komt dat niet vaak omdat we niet bewust voor Gods aangezicht leven en dat we vaak niet in intieme aanbidding leven? Komt het niet vaak omdat we vergeten om onze zegeningen in Christus te tellen? We wandelen zo vaak naar de aardse maat en treuren vanwege ons leven. Maar er is een hemelse maat en als jij in Christus bent, dan ben jij met Hem in de hemel gezet. Besef je dat? Dat schept verantwoordelijkheid, maar zorgt dat besef ook niet dat we ons verwonderen over zoveel genade van God? Ik las pas: Genade brengt Thuis. Ja, echt, dat is het. Maar genade laat je nu op aarde uitwonend, toch al inwonen bij God. Genade laat je leven richten op de hemel en laat je verlangen om je door de hemelse maat te laten leven. Verheug je in de Heere die je heil is, verheug je in de Heere die je enige houvast is, verheug je in de Heere, die voor je zorgt, verheug je in de Heere omdat Hij het is die straks zal komen om je te halen. Want als jij je zo mag verheugen in je Heere en God, dan ben je niet meer gekluisterd aan het stof, maar dan verhef jij je hart opwaarts in de hemel waar God is.
Is Hij niet het doel van onze lof? Ja, Hij is het doel van mijn bestaan. Zo kan ik leven in dit aardse tranendal, met mijn ogen gericht op de hemelse toekomst, waar mijn eeuwige Vader en mijn eeuwige Koning is in Wie ik mij mag verheugen in Wie Hij is. En hoe meer ik mij verheug in Hem, hoe meer ik mijn leven een wandelen is in de hemel. Dan durf ik voor Gods aangezicht te wandelen, want dan weet ik dat ik heilig en rein ben, omdat ik mij verheug in de eeuwige genade van God. Want als je je zo mag verheugen in de Heere, dan richt je blijdschap zich op het werk van Jezus en op de eeuwige zorg van de Vader. En het verheugen in dat werk, dat laat je vastklampen aan Jezus. Dan mag je het stof van deze aarde loslaten en je hart verheffen naar omhoog. Dan is het hier op aarde vaak nog een strompelen, maar dan, dan zullen we straks eeuwig huppelen van zielevreugd als we straks onze wens verkrijgen.
Het is hoog hč? Ik weet het en net als jij, broeder en zuster, kan ik zo vaak op deze hoogte niet komen, maar zullen we elkaar dan maar wijzen op het hemelse? Zullen we elkaar dan maar wijzen op Hem in Wie alles volbracht is. Laten we de dingen zoeken die boven zijn, waar Christus is en laat dan je wandel zijn in de hemel, gericht op Hem.
En nu weet ik dat jij, die Jezus niet kent, denkt dat dit taal uit een andere wereld is. En dan moet ik je zeggen dat dit zo is. Dit is de taal van de hemel en niet van de aarde. En daarom, de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die van de Geest van God zijn. Nee, als je ogen niet gericht zijn op Jezus, dan is deze hoogte niet mogelijk. Dan zie je misschien niet eens hoe je aan deze wereld verkleefd bent. Maar ook jij mag komen bij deze Jezus. Ook jij mag je ogen, misschien heel aarzelend, slaan op Jezus. Dat is genoeg hoor, Jezus vraagt niet zo veel van je. Hij zegt alleen maar: Zie op Mij. Je hoeft er niet eens voor op te staan, je hoeft alleen maar te zien op Hem. Je hoeft alleen maar los te laten wat je nu vast hebt en je vastgrijpen aan de eeuwige Rots van behoud, Jezus Christus. Ga nu niet proberen om je wandel wat hemelser te maken, maar durf de relatie met de Heere nu eens aan te gaan. Hij wil ook jouw hart vervullen en verzoenen. Jezus, Hij alleen. En dan zul je zien dat je Hem verwachten mag. Als je zo op Hem mag zien in alles wat Hij deed, dan ga je Hem liefhebben en dan verwacht je met de bruid uit het Hooglied, je Liefste. Dan zie je uit naar Hem die je straks eeuwig tot Zijn bruid zal werven. Kom joh, kom erbij en blijf niet van verre staan. Het zou je ondergang worden. Laat je wandel niet zijn op de aarde, maar in de hemel.
Heb je vragen? Klik op de envelop