Gods vrede in je hart


Weekoverdenking: 18 mei - 24 mei
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'

Lezen: Kolossenzen 3:1-17   -   Tekst: Kolossenzen 3:15 en 16

  1. Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.

  2. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

  3. Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.

  4. Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

  5. Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.

  6. Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid;

  7. In dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet.

  8. Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uwen mond.

  9. Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken,

  10. En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;

  11. Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen.

  12. Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid;

  13. Verdragende elkander, en vergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo.

  14. En boven dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid.

  15. En de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in een lichaam; en weest dankbaar.

  16. Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.

  17. En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem.

Ben jij een heilige? Ben jij door God bemind? En vooral, heb jij de vrede met God in je hart? Echte vrede met God? Nee, niet alleen als jij je goed voelt, niet alleen als jij het vandaag goed gedaan hebt in je eigen ogen, maar elke dag Gods vrede in je hart? En woont het Woord van Christus in je? 

Hoge woorden hè? En ieder woord dat Paulus hierbij toevoegt, dat maakt mij alleen maar kleiner, alleen maar hopelozer want ik ben niets. Zo doet dan aan als uitverkorenen van God… Ik een uitverkorene van God? Ik die vandaag weer in zoveel zonden viel? Heeft Paulus het hier over mij en over jou? En dat verdragen van elkaar? Nou dat gaat vaker fout dan goed. Ja, en die vrede van God is vaak zover te zoeken. Er zijn zoveel momenten in mijn leven dat ik die vrede helemaal niet ervaar. En het maakt mij vaak zo twijfelachtig. Of misschien moet jij wel zeggen dat je die vrede van God nog nooit hebt ervaren. Ja, je zegt misschien wel dat Jezus voor je zonden is gestorven, dat staat toch in de Bijbel? En vervolgens als het over het leven met de Heere gaat en over die vrede met Hem, dan lijkt het wel of je er niets meer van begrijpt. 

Volgens Paulus is het duidelijk dat die vrede van God in je hart aanwezig moet zijn. Sterker nog, Paulus zegt dat de vrede van God moet heersen in je hart. Hij doet daar nog enkele uitspraken aan vooraf gaan om duidelijk te maken wat hij bedoeld. Maar is dit nu werkelijk het punt waar we moeten beginnen? De vrede van God in je hart en ook in je hart Zijn Woord. En ik hoor sommigen al zeggen: maar dit kan Paulus toch niet tegen iedereen zeggen? Het is toch niet mogelijk om in onze gemeenten te zeggen dat de vrede van God in je hart woont. Er is toch verschil tussen hen die geloven en hen die niet geloven met hun hart? 

Wat wil Paulus nu eigenlijk? En wie spreekt hij nu eigenlijk aan? Om nu te begrijpen wat hij bedoelt, zullen we terug moeten naar het begin van het hoofdstuk. Het is niet zo dat de dingen die hij beschrijft in de verzen twaalf tot en met zeventien zomaar losstaan in de tekst. Het gaat hem er ook niet om, om te vertellen op welke manier je die vrede kunt krijgen in je hart. Maar hij stelt dat die vrede moet heersen in je hart. Het gaat hier niet om een woord waarbij wij passief zouden zijn, maar het gaat hier om een woord in de actieve zin. Hij zegt niet: de vrede van God moet gaan heersen in jullie hart, maar hij geeft het hier als een bevel mee aan zijn lezers. Laat de vrede van God in je hart heersen. En waarom wil hij dat dan? Als die vrede van God in je hart heerst, dan heerst er ook vrede onder elkaar en zal de dankbaarheid zichtbaar worden in het hart van de gelovigen en wordt de gemeente een gemeente van vrede en liefde. Met andere woorden: de gemeente van Jezus Christus moet geheel en al lijken op haar Meester. En daarom maakt Paulus aan het begin van dit hoofdstuk wel een heel duidelijke opmerking. En dat is de voorwaarde die hij stelt om nu aangesproken te worden. 

Paulus zegt niet dat je moet voldoen aan allerlei wetten en regels om bij Jezus te horen en bij Zijn gemeente. Maar hij stelt dat als je bij Jezus en Zijn gemeente hoort, dan heeft dat gevolgen. Zodra we het omdraaien dan blijven er slechts vrome godsdienstige mensen over die denken dat ze hun eigen zaligheid kunnen verdienen. Nee, Paulus spreekt heel nadrukkelijk tegen hen voor wie het eerste vers geldt. Indien gij dan met Christus opgewekt bent, dan… Als het dan zo is dat je met Christus bent opgewekt, dan heeft dat gevolgen voor je leven nu op deze aarde. Maar om met Christus te zijn opgewekt, betekent het dat je ook met Christus gestorven moet zijn. En dat zullen we vandaag eerst helder moeten hebben om verder te kunnen. Ben jij gestorven? Ben jij aan het kruis gegaan, toen Jezus daar hing. Of met andere woorden: Hing Jezus daar in jouw plaats? Als dat zo is, dan ben jij met Hem gestorven. Het is een term die Paulus wel vaak gebruikt. Vooral ook in de Romeinenbrief komen we deze uitspraak tegen. Het betekent niet dat Paulus letterlijk is gestorven, maar hij zegt niets anders dan dat Christus daar hing voor hem en daarmee stierf niet alleen Christus, maar ook hijzelf. Toen ik Jezus leerde kennen als mijn Zaligmaker, ben ik voor God in mijn zondige natuur dood. Dan ziet God mij in Christus de straf dragen. Dan is dus de zonde aan mij gestraft in Christus. En dat heeft radicale gevolgen. Dat betekent dat mijn oude mens is gestorven, maar het betekent ook dat als ik met Christus hing aan het kruis, één met Hem, dat ik ook met Hem ben opgestaan. Door het geloof in Jezus Christus ben ik één geworden met Hem. En dat in het dragen van de straf, maar ook toen God de Vader Jezus wakker riep uit het graf, toen riep Hij ook mij wakker en mocht ik met Hem opstaan. En daardoor mag ik leven voor God, zoals Jezus leeft voor Zijn Vader. En daarmee mocht ik van een vreemdeling, Zijn kind worden. En hier moeten we niet aan voorbij gaan. Welke identiteit heb jij? Ben je levend voor God met Christus, of ben je voor God dood in je zonden en misdaden? Als je niet met Hem bent gestorven, als jij niet in Christus bent geborgen, dan gelden deze woorden van Paulus dus niet voor jou. Want als ik vandaag dan tegen je zou zeggen dat ze ook voor jou zouden gelden, dan zou jij denken dat je door te doen wat God vraagt, de hemel nog zou kunnen verdienen. Nee, zegt Paulus, nee, alleen als je met Christus bent opgewekt.

En als dat zo is, dan moet je gericht zijn op Boven. En ik zeg niet dat je daarin volmaakt moet zijn, maar ik zeg je wel dat dit het leven is dat hoort bij het opstandingsleven met Christus. Je bent dan niet volmaakt in jezelf, maar Paulus zegt dan al eerder in hoofdstuk twee dat je dan in Hem volmaakt bent. En daardoor heeft God het bewijs van de zonde, dat tegen je getuigde uitgewist. 

Maar als dat niet zo is, dan ben je dus nog in je zonden! En het enige dat je daarvan kan verlossen is dat je Christus Jezus moet aannemen. Zo zegt Paulus dat in het 6e vers van hoofdstuk 2. Gelijk gij Christus hebt aangenomen, wandelt in Hem. Zo spreekt hij de gelovige aan, maar daarmee wijst hij direct de weg voor jou, als je vandaag moet zeggen dat je van verre staat en niet gelooft dat Jezus je zonden heeft vergeven. En het is niet vreemd dat Paulus de ongelovigen niet direct aanspreekt, want hij schrijft deze brief aan de heilige en gelovige broeders in Kolosse. Maar daarmee sluit hij niet jou uit die zegt dat hij nog in zijn zonden leeft. Nee, want indirect wijst Paulus je wel de weg in deze brief: Neemt dan aan Jezus Christus. Omhels Hem in het geloof. Aanvaart Hem als Hij zegt dat Hij voor jou wilde sterven en buig voor Hem. Want Christus heeft Zich bekend gemaakt opdat jij, gelovende, het leven zou hebben in Zijn Naam. Kom tot de Heiland en treuzel niet langer. Hij strekt Zijn handen naar je uit en wil ook jouw Redder zijn. Blijf nou eens niet weg bij Hem, maar al Hem met al je zonden te voet en vertel Hem dat je zonder Hem echt niet leven kunt. Vertrouw Hem blindelings op Zijn Woord. Hij heeft gezegd dat als jij komt, Hij je niet zal wegsturen. Ga dan eens zo, op grond van Zijn eigen woorden en beloften. Dan ben je behouden, want dan ben jij met Hem gestorven. 

En als dat dan zo is, dan zegt Paulus dat de vrede van God in je hart moet heersen. Hij zegt nog veel meer in dit gedeelte van het hoofdstuk, maar laten we ons maar beperken tot die vrede van God en het Woord van God. Die beide dingen moeten leven in je hart. Dat is aan de ene kant een bevel, maar tegelijk is het ook de troost die dat met zich meebrengt. En die vrede van God die heerst zo vaak niet in je hart. Ook na ontvangen genade moet ik zo vaak klagen dat die vrede van God helemaal niet heerst in mijn hart. Er is zo vaak meer onrust en onvrede en rust en vrede. Ik leef voor mijn gevoel vaker op voet van oorlog dan dat er vrede is. En dan legt Paulus ons hier het bevel op dat de vrede van God moet heersen in je hart. Daar word je toch helemaal hopeloos van? “Paulus, heb jij dat dan altijd?”, zouden we kunnen vragen. Maar toch zegt Paulus het hier niet voor niets. Laten we er op letten in welk gedeelte van de brief dat Paulus dit hier zegt. Hij zegt het hier in het gedeelte dat hij spreekt over de onderlinge liefde. En daarom is die vrede met God zo belangrijk. Die vrede met God, zal er voor zorgen dat we die vrede ook met elkaar zullen houden. Is het niet zo dat hoe meer je de vrede van God in je hart hebt ontvangen, hoe minder je last hebt van anderen? Ten diepste gaat het hier dus over twee soorten vrede. In de eerste plaats om de vrede met God om daardoor persoonlijk in de volle zekerheid van het geloof te mogen staan, maar in de tweede plaats zal deze vrede tot zegen en opbouw van het lichaam van Christus zijn. En daarom durft Paulus hier te zeggen dat de vrede van God moet heersen in ons hart. Maar tegelijk wordt dan nu heel duidelijk waarom Paulus in dit hoofdstuk begint met: “Indien gij dan met Christus opgewekt bent”. Deze vrede kan onmogelijk bestaan buiten het werk van Christus om. Als jij niet weet dat je met Christus gestorven bent en opgewekt bent, dan ligt het bevel er wel dat die vrede zal heersen in je hart, maar het is alleen via die weg te bereiken waar Paulus zijn brief mee begint. 

En zo spreekt Paulus altijd. Hij geeft niet het recht om te zeggen dat als je onbekeerd bent dat je niets hoeft te doen met die zaken die hij noemt met betrekking tot het leven met de Heere. Nee, dat bevel blijft staan, maar tegelijk zegt hij dat dit niet door een wettische godsdienst is toegestaan. Veel meer laat Paulus zien, dat als deze vrede van God je onbekend is, dat er al eerder iets niet klopt en dat jij jezelf de vraag moet stellen of je wel met Christus bent opgewekt.Met dat ik dit zo benoem, moet ik heel voorzichtig zijn omdat ik maar al te goed weet dat je als kind van God zo vaak die vrede in je hart mist en dat je zo vaak vol bent van onrust en onvrede.  

Maar als God dan hier door Paulus van ons eist dat Zijn vrede woont in ons hart, hoe kom ik dan tot een leven in Zijn volle vrede. Je zou bijna zeggen dat deze vrede vanzelfsprekend aanwezig zou zijn als we heilig zouden leven, elkaar zouden vergeven en in liefde tot elkaar zouden leven. En het is waar dat als de gemeenschap der heiligen functioneert dat dan de vrede van de Heere zo sterk daarin meekomt, dat je zo vaak mag ervaren dat het een hemel op aarde mag zijn. Waar de barmhartigheid en de zachtmoedigheid, waar het leven met elkaar als kinderen van God functioneert en waar we elkaar niet verketteren, maar elkaar in liefde dragen en elkaar omringen met een muur van gebed, daar daalt de diepe vrede van God in je hart. En weet je, dan zou je uren kunnen delen met elkaar van het leven met de Heere. Daarom hoort vers 16 er ook helemaal bij. Want dat leren en vermanen van elkaar dat is niet zo direct dat we elkaar, binnen het lichaam van Christus, moeten bestraffen, maar veel meer dat we elkaar mogen opscherpen rond Gods Woord. Dan mag je elkaar de hoop bieden vanuit Gods Woord. En ik wenste wel dat dit de dagelijkse praktijk van de gemeente van Christus zou zijn. 

Is dat ook je verlangen? Niet om als individu te leven, maar om elkaar door de liefde te dragen? Om er voor elkaar te zijn en zo elkaar te voeden, zodat met en door elkaar het Woord van God rijkelijk in ons zal wonen? Of leef je voor jezelf? Ik merk dat heel veel van Gods kinderen inderdaad voor zichzelf leven en dat de diepe gemeenschap der heiligen ontbreekt, terwijl dat dit juist datgene is dat de Heere ons wil geven om vast te mogen staan in het geloof. Maar hoe komt het dan dat we niet zo delen met elkaar? Of, in ieder geval, dat dit zo weinig gebeurt? Praten kunnen we wel, maar elkaar troosten en vermanen met lofzangen en geestelijke liederen. Waarom delen we maar zo weinig van de blijdschap in Christus? Want geeft dat niet een hele diepe vrede met God in ons hart? Paulus weet het maar al te goed dat het zo is. En wij? We zijn zo druk met van alles en nog wat en we nemen niet de tijd om ons met elkaar in liefde te verblijden in Gods grote daden. En dan ontbreekt het vergeven van elkaar al helemaal. En vervolgens klagen wij steen en been dat we zo weinig van de vrede van God ervaren. Je bent geroepen tot één lichaam, zegt Paulus. Waarom is er dan toch zoveel schroom, waarom bouwen we elkaar maar zo weinig op? En waarom verketteren wij elkaar makkelijker dan dat we elkaar vergeven? Het hangt allemaal met elkaar samen. En dit is zeker: de vrede van God zal sterker en dieper worden als we leven zoals Paulus ons hier zegt. Maar we moeten een stap dieper om dit te vinden. Ik kan vandaag goed zeggen dat we elkaar moeten vergeven en dat we zorg moeten dragen voor elkaar. Maar wanneer zal dit pas echt een feit worden? Wanneer is het pas echt zo dat wij dit leven met elkaar zullen delen? Vanuit diezelfde vrede met God! De gemeenschap der heiligen, de onderlinge liefde zal deze vrede dieper en hemelser maken, maar komen we er vaak niet toe omdat er iets anders mis is? 

Mag ik jou eens recht in je ogen kijken? Moeten we niet zeggen dat we vaak niet eens durven te delen omdat we twijfelen aan die opstanding met Christus en dat we daar als kinderen van God veel en veel te weinig uit leven? Ligt daar ten diepste niet het grootste probleem? Als je dan met Christus bent opgewekt, zoek dan de dingen die Boven zijn. Dat waren toch de woorden van Paulus? Als je dan met Christus bent opgewekt… Weet je, de nadruk ligt bij ons zo vaak op dat ene woordje: ‘als’. Wij laten de twijfel zo makkelijk toe in ons leven en daardoor durven we vaak elkaar al niet meer te vermanen en te leren. Want wie ben ik, dat ik zou durven zeggen dat al mijn zonden vergeven zijn en wie ben ik dat zo hoog zou durven opgeven van mijn leven met de Heere. Dat leven ontbreekt zovaak en dan moet ik anderen leren en vermanen? 

En merk je hoe het ene met het andere samenhangt? Juist het spreken met elkaar van Gods genade laat het vuur branden in de harten van Gods kinderen, maar tegelijk hangt dat spreken met elkaar weer af de zekerheid waarin je zelf leeft. En als je dan met Christus bent gestorven, dan ben je ook met Hem opgewekt in het nieuwe leven met Hem. Als je met al je zonden kwam aan de voet van het kruis en je Jezus leerde kennen als je Zaligmaker, dan ben je met God verzoend! Besef je dat, maar vooral, kun je dat ook geloven? Kun je werkelijk geloven dat de verzoening met God niet afhangt van wat jij er deze week van terecht gebracht hebt of gaat brengen? Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God. Besef je, dat je niet gerechtvaardigd wordt door je leven hier en nu, maar dat je rechtvaardig bent voor God door het geloof in Christus? Als je verzoend bent, door Christus, dan heb je vrede met God. Ik weet wel dat je die vrede niet altijd ervaart, maar de oorlog tussen God en jou bestaat niet meer en je hebt door Christus weer vrede met God. God staat niet meer op voet van oorlog met je, maar Hij heeft vrede met je gemaakt door Christus. 

En stop er nu eens voor eens en voor altijd mee om je heil, om je vrede, om de zekerheid te zoeken in hoe jij je voelt, en hoe jij je gedragen hebt vandaag, maar zoek je houvast voor eens en voor altijd eens in Jezus Christus, door Wie jij vrede HEBT met God. En vanuit dat geloof, dat het niet van jou afhangt, dan zul je die vrede met God ook ervaren. Maar zolang jij je zaligheid en de zekerheid daarvan afmeet van jou gevoel, dan heb je nooit die vrede met God in je hart, terwijl God wel vrede heeft met jou. En dan, dan leef je onder de maat. En dan komt ook die vrede van God naar je naaste toe nooit zo tot stand zoals Paulus het hier benoemd. Als die vrede er niet is vanwege je rechtvaardiging door het geloof alleen, dan is delen zo moeilijk. Want weet je wat het grote probleem dan is? Dan blijf je zien op je zonden en dat verlamd je. Maar weet je wat Paulus zegt? Hij zegt dat hij de meest vreselijke misdadigers was, dat hij de gemeente vervolgde, dat hij een Farizeeër was, maar door de genade van God, ben ik die ik ben. En Paulus kan over zijn eertijds praten, met pijn dat wel, maar met de vrede van God in zijn hart omdat Gods genade door het geloof in Christus, hem voor eeuwig en altijd heeft vrijgemaakt van het oordeel van God. Maar Paulus houdt enkel en alleen vast aan Gods Woord en belofte en leeft dan niet meer uit wat hij ziet in zijn leven. Het goede dat ik wil dat doe ik niet en het kwade dat ik niet wil dat doe ik, zegt hij dan. Maar, zegt hij dan, ik dank God door Jezus Christus en daardoor kan niets en niemand mij ooit meer scheiden van de liefde van God. Nooit meer, broeder. Geen moment zul je meer gescheiden zijn van de liefde van God, zuster. Nooit meer!! Maar besef je dat echt voluit? Besef je dat je voor God staat zonder vlek of rimpel? Besef je dat God nooit meer op je zal toornen. O, dan doen die zonden wel pijn, maar misschien heb jij die zonden wel nodig, zodat je je nooit meer zou verheffen boven die ander en dat je daardoor juist moet leren om te vergeven. Dan zal de vrede van God heersen in je leven. Maar laat de duivel niet toe, die telkens zegt dat jij geen vrede hebt met God. Want die vrede ligt echt niet vast in wat jij er van voelt, maar in wat jij mag geloven in Christus. En dan zal die vrede van God werkelijk heersen in je leven. En daarom moet dat Woord van God rijkelijk in je wonen, zodat je meer en meer je leven maar funderen op dat Woord! En waar dat de praktijk mag zijn van je leven, daar leer je niet te zien op dat wat voor ogen is, maar daar leer je zien wat van God is! Dat is vrede met God, en dan mogen we elkaar leren en vermanen, dan mogen we met elkaar de lofzang aanheffen! Dan zingen we met elkaar psalmen, zelfs in de nacht waarin ik Hem verwacht. Maar dan zullen we elkaar ook omhoog zingen uit de diepten van die leven. Mijn ziel wacht sterker op de Heere, dan de wachters op de morgen.  

En vanuit die eenheid en dat geloof zal de liefde tot God en tot elkaar tot volmaaktheid groeien. Maar nu nog één ding. Als je met Christus bent opgewekt, ja dan is dit bovenstaande zo waar. Maar als je dat niet bent? Je kunt alleen maar opgewekt worden als je gestorven bent. En als jij niet verzoend bent en levend ben in je zondige bestaan, dan is er maar ene weg. Dan kom je niet tot het leven door op eigen kracht deze woorden in praktijk te brengen. Dan komt er niets van terecht als je de ander gaat proberen te vergeven en om er voor de ander te zijn. Ik zeg niet dat dit niet goed is, maar het brengt je niet dichter bij God. Er is maar ene weg, en dat is de weg van het kruis. Jij moet sterven, zodat Christus in jou zal leven. Jouw zondige bestaan moet eraan. En dat kan alleen maar door te vluchten tot Jezus. Hij wil je zonden overnemen en ze wegdragen aan het kruis. En als je daar komt, daar bij Jezus, dan zal Hij je ook met Hem laten opstaan. Kom dan tot Hem, Die het zegt: Kom en je hart zal leven. Geef Mij je zonden, geef Mij je leven en Ik zal je het nieuwe leven geven in Mijn naam. Door het geloof mag ook jij rechtvaardig zijn in de ogen van Mijn Vader. Geloof dan dit heilrijke Woord en verhard je niet langer, maar kom tot Hem.

 * Heb je vragen? Klik op de envelop