Vader, Ik wil...


Weekoverdenking: 23 maart – 29 maart
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'

Lezen: Johannes 17:9-26   -   Tekst: Johannes 17:24

  1. Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw.

  2. En al het Mijne is Uw, en het Uwe is Mijn; en Ik ben in hen verheerlijkt.

  3. En Ik ben niet meer in de wereld, maar deze zijn in de wereld, en Ik kome tot U, Heilige Vader, bewaar ze in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij een zijn, gelijk als Wij.

  4. Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik ze in Uw Naam. Die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard, en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon der verderfenis, opdat de Schrift vervuld worde.

  5. Maar nu kom Ik tot U, en spreek dit in de wereld, opdat zij Mijn blijdschap vervuld mogen hebben in zichzelven.

  6. Ik heb hun Uw woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben.

  7. Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den boze.

  8. Zij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben.

  9. Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.

  10. Gelijkerwijs Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden.

  11. En Ik heilige Mijzelven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.

  12. En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen.

  13. Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.

  14. En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn;

  15. Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.

  16. Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld.

  17. Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend; maar Ik heb U gekend, en dezen hebben bekend, dat Gij Mij gezonden hebt.

  18. En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken; opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen.

Papa, ik wil een snoepje. Papa, ik wil… Dat klinkt wel heel erg bekend hè? Kinderen vragen nogal eens wat aan hun vader of moeder. En dan is er verschil tussen vragen en vragen. En kind kan aan zijn vader vragen om eten, maar een kind kan ook het laten bij een soort mededeling en dan allen zeggen wat hij eigenlijk wil. En of vader het er dan mee eens is of niet, maar het kind wil het. En als dat dan niet snel genoeg wordt ingewilligd, dan volgt er meestal een heftige uitbarsting. 

En nu zien we vandaag in onze tekst dat ook Jezus dit tegen Zijn Vader zegt. Hij vraagt niet iets, maar Hij stelt dat Hij het wil. En daarbij spreekt Hij dan ook Zijn Vader nog aan met rechtvaardige Vader. En zo op het gehoor klinkt dat net zoals dat een kind iets van zijn vader gedaan wil hebben en bij de aanspraak ‘papa’ ook nog een woord daaraan toevoegt dat vader zeker zal strelen en dat het kind eerder zijn zin krijgt. Toch is het bij Jezus zo niet. Hoe zou dat ook kunnen, want als er Iemand geweest is die Zijn Vader volmaakt heeft gediend en liefgehad dan was het Jezus wel. Hij die zonder zonden was, Hij maakt hier aan Zijn Vader Zijn wil bekend. Maar de Vader maakt toch Zijn wil bekend, dat doet Jezus toch niet? Nee, meestal is het God de Vader Die Zijn wil bekend maakt. In het zenden van Zijn Zoon, maakt God de Vader bekend dat Hij het behoud van mensen op het oog heeft. Daarmee maakt Hij Zijn wil bekend. En toch blijkt dat ook Jezus Zijn wil hier bekend maakt aan de Vader.  

En deze wil is aan de ene kant een enorme troost voor al Gods kinderen en een enorme bedreiging voor allen die Jezus afwijzen. Ik kom daar nog op terug, maar eerst moeten we even kijken op welk moment Jezus Zich bevind. Het 17e hoofdstuk van het Johannes-evangelie is een hoofdstuk met een diepte die wij bijna niet kunnen peilen. Jezus bidt hier niet meer voor de wereld. Hij bidt ook niet voor Zichzelf. Eerder deed Hij dat nog wel, toen vroeg Hij of de drinkbeker aan Hem mocht voorbij gaan. Maar nu is Hij op weg gegaan naar de laatste momenten van Zijn leven hier op aarde. De Vader heeft het Hem gezegd: “De drinkbeker, o Mijn lieve Zoon, U moet hem drinken tot de laatste druppel. Het is Mijn welbehagen dat gelukkiglijk moet voortgaan, en daarvoor moet U de prijs betalen. Het is Mijn welbehagen om mensen het leven te schenken, maar daarvoor moet betaald worden.” En hoe zouden wij in deze heilige samenspraak tussen de Vader en de Zoon ooit kunnen komen en met dat ik hier over nadenk en dit deel van het lijden van Jezus en het lijden van de Vader overdenk, dan verzinken in die zee mijn gedachten. Werkelijk dan gaat deze weg die God Zelf gaat tot het behoud van mensen zo diep, dat mijn gedachten verdrinken in de zee van Gods welbehagen en dan past alleen nog maar aanbiddelijke stilte. Dan kan ik alleen nog maar buigen in diepe aanbidding. Jij toch ook zeker? Jij kunt dat toch ook niet klein krijgen dat de Vader Zijn enige Zoon deze weg liet gaan voor een stelletje goddeloze zondaren zoals jij en ik zijn? In de zee van het lijden van Christus, blijven mijn gedachten niet boven water, maar daarin verzinken ze. 

En als nu de Vader het gebed van Jezus niet verhoord en Hem de drinkbeker volledig geeft, wat blijft er dan nog over voor Jezus? Toch een gebed. En wij hebben in onze Bijbels daarboven staan: het Hogepriesterlijk gebed. Jezus gaat als Hogepriester pleiten bij Zijn Vader voor degenen die Hem van de Vader zijn geschonken. Hier in de diepte van dit gebed, gaat Jezus over om de Zijnen bij de Vader neer te leggen voordat Hij hen hier op aarde moet gaan loslaten. Al de tijd heeft Hij hen omringd met Zijn liefde, met Zijn geduld en met Zijn bewogenheid, maar nu is er het moment dat Hij ze los moet laten en dat Hij Zelf zal gaan sterven. En dan komt zo nadrukkelijk Zijn priesterlijk ambt naar voren. Hij pleit voor de Zijnen. Met de dood voor ogen, maakt Hij het laatste klaar voor de Zijnen en Hij spreekt naar Zijn Vader toe Zijn laatste wilsbeschikking uit. Hij vraagt niets meer voor Zichzelf, maar Hij spreekt Zijn testament uit naar Zijn Vader. 

En het is alsof Hij zegt: Vader, Ik zal gaan sterven en Ik kan de Mijnen niet meer verzorgen, maar wilt U ze in de wereld bewaren? Wat een intense liefde en bewogenheid toont de Meester hier aan de Zijnen. En misschien dat jij je er iets bij voor kunt stellen hoe dat voor Jezus gevoeld moet hebben. Misschien heb jij mensen aan wie je heel erg verbonden bent. En zeker als je mensen hebt met wie je heel intens geestelijk verbonden bent, dan kan het zijn dat je voor hen bang bent dat jij eerder zult sterven dan zij. Zo moet het voor Jezus ook geweest zijn en Jezus kon niet eerder sterven dan dat Hij ook voor na Zijn sterven alles geregeld had voor de Zijnen. En dan bidt Hij slechts voor degenen die de Vader Hem gaf, degenen die in Hem geloofden, Zijn discipelen en degenen die door de discipelen in Hem zouden gaan geloven. Voor hen bidt Hij of de Vader hen wil beschermen in dit leven. Hij vraagt niet of de Vader hen uit dit leven wil wegnemen, maar Hij vraagt om bescherming en bewaring. En zo brengt Hij de Zijnen aan de troon van Zijn Vader.  

Maar dan in vers 24 verandert het gebed. Dan zegt Jezus: Vader, Ik wil. Jezus vraagt dan niet meer, maar Jezus maakt Zijn wil bekend. Jezus toont hier Zijn Godheid en Hij toont daarmee Zijn Goddelijke wil. Maar om iets aan dit gebed te hebben, moet je wel behoren bij hen waarvoor Hij Zijn wil bekend maakt. Jezus zegt: Vader, Ik wil dat daar waar Ik ben, ook zij zijn die Gij Mij gegeven hebt. Dat is nogal wat, dat Jezus hier vraagt. Waarom bidt Jezus eigenlijk niet voor de hele wereld? Hij had toch ook kunnen zeggen: Vader, Ik wil dat alle mensen daar zullen zijn, waar Ik zal zijn. En als Zijn wil Goddelijk is en ook die macht heeft, dan kon Hij dat toch doen? Ja, dat had Hij kunnen doen, net zo goed als dat Hij de macht had om Zichzelf aan het kruis te verlossen, waardoor het hele verlossingsplan van de Vader zou instorten. Hij deed dat toen niet, alleen omdat Zijn wil in overeenstemming was met die van Zijn Vader. De wil van de Vader, van Jezus en van de Heilige Geest is helemaal in overeenstemming met elkaar. En daarom hoeft Jezus hier niet te vrezen dat Zijn Vader deze laatste wilsbeschikking zou negeren. Jezus vraagt datgene dat is naar de wil van de Vader. Immers is Jezus, samen met de Vader en de Heilige Geest één enig God. Hij spreekt hier Zijn wil uit die voortkomt uit het Goddelijk, Drie-enig denken. En daarom bidt Hij hier niet meer voor de hele wereld, maar alleen voor degenen die Hem gegeven zijn. Want degenen die Hem niet gegeven zijn, zullen niet zaligworden, maar verloren gaan. Immers, dat zijn degenen die aan Jezus geen boodschap hadden in hun leven. Dat ben jij die als je sterft, Jezus je leven lang hebt afgewezen. En voor die mensen bidt Jezus niet, omdat Zijn wil en die van de Vader overeenkomen met elkaar. En de wil van de Vader is dat alleen zij behouden worden die in Zijn Zoon geloven. En daarmee is het de wil van de Zoon om alleen hen bij Zich te hebben waar Hij straks zal zijn. 

En weet je waarom de Vader alleen hen wil behouden? Weet je waarom de Drie-enige God in Zichzelf bidt voor hun behoud en niet voor dat van de hele wereld? Omdat de Vader de Zoon van eeuwigheid heeft liefgehad. Want, zegt Jezus, Gij hebt Mij liefgehad van voor de grondlegging van de wereld. En zou de Vader hen vrijspreken die Zijn Zoon veracht hebben in dit leven? Lieve vriend, vriendin, de Vader kan onmogelijk degenen vrijspreken die het offer van Zijn Eigen lieve Zoon hebben veracht. De Vader heeft Zijn Zoon zo lief, dat Hij het niet kan aanzien dat Hij mensen zou vrijspreken die het diepe lijden van Jezus hebben veracht. De Vader heeft Zijn Zoon zoveel moeten aandoen om de weg te bereiden van zondaren, dat Hij onmogelijk hen kan vergeven die Deze Prijs der ziele en dat rantsoen hebben veracht. Als jij Jezus veracht, dan doet het niet alleen Jezus pijn, maar ten diepste trap je God de Vader op Zijn hart. Wat???? Je trapt Zijn hart helemaal kapot. Want de Vader zag Zijn Zoon intens en onmetelijk diep lijden. En dat, omdat het Gods welbehagen was dat gelukkiglijk moest voortgaan. En daarom, daarom verbrijzelde Hij Zijn Eigen lieve Zoon. Omdat Hij had beloofd dat Hij een weg zou geven tot behoud. En het hele Vaderhart van God brak, toen Hij Zich afkeerde van Zijn Zoon en Hij Zijn Zoon hoorde schreeuwen aan het kruis: Mijn God, Mijn God, waarom heeft U Mij verlaten? Toen Hij Zijn Zoon zag, voor Wie Hij op dat moment geen Vader meer kon Zijn, omdat Zijn recht eiste dat er betaald werd. Zijn Vaderhart brak, toen Jezus leed! En daarom kon Jezus hier niet meer voor jou bidden als jij er voor kiest om verloren te willen gaan.  

En misschien wel met de beste en mooiste godsdienst in je broekzak. Maar als je Jezus verwerpt, aan Hem voorbij leeft, dan trap je de Vader op Zijn hart. En als je daarin sterft, dan kun je niet daar Zijn waar Jezus is. En daarom kan Jezus niet bidden voor hen die Hem verachten. Maar… Ja, ik weet het al, de excuses zijn er genoeg te bedenken. Ik weet al wat je zeggen wilt. Want degenen die behouden worden Zijn door de Vader gegeven aan Jezus hè? En als jij niet gegeven bent, kun jij er toch niets aan doen? 

Jezus zegt al eerder: “Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” Weet je… Het is waar hoor, alles dat de Vader gegeven heeft aan Jezus, dat zal tot Hem de toevlucht nemen. En het is zo verleidelijk om daar een punt te zetten. Maar Jezus zet een komma en zegt: En die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Daar spreekt Jezus met twee woorden. En dat eerste ziet Hij en is de reden dat Hij het tweede zal doen. Hij ziet wat Hem gegeven is en daarom zal Hij zondaren die komen niet uitwerpen. Maar voor jou en voor mij geldt dat wij het tweede zien en dat daardoor het eerste waar is. Voor jou en voor mij geldt: Ieder die tot Jezus komen zal Hij niet wegsturen en daarom ben je Hem gegeven door de Vader als jij komt. 

En zo liggen alle wettische en dogmatische smoesjes weer op de vuilstortplaats van de menselijke uitvluchten. En weet je… op die vuilstortplaats hangt een stank van menselijke hoogmoed dat denkt het beter te weten dan God Zelf. En daarmee legt God Zelf het bevel aan je hart dat je tot Jezus moet komen. Jezus heeft Zich voorgesteld als je Verlosser en Zaligmaker en Hij zegt: Kom tot Mij. Hij zegt niet: Gegevenen van Mijn Vader, kom tot Mij en Ik zal jullie behouden. Maar Jezus zegt: Kom tot Mij, allen!! En als jij komt, stuurt Hij je niet weg en ben jij Hem gegeven door de Vader.

Ik hoef niet meer te zeggen, toch? Je wist het al wel hè? Het ligt niet aan dat God jou niet gegeven zou hebben aan Zijn Zoon, maar het ligt er aan dat jij Jezus niet wil en dat jij Hem als de hoeksteen van je levenshuis op de vuilstortplaats gooit van menselijke uitvluchten. Vandaag zegt Jezus: Ik wil iedereen bij Mij hebben op de plaats waar Ik zal Zijn, maar zij moeten dat wel willen. En als de Vader hen niet mag geven, omdat ze tot Mij niet willen komen, dan kan ik niet meer bidden voor hen. En Mijn Vader wil het Mij niet aandoen dat Ik straks moet leven midden in een hemel met mensen die Mij niet willen als Zaligmaker. Vader heeft Mij zo lief, dat Hij Mijn offer niet een offer van alverzoening liet zijn. En daarom, kom!! 

Maar ben je nu gekomen tot Jezus? O, misschien met angst en beven, maar ben je gekomen? Gekomen, omdat je niet anders kon. Er was geen andere weg meer over dan Jezus alleen. Mijn zonden zweven mij steeds voor ogen en niets kon Uw heilig oog behagen. Niets, dan alleen een schuldverslagen hart dat in alles alleen op Jezus kon vertrouwen. En dan mag ik je vandaag troosten en bemoedigen. Want dan zegt Jezus vandaag voor jou: Vader, Ik wil… Wordt nu eens stil, midden in alle strijd en aanvechting? Jezus zegt: Vader, Ik wil… En dat terwijl ik niets meer te willen had, want alles dat God mij nog wil geven, kan Hij alleen nog maar uit genade doen. Maak mij maar tot één van Uw huurlingen, want dichterbij is echt niet meer mogelijk. Laat mij maar wonen in Uw schuur, maar niet in hetzelfde huis als U, dat kan echt niet.  

Maar weet je wat Jezus bidt? Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt. Of, Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die tot Mij gekomen zijn en die Ik niet wegstuurde. Jezus bidt niet meer voor je, Jezus beveelt Zijn wil bij Zijn Vader. Ik ga sterven Vader, voor degenen die U Mij gaf, maar Ik wil… Nee, Jezus zegt niet dat dit gelijk zal zijn, want het eerste gedeelte van het gebed blijft echt staan: Ik bid niet of U ze uit de wereld wegneemt. Nee, dat blijft nog staan, maar uiteindelijk, Vader, wil Ik hen bij Mij hebben, die tot Mij gekomen zijn. En Ik wil, Vader, dat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen. En omdat de wil van Jezus, gelijk is aan de wil van de Vader, is één ding heel zeker: de Vader zal deze wil van Jezus volvoeren. En daarom zal de Vader jouw val nooit toelaten. Deze wilsbeschikking van Jezus maakt dat jouw toekomst zeker is, als jij tot Hem kwam. De Vader zal hier Zelf voor instaan en Hij zal dit doen om dezelfde reden waarom Hij degenen die Jezus verwerpen zal weghouden uit Zijn nabijheid. Hij had Zijn Zoon lief en toen Hij Zijn Zoon overgaf om te sterven, brak Zijn hart, maar degenen die dat offer in aanbidding mochten aanvaarden en die weer verzoend werden met de Vader, die zal Hij ook werkelijk laten samenzijn met Zijn Zoon. Waarom? Omdat Hij Zijn Zoon zo liefheeft, dat Hij de Zijnen Hem niet zal onthouden. Want het is het verlangen van de Zoon om de Zijnen, de discipelen toen en degenen die door hen tot geloof zijn gekomen, nu, om met hen in eeuwige heerlijkheid te mogen zijn. De Vader heeft Zijn Zoon zo lief, dat Hij Hem dit nooit zal onthouden. En natuurlijk is er ook aan het Goddelijk recht voldaan, natuurlijk, maar de nadruk in het hogepriesterlijk gebed ligt nu op een ander punt: Want Gij hebt Mij liefgehad. 

Hoe is je leven nu? Kun je nog verder? Veel wederwaardigheden, veel rampen zijn het lot van de vrome, zegt de psalmdichter. Mijn geloof is vaak maar zo zwak en ik wankel en struikel zo vaak en zo menigmaal. Zou ik ooit de eindstreep wel halen? Kom ik ooit echt in de hemel? Mijn geloof is zo zwak en zo vaak dat het lijkt of ik God helemaal kwijt ben. Zou de Heere dan echt nog met mij van doen willen hebben? Mijn zonden waar ik zo vaak in val, de duivel die veel sterker is. En als ik kijk naar wat ik er van voel, dan zegt mijn gevoel mij zo vaak dat het bij mij niets is. Broeder of zuster, hoor eens, luister eens: Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt. Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn die tot Mij gekomen zijn. Dit is de wil van Jezus, dat Hij allen die op Hem vertrouwen straks in de eeuwigheid bij Hem zullen zijn. En de heerlijkheid waarin Hij al is ingegaan, daarin wil Hij ook met jou delen. En niet vanwege jouw standvastige geloof, niet omdat het zo was dat jij niet struikelde, maar omdat Hij als jouw Hogepriester verzoening teweeg bracht bij Zijn Vader en als Hogepriester voor jou bad. Moet je nog een sterkere zekerheid hebben? Wil je nog meer vastheid hebben in je aardse loopbaan? Het hoeft niet, want dit is zeker dat het gebed van Christus niet bleef bij bidden alleen, maar dat het bidden, willen werd en het willen overeenkwam met de wil van Zijn Vader. Liefde Gods, zo oneindig groot. Gods liefde tot Zijn Zoon is zo groot dat Hij die liefde uitspreidt over mensen die tot Hem zijn gekomen. Nog even, en de laatste wilsbeschikking van Jezus op aarde zal in vervulling gaan en de Vader zal Hem allen bij Hem geven, die hier op aarde al van Hem waren. 

De toekomst is aanstaande dat al Gods kinderen worden opgenomen in heerlijkheid. En de laatste woorden op aarde voor Zijn sterven tot Zijn Vader, staan er zeker garant voor dat de Vader zal doen wat Zijn Zoon wil. Is dat geen troost als alle machten hier op aarde kunnen woeden en dat de duivel lijkt te winnen. Vader, dat U hen bewaard van de Boze en Ik wil dat zij die tot Mij kwamen en die U Mij gaf bij Mij zullen zijn. Dat is Middelaarszorg van nu en voor straks. Op weg naar het Vaderhuis is Hij er Zelf bij en zal Vader zorgen dat al Zijn kinderen straks de heerlijkheid van Jezus mogen zien. En die heerlijkheid zal dezelfde zijn als waar Jezus in vers 5 al om vroeg. Verheerlijk Mij, Vader! En die heerlijkheid zal er ook zijn voor al de Zijnen. 

Maar als Jezus nu niet voor jou bidt? Als je Jezus afwijst? Ik weet niet of jij weet wat het is dat als iemand je totaal afwijst en dat je diegene niet in je nabijheid kunt verdragen. Dat een ander je zo kan negeren, dat je echt die ander niet in je omgeving kunt uitstaan. Dat kan hè? Zo is dat ook voor Jezus. Als je Hem zo afwijst en negeert, dan kan Hij je niet alleen vanwege je zonden niet in Zijn nabijheid verdragen, maar ook omdat je Hem zo afwees in je leven. Hij kan je dan echt niet uitstaan in Zijn heerlijkheid. Niet omdat Hij je daar niet zou willen, maar omdat je daar niet kunt zijn omdat je Hem afwees. Daar zit het op vast. En nog klinkt het: Komt allen! En allen die komen, neemt Hij tot Zich. En komen…? Dat is je leven in Zijn handen leggen met al je zonden en alleen op Zijn verzoeningswerk vertrouwen. Hem omhelzen als je Zaligmaker, omdat buiten Hem een eeuwig zielsverderf is. Want daar waar Hij je niet kan verdragen in Zijn nabijheid, daar blijft maar ene plaats over waar je dan nog terecht kunt. Dan blijft werkelijk de hel over. En dat terwijl het niet nodig is, want allen die tot Mij komen, zal ik geenszins uitwerpen. En voor diegenen maakte Jezus Zijn wil bij Zijn Vader bekend. Niemand hoeft daar buiten te vallen. Want het aanbod van Zijn genade ligt voor je. Komt allen, ook jij! 

 * Heb je vragen? Klik op de envelop