Huisgenoten en woonstede van God


Weekoverdenking: 16 maart – 22 maart
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'

Lezen: Efeze 2  -   Tekst: Efeze 2:19 en 22

  1. En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden;

  2. In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid;

  3. Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeer-lijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;

  4. Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft,

  5. Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden),

  6. En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;

  7. Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

  8. Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;

  9. Niet uit de werken, opdat niemand roeme.

  10. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.

  11. Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;

  12. Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld.

  13. Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.

  14. Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,

  15. Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;

  16. En opdat Hij die beiden met God in een lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.

  17. En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij waren.

  18. Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een Geest tot den Vader.

  19. Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;

  20. Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;

  21. Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere;

  22. Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.

Voel jij je ook zo Thuis bij Vader? Of niet? Misschien een vreemde vraag om zo mee te beginnen, maar toch is het wel dit waar het om gaat bij Paulus als hij het tweede hoofdstuk schrijft in de Efezebrief. Maar misschien moet ik de vraag nog maar wat stelliger stellen en vragen: Ben jij ook zo Thuis bij Vader? Ben jij zo eigen met de Heere, dat jij bij Hem woont en Hij bij jou? Nee, de Heere houdt niet van afstand, maar God is een God van nabijheid bij degenen die de Zijnen zijn. En deze keer zal blijken dat je een vreemdeling bent, of je bent een vreemdeling, maar tegelijk ben je thuis, of je bent thuis. Klinkt dat vreemd? Zo op het eerste gezicht wel, maar je bent vandaag een vreemdeling bij de Heere, of je bent een vreemdeling op de aarde. Want als je je thuis mag weten bij de Heere, dan ben je hier op aarde niet meer thuis en zul je ervaren dat je steeds meer en meer een vreemdeling op aarde wordt. Maar als je op deze aarde thuis bent, ben je voor God een vreemde en is God een vreemde voor jou. O, en misschien valt het in je eigen ogen nog wel mee, want je komt toch netjes in de kerk en hoort toch iedere week de boodschap uit de Bijbel? Maar laat ik je dan uit de droom helpen: Dan valt het niet mee, want je bent dan in het beste geval slechts een bijwoner. En ik weet het, er zijn slechtere plaatsen te bedenken, maar ten diepste sta je dan met lege handen.  

Ben jij een medeburger van het Koninkrijk van God? En een burger staat ingeschreven bij de burgerlijke stand. Zo is het toch? En een bijwoner is dat niet, die staat op een andere plaats ingeschreven. En burgers van een stad of een land hebben de rechten en plichten van die stad of van dat land. Maar daarmee vallen ze ook onder de zorg van de Koning van dat land. En dat alles geldt niet voor vreemdelingen en bijwoners. Die wonen misschien wel ergens, maar zijn rechteloos. Nee, inderdaad, dan heb je geen plichten ook. Als je de lijn doortrekt zou je kunnen zeggen dat ze zich niet aan de regels hoeven te houden die gelden voor een christenleven. Ik zou het zo zwart-wit niet willen stellen, omdat die regels niet alleen een regel van dankbaarheid zijn, maar ook het sociale leven mogelijk maken, maar soms denk ik wel eens: Deden al die vreemdelingen van Gods Koninkrijk het maar, dat ze niet al die regels zouden houden, dan zouden we heel wat minder wettische dode godsdienst hebben. Maar dat mag ik natuurlijk niet zeggen, want dan sta ik misschien wel op jouw tenen, die nog steeds bezig is om zonder God toch een christen te zijn en bezig is om zich op te werken tot een heel behoorlijke christen. Maar helaas je bent dan wel vervreemd van het burgerschap van Israël en je bent een vreemdeling van het verbond van de belofte en je hebt geen hoop en je bent zonder God in de wereld. 

Nee, nee, dat bedenk ik niet zelf, maar dit zijn de woorden van Paulus in dit hoofdstuk. Als je geen burger bent van Gods Koninkrijk, dan ben je zonder hoop en zonder God in de wereld. En straks als de tijd zal overgaan in eeuwigheid zul je in dat Koninkrijk wonen waarvan je een burger bent. En dit laat ik wel zo zwart-wit staan. En ik moet je teleurstellen en zeggen dat als je geen huisgenoot van God bent, dat je dan een huisgenoot van de duivel bent. Dan ben je in zijn rijk geen vreemdeling of een bijwoner, maar ben je daar thuis. Daar ben je het niet mee eens hè? Nee, natuurlijk niet, want je bent toch een heel behoorlijke christen, tenminste, je doet toch je best? Maar beste vriend, waar in de Bijbel leert de Heere ons dat er mensen zijn die op de weg naar de hemel lopen, mensen die op de weg naar het verderf lopen en dat er ook nog een categorie mensen is die netjes zich als christen gedragen? Lieve vriend, er is geen andere weg dan die van God en van de duivel. Ik kan er niet anders van maken en Paulus doet dat vandaag ook niet. Helaas voor die groep mensen die denken dat het wel goed zal komen omdat ze zo slecht nog niet leven en hopen dat God wel genadig zal zijn omdat ze een kerkbank hebben versleten.  

Paulus begint dit hoofdstuk door te zeggen dat de Efeziërs dood geweest zijn in de zonden en de misdaden, maar dat ze nu levend gemaakt zijn door Christus. En laten we één ding maar heel helder houden: Er is er maar Eén die levend maakt en dat is Christus. Met andere woorden: Als Christus in je leeft, ben je in leven en als Hij niet in je leeft ben je dood. Zelfs met de degelijke waarheid in je handen. Je kunt vijf keer per week in de kerk zitten, je kunt voldoen aan alle kledingnormen van een bepaalde kerk en misschien is de kleur van je kleding wel bepalend voor je schijnstatus, maar als je buiten Christus bent, dan ben je dood! Je leeft dan als een kind van de ongehoorzaamheid dat wandelt zoals de overste van het koninkrijk van de hel. Radicaal hè? Wij moeten het kleed van Christus gerechtigheid dragen. Merkkleding, daar Christus Zelf verdiend en om de schouders gehangen van de Zijnen. En Paulus maakt dan het onderscheid dat er in de eerste instantie ook helemaal geen mogelijkheid was voor de Efeziërs om zalig te worden, want ze waren geen burgers van Israël en daardoor waren ze vervreemd van het burgerschap van Israël. En wat Paulus nu wil zeggen is eigenlijk niet in de eerste plaats dat ze in Christus zijn gaan geloven, maar dat door Christus, God nabij is gekomen. De Efeziërs zijn niet dichterbij God gekomen omdat ze zo goed hun best deden, maar de Efeziërs zijn dichterbij God gekomen omdat God naar hen toe kwam. Zo is het hoor en echt niet anders. Want het heil was aan hun voorbij gegaan als God het heil niet aan de heidenen had geschonken. Er was immers geen enkele heiden die recht had op Gods beloften. Die waren immers alleen maar voor Israël. 

Het eerste wat gebeurde was dat Christus de muur die tussen Jood en heiden instond, afbrak. Het onderscheid liet Hij verdwijnen. En het bloed van Christus strekte verder dan alleen Israël en zo kwam ook de hele heidenwereld tot het heil. En wie is dan die heidenwereld? Is dat die Griekse wereld van toen? Ja, ook! Maar weet je wie er heidenen zijn? Jij en ik! Nee, wij hebben geen status aparte. Wij Nederlanders zijn echt niet een soort Israël van het westen dat daardoor aanspraak zou kunnen maken op de verbonden van de belofte. Dat blijken wij in onze hoogmoed nog wel eens te denken. Maar wij zijn net zo goed heidenen zoals de Griekse wereld dat was in de tijd van Paulus. Het enige volk waar God Zijn verbond mee had opgericht was Israël en alleen zij kwam het heil toe. Hen was de Messias beloofd. Totdat Christus kwam, want Hij brak die muur af. En dan gaan we nu niet in op de wijze waarop dit gebeurde, doordat Israël Hem verwierp, maar Christus bracht Jood en heiden weer bijeen en verkondigde hen beide de redding door Zijn bloed. 

Is dit dan genoeg om burger te zijn van het Koninkrijk van Jezus Christus? Laten we waarom dan eerst maar goed naar de tekst uit vers 19 kijken. Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, zegt Paulus. Hoe? Nou, zegt Paulus, zo! Zoals hij net heeft beschreven. En het hele eerste stuk van het hoofdstuk gebruikt hij om duidelijk te maken dat God Zelf Zijn werkveld heeft uitgebreid van Israël naar de gehele wereld, maar de verzen voor dit 19e vers wijzen op dit woordje ‘zo’ in onze tekst. Want toen Jezus kwam, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd. En wie? Aan u die verre waard en hen die nabij waren. Aan Israël, maar ook aan de verre heidenwereld. En door Jezus hebben wij, door ene Geest de toegang tot de Vader. Israël wordt dus niet zomaar zalig omdat ze Israël zijn, en jij en ik en met ons de hele heidenwereld wordt niet zalig omdat God Zijn werkveld naar de heidenwereld uitbreidde. Israël en wij, wij kunnen maar op ene manier bij God komen: Door Christus. 

En dan zegt Paulus: Zo, word je een burger van het Koninkrijk van Jezus. Zo, op deze manier en niet anders. Of je nu een Jood of een heiden bent, Jezus kwam met maar één doel: Om het Evangelie te verkondigen. Of eigenlijk, door het Evangelie te brengen, door Zichzelf te brengen en de hemel te verlaten. En door Zijn Geest, hebben wij de toegang tot de Vader. En wat bedoelt Paulus dan? Bedoeld hij hier dan dat als we door Jezus tot God gaan, wij kunnen en mogen bidden tot God? Ongetwijfeld is dat ook zo, maar Paulus trekt hier een duidelijke andere lijn. Paulus spreekt hier over de werkelijke toegang tot het Huis van de Vader. Want dan blijkt uit het 19e vers, waar hij spreekt over huisgenoten. En de vraag die daarmee op jou en op mij afkomt is ten diepste niet de vraag of jij nu kunt zeggen of je een vreemdeling van deze wereld bent en een huisgenoot van God, maar ten diepste stelt Paulus ons vandaag voor de vraag die daar aan vooraf ging. Eigenlijk zegt Paulus: Jezus heeft het Evangelie verkondigd om zowel Jood als heiden in één lichaam te verzoenen met God. En met dat ene lichaam bedoeld Paulus dan zijn eigen woorden uit de Korinthebrief als hij spreek over Christus als het Hoofd en de gelovigen als het lichaam. Daarom kwam Jezus, om de hele wereld te verzoenen met God. Mensen uit alle uithoeken van de wereld, werd het Evangelie verkondigd, met maar één doel: Verzoening met God. En daarom is er ook geen andere naam onder de hemel gegeven waardoor wij moeten zaligworden. En zo ligt de zaak, zegt Paulus. En als dat Evangelie jou verbrak en liet buigen voor Jezus Christus, dan ben je een huisgenoot van God. 

Het antwoord op de vraag of je een burger bent van het Koninkrijk van Jezus is niet iets dat abstract is, het is het gevolg van dat wat het Evangelie uitwerkt in je leven. Wat heeft dat Evangelie met je gedaan? Mag ik je die vraag eens stellen? Want Jezus, komende heeft door het Evangelie vrede verkondigd. Vrede, vrede, riep Jezus, Ik bied je Mijn vrede aan. Nee, sterker nog, Christus roept je toe: Ik bied je de vrede van God aan. Jij, die op voet van oorlog leeft met God, jij krijgt vrede aangeboden van God. En Ik, zegt Jezus, Ik ben die vrede. De straf die jou de vrede aanbrengt, was op Mij. Wil je dat offer aanvaarden? Daarom mag je door Jezus, tot God gaan! Door het bloed van Jezus, ben je voor God geen vreemde meer. 

Broeder, zuster, hoor je het? Je bent geen vreemde meer voor God, je bent Zijn huisgenoot. Kind van God, besef je dat Hij je niet buiten laat staan, maar dat je door Christus tot in eeuwigheid Thuis mag zijn bij God. Je bent geen vreemdeling voor God, maar je bent een huisgenoot, je bent een kind van de Vader. Toen Jezus de verzoening aanbracht en jij daarvoor mocht buigen, toen haalde God je bij wijze van spreken binnen in Zijn huis. Het zachtmoedig volk zal rijk verzadigd wezen, ten dis geleid. En daarom kind van de Heere, daarom nodigt Hij je telkens aan Zijn tafel. Omdat je door het bloed van Christus aan Zijn Tafel thuishoort. Omdat je bij Vader hoort te zijn, dat is je plaats. Met alle heiligen, niet in jezelf, maar door Christus, ben je een medeburger van Zijn Koninkrijk. Komt, komt Mijn kind, zit met Mij aan in Mijn Huis. Kun je daarbij? Kun je dat klein krijgen? Ik, die eertijds verre waart, ik mag naderbij komen omdat Jezus alles voor mij deed. En zo mag ik komen bij Vader. En de Vader roept je en Hij wil niet dat je buiten zou blijven staan. Hij zegt het je: Zo ben je Mijn huisgenoot, zo, door de vrede van Christus, ben je Mijn kind en wil Ik je aan Mijn Tafel bedienen. Ik wil je rijk verzadigen, Mijn kind. En je zult je hier op aarde meer en meer een vreemdeling voelen, maar je zult steeds meer je thuis gaan voelen in Mijn nabijheid. De wereld gaat straks voorbij, maar Mijn Koninkrijk dat houdt stand in eeuwigheid.  

Maar hoe, Heere, hoe kan ik dan nog leven op deze wereld? Dat kan ik toch niet meer? Hoe kan ik als vreemdeling hier nu blijven, terwijl mijn Thuis Boven is? Ik geloof dat het geheim daarvan in het laatste vers ligt van dit hoofdstuk. Paulus lijkt eigenlijk twee beelden door elkaar te gebruiken. Aan de ene kant zoals we net zagen dat Gods kinderen huisgenoten van God zijn, maar tegelijk noemt hij ook dat Christus het fundament is, waar de geestelijke kerk op gebouwd wordt. En ik zeg bewust ‘geestelijke kerk’, omdat het niet om gemeenten gaat, niet om kerkgenootschappen, maar om de strijdende Kerk hier op aarde. En alle gelovigen bij elkaar zijn de heilige tempel. En een tempel is de plaats waar God woont. En op het moment dat Christus je verlost van je zonden, word jij als een levende steen ingevoegd in het heilige gebouw van de strijdende Kerk. En zo ben jij de tempel waarin God woont. En zo is de Kerk de woonstede van God. Daarom zegt Paulus ook op een ander punt dat iedere gelovige, een tempel is van de Heilige Geest. Dit maakt dat wij aan de ene kant thuis zijn bij God en daar een burger mogen zijn van Zijn Koninkrijk, maar tegelijk nog op doorreis zijn hier op deze aarde. En hier op aarde woont God Zelf in Zijn tempel. De woonstede van God is de plaats waar God hier op aarde Zijn woning heeft. God woont dus niet in de kerk die met stenen gebouwd is, zo was het onder de oude bedeling, toen woonde God in de tabernakel en in de tempel. Maar nu woont God niet in een gebouw met stenen gemaakt, hoe mooi dat er ook uit kan zien en hoe zeer het ook waar is dat God in de kerk op een bijzondere manier werkt. Maar dat God in de kerk op een bijzondere manier werkt heeft niets te maken met de kerk, maar met het Evangelie dat daar klinkt. God woont in de gelovige die op deze aarde als vreemdeling en als een bijwoner leeft. En in de tijd dat Gods kinderen hier op aarde leven staan ze er dus niet alleen voor. Vreemdeling zijn voelt wel als het zijn van een eenling, maar weet dan wel dat God Zijn woning in jou houdt. God is nabij, want Hij heeft als de alomtegenwoordige God, Zijn woning onder de mensenkinderen.  

En nu kan ik het niet begrijpen dat de Heere Zijn woning in mij wil hebben. Wil Hij in mij wonen, wil Hij in het geestelijke gebouw wonen van alle gelovigen? En mijn voortdurende zonden dan? En al die keren dat ik mij nog zo thuisvoel op deze wereld? Want ik kan dan wel een vreemdeling zijn op deze aarde, maar tegelijk voel ik mijzelf nog zo thuis. Lieve broeder of zuster in Christus, ik begrijp je strijd, maar hoe meer je je hart opwaarts verheft tot de Heere, hoe meer het verlangen zal groeien om niet meer in deze wereld te zijn, maar om Thuis te mogen zijn bij de Vader. Paulus spreekt hier over een heilige tempel, waarin God wil wonen. En als jij je vastgreep aan Jezus en aan Zijn werk, als dat je houvast werd, dan komt God Zelf in je wonen. Laat dat eens tot je doordringen. De heilige God is niet ver weg, maar komt heel nabij, Hij komt in je wonen. Zou dan je leven niet maken tot een heilig leven? En maakt dat ten diepste jou niet juist die vreemdeling op aarde? Omdat God woont in jou, daarom verandert je leven. Maar steeds meer moeten we dat beseffen dat God in ons woont, want dat zal ook maken dat ons leven een heilig leven is. Want als we dat beseffen dat God er woont, dan laat het ons niet koud hoe ons leven er uit ziet.  

En daarom verkondigde Jezus het Evangelie van vrede met God. Omdat Hij wilde wonen in de heilige tempel van Zijn gelovigen. En in die tempel beleven Gods kinderen meer en meer de hemelse vreugde en bij tijden geeft de Heere Zelf momenten dat de hemel heel dichtbij mag zijn en dat Hij Zijn kinderen te eten geeft vanuit Zijn hemels heiligdom. En als dan Zijn tafel staat aangericht dan zegt Hij tegen al die vreemdelingen op aarde: Kom maar, want Ik nodig je aan Mijn Tafel, zodat je even een voorsmaak mag kennen van het Vaderland waarnaar jij op weg bent. Komt dan, want alle dingen zijn nu gereed. Jezus volbracht alles, Hij bracht de vrede aan tussen God en ons, want de straf die ons de vrede aanbrengt die was op Hem.

En hoe dichter ik nader, bij het Huis van mijn Vader, hoe sterker ik hijg, naar het eind van de krijg. Zo is het toch? Steeds meer wordt het toch je verlangen om bij Vader te mogen zijn en eindelijk, eindelijk alle strijd achter je te laten op deze aarde. Laat dan Gods heiligheid je hele bestaan doordringen, laat Hij Zijn woning in jou houden door Zijn Geest. En dan mag Paulus toch zeggen dat je lichaam een tempel is van de Heilige Geest. O, almachtige en heerlijke God, dat U woning wilt houden in mijn hart. Vader, leer mij dan om naar Uw wil te leven en aan Uw beeld steeds meer gelijkvormig te worden. Ja, Vader, verzadig mij steeds meer met Uw beeld. Dan zal ik straks ontwaakt Uw lof ontvouwen, U in gerechtigheid aanschouwen. En dan zal ik straks helemaal verzadigd zijn met Uw Goddelijk beeld. 

Maar als je nu een vreemdeling bent van Gods Koninkrijk? Misschien wel een hele nette vreemdeling, maar toch ben je niet thuis bij God en ben je nog steeds een burger van het koninkrijk van satan. Nee, je bent niet zozeer van de wereld, al mag je van mij best die term gebruiken, als het dan maar duidelijk is dat het dan om hetzelfde burgerschap gaat als dat van de duivel. Want ten diepste is het ‘van de wereld zijn’ gewoon het burgerschap van het koninkrijk van de duisternis. Zo radicaal is Gods Woord. En als je nu van verre staat en je niet dichtbij bent gekomen, dan verkondig ik je vandaag dat ook jij die van verre staat het Evangelie verkondigd wordt. Hen die nabij zijn, verwonderen zich om het Evangelie en jij die van verre staat, ook jij voor nabij geroepen. Want zij die nabij zijn gekomen, hebben deel aan de verbonden van de belofte en nu ook jij die van verre staat, worden deze verbonden voorgehouden. Niet als een worst die weggetrokken wordt zodra jij wilt toehappen. Niet met de boodschap erbij dat je uitverkoren moet zijn, maar het wordt jou verkondigd als jouw zaligheid in Christus. Hij is onze vrede, zegt Paulus. Zo wil Hij jouw vrede zijn! En Hij wil jou nabij roepen en een burger laten worden van Zijn Koninkrijk. En dan mag ook jij delen in die vreugde van Zijn hemel. Dan ben je een vreemdeling op aarde, om een burger te zijn van Zijn Koninkrijk. Je wordt vandaag geroepen en genodigd. Kom nabij, kom dichterbij, want Hij biedt ook jou Zijn vrede aan!

 

 * Heb je vragen? Klik op de envelop