Onder Zijn vleugels


Weekoverdenking: 2 maart – 8 maart
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'

Lezen: Psalm 57   -   Tekst: Psalm 57:2

  1. Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Altascheth; als hij voor Sauls aangezicht vlood in de spelonk.

  2. Wees mij genadig, o God! Wees mij genadig, want mijn ziel betrouwt op U, en ik neem mijn toevlucht onder de schaduw Uwer vleugelen, totdat de verdervingen zullen voorbij zijn gegaan.

  3. Ik zal roepen tot God, den Allerhoogste, tot God, Die het aan mij voleinden zal.

  4. Hij zal van den hemel zenden, en mij verlossen, te schande makende dengene, die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.

  5. Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.

  6. Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde.

  7. Zij hebben een net bereid voor mijn gangen, mijn ziel was nedergebukt; zij hebben een kuil voor mijn aangezicht gegraven; zij zijn er midden ingevallen. Sela.

  8. Mijn hart is bereid, o God! mijn hart is bereid; ik zal zingen, en psalmzingen.

  9. Waak op, mijn eer! waak op, gij, luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.

  10. Ik zal U loven onder de volken, o Heere! ik zal U psalmzingen onder de natien.

  11. Want Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.

  12. Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde.

Waar is het nu eigenlijk veilig? Is er op deze wereld wel een plaats te vinden waar het echt veilig is. Want overal waar wij zijn is het gevaar. Wij noemen wel veel plaatsen veilig, maar is dat ook werkelijk zo? Want ook op de veiligste plaats op deze aarde kun je een hartaanval krijgen en slaat de dood toe. Is er dan werkelijk wel een plaats te vinden waar het veilig is? Ons gevoel van onveiligheid heeft alles te maken met wat ons kan overkomen. En onvermijdelijk is het ergste wat wij kunnen overkomen de dood. En met dat we het daar over hebben is daar ook de ontmoeting met God. En dan is de vraag: Waar ben je veilig, voor de tijd, maar ook voor de eeuwigheid? En misschien ervaar je wel dat het leven ondragelijk is en dat er zoveel in je leven gebeurt, waardoor je nergens meer rust ervaart en je hunkert naar een veilige plaats. 

Ook Gods kinderen verlangen hier bij tijden heel sterk naar, omdat ze rust zoeken en veiligheid en geborgenheid in het tumult van dit leven. Als de duivel je aanvalt met alle macht die hij heeft, hoe ontkom je ooit aan zijn aanvallen. Achtervolgingen waren er niet alleen in de tijd van David, maar die zijn er nu ook nog. Al leek het er op dat het in Davids leven ging om David, als we verder en dieper nadenken dan blijkt dat ook het leven van David ene grote strijd was, waarin de duivel er alles aan wilde doen om Gods beloften op de aarde kapot te laten vallen. Immers moest er vooral één ding gebeuren: Er mocht geen Zaligmaker komen want dan zou de duivel zijn rijk zien verslinden. En ook nu is hij totaal niet veranderd, al heeft hij de komst van Christus niet kunnen tegenhouden. Toch is de strijd van David ook de strijd van al Gods kinderen op deze wereld. En jij, die nog steeds leeft in je zonden, je hebt hetzelfde nodig als Gods kinderen: En schuilplaats waar je hart steeds toevlucht vindt in smart. En de grootste smart is je leven zonder God en zonder vergeving. Maar daarmee heb je precies hetzelfde nodig al iemand die de Heere kent. Jij voor het eerst en Gods kinderen iedere dag weer opnieuw. 

Laten we dan maar meekijken met David en hem vandaag volgen als hij op de vlucht is voor koning Saul. Dat is waar het in psalm 57 om gaat. Het is geen erg bekende psalm, maar er staat wel boven: een gouden kleinood van David. Nou, dat is nogal een geschiedenis met een gouden randje, als dit goud moet zijn: op de vlucht voor Saul. Zijn leven is letterlijk in gevaar en de dood en de ondergang zit op zijn hielen. Sterker nog, de belofte van God lijkt helemaal te pletter te slaan op de rotsen. Net als bij jou, terwijl God had beloofd dat als jij door het water zou gaan, dat God je zou dragen, maar je merkt er niets van en het enige dat je kunt is schreeuwen naar de hemel en zeggen: Ziet U niet dat ik verdrink. En dan schrijft David in een rotsspleet een psalm en hij zet er dan ook nog boven dat het een gouden kleinood is. Je kunt mij veel vertellen, maar daar in die rotsspleet zal het ook niet zo fijn geweest zijn. Kan dat dan, terwijl je midden in de problemen zit, terwijl je hele leven aan stukken ligt en je misschien wel op de puinhopen van je leven zit, dan toch nog zeggen dat er gouden woorden zijn? Kun je dan het koor nog opdragen om de lof aan te heffen? Kun jij dat, als je met Job op de puinhopen zit? Je kind dat verkeerde wegen gaat, je vrouw of je man die onbekeerd is en er niets van begrijpt wat jij in de Heere ziet? Kun je dan nog loven? Als je niet duidelijk kunt krijgen wat Gods weg is met je leven en je leven ene grote worsteling is? Als je maar geen zekerheid kunt krijgen van je geloof? Als geestelijk je leven een grote strijd is en je wel weet dat het zo niet kan blijven, maar je komt ook niet verder? Als je weet dat je straks voor God moet verschijnen, maar dat geloven zo moeilijk is? Is er wel een plaats waar je kunt schuilen? Heb jij zo’n plaats? David wil ons vandaag iets leren, waardoor dat hij, te midden van de strijd, toch kan eindigen in de lofzang. Want, zegt hij, Gods goedertierenheid is tot in der eeuwigheid. Zijn al die aanvechtingen en tegenslagen dan de goedheid van God? David zegt het ons: Ik zal U loven. Juist nu in omstandigheden dat er niets meer te loven valt. 

En als David ergens redding van kan verwachten en als jij ergens je hulp vandaan moet verwachten, dan is het van de Heere alleen. En David weet dat wel. Was het niet de Heere Zelf Die hem Zijn beloftewoord had gegeven? Hij zou toch koning worden en uit Hem zou de Messias toch geboren worden? En jij, nee uit jou zal de Messias niet geboren worden, maar wat heeft de Heere jou allemaal al beloofd? Machtig veel als we Gods Woord lezen. En als je gedoopt bent, heeft de Heere je toen niet beloofd dat Hij jou een Vader wil zijn en dat jij Zijn kind mag zijn. Dan is er toch maar ene weg om rust en vrede te vinden. En David doet het jou en mij vandaag voor: Zijt mij genadig, o God. Maar zou God dan zomaar iedereen genadig willen zijn? Waar zou David dan aanspraak op kunnen maken waardoor God hem genadig zou zijn? We kunnen allemaal wel roepen om genade, maar meestal doen we dat alleen maar in de nood en zou God dan ieder gebed verhoren? Maar toch ligt het bij David nog anders. Zijn vertrouwen is niet gesteld op mensen of op macht, maar hij heeft zijn vertrouwen gezet God Zelf! Mijn ziel betrouwt op U. En met dat hij zegt dat zijn ziel op God vertrouwt, spreekt hij uit dat hij met alles wat hij is, met zijn hele wezen, zijn houvast en vertrouwen op de Heere stelt. En dat, midden in de strijd van zijn leven waarin al Gods beloften hun vervulling lijken te missen. Mijn ogen zijn op de Heere, want Hij zal mijn voeten uit het net uitvoeren, zei hij al eens eerder in psalm 25. Zo is dat vertrouwen op de Heere. En was toen de strijd gelijk voorbij? Mogen we dan er vanuit gaan dat de Heere alle strijd in ene keer wegneemt? 

David was niet plotseling verlost van Saul. Dat heeft nog lang genoeg geduurd. Maar David verwacht ook niet direct van de Heere dat alle problemen voorbij zullen zijn, maar het enige dat hij nodig heeft is Gods genade en daarom vertrouwt hij helemaal op de Heere. Hij zoekt zijn veiligheid en geborgenheid niet bij de mensen en niet in zijn kracht, ten diepste zoekt hij die ook niet in die spelonk of door zelf oplossingen te bedenken, maar hij legt zijn leven in Gods handen. Dat is je vertrouwen op de Heere stellen. Weet je, wij denken vaak dat vertrouwen op de Heere betekent dat onze plannetjes worden uitgevoerd door de Heere. Wij denken vaak dat alle Sauls in ons leven de kop worden ingedrukt. Maar zo denkt David niet, hij geeft het over aan de Heere. En dan in het vertrouwen op de belofte die uitstaat. Hij verwacht wel verlossing en hij weet dat de Heere het Zelf zal voleinden, maar de Heere krijgt de ruimte om te doen wat Hij goed vindt. Dat is vertrouwen, dat is leren zeggen: Heere, hier ben ik, ik heb niets en ik ben een grote zondaar, maar ik vertrouw op U en wilt U mij genadig zijn. En genade is onverdiend en toch in dat vertrouwen leven dat het bij de Heere veilig is en dat je bij Hem tot rust mag komen. Maak mij stil van binnen, vul mij met Uw Geest. 

Doe jij het David na? Zo naar de Heere gaan en zo je leven in Zijn handen leggen. Ik vertrouw op U, met alles dat in mij is, is dat je leven. En hoe vind David dan echt veiligheid en geborgenheid? Is dat alleen het vertrouwen op de Heere? Het vertrouwen op de Heere is gelijk ook schuilen bij Hem. David schuilt bij de Heere, onder Zijn vleugels. Dat is de plaats waar wij moeten zijn. Daar onder de vleugels van de Heere is het veilig. Zoals Jezus het zegt als Jeruzalem niet wil luisteren: Als een kip haar kuikens bijeen vergadert, zo heb Ik jullie bijeen willen vergaderen. Jezus wil daarmee aangeven dat Hij hen werkelijk wilde beschermen tegen allerlei gevaar. En zo spreekt David ook. Hoe veilig is het eigenlijk om je vertrouwen op de Heere te stellen? Wij kunnen dat wel zo makkelijk zeggen, maar wat is dan het gevolg? Nou, het gevolg van de Heere vertrouwen is dat beeld dat David hier noemt: Dat is schuilen onder Zijn vleugels. Eigenlijk zegt David hier twee keer hetzelfde. In de eerste plaats het vertrouwen op de Heere en daaruit voort vloeit dat hij schuilt onder Zijn vleugels. In psalm 61 zegt David dat hij in de tent van de Heere zal verkeren en schuilen zal onder Zijn vleugels. Zo veilig is het bij de Heere. Vluchten tot de Heere, zal niet voor een afwijzing zorgen. De Heere stuurt vluchters niet terug, maar Hij neemt ze bij Zich zodat ze mogen wegkruipen in Zijn veiligheid en geborgenheid. En hoe dichter ik schuil bij mijn Vader, hoe sterker ik Zijn veiligheid ervaar. 

Ken je dat ook zo? Durf je zo je veiligheid te zoeken bij de Heere? Niet alleen voor je tijdelijke zorgen en moeiten, die ook hoor, maar ook met je geestelijke strijd? Zo, dat je alles wat in je is, bij Hem brengt en met heel je wezen bij de Heere wegkruipt? Daar is het veilig hoor! Heere, hier ben ik, zorgt U voor mij? En dan zal Hij werkelijk Zijn vleugels over je uitstrekken en mag je in Zijn geborgenheid zijn. Midden in alle moeite en strijd. Dan weet de Heere er van en zal Hij zorgen. Niet omdat jij zo goed bent, maar omdat Hij genadig is aan zondaren die bij Hem willen schuilen. En onder Zijn vleugels? Daar is het stil, daar wordt de rust geschonken en het vette van Zijn huis gesmaakt. Die vleugels duiden op die moedervogel die intens voor haar jongen zorgt. In alle omstandigheden is het daar veilig. Het toont de diepe zorg van de Heere aan. De zorg van de Heere is als die van een moedervogel. Als er vijanden zijn, dan beschermt die moeder haar jongen met haar vleugels. Daar mogen ze veiligheid zoeken. Je ziet het wel eens bij kippen, als je dan in de buurt komt, rennen al die kuikentjes naar de moederkip toe en kruipen daar weg onder haar vleugels. Maar zo is ook de zorg van de Heere. Kruip dan daar weg, met al je verdriet, maar ook met al je zonden. Ren niet weg bij de Heere vandaan, maar kruip daar weg waar het veilig is. En als dan het verderf komt, dan zal dat je niet aanraken. Dat is een schuilplaats voor tijd en eeuwigheid. Daar hoef je niet te vrezen voor de schrik van de nacht en voor het gevaar overdag. Velen zullen vallen, maar daar, onder Zijn vleugels zegt de Heere: Het zal tot jou niet komen. Geen kwaad zal je overkomen, want Hij zal Zijn engelen gebieden, dat zij je bewaren. Je hoeft niet in gevaar te zijn, je hoeft niet eenzaam en verlaten over deze aarde te gaan. De Heere zegt: Ik wil je Vader zijn en Ik wil voor je zorgen. Ik stoot je niet van Mij af, maar Ik wil je in Mijn nabijheid. Ik verlang om Mijn hart met je te delen en Ik verlang om in de stilte van Mijn nabijheid jou te troosten en met jou te spreken van heil en van vrede. Dan is het buiten die vleugels van de Heere ene grote orkaan. Het stormt en het woedt, maar in het midden van die orkaan is het stil, zoals het oog van een orkaan stil is. Dat is de plaats waar de rust is, onder Zijn vleugels, in Zijn nabijheid, in het toevlucht vinden bij Hem. 

Ik ben niet ver weg, zegt de Heere, Ik ben dichtbij en Ik, Ik wil je dekken met Mijn vleugels. Wil je, arme tobbert, daar zijn? Wil je, moegestreden broeder en uitgevochten zuster daar schuilen? Kom maar, de Heere tilt Zijn vleugels op en je mag er wegkruipen, totdat het verderf voorbij is gegaan. Zo nodigt onze Koning en God, onze Vader en HEERE je in Zijn veiligheid. Hij wil niet dat jou iets wordt aangedaan. EN in kou en warmte wil Hij je beschermen. Ja, zelfs als het vuur je omringt. Als de hellehond tekeer gaat en je zegt dat je geen heil hebt bij God. Ik zal het je anders zeggen: Als je jou toevlucht zoekt bij de Heere, dan ben je behouden, want dan zal de Heere je dekken met Zijn vleugels. Dan zal het verderf niet over je heengaan. Want dan ben je veilig onder de vleugels van Zijn Zoon. De toorn van God over jou zonden, het vuur van God over jou goddeloosheid brandt niet op jou, maar Jezus beschermt je met Zijn vleugels. De vleugels van genade en redding in Jezus Christus geven hen die schuilen onder die vleugels het leven tot in eeuwigheid. Het is als een moederkip die, terwijl het kippenhok in brand staat, haar vleugels over haar jongen uitstrekt en zelf verbrand, maar na de brand blijkt dat de jongen het overleefd hebben. Jezus, Die als een hen haar kuikens vergaderd, de Zijnen vergaderd, Hij wilde verbranden in de toorn van God, zodat jij en ik behouden zouden zijn. 

Maar te midden van alle vuur en verderf is er ook maar ene plaats waar het veilig is. Slechts alleen onder Zijn vleugels en alleen daar moeten wij zijn. En die vleugels zijn zo dik, dat we daar de in de stilte God mogen ontmoeten. Heb je dat ook wel eens, kind van God, dat je zo onrustig bent? Dat je zo bestreden en aangevochten wordt en dat het zo onstuimig is in je leven dat je niet eens meer woorden hebt om te bidden? Dat alles maar blijft malen in je hoofd en dat de vrede er niet is? Weet je wat wij moeten leren? Niet om de stilte in ons eigen hart te zoeken, niet de stilte te zoeken door onze oren dicht te stoppen en zelf maar bezig te zijn, maar de stilte is daar waar ik in de nabijheid komt van het Vaderhart van God. En het enige dat ik hoor, onder de vleugels van mijn God, is het kloppen van Zijn Vaderhart. Want daar, in het vertrouwen van de Heere en in het schuilen onder Zijn vleugels, daar, maar dan ook daar alleen zal de Heere Zijn goedertierenheid en waarheid zenden. 

En op die plaats moeten we nooit meer weggaan. Laat ons leven een leven zijn aan het Vaderhart van God, een leven onder Zijn vleugels. Daar moeten we blijven, levend vanuit dat vertrouwen met God, totdat de dag aanbreekt dat alle verdervingen voorbij gegaan zullen zijn. En denk nu niet dat als het ene in je leven voorbij is, dat er dan hier op aarde rustig wordt en denk niet dat als je zonden vergeven zijn dat dan de strijd gestreden is. Hier op aarde zullen de verdervingen blijven. En dat klinkt heel zwaar, maar de situatie van David was ook erg zwaar. En niet altijd hoeft letterlijk de dood op de loer te liggen, maar de rust wordt hier op aarde niet gevonden en de aanvallen van de duivel zullen er blijven. De moeite en het verdriet zullen hier niet voorbij gaan. David noemt ook geen tijd hoelang hij daar zal blijven. Totdat de verdervingen voorbij gaan. Zolang! En misschien moet jij wel moeite meemaken in je leven die je hele leven niet voorbij gaat, zodat je onder Zijn vleugels zal blijven, omdat de Heere zo bang is dat jij onder Zijn vleugels vandaan gaat. Daar wil Hij je voeden, beschermen en je Zijn warmte geven. En als je daar bent, zou de Heere dat gebed dan niet horen: Zijt mij genadig, o God. Ja, dan zal Hij horen en dan mag je in datzelfde vertrouwen leven als dat David deed. David zegt in vers 3: Ik zal roepen en God zal het aan mij voleinden. Kun je het klein krijgen, kun je dit begrijpen? God zal het doen en in de stilte van Zijn nabijheid mag het een stukje hemel op aarde zijn. 

Mag jij er ook komen, die daar nog nooit is geweest? Wat denk je zelf? Zou de Heere jou afwijzen? Hij geeft toch genade aan hen die hun vertrouwen op Hem stellen? Als jij dan bent vastgelopen met jezelf en houvast zoekt, als de toorn van God dreigt te ontbranden op je hoofd, zou je dan vandaag niet vluchten onder Jezus Christus? Zou je dan de toorn niet laten ontbranden op Hem Die Zijn vleugels wil uitstrekken over jou zodat Gods toorn Hem zal treffen? Een ieder die tot Hem vlucht zal Hij echt niet wegsturen. Hij heeft Zelf beloofd dat je mag komen om bij Hem te schuilen. En dan zal Hij alle zonden wegnemen en onder Zijn vleugels je wassen en reinigen. Kom je ook, zou je zo’n schuilplaats dan ook niet zoeken?

Buiten deze schuilplaats zal straks alles in vlammen opgaan. En God wil niet dat je zou verbranden en Hij strekt Zijn vleugels over je uit, maar wil jij daar wel zijn dan? Of ga je liever zelf op zoek naar een huisje om in te wonen? Het zal niet bestand zijn tegen de verdervingen die voorbij zullen gaan en het zal je meeslepen naar het eeuwige verderf. Haast je en zoek je toevlucht bij Hem Die in Christus al je zonden wil vergeven. 

En kinderen van God, houd dit vast dat je nergens rust zult vinden op deze aarde, dan alleen in volkomen overgave aan de Heere en in het vertrouwen dat daar, onder Zijn vleugels er echte veiligheid is. Daar is rust en daar in de stilte van Zijn zorg mag je Zijn stem horen. En weet je hoe Hij je aanspreekt? Mijn lieve kind… Zou Hij je dan nog kwijt willen? En blijft het dan stil onder Zijn vleugels? Nee, toch niet, want hoor eens, onder die vleugels, ik hoor wat: Mijn hart, o Hemelmajesteit, is tot Uw dienst en lof bereid. Hoor je David zingen? Hij eindigt deze psalm met het begin van psalm 108. Heel zijn hart springt op van vreugde, onder de vleugels van de Heere. Uw zij alle eer op de ganse aarde. Dan heffen we daar, onder Zijn vleugels de lofzang aan, omdat Hij ons beschermt tegen het woeden van de vijanden, tegen de strijd op deze aarde. Zalig hij die in dit leven, Jakobs God ter hulpe heeft. Dan is er geen dood en geen vrees meer. Dan zul je hier op aarde je wonden voelen van de pijn die je moet lijden. Misschien wel je man, misschien wel je vrouw, misschien wel je ongeloof of je boezemzonde, maar schuil dan dag aan dag maar onder Zijn vleugels. Hij zal van de hemel zenden en mij verlossen. Hier op aarde in de tijdelijke nood. Al zal dat niet altijd letterlijk verlossing zijn, maar is dat ook vaak dat de omstandigheden niet veranderen, maar dat Hij Zijn vrede geeft. En straks, na dit leven zal de verlossing volkomen zijn. Want… na de dood is het leven mij bereidt en zal Hij mij opnemen in Zijn heerlijkheid.

Wat een toekomst. De Vader roept: Kom Mijn kind, kom bij Mij.  

En tegen jou die nooit schuilde bij Hem zegt Hij: Kom, arme zondaar, Ik wil ook jouw Vader zijn. Kom nou, toe blijf niet zitten in de grot van je eigen bestaan, kom bij Mij!

 * Heb je vragen? Klik op de envelop