Kom, mijn Liefste


Weekoverdenking: 1 juni - 7 juni
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'

Lezen: Hooglied 4:1 - 5:1   -   Tekst: Hooglied 4:15 en 16

  1. Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duiven ogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van den berg Gileads afscheren.

  2. Uw tanden zijn als een kudde schapen, die geschoren zijn, die uit de wasstede opkomen; die al te zamen tweelingen voortbrengen, en geen onder hen is jongeloos.

  3. Uw lippen zijn als een scharlaken snoer, en uw spraak is liefelijk; de slaap uws hoofds is als een stuk van een granaatappel tussen uw vlechten.

  4. Uw hals is als Davids toren, die gebouwd is tot ophanging van wapentuig, waar duizend rondassen aan hangen, altemaal zijnde schilden der helden.

  5. Uw twee borsten zijn gelijk twee welpen, tweelingen van een ree, die onder de lelien weiden.

  6. Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden, zal Ik gaan tot den mirreberg, en tot den wierookheuvel.

  7. Geheel zijt gij schoon, Mijn vriendin, en er is geen gebrek aan u.

  8. Bij Mij van den Libanon af, o bruid! kom bij Mij van den Libanon af; zie van den top van Amana, van den top van Senir en van Hermon, van de woningen der leeuwinnen, van de bergen der luipaarden.

  9. Gij hebt Mij het hart genomen, Mijn zuster, o bruid! gij hebt Mij het hart genomen, met een van uw ogen, met een keten van uw hals.

  10. Hoe schoon is uw uitnemende liefde, Mijn zuster, o bruid! hoeveel beter is uw uitnemende liefde dan wijn, en de reuk uwer olien dan alle specerijen!

  11. Uw lippen, o bruid! druppen van honigzeem; honig en melk is onder uw tong, en de reuk uwer klederen is als de reuk van Libanon.

  12. Mijn zuster, o bruid! gij zijt een besloten hof, een besloten wel, een verzegelde fontein.

  13. Uw scheuten zijn een paradijs van granaatappelen, met edele vruchten, cyprus met nardus;

  14. Nardus en saffraan, kalmus en kaneel, met allerlei bomen van wierook, mirre en aloe, mitsgaders alle voornaamste specerijen.

  15. O fontein der hoven, put der levende wateren, die uit Libanon vloeien!

  16. Ontwaak, noordenwind! en kom, Gij zuidenwind! doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien. O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame, en ate zijn edele vruchten!

 

  1. Ik ben in Mijn hof gekomen, o Mijn zuster, o bruid! Ik heb Mijn mirre geplukt met Mijn specerij; Ik heb Mijn honigraten met Mijn honig gegeten; Ik heb Mijn wijn, mitsgaders Mijn melk gedronken. Eet, vrienden! drinkt, en wordt dronken, o liefsten!

Wat is eigenlijk het doel van Pinksteren? Wellicht hoef jij daar niet zo erg lang over na te denken. Buiten de kerk zegt het Pinksterfeest de mensen vaak helemaal niets meer, maar in de kerk weten we dat het gaat om de uitstorting van de Heilige Geest. En wat staat dan heel vaak centraal? De uitstorting van de Geest en de prediking van Petrus op de Pinksterdag. En als ik aan jou vraag wat dan eigenlijk het werk is van de Heilige Geest, dan heb je waarschijnlijk niet veel bedenktijd nodig om te zeggen dat Hij is gekomen om de wereld te overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel. En natuurlijk heb je dan gelijk. Het werk van de Heilige Geest is gericht op het in het middelpunt zetten van Christus. De Heilige Geest werkt de wedergeboorte en de bekering. Ja, dat is helemaal waar. Maar toch… Blijkbaar is dat niet het eerste dat ons wordt verteld in de Bijbel over de Heilige Geest. Want als we het Bijbelboek Johannes nemen en luisteren naar wat Jezus zegt tegen Zijn discipelen over de Heilige Geest, dan zegt Hij wel dat de Heilige Geest komt om te overtuigen van zonde, gerechtigheid en van oordeel, maar eerst zegt Hij nog iets anders. Jezus zegt dat Hij zal opvaren naar de hemel, maar dat Hij Zijn discipelen geen wezen zal laten. Sterker nog, het is noodzakelijk dat Jezus naar de hemel zal gaan, want daardoor kan Hij Zijn Geest zenden die in ons wil wonen.

Wat is volgens Jezus nu zo belangrijk met Pinksteren? Dat de Geest van Hem woont in de harten van de Zijnen, zodat zij door de Geest geleidt zullen worden op deze aarde. Het eerste werk van de Heilige Geest op de Pinksterdag is niet de bekering van mensen, maar het eerste werk op de Pinksterdag is de vervulling van de discipelen van Zichzelf zodat zij het Evangelie zullen uitdragen. Als Gods Geest woont in je hart, dan werkt Hij ook namelijk het nieuwe leven met de Heere. En dat is een ander aspect op de Pinksterdag, dat heel vaak buiten beschouwing wordt gelaten. En toch laat de Heere in Zijn Woord ons nog meer zien. En het bijzondere is dat God in het Oude Testament een beeld geeft waarvoor de Heilige Geest ook noodzakelijk is. En dan moet jij voor jezelf die vraag maar stellen, tijdens het lezen van deze meditatie, of dat het op die manier ook al Pinksteren is geworden in je leven. En misschien moet ik eerst maar een vraag stellen, zodat je die kunt vasthouden.

Eigenlijk zijn het twee vragen. Verlang jij naar de wederkomt van Jezus? Die vraag moet ik eerst stellen om hem in contrast te zetten met de andere, maar ik zal deze nu verder laten rusten. Het antwoord op deze vraag, heeft zoals we pas al zagen alles te maken met de vraag van de geloofszekerheid en het vertrouwen op Gods beloften. Maar de tweede vraag die we er vandaag naast moeten plaatsen, of misschien dat je denkt dat die er tegenover lijkt te staan is dan de volgende: Verlangt Jezus ook naar jou. Verlangt Jezus ernaar om naar de aarde terug te komen om dan jou eeuwig in Zijn nabijheid te hebben? Laat die vraag eens binnenkomen! Zou Jezus er naar uitzien om jou bij Zich te hebben? Of walgt Hij van je en ziet Hij niet uit naar Zijn wederkomst?

Misschien is dit voor je gevoel een hele vreemde vraag, maar Pinksteren heeft hier alles mee te maken. Want de Heilige Geest doet meer dan alleen bekeren en vrijmoedigheid geven om te getuigen. Hooglied 4 laat ons nadrukkelijk iets anders zien. Hoe kijkt Jezus nu naar jou? En verlangt Jezus naar jou? Heftig hè, zo’n vraag? Want ik, ben ik nou echt iemand die voor Jezus de moeite waard is? Zou de Bruidegom, mij als Bruid willen werven?

Ook in het Oude Testament is er de vraag om de Heilige Geest. We komen die roep tegen in Hooglied 4. De vraag om de Noordenwind en de Zuidenwind. Het gaat zoals we een paar weken geleden hebben gezien in het boek Hooglied om het huwelijk tussen Jezus en de Kerk. Het gaat om de relatie tussen Jezus en Zijn gemeente. We hebben in hoofdstuk 3 gelezen dat Sulamith op zoek is gegaan naar haar Liefste. Ze heeft Hem gevonden en hoofdstuk 4 begint dan met een loflied op Sulamith. Ja, je leest het goed, het gaat om een loflied van de Bruidegom op Zijn bruid. En die bruid weet dat ze zwart is, maar toch dat de Bruidegom haar lief heeft. En dan zegt de Bruidegom dat Zijn bruid is als een besloten hof. Als een hof, waar niet iedereen in kan komen. Als een hof, die ze alleen met Hem zal delen. En dat beeld van die hof, als metafoor voor wie de bruid is, moeten we wel vasthouden. Want de twee verzen waar we over na denken hebben alles met die hof te maken. En dan moeten we maar met het laatste gedeelte beginnen, want dat is de hoofdzin waar het echt om gaan in dit hoofdstuk. Velen noemen de Noordenwind en de Zuidenwind als het belangrijkste van dit hoofdstuk, maar als je goed leest, dan blijkt dat die Noordenwind en die Zuidenwind nodig zijn om de Bruidegom tot Zijn hof te laten komen.

Als we de lijnen doortrekken dan verlangt de bruid naar de huwelijksdag en verlangt ernaar dat de Bruidegom zal komen tot haar. Ze verlangt er naar dat de Bruidegom zal komen om van de specerijen van haar hof te genieten. Ze verlangt er naar dat haar Bruidegom zal komen om al haar liefde tot Zich te nemen. Ze verlangt naar de huwelijksdag. O, dat Mijn Liefste tot Zijn hof zou komen. Nee, ze zegt dan niet meer dat het over haar hof zal gaan, maar ze zegt dat haar hof, de Zijne zal worden. Ze zegt dat ze door het huwelijk Zijn eigendom wil worden. O, dat mijn Liefste zou komen. Ze verlangt naar haar Bruidegom, maar tegelijk beseft ze de andere kant. Er moet dan ook het verlangen van de Bruidegom naar haar zijn. En tegelijk worden die vragen van zojuist duidelijker. Want jij kunt verlangen naar de wederkomst, maar verlangt Jezus ook naar jou? Is er in jou, zoveel begeerlijks dat Jezus verlangt om naar je toe te komen? Dat Hij zal komen, om van jou liefde tot Hem te genieten?

Dit is waar het echt om gaat. We lezen in het Nieuwe Testament dat zonder heiligmaking, niemand de Heere zal zien. Kom Heere Jezus, kom haastig! Kom mijn Liefste, en neem mij op in Uw heerlijkheid. Maar de bruid uit het Hooglied besefte wel heel goed dat zij niet die uitstraling had die nodig was om haar Bruidegom te lokken. Ondanks haar verlangen naar de Bruidegom, besefte ze heel goed dat bij de liefde het verlangen van twee kanten moet komen. En dan weet ik ook wel dat we dit theologisch allemaal in het kader kunnen zetten van Gods liefde, die van ene kant komt, het is allemaal waar. Toch gaat Hooglied hier een aspect toevoegen. De hof van de bruid moet geuren, er moet een liefdesgeur zijn waardoor de Bruidegom tot die hof zal komen. Mag ik eens aan jou vragen waar jij naar ruikt? Ik zeg het met eerbied, maar als Jezus Zijn neus ophaalt om te ruiken, ruikt Hij dan de liefelijke geur van je specerijen? Als Jezus ruikt, raakt Hij dan bedwelmd door de geur van liefde tot Hem die jij verspreidt? Of ben je als Jezus ruikt, als een stinkend graf? Ik weet het, dit komt hard aan, maar het is of een liefde reuk ten leven, of een stinkende reuk ten dode. En het verlangen van de Kerk is, dat zij een liefelijke reuk zou voortbrengen die Koning Jezus zou bedwelmen en die Koning Jezus zou laten verlangen om met Zijn Kerk het eeuwige huwelijk te mogen aangaan. En misschien, op grond van Hooglied 4 moeten we misschien wel zeggen dat de wederkomst van Jezus nog geen feit is, omdat Zijn Kerk nog niet zo ruikt dat Hij verlangt te komen. Misschien dat jij wel verlangt naar Zijn komst, maar welke geur verspreid jij?

En klaagt dan deze tekst mij en jou niet aan dat wij niet die liefelijke geur verspreiden en dat wij zoveel aardse dodigheid in ons omdragen dat er meer een graflucht hangt aan mijn leven, een stinkende lucht van zonden en vervloeking, in plaats van een heilige geur van liefde tot mijn Meester? En dan hoef ik nog niet eens naar jou te kijken en jij hoeft niet te kijken naar je buurman, maar blijf maar bij jezelf. Stinken wij, ook na ontvangen genade vaak niet als een dode hof, waar geen specerij is te vinden? En stinken wij niet zo hard, dat het een wonder is dat Jezus ons nog niet heeft afgewezen en heeft bedankt voor het huwelijk met Hem? En dan zien we in ons gedeelte dat gebed om te Heilige Geest. Want de Geest doet meer dan bekeren en getuigen. Pinksteren is het feest van de vernieuwing. Juist op de Pinksterdag wordt alles nieuw. En daarom bidt de bruid om die Geest, die haar hof zal maken tot een zuiver hof vol geuren van liefde. En laten we wel duidelijk zijn dat het hier niet gaat om een bruid, zonder Bruidegom. Het gaat hier dus niet om mensen die nog van verre staan. Het gaat hier om een bruid die al beleden heeft: Ik ben van Hem en Hij is van mij. Het gaat hier dus om de verkeringstijd van de Kerk, die uitziet naar de huwelijksdag op de jongste dag. Maar tegelijk gaat het hier om de Kerk in de verkeringstijd die zo goed weet de zij leeft onder de maat van de liefde die de Heere stelt. Maar dan mag er ook het verlangen zijn dat dit zal veranderen en dat God kind hier op aarde meer en meer leert verlangen om zoveel liefde uit de stralen, dat de Bruidegom dronken wordt van liefde tot Zijn bruid. Dit is natuurlijk een spanningsveld tussen geloof dat natuurlijk voldoende is om behouden te worden en ook het bevel om heilig en rein te zijn. Zijt heilig, want Ik, de HEERE ben heilig. Dat is het bevel dat Gods Kerk met zich meedraagt op aarde. En dat is het verlangen van de bruid in dit hoofdstuk.

Ik moet nu eerst een pas op de plaats maken, omdat ik van mijn Bruidegom niet alleen mag spreken tegen Zijn bruid. Want mijn Bruidegom verlangt ook naar die bruid die nu nog ver van Hem leeft. Met andere woorden, Jezus vraagt jou vandaag ten huwelijk die plannen heeft om straks op de jongste dag te trouwen met de duivel. En vandaag ligt Jezus op Zijn knieën voor je en doet jou een huwelijksaanzoek. Jij, die nog steeds liever met de duivel in het huwelijksbootje stapt van met Jezus. Jij die liever de eeuwigheidszee op wil gaan met de duivel aan het roer van je levensschip dan met Jezus. Maar het scheepje onder Jezus’ hoede is alleen verzekerd van de veilige aankomst. Jezus vraagt jou vandaag ten huwelijk en zegt dat Hij jou al Zijn liefde wil geven. En kijk eens, zegt Hij vandaag, Ik heb de bruidsschat al betaald met Mijn eigen bloed. En Ik ben verliefd geworden op hen die naar Mij niet vroegen en Ik zoek hen op die Mij niet nodig hebben. Daarom zegt Jezus vandaag tegen je: Ik wil jou als Mijn eeuwige bruid. En op Golgotha is alles betaald, waardoor er geen onbetaalde eis meer openstaat. Hoelang moet Jezus nog op jou wachten? Waarom wil je zo zwart als je bent, zonder Hem blijven leven? Je zonden maken dat je ondergang een feit zal zijn, als je niet je schuld laat afbetalen door Jezus. En daarom wil Hij jou tot Zijn eigendom maken. Dan wordt jouw schuld de Zijne en Zijn overvloed de jouwe. Zeg het Hem vandaag nog: Ja, Heere Jezus, neem ook mij tot Uw bruid aan.

Ik moet terug naar die hof. Terug naar de bruid die verlangt om heerlijk te geuren voor haar Liefste. Heb jij dat verlangen ook? Om die liefdesgeur die elk tot liefde moet nopen, ook je Liefste tot liefde zal nopen? Want, waar liefde woont, gebied de Heere Zijn zegen. Ja, dat is als kinderen van God onder elkaar, maar dat geldt in dubbele mate waar de liefde woont tot Christus. Maar die heerlijk geurende hof komt er niet zomaar. Want willen we specerijen hebben die te ruiken zijn, dan moeten die specerijen eerst groeien en daarna zullen ze pas gaan geuren. En daarom begint de bruid met vers 15. De verzen 15 en 16 zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. We kunnen vandaag niet zeggen dat omdat het Pinksteren is dat we het alleen maar zullen hebben over die twee winden. Net zo min als dat we het laatste gedeelte van vers 16 onmogelijk kunnen overslaan, omdat dit de basis is voor deze verzen.

De bruid begint met het noemen van Wie haar Bruidegom is. Hij is als een fontein voor haar en als een waterput van levend water. Jezus zegt niet voor niets in het Evangelie dat Hij het Levende Water is. En door Zijn liefde, ontspringt de liefde van de bruid. De liefde van de Bruidegom zet de bruid in vuur en vlam. In haar hof groeien de specerijen van liefde, doordat haar Bruidegom haar liefheeft. De liefde wordt niet gemaakt, maar die wordt door Jezus Zelf opgewekt in het hart van Zijn kinderen. Daardoor ontstaat ook dat verlangen dat de Bruidegom komt tot Zijn hof. Zie je, dat die hof niet meer van de bruid is, maar van de Bruidegom. Hij heeft die hof gekocht met de bruidschat van Zijn bloed! Dat moet je eens tot je laten doordringen, dat Hij je kocht, dat Hij de bruidschat betaalde, en nu is die hof van Hem. En dan moet die hof toch wel geuren van liefde. De diepte in deze twee verzen is zo onbegrijpelijk diep en wat zouden we Jezus te kort doen als we vandaag alleen stil zouden staan bij die twee winden. Die wind in de hof, zou nutteloos zijn geweest zonder dat water. Die wind is nodig, omdat straks die geuren te verspreiden zodat de Bruidegom het ruiken zal, en dronken zal worden van liefde tot Zijn bruid! Maar eerst moet de liefde van Christus, de specerijen laten groeien en bloeien. Zonder Christus, zou het werk van de Heilige Geest nutteloos zijn geweest.

Heeft Jezus zo je hart in vuur en vlam gezet door Zijn liefde? Brand je hart van verlangen naar je Bruidegom en brand je hart van verlangen om je Bruidegom te lokken met jouw liefde voor Hem? Het kan echt alleen als Hij Zijn liefde in jouw hart heeft uitgestort. Dan zal je hart gaan branden van verlangen. En de enige manier is door te kijken naar je eigen zwartheid en Zijn onbegrijpelijke schoonheid, waarmee Hij zonder zonden schitterde aan het kruis van Golgotha. In alle zwartheid van je zonde, laat Jezus Zich zien als je Bruidegom, zonder vlek of rimpel, met een ring in Zijn hand om die aan je hand te doen ten teken van Zijn trouw aan jou betoond. En, kind van God, kijk eens aan je hand, waar de ring schittert van de trouw van de Bruidegom. Een ring van trouw, verworven door Zijn Eigen bloed. Zet dat je hart niet in vuur en vlam. Dan groeien de specerijplanten in de hof. En dan komt het gebed van de bruid om de wind. Het verlangen naar de Heilige Geest. Er ontstaat het verlangen naar Pinksteren. Er ontstaat het verlangen naar een wind die door de hof zal waaien. En we kunnen over die wind natuurlijk heel veel zeggen, maar die wind moet er in de eerste plaats voor zorgen dat de geur van de specerijen uitvloeien. De wind zal er voor zorgen dat de liefde te ruiken is. En dan blijkt wel dat als er geen water in de hof is geweest en er geen specerijen zijn, dat die wind ook niet veel kan doen. Wij kunnen verlangen naar het werk van de Heilige Geest, maar de Heilige Geest kan alleen maar werken als Christus er is. En nu verlangt de bruid naar de wind, zodat de specerijen in de hof zullen geuren, zodat haar Bruidegom tot haar zal komen. Dat Hij komen zal om als Hij die edele vruchten ruikt, dat Hij komen zal om te eten.

Het verlangen is dat de Kerk haar liefdesgeur zal verspreiden, zodat de Koning in zal rijden en zal eten van de liefde van de Kerk tot Hem, een liefde die Hij Zelf werkte en die geur krijgt door het krachtige werk van de Heilige Geest. Pinksteren is nodig, niet alleen om te overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel, en niet alleen om te getuigen, maar Pinksteren is ook nodig zodat de Kerk haar liefde tot Christus zal verspreiden. Dat de liefde zo sterk wordt, dat Christus zal verlangen naar de wederkomst.

En die wind zorgt er in de hof voor dat de geuren niet wegwaaien. Er wordt gesproken van twee winden. Het waait de ene kant op, maar het waait ook de andere kant op. De Heilige Geest zorgt ervoor dat de geur van de liefde niet verwaaid, maar dat de hof zal ruiken naar liefde. De geur van de specerijen zal blijven hangen. De beweging van de bloemen door de wind maakt dat de geuren loskomen. Wat is de Geest belangrijk voor Gods kinderen. De Geest van God ververst de lucht in de hof van de Kerk. O, Kom, Schepper, Geest, kom en doorwaai mijn hof, zodat U verlangt van liefde tot mij zult komen. Ben je zo reukloos? Stink je zo naar de aarde aards? Ben je zo’n walging in de neusgaten van Jezus? En dat terwijl je Hem als je Bruidegom mag kennen en Hij je het Levende Water heeft gegeven? Dan heb je de Heilige Geest zo nodig zodat Hij je zal vernieuwen, zal verversen en zal verfrissen door Zijn wind. Twee winden, met verschillende functies. Het is de vraag of we precies die winden en haar functies kunnen benoemen. De Noordenwind zou koud en nat zijn. Dit zou dan wijzen op de bestraffingen die wij nodig hebben. En de Zuidenwind is droog en warm, daardoor zou een liefelijk gevoel van vertroosting ontstaan. Het zal misschien een betekenis hebben, maar ik weet wel dat de Zuidenwind ook verschroeiend werkt en dat het vocht van de Noordenwind ook tot groei kan werken. We moeten niet alles willen vergeestelijken, als daar geen aanleiding toe is. Sommige beelden in Hooglied zijn eigenlijk niet over te zetten. Laten we maar heel dicht bij de tekst blijven en dat zegt de bruid: Doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien.

Laat dan de wind maar waaien en als het nodig is dat die wind soms afbreekt wat verkeerd is, Heilige Geest, laat dat dan maar gebeuren. En als ik het liefelijke suizen van een stille wind nodig heb om mij te verblijden in mijn Heiland, laat dat dan maar gebeuren. En wat kun je daar naar verlangen hè? Als er zoveel onrust in je leven is en de vrede zover weg lijkt te zijn, dat je verlangt naar het suizen van een zachte stilte en dat die stille en zachte wind je hart weer legt aan het hart van je Bruidegom. Verlang je naar Hem? Verlang je om in Zijn nabijheid te mogen zijn? Dan moet je Hem maar lokken met je liefde, zodat Hij tot je zal komen. En het lijkt wel of je nu zoveel moet, maar de bruid had geleerd dat zij niets deed en alles van de wind verwachtte. En dan zal de Geest het soms laten stormen in je leven zodat je gaat roepen tot Christus. Maar is dat roepen tot Christus dan niet een roepen omdat je zonder Hem niet kunt? Is dat uitzien naar Christus ook niet de liefde die zichtbaar wordt? Dan is zelfs die storm nodig om de geur van liefde te verspreiden.

Wat moeten we nu verwachten van Pinksteren? We mogen weten van een overvloedige Geest die is uitgestort. Een Geest Die onbeperkt en ongemeten is. Een Geest Die rijk wil werken bij hen die naar Hem verlangen. Broeder en zuster, laat dan ons gebed zijn tot de Geest van Christus of Hij mijn en onze hof wil doorwaaien en dat de liefde tot Christus geroken zal worden. Laten we maar op de knieën gaan en vragen of de hof van de kerk doorwaait mag worden. Kom, Heilige Geest van God, doorwaai en doorzuiver mijn hof. Koning van Uw Kerk kom en rijdt binnen in mijn hof en maak mij eeuwig tot Uw bruid.

 * Heb je vragen? Klik op de envelop