HEERE is Mijn Naam


Weekoverdenking: 9 februari – 15 februari
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'

Lezen: Exodus 3:1-15   -   Tekst: Exodus 3:14

  1. En Mozes hoedde de kudde van Jethro, zijn schoonvader, den priester in Midian; en hij leidde de kudde achter de woestijn, en hij kwam aan den berg Gods, aan Horeb.

  2. En de Engel des HEEREN verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een braambos; en hij zag, en ziet, het braambos brandde in het vuur, en het braambos werd niet verteerd.

  3. En Mozes zeide: Ik zal mij nu daarheen wenden, en bezien dat grote gezicht, waarom het braambos niet verbrandt.

  4. Toen de HEERE zag, dat hij zich daarheen wendde, om te bezien, zo riep God tot hem uit het midden van het braambos, en zeide: Mozes, Mozes! En hij zeide: Zie, hier ben ik!

  5. En Hij zeide: Nader hier niet toe; trek uw schoenen uit van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig land.

  6. Hij zeide voorts: Ik ben de God uws vaders, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes verborg zijn aangezicht, want hij vreesde God aan te zien.

  7. En de HEERE zeide: Ik heb zeer wel gezien de verdrukking Mijns volks, hetwelk in Egypte is, en heb hun geschrei gehoord, vanwege hun drijvers; want Ik heb hun smarten bekend.

  8. Daarom ben Ik nedergekomen, dat Ik het verlosse uit de hand der Egyptenaren, en het opvoere uit dit land, naar een goed en ruim land, naar een land, vloeiende van melk en honig, tot de plaats der Kanaanieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Ferezieten, en der Hevieten, en der Jebusieten.

  9. En nu, zie, het geschrei der kinderen Israels is tot Mij gekomen; en ook heb Ik gezien de verdrukking, waarmede de Egyptenaars hen verdrukken.

  10. Zo kom nu, en Ik zal u tot Farao zenden, opdat gij Mijn volk (de kinderen Israels) uit Egypte voert.

  11. Toen zeide Mozes tot God: Wie ben ik, dat ik tot Farao zou gaan; en dat ik de kinderen Israels uit Egypte zou voeren?

  12. Hij dan zeide: Ik zal voorzeker met u zijn, en dit zal u een teken zijn, dat Ik u gezonden heb: wanneer gij dit volk uit Egypte geleid hebt, zult gijlieden God dienen op dezen berg.

  13. Toen zeide Mozes tot God: Zie, wanneer ik kom tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: De God uwer vaderen heeft mij tot ulieden gezonden; en zij mij zeggen:Hoe is Zijn naam? wat zal ik tot hen zeggen?

  14. En God zeide tot Mozes: IK ZAL ZIJN, Die IK ZIJN ZAL! Ook zeide Hij: Alzo zult gij tot de kinderen Israels zeggen: IK ZAL ZIJN heeft mij tot ulieden gezonden!

  15. Toen zeide God verder tot Mozes: Aldus zult gij tot de kinderen Israels zeggen: De HEERE, de God uwer vaderen, de God van Abraham, de God van Izak, en de God van Jakob, heeft mij tot ulieden gezonden; dat is Mijn Naam eeuwiglijk, en dat is Mijn gedachtenis van geslacht tot geslacht.

De boodschap van vandaag is ondubbelzinnig: De Heere wil Zijn volk thuisbrengen. Nee, ik zeg het niet goed, de Heere wil jou Thuisbrengen. En ik weet niet wie jij bent, maar dit is de boodschap die God ons verkondigt. Nu op dit moment. En vandaag maakt Hij Zich, voor het eerst, of weer opnieuw aan ons bekend en Hij zegt: Mijn Naam is HEERE! Dat is Mijn Naam. En dan zeg ik: Vader? Is dit Uw Naam? En de Heere zegt: Ja, Mijn kind, dat is Mijn Naam. En jij die God niet kent als je Vader, die zegt: O, God, is dit Uw Naam? En de Heere zegt: Jazeker, Mijn Naam is HEERE. 

Het is mijn gebed dat we vandaag de diepe werkelijkheid mogen zien van Die Naam. De Heere stelde Zich aan Mozes voor met deze naam. En dat wat voor Mozes zijn einde leek, bleek zijn begin. Want toen Mozes bij het braambos kwam en hij hoorde dat de plaats waar hij op stond heilig was en dat God aan die plaats was, dan kon Mozes niet anders bedenken dan dat dit het einde was. De Heere was aan die plaats, maar Mozes mocht leven. We weten van meerdere mensen in de Bijbel dat ze een Godsontmoeting hadden en dat ze toch bleven leven. Even tussendoor… Wanneer had jij eigenlijk voor het laatst een ontmoeting met God? Misschien wel net zo onverwachts als dat Mozes dit had. En nu staat Mozes wel centraal in deze geschiedenis, maar ten diepste is het de HEERE Zelf die Zichzelf centraal stelt en Zich aan Mozes voorstelt. En op precies dezelfde manier maakt Hij Zich ook aan jou en aan mij bekend. En Hij komt naar ons toe en zegt: Mijn Naam is HEERE. 

Je zou maar met een kudde schapen op pad zijn in een vreemd land. Je bent ver bij je volk vandaan, je moest al vluchten omdat je gerechtigheid voorstond en nu loop je met een kudde in de woestijn. En dat terwijl je was opgevoed aan het hof van de Farao. Ik geef het je te doen. En zo was de situatie van Mozes. Eigenlijk was het al helemaal niet de bedoeling geweest dat Mozes zou leven, want als het aan de Farao van Egypte had gelegen, dan had hij Mozes verdronken in de Nijl, want al die jongetjes die bij het volk Israël geboren werden, daar werd hij eigenlijk bang van, want straks zou het gebeuren dat dit volk het gezag zou overnemen. Toch is door een wonder het leven van Mozes meerdere malen gespaard en zo is hij nu in de woestijn bij de berg Horeb. En vanaf dat moment zou alles anders worden. 

Mozes loopt in de woestijn en ziet dat er een braambos in brand staat, maar het vreemde was dat Mozes zag dat het braambos niet verbrandde. En daarom ging Mozes naar dat braambos toe om te zien wat er aan de hand was. En dan blijkt dat God hem wil ontmoeten. En we kunnen daar allerlei ideeën achter gaan bedenken, maar het gaat hier in ieder geval niet om Mozes op de eerste plaats. Want de reden dat de Heere Mozes hier ontmoet, heeft alles met Mozes te maken, maar ten diepste juist ook niet. De Heere wil vanaf dit moment Mozes gebruiken om Zijn Eigen volk te verlossen.

En dan slaat de schrik Mozes om het hart, want God ontmoeten, dat is vreselijk. En toch, laat de Heere zien dat die vrees ongegrond is. God stelt Zich aan Mozes voor als de God van zijn voorgeslacht. Mozes, je weet wel, Ik ben Die God die trouw is gebleven aan jouw voorgeslacht. En Ik heb aan Abraham beloofd dat Ik hem tot een groot volk zou maken. En dat volk, is nu in Egypte en als het zo doorgaat, blijft er van dat hele volk niets meer over. Maar Ik ben trouw aan Mijn belofte en die belofte heb Ik meerdere malen onderstreept. En dan gaat de Heere eerst uitleggen waarom Hij daar aanwezig is in de woestijn. Trouwens, heb je in de gaten dat juist in de woestijn de plaats is waar God Zich openbaart? En straks zal Hij het volk uitleiden en het op deze plaats brengen en Zich ook aan het volk, juist hier voorstellen. Maar nu vertelt de Heere Zelf, wat Hij gaat doen. En dan moeten we de woorden uit het 8e vers maar tot ons door laten dringen. “Ik ben neergekomen, opdat Ik hen verlosse.” 

Hoe openbaart God Zich hier? Hij openbaart Zich als de Verlosser van Israël. En laten we vast één ding tegen elkaar zeggen vandaag: Verlossen is nog geen Thuiskomen. Kind van de Heere, zul je dat nooit vergeten? Zul je dat vasthouden, dat als straks de Heere Zijn volk uit Egypte gaat leiden, dat Hij ze eerst verlost en dan gaat leiden? Hij komt hier niet alleen naar Mozes toe om te vertellen dat Hij het volk zal verlossen, maar Hij komt ook vertellen dat Mozes, straks in Zijn Naam ook het volk moet leiden. En let wel, de Heere gaat niet zeggen dat Hij Zijn macht gaat overdragen aan Mozes. De Heere gebruikt wel mensen, maar Hij blijft er Zelf wel bij. 

En vandaag wil ik twee dingen zeggen: In de eerste plaats dat de Heere komt om te verlossen, maar in de tweede plaats ook dat Hij Zelf mee zal optrekken. Als jij nu in Egypte woont, waar misschien de vleespotten wel voor genoeg eten zorgen, maar waar de slavendienst een feit is. Of, als jij woont in de zonden en jij geen God hebt Die voor jou zorgt en jij midden in de (godsdienstige) wereld leeft, zonder dat je toekomst hebt, dan zegt God vandaag tegen jou: Ik ben neergekomen om je te verlossen. Ik, zegt God, Ik ben neergekomen. En weet je waarom? Omdat de God Die Zich hier voorstelt de God is van de belofte. En Hij beloofde al uitkomst in Genesis 3. En nu heeft Hij hier in Egypte Zijn Eigen volk Israël gezien en Hij zoekt Mozes op, omdat het gekerm van het volk in Zijn oren heeft geklonken. Ze worden verdrukt, geslagen en afgesloofd en daarom komt de HEERE nu neder om dat volk te verlossen en te brengen naar Kanaän. En Mozes, die begrijpt er nog helemaal niets van en hij geloofd al helemaal niet dat hij bij machte is om dit volk uit te leiden. Maar ten diepste is het dat niet waar het nu om gaat. Het gaat er bij de Heere nooit om welke mens Hij gebruikt om te verlossen, maar het gaat er bij de Heere om dat Hij Zelf komt om te verlossen. Dat Hij daar mensen voor gebruikt is wel zo, maar het is Gods wil om te verlossen. 

Zo komt Hij naar de aarde om Israël uit Egypte te verlossen. Maar, en dat hebben we al vaker gezien, wordt Gods weg met Israël op meerdere plaatsen vergeleken met Gods kinderen hier op aarde. En daarom verkondig ik je vandaag dat de HEERE vandaag neerdaalt om jou te verlossen. Jij die vast zit aan Egypte. Jij die leeft alsof hij nooit zal sterven, die denkt dat je hier op aarde eeuwig leven hebt. Jij, die denkt dat het allemaal wel goed zal komen. Laat ik je dit zeggen vriend: Als je in Egypte achterblijft dan kom je om. Er is maar ene weg om behouden te worden en dat is de weg met de Heere. En Hij zegt vandaag: Ik kom neder om je te verlossen. Israël vroeg niet om verlossing, maar God kwam Zelf. De redding komt bij God vandaan. Wel zeg je, dan kan ik toch op mijn gemak gaan zitten wachten? Dat dacht je en misschien zou je dat wel willen ook. Maar op het moment dat God reddend handelt, kun je onder die redding nog steeds uit en nog steeds zeggen: Sorry God, ik even niet. En vanaf vandaag kun jij niet meer afwachten en zeggen dat het aan de Heere ligt. De Heere zegt vandaag: Ik ben gekomen om te verlossen en zo staat Hij voor je. 

Maar dat kan toch niet? Israël kan toch zomaar niet weglopen uit Egypte? Nee, dat kan niet, want ze zijn gebonden, net zoals een zondaar gebonden is aan de slaafse onderwerping van satan. Maar daarom zegt de Heere: Ik kom om te verlossen. Weet je Wie? Ik, de God van je voorgeslacht. Ik, de God Die telkens heeft laten zien dat Ik Mijn Woord houd en dat dwars door alle onmogelijkheden heen vervulde. Zelfs toen er geen weg meer leek en er niemand meer was die naar Hem vroeg. Zelfs toen de hele wereld in de zonde was ondergegaan en het water over de wereld kwam, zelfs toen liep Gods weg niet dood. Ook niet toen heel Gods schepping aan duigen viel, zelfs toen bleek God getrouw. En deze God komt om te verlossen. En hoe vast jij ook zit in je ongeloof, hoe vast jij ook zit in de klauwen van de duivel, vandaag staat God voor je en Hij zegt: Zie, hier ben Ik! En daarmee is gelijk aan alle onmogelijkheid een einde gekomen. Maar ik ben toch niet uitverkoren? Zie, hier ben Ik, zegt de Heere, en Ik kom om te verlossen. 

En dan moet Mozes maar tegen Farao gaan vertellen dat hij dat volk mee wil nemen. En natuurlijk laat de duivel het niet toe. Toen niet en nu niet, maar dan zal God Zelf ingrijpen. En daarom komt Hij vandaag naar je toe en wil jou verlossen en op weg meenemen naar het Beloofde Land. En Hij gaf daar alles voor, tot zelfs Zijn Eigen Zoon. De heilige God kwam Zelf als mens omdat Hij de verdrukking zag van mensen die Hem de rug toekeerden. En Jezus zei: Ik ben gekomen om te verlossen. En Hij kwam met macht, om de banden van de satan te breken. Zoals het volk Israël vrijkwam uit Egypte omdat Gods macht, Farao’s macht brak. Op dezelfde manier verbrijzelde Jezus de kop van satan. En zo komt Hij naar je toe om je te zeggen dat Hij je Koning wil zijn, dat Hij je wilt redden. Zijn Naam is Jezus en onder de hemel is geen andere Naam gegeven waardoor jij moet zaligworden. En we zien hier bij Mozes de gewilligheid van de HEERE Zelf om te redden. Maar kom je dan ook werkelijk thuis in Kanaän? Maar Heere, als het volk aan mij vraagt Wie U bent, wat moet ik dan zeggen? Want het volk zal naar mij niet willen luisteren. Weet je wat Hij vandaag tegen je zegt? Weet je, kind van God dat op de woestijnreis misschien moedeloos in het zand ligt, wat Hij zegt? Mijn Naam is HEERE. God doet geen half werk. Hij zal nooit, maar dan ook nooit laten varen de werken van Zijn handen. En vandaag stelt Hij Zich niet alleen voor als de God die verlost. Dat denken veel mensen tegenwoordig blijkbaar. Als ik nou maar bekeerd ben.. Jaja. Laat ik het zo zeggen: Als de Heere daar zou stoppen, zouden we allemaal in de Rode Zee verdrinken. Mensen, predikanten, voorgangers, die alleen verkondigen dat een mens bekeerd moet worden, die alleen verkondigen dat het om vergeving gaat bij God en verder niet verkondigen dat er na de bekering nog een weg volgt, dat zijn dwaalleraren. Als God alleen de banden van Farao verbroken had voor het volk, dan waren ze bij de Rode zee verdronken of vermoord. 

En het doet mij pijn, als ik hoor dat er kerken zijn waar het Evangelie slechts beperkt wordt tot de verlossing en de vergeving van zonden. Want Gods Woord leert mij, dat als het hierbij blijft, dat niemand de Heere zal zien. Want het is een strijd om in te gaan door de enge poort en het is een smalle weg die volgt. En wanneer volgt die smalle weg? Na de verlossing, na de bekering. En als we stoppen bij de bekering en het leven van het geloof niet preken, dan vrees ik dat er velen zullen achterblijven in de woestijn en voor eeuwig zullen omkomen. En ik kan niet stoppen door te zeggen dat je tot geloof moet komen, want dan doe ik mijn Meester te kort. Want weet je hoe Hij Zich vandaag voorstelt aan dat kind van God dat vandaag zegt: Ja, Heere, bevrijdt mij van mijn zonden, maar hoe kom ik ooit verder? Want als ik ben gaan geloven en op de geloofsweg naar het Beloofde Land ben gekomen, hoe kom ik ooit Thuis? Want ik weet de weg niet en de weg is zo zwaar. Hij stelt Zich voor en zegt: Ik ben de HEERE. En Hij legt het dan ook Zelf maar uit: IK ZAL ER ZIJN! 

Kind van God, die gebroken heeft met Egypte, dat is de grond van je behoud. En Die Naam verkondig ik je vandaag tot je troost en tot bemoediging. Want beste broeder, beste zuster, onze HEERE doet geen half werk. Zou Hij beginnen en niet voleindigen? Vorige week hebben we gezien dat God, een God is van volkomen zaligheid. En daarom zegt Hij tegen Mozes: Als het volk vraagt Wie ik ben, zeg dan dat Ik de HEERE ben: IK ZAL ZIJN DIE IK ZIJN ZAL. Of eigenlijk moeten we anders vertalen: IK ZAL ER ZIJN ZOALS IK HIER BEN. God zal letterlijk, aanwezig zijn op weg naar Kanaän. En dat Hij Zich zo voorstelt is tot troost van dat volk dat uit Egypte zal optrekken. En als ik hier over nadenk, dan schiet ik vol. Want weet je wat dat betekent? Dat als de HEERE jou opzocht en je redde, dat Hij erbij is. Ben je in de woestijn en is de weg zo zwaar naar Huis? Ja hè, die weg is zo zwaar en ik kan niet meer. Het zand in de woestijn is zo heet en de zon brand op mijn hoofd, ik kan niet meer. Is dat je weg? Wat een zegen joh, dat dit je weg is. Ja, ik meen het, want de Heere heeft niet gezegd dat als je uit Egypte zou gaan, dat de weg naar het Beloofde Land makkelijk zou zijn. Maar Hij beloofde wat anders. Hij zei: IK ZAL ER ZIJN! 

Mozes, nu moet je naar dat volk toe en ze zullen het niet begrijpen hoe het ooit goed moet komen, maar neem ze maar mee. Maar Heere, dat kan ik toch nooit? Hoe moet ik ooit dat volk leiden? En Mozes had nog wel duizend andere excuses. Maar het eenvoudige antwoord van de Heere om de weg te gaan was dit: IK ZAL ER BIJ ZIJN. Mozes, en Wie was Hij ook al weer? Mozes, Ik ben de God van je voorgeslacht. En Ik ga met je mee en Ik ga met dit volk mee. Ik zal niet begeven en Ik zal niet verlaten want Ik de HEERE heeft het gesproken. 

Nu ben je misschien gevlucht tot Jezus en vond je genezing onder Zijn vleugels en nu dacht je misschien: Nu zal het wel rustig worden, maar het lijkt eerder onrustiger te worden dan rustig. En hoe vaak zucht je het niet uit: Mag het nu een poosje rustig worden in mijn leven? Als het rustig is, gaat het niet goed. Het geloof dat zelfvoldaan achterover leunt is geen Bijbels geloof. Voorwaarts moet Gods volk, op weg naar Huis. Mozes wist nog niet de helft van wat er moest gebeuren en het volk al helemaal niet. Maar vooraf vertelde de HEERE hem: IK ZAL ER ZIJN. En met die boodschap mocht Mozes naar zijn volk.
En met die boodschap zouden ze straks op reis mogen. IK ZAL ER ZIJN, Hij kwam om te verlossen, maar ook om daarna op de weg door de woestijn ook verder te leiden.
Dit is het enige houvast waardoor de weg voor Gods volk mogelijk is. En kijk nu eens naar je leven? Het lijkt wel of je nooit behouden aan zult komen. Zo lijkt het hè? Veel wederwaardigheden, veel rampen zijn des vromen lot, maar…. uit die allen redt hem God. Hij is hun heil alleen. Jouw God is de HEERE. Durf je daarop te vertrouwen en je in Zijn handen te leggen? Hij is niet alleen je Verlosser, maar Hij is je schuilplaats en toevlucht in alle nood. En wat moet ik mijzelf vaak aanklagen dat ik de Heere wel nodig heb voor de vergeving van mijn zonden, maar dat ik het verder zo vaak zelf probeer. En de weg in de woestijn van dit leven? Ik vergeet zo vaak dat de HEERE zegt: Ik ben de HEERE. IK ZAL ERBIJ ZIJN. Zoals Hij letterlijk aanwezig was bij Mozes in het braambos, zo is Hij er letterlijk bij in mijn leven. 

Maar hoe vaak schud ik die zorg van mij af? Maar dit is de troost in druk je aangezegd dat Zijn Naam is HEERE. Mijn Vader, Zijn Naam is HEERE. Vader, U bent niet alleen mijn Vader in Christus, maar U bent er ook altijd bij. En U laat mij nooit meer alleen en al lijkt het dat de duistere machten en krachten mij overwinnen, U bent de God van het verbond en U zult er zijn. Nu durf ik weer op te staan, want HEERE, ik ben niet alleen. Ik sta er niet alleen voor, U bent niet alleen even wezen kijken toen ik verlost moest worden, maar U bent mee opgestaan en met mij meegegaan. En U beloofde dat ik Thuis zou komen als ik in Jezus zou geloven. Maar ik begreep niet hoe ik ooit Thuis zou kunnen komen, want ik val meer dan dat ik loop. Maar nu, HEERE, nu begrijp ik het. U bent er bij! Juist ook als ik niet meer weet hoe ik verder moet, laat U mij vandaag zien wat Uw Naam is. HEERE! En Die Naam van U is ene grote belofte. Als nu alle beloften zouden wegvallen uit Uw Woord, dan blijft Uw Naam bestaan. IK ZAL ER ZIJN. Die belofte bent U zelf en op die belofte, op Uw Naam maak ik vandaag aanspraak. U hebt het beloofd dat U er zou zijn. Dan heb ik grond onder mijn voeten gekregen, dan is mijn put niet eindeloos diep, dan ligt er een bodem in de put van mijn bestaan en die bodem bent Uzelf! IK ZAL ER ZIJN. Zelfs als ik in het graf neerdaal, HEERE, Gij zijt daar. Al ging ik naar het uiterste van de aarde, HEERE, ook daar zult U er zijn. Ik kan niet vluchten voor Uw oog, maar U kunt mij ook niet meer kwijtraken. U, lieve HEERE, U verkondigde Uw Naam aan Mozes. En U gaf Uw Naam aan mij, toen ik in de armen van Jezus viel en in Zijn bloed gewassen werd.  

Kinderen van God, kunnen wij dit nog op? Dan is het toch te veel? Dan kun je er toch niet meer bij? Zo’n God, Die niet alleen voor betaling voor de schuld zorgde, maar Die vervolgens je aan Zijn hand neemt. Want deze God is onze God, Hij is ons deel ons zaligst lot. U, HEERE, hebt alles gedaan en brengt mij straks voor eeuwig Thuis. Dwars door de woestijn heen, zult U Zelf laten zien wat Uw Naam is. En vanaf vandaag spreek ik U aan op Uw Naam. Uw Naam, vol van belofte en toezegging. Mozes, jij kunt dit volk leiden, als deze God meegaat. Kind van God, jij en ik, wij kunnen door het leven en zullen zeker aankomen met deze HEERE en deze God aan onze zijde. 

Nog één ding. Als je er toch voor kiest om in Egypte te blijven hè, als je toch niet verlost wil worden. En echt, dat kan bijna niet hoor, zo’n God, en zo’n Zaligmaker, dat kan bijna niet, maar stel je voor dat je je toch verhard en toch in de zonde wil blijven, dan zal Zijn Naam niet veranderen. IK ZAL ER ZIJN, maar niet op je levensweg, maar in het oordeel. En dan zal Hij zeggen: Jij wilde Mij niet en Mijn Zoon wees je af, nog ene keer zal Ik er Zijn en dat is om Mijn engelen te gebieden om je in het eeuwige vuur te werpen en dan, dan heb jij je zin, en zal Ik er niet meer zijn. Dat is wat? Dat de HEERE Die er wilde Zijn, dan zal zeggen: Nu zal Ik er nooit meer zijn. Ik krijg het er koud van en ik voel zo het gewicht van de verkondiging van dit Evangelie. Want als het je vandaag niet verbreekt, dan verhardt het je en zal het tot je oordeel zijn. En dat terwijl Hij neerkwam om jou te redden en Thuis te brengen. Jezus kwam voor jou en de Heere zegt: IK ZAL ER BIJ ZIJN. En laat je dan dit aanbod van genade voorbij gaan? Nee, dan hoef je niet door de woestijn, dan kun je gewoon in Egypte blijven. Maar er zal geen stoppel meer overblijven van hen die daar blijven. Ik zwijg van ontzetting als ik hier over nadenk. Maar ik jubel van vreugde als ik zie dat de Naam van mijn HEERE is: HEERE! Hij verlost en spaart, Zijn volk, dat op Zijn hulp vertrouwt. Het zal door Hem in gunst beschouwd, niet schuldig zijn verklaard.

 * Heb je vragen? Klik op de envelop