God van zaligheid
Weekoverdenking: 2 februari – 8 februari
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'
Lezen: Psalm 68:1-21 - Tekst: Psalm 68:20 en 21
Een psalm, een lied van David, voor den opperzangmeester.
God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vlieden.
Gij zult hen verdrijven, gelijk rook verdreven wordt; gelijk was voor het vuur smelt, zullen de goddelozen vergaan van Gods aangezicht.
Maar de rechtvaardigen zullen zich verblijden; zij zullen van vreugde opspringen voor Gods aangezicht, en van blijdschap vrolijk zijn.
Zingt Gode, psalmzingt Zijn Naam; hoogt de wegen voor Dien, Die in de vlakke velden rijdt, omdat Zijn Naam is HEERE; en springt op van vreugde voor Zijn aangezicht.
Hij is een Vader der wezen, en een Rechter der weduwen; God, in de woonstede Zijner heiligheid.
Een God, Die de eenzamen zet in een huisgezin, uitvoert, die in boeien gevangen zijn; maar de afvalligen wonen in het dorre.
O God! toen Gij voor het aangezicht Uws volks uittoogt, toen Gij daarhenen tradt in de woestijn; Sela.
Daverde de aarde, ook dropen de hemelen voor Gods aanschijn; zelfs deze Sinai, voor het aanschijn Gods, des Gods van Israel.
Gij hebt zeer milden regen doen druipen, o God! en Gij hebt Uw erfenis gesterkt, als zij mat was geworden.
Uw hoop woonde daarin; Gij bereiddet ze door Uw goedheid voor den ellendige, o God!
De HEERE gaf te spreken; der boodschappers van goede tijdingen was een grote heirschaar.
De koningen der heirscharen vloden weg, zij vloden weg; en zij, die te huis bleef, deelde den roof uit.
Al laagt gijlieden tussen twee rijen van stenen, zo zult gij toch worden als vleugelen ener duive, overdekt met zilver, en welker vederen zijn met uitgegraven geluwen goud.
Als de Almachtige de koningen daarin verstrooide, werd zij sneeuwwit als op Zalmon.
De berg Basan is een berg Gods; de berg Basan is een bultige berg.
Waarom springt gij op, gij bultige bergen? Dezen berg heeft God begeerd tot Zijn woning; ook zal er de HEERE wonen in eeuwigheid.
Gods wagenen zijn tweemaal tien duizend, de duizenden verdubbeld. De Heere is onder hen, een Sinai in heiligheid!
Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o HEERE God!
Geloofd zij de Heere; dag bij dag overlaadt Hij ons. Die God is onze Zaligheid. Sela.
Die God is ons een God van volkomene Zaligheid; en bij den HEERE, den Heere, zijn uitkomsten tegen den dood.
Zelfs bij het naderen van de dood… Ja, zelfs dan wil God nog steeds een God zijn van volkomen zaligheid. Tot op het laatste moment toe. Nou, zeggen dan velen, dan kan ik nu nog wel even wachten. Ja, God wil zelfs op de grens van leven en dood nog verlossing geven, maar het is dan wel de vraag of jij op dat moment nog wil of kan vragen om genade. Deze tekst is geen uitvluchtmogelijkheid om maar zo lang mogelijk uit te stellen. Sterker nog, we moeten ons vandaag maar eens afvragen wat God in Zijn Woord hier nu mee bedoeld. Want we zingen wel: Zelfs bij het naderen van de dood. Maar dan lijkt het net of er nog eeuwige redding is op de grens van leven en dood. Maar in de onberijmde psalm staan heel andere woorden. Daar spreekt de psalmdichter over uitkomsten tegen de dood. Daar heeft hij het dus niet om over het laatste moment, zoals wij vaak psalm 68 vers 10 zingen. En die woorden spreekt hij dan wel uit in de context waarin hij zich bevind. En dat zegt meer over Gods trouw, dan over een mens die op het laatste nippertje nog behouden wil worden.
Waar gaat het in psalm 68 over, misschien dat we eerst die vraag maar moeten stellen, om dan te kunnen begrijpen dat God, een God van volkomen zaligheid is. En dat is Hij! Bij de Heere is volkomen zaligheid. De zaligheid die de Heere jou biedt, is een volkomen zaligheid. Nee, niet half, maar helemaal. Het is makkelijk gezegd: volkomen zaligheid. En het licht waarin we dit zeggen wijst dan in ene keer naar Golgotha en dat is dan volkomen. En dan denk ik dat wij Gods Woord niet begrijpen. Wij doen dan ook de Heere te kort. Want dat wat God ons in Jezus Christus aanbiedt in Zijn genade is niet alleen vergeving van zonden. Dat is het ook, maar dat is het niet alleen. Gods gunstbewijzen stoppen niet bij de vergeving. Het lijkt tegenwoordig wel of er in de Reformatorische kerken maar één ding belangrijk is: Bekering en geloof. Maar dat is maar de helft van de zaligheid en dat is maar stukje van Gods zorg voor Zijn kinderen. Als dat het enige zou zijn, zou het wel heel arm zijn. Jezus kwam niet alleen om te bekeren, maar Jezus kwam om te herstellen dat wat wij kapot hebben gemaakt.
En als we dan zien naar psalm 68, dan gaat het in de eerste plaats helemaal niet om de eeuwige zegen. Het gaat helemaal niet over de vergeving van zonden en het geloof in Jezus Christus. De achtergrond van psalm 68 is een totaal andere. En natuurlijk haalt Paulus het 19e vers aan in verband met de hemelvaart van Jezus. En in die zin liggen er wel lijnen in, maar als David ons vandaag verteld dat er bij God uitkomsten zijn tegen de dood en dat God de God is van volkomen zaligheid, dan heeft David het hier eerst over Gods trouwe zorg voor Israël. Gods trouwe zorg in het strijdperk. David spreekt hier in de eerste plaats dan ook niet geestelijk, maar heel letterlijk benoemd hij hier Gods zorg en genade, maar vooral ook God hulp.
David bejubelt in deze psalm zijn God. En Wie is die God? Dat is de HEERE, dat is de God die van Sinai tot Sion leeft. Je moet in deze psalm maar eens tot je door laten dringen dat David twee uitersten noemt. Hij noemt de Sinai als begin en Sion als plaats waar God woont. De berg van de wet en de berg van het evangelie worden hier in ene adem genoemd. Toen U, Heere voor het volk uitging en hen uitleidde uit Egypte en hen bracht aan de Sinai waar U het verbond sloot toen daverde de aarde voor de God van Israël. En zo is God voor hen uitgegaan als de God van het verbond. God Die Zijn wet gaf uit liefde, uit liefde tot Zijn uitverkoren volk. Die God ging mee en woont in Jeruzalem in de tempel. Daar heeft God Zijn woning. En deze hele psalm is vol van de verbondstrouw van God voor Zijn Eigen volk. En daar moeten we stilstaan om de verzen 20 en 21 te kunnen begrijpen. En stilstaan is dan ook stilzwijgen en luisteren naar de donder van de Sinai waar God niet donderde van toorn, maar waar het donderde van Zijn heiligheid toen Hij het verbond sloot met Israël. Daar gaf Hij Zijn wet niet uit toorn maar uit liefde voor Zijn Israël. En dat verbond van God, dat weet van geen wankelen. En het volk kon het er niet zo slecht vanaf gebracht hebben, of God hield het vast en liet geen vijand over die het volk zou kunnen en mogen verslaan.
En met dat God Zijn verbond sloot, nam Hij Israël aan tot Zijn erfenis. En als het volk mat was geworden, gaf God een zeer milde regen. En Die God is onze God. En Zijn verbond dat weet van geen wankelen. En Hij sloot al een verbond in Genesis 3:15 en als jij gedoopt bent, sloot Hij ook daar een verbond. Ik zal jou zijn tot een God en jij mij tot een volk. En met Die God is het leven mogelijk. Ook het leven midden in oorlogstijd. Want daar bevind David zich en ten diepste bevinden ook wij ons daar midden in. En op het moment dat David deze psalm schreef, lijkt het er op dat David net bevrijdt is van zijn vijanden. Alle vijanden van God zijn verslagen, omdat God erbij was. En dan maakt David het onderscheid tussen de goddelozen en de rechtvaardigen. De goddelozen als hen die niet aan de zijde van God strijden en de rechtvaardigen die dat wel doen.
En het blijkt dat David ook wel verliezen heeft geleden in de strijd, al is de overwinning wel voor Israël. Want hij spreekt over de eenzamen en de weduwen. Zij worden in een huisgezin gezet, het huisgezin van God zelf. Misschien ken jij wel wat van die eenzaamheid van het leven met de Heere en dat je zo onbegrepen je weg moet gaan. En dan zegt David, tegen degenen die eenzaam geworden zijn in de strijd, dat God juist die in een huisgezin zet. Dit was letterlijk in de oorlog en daarna zo, maar geestelijk is dit ook zo. Soms raak je mensen kwijt in de strijd van het geloof zodat je denkt dat je eenzaam bent geworden, maar de Heere Zelf zet dan ook de gemeenschap van de heiligen in. Het huisgezin van God, voor kinderen van Hem die eenzaam geworden zijn zodat ze zich binnen die gemeenschap veilig mogen voelen en daarin ook mogen delen met elkaar in vreugde, maar ook in moeite en zorg.
En al die dingen, David lijkt wel te zeggen: Oorlog voeren in het leger van de Heere, dat zal de overwinning geven en alles wat overwonnen moet worden, zal de Heere Zelf helpen en erbij zijn. En zo noemt hij veel zaken waarin Gods zorg blijkt. En geestelijk is dat niet anders. De letterlijke strijd van David tegen de vijanden van God, is geestelijk niet anders. Vijanden van God proberen altijd de overwinning te krijgen. Maar dan is er ene grote troost: Gods wagens zijn vele malen sterker. En dan komen we bij de tekst. Want de strijd voor Gods kinderen lijkt onhoudbaar. En als je niet aan de kant van God staat in dit leven, dan lijkt het wel of het vaak allemaal voor de wind gaat. Je zou maar een kind van God zijn, moet je zien, alles lijkt wel te mislukken. En toch is dat schijn, want als jij door dit leven denkt te kunnen gaan zonder God, dan zul je met de goddelozen omkomen en al Gods kinderen zullen straks overwinnen. Want de zaligheid is niet van deze wereld, de volkomen zaligheid is niet een vrucht van je eigen werk. En de uitkomsten tegen de dood kan een dokter op aarde je niet geven, kan een generaal in het leger ook niet bewerken.
De enige uitkomst tegen de dood en de enige mogelijkheid om de volkomen zaligheid te ontvangen is door je leven te leggen in Gods handen. Als jij alleen door het leven wilt, mag je dat proberen, maar de uitkomst is zeker niet goed. Want de goddelozen zullen vergaan, maar de rechtvaardigen, degenen die het van de Heere verwachten die zullen overwinnen. En waarom? Omdat God, de God van het verbond is. Hij zal Zijn Woorden nooit op de aarde laten vallen. Hij staat in voor hen die Hem als hun God willen dienen. En tegen diegenen zegt Hij: Ik ben een God van volkomen zaligheid. En als David bij die woorden aankomt, begint hij om de lofzang aan te heffen op de Heere. En dat zegt hij niet op het moment dat er helemaal geen vijanden zijn. Je zou bijna zeggen: Niet zo moeilijk om God te loven als je vijanden er niet meer zijn. Maar zo is het niet want in vers 22 zegt hij ook dat God voorzeker de kop van zijn vijanden zal verslaan. Dat is dus iets dat nog steeds zal blijven gebeuren. En nu moeten we uitkijken dat jij en ik ver weg blijven bij de tekst van de keer. Het gevaar bestaat dat wij deze waarheid zien door de ogen van David. David wordt door God gered en hij dankt God. Nou, dan gaat het niet goed.
Ik weet niet waar jij je bevind in het leven. Ik weet niet wat jij meemaakt, maar hoe dan ook zal het zo zijn dat je in dit leven tegenslag krijgt en hoe dan ook zal er straks het moment zijn dat ook jij je laatste adem uitblaast en God je voor Zijn troon roept. En of het nu gaat over dit leven of het leven straks in de eeuwigheid, de vraag is ten diepste niet verschillend: Wie is God voor jou? David stelt de Heere vandaag aan jou voor. En misschien leef je alsof je nooit zult sterven, weet dan dat je echt niet om deze God heen kunt en dat Hij de goddelozen zal verderven. En misschien dat jij op het eind van je Latijn bent en niet verder meer kunt. Er is zoveel in je leven waardoor het verdriet en de pijn je naar de rand van de afgrond brengt. Er is zoveel twijfel als het gaat om de eeuwigheid. Of misschien weet jij wel dat je leven ligt in de handen van de God van David, maar is de zonde zo sterk en is de duivel zo machtig. Maar over de hele breedte van je leven wil God voor jou dezelfde blijven. Als je de Heere niet kent, dan is in Hem alles te vinden, en als je Zijn kind mag zijn, dan is Hij nog veel meer voor je. Dan zorgt Hij echt als een Vader voor je. Dag aan dag overlaadt Hij ons, zegt David. Het is heel vreemd dat de Statenvertaling zo vertaald. Eigenlijk staat er dat Hij ons draagt. Of misschien nog sterker: Dag aan dag draagt Hij onze lasten. Dat is de Heere! En is dat niet een vastheid en een zekerheid? En steeds meer besef ik dat veel van Gods kinderen niet leven in dat besef. En dat we toch vaak bezig zijn om zelf de oplossingen te bedenken en hoe vaak denk je niet: Als dit fout gaat in mijn leven, dan los ik het zo wel op. Maar ten diepste lost dat helemaal niets op en moeten we juist leren dat wij gedragen worden in Gods kracht. Dat is een heel ander perspectief. Weet je, wij zijn vaak zo bezig met ons zelf en proberen ons, ook na ontvangen genade, telkens zelf weer op de been te houden. En als het dan niet lukt zeggen we: Zie je wel, de Heere helpt ons niet. En het gevolg is dat wij ons gaan afvragen of wij wel heil hebben bij God.
Weet je wat ons probleem veel meer is? Wij durven ons niet over te geven aan die God, Die zegt: Ik draag jou iedere dag. Nooit wordt de Heere moe van het dragen. Geloofd zij de Heere, dat Hij ons dag aan dag draagt, ja dat Hij iedere dag onze lasten draagt. Trouwens, als je de Heere niet dient met je hart, dan moet je jezelf dragen. Heb je dat wel eens geprobeerd? Moet je vandaag een letterlijk proberen: Jezelf te dragen. Dat gaat je echt niet lukken, maar zo is het ook met dat dragen wat de Heere doet. Ook geestelijk kunnen wij onszelf onmogelijk dragen. Maar broeder of zuster in Christus, waarom probeer jij dat dan ook telkens? Zodra het fout gaat en de vijand rukt op, sta je op en ga je op jouw manier de strijd aan met de zonde en de duivel en iedere keer blijkt weer dat het mislukt. Weet je wat de Heere tegen Mozes zei: Ik zal strijden en jij zult stil zijn. Moet je dan alles laten komen zoals het komt? Nee, natuurlijk niet, maar wij moeten wel leren om in Gods kracht te strijden. Wij moeten iedere keer leren om ons leven in Zijn hand te leggen met alle strijd daarbij. De strijd van het geloof, is alleen te strijden als de Heere Zelf voorop gaat. En zo draagt Hij je, iedere dag.
En zo is Die God onze zaligheid. Ik verkondig je vandaag God, als jouw God van volkomen zaligheid. Ja, je hoort het goed: God wil dus jouw God van volkomen zaligheid zijn. En het woord zaligheid is niet alleen de eeuwige zaligheid. Dat denken wij dan vaak weer. Alsof het alleen gaat om het leven van de eeuwigheid. Maar Gods zorg begint niet pas op het moment dat jij je laatste adem uitblaast. Dan zitten we weer op de lijn waar we mee begonnen. Als de dood nadert, ja dan heb je God nodig. Dit is zeker niet wat David bedoeld. Maar dat is ook zeker niet Wie God wil zijn. Het leven met de Heere is een leven dat direct verzekert van Zijn zorg. En dat vergeten wij nogal eens. We zijn maar gericht op het leven van de eeuwigheid, alsof we alleen daarvoor de Heere nodig hebben. En in dit leven zoeken we het dan zelf wel uit. Maar dat God, de God is van volkomen zaligheid verkondigd ons dat Hij Zijn zorg iedere dag van ons leven geeft. Het verkondigt ons dat zodra je de toevlucht neemt tot Hem, dat Hij werkelijk in alles wil voorzien.
Zoals een vader zorgt voor zijn kind, zo is de Heere de Vader voor Zijn kinderen. Dat is zorg die er nu dus is. Daarom zegt David: Dag aan dag draagt Hij ons. En dat heeft hij wel ervaren in de strijd. En waar meer dan in Jezus Christus laat de Heere zien dat Hij ook werkelijk al onze lasten wil dragen. Juist in Jezus nam Hij al onze lasten op Zich. En waar meer dan op Golgotha laat Hij werkelijk zien dat Hij alles voor ons wil zijn. En juist toen de dood voor ogen scheen, de eeuwige dood, bracht God in Christus Zelf uitkomst. Bij Hem zijn uitkomsten tegen de dood. En natuurlijk is dat in de eerste plaats voor ons de eeuwige dood. Bij de Heere is echte redding en als jij nog steeds niet gered bent, laat het je dan vandaag gezeggen dat er bij Hem uitkomst is. En dat Hij je Redder wil zijn. Vandaag biedt Hij Zich aan als God bij Wie uitkomsten zijn tegen de dood. Hij zegt: Ik wil jouw Redder zijn en Ik vraag helemaal niets van jou, dan alleen dat je op Mij zal vertrouwen.
Maar dan gaat Hij ook verder. Dan zorgt Hij ook in dit leven voor Zijn kinderen. Iedere dag toont Hij Zijn trouwe zorg en draagt Hij Zijn kinderen. Hij is de God van zaligheid. Het woord zaligheid is niet een woord dat in het Hebreeuws alleen gericht is op de eeuwigheid. Zo doet het bij ons vaak aan. Heel vaak heeft voor ons zaligheid met de hemel te maken. Het woord dat de Statenvertalers vertaalden met zaligheid is een woord dat veel breder is. Het heeft alles te maken met redding, bevrijding, maar ook welvaart. Het in het 21e vers staat in de Statenvertaling weer het woord zaligheid, maar daar staat in het Hebreeuws een woord dat eigenlijk duidt op een reddingsactie. Het gaat dus om God Die actief is met het redden. God Die niet alleen, en hier bij David zeker niet, alleen gericht is op eeuwig heil, maar God Die de rechtvaardigen in dit leven ook bevrijdt. Als we dan zeggen dat Hij ons dag aan dag draagt, dan geldt dit voor het hele leven van Gods kinderen. Als wij onder de zorg van de Heere leven, dan is Hij de God van redding en heil, voor het tijdelijke en voor het eeuwige leven. Bij God zijn uitkomsten tegen de dood. En dan bedoeld David hier in de eerste plaats de oorlogstijd waar hij midden in had gezeten. De oorlogstijd waarin hij regelmatig moest vrezen en als een duif verborgen zat tussen de stenen van het altaar of van de tempel. Er leek wel geen redding meer te zijn en het enige dat David nog kon doen, was wegkruipen, net als die duif die wegkroop tussen de stenen van het altaar en daar zwart van het roet tussen vandaan kwam.
Maar die op de Heere vertrouwen, die zullen met zilver overdekt worden. Gods kinderen zullen, terwijl de dood hen voor ogen scheen, straks schitteren als een duif in het zilverwit. Uitkomsten tegen de dood zijn er bij de Heere. Meer dan uitkomsten, want niet alleen uitkomsten tegen de dood, maar een weg ten eeuwige leven voor allen die de Heere Jezus Christus hebben liefgekregen. Dat is onze God van heil, Hij schenkt uit goedheid zonder peil ons het eeuwig, zalig leven. Nu hier op aarde in beginsel en Hij draagt hier al Zijn kinderen en Zijn rechterhand zal nooit, nooit, maar dan ook nooit hun val gedogen. Dan is er hier strijd op aarde, o jawel, en soms langs de rand van de afgrond. Maar mijn levensweg, hoe zwaar hij ook zal zijn, maar de Heere aan de spits, dan zal ik in druk mij verheugen in de toekomst van het zalig hemelleven. Nog even hier op aarde en straks voor eeuwig Thuis.
Misschien nog wel 80 jaar voor het zover is en hoe houd je dat dan vol? Geloofd zij de Heere, dag aan dag draagt Hij mij. En in die zekerheid kan ik voort. Zo de strijd in, ook deze week weer. Misschien met de duivel op je hielen en misschien met omstandigheden die wij niet aankunnen. Maar je hoeft niet te lopen, want de Heere draagt je. Dat hoef je niet te hopen, maar dat mag je zeker weten. De HEERE, de Heere, zegt David. De Verbondsgod voorop en dan de Naam Heere. De Koning, de Heer die David dient. Koning David, die slechts als onderkoning dient, want Zijn Koning is Zijn Heere, de HEERE. Wie geeft die uitkomsten en Wie draagt je? De HEERE, Heere. De Koning van hemel en aarde Die Zijn verbond niet op aarde laat vallen. De Koning van hemel en van aarde, Die alle macht heeft en Die het heeft beloofd: IK ZAL ER ZIJN. Is dat dan geen troost in het strijdperk van dit leven? Zijn onbezweken trouw zal nooit de val van Zijn kinderen gedogen. Wat een zorg hè, als je zo’n Vader mag hebben. Wat een God, wat een Koning. Hem, Hem alleen wil ik dienen. Maak mij trouw en toegewijd aan Uw dienst. Leer mij leven op mijn knieën, Heere, mijn Koning en mijn God.
Mag ik jou nog ene keer waarschuwen als je zonder de God verder wil? Als je geen Zaligmaker wil voor je ziel en je verder gaat zonder Hem? Voorzeker zal God de kop van Zijn vijanden verslaan. Ik kan het niet mooier maken. Dat is je einde als je deze God afwijst. En ik moet er niet aan denken, wat dit zal zijn. Mijn hart loopt over als ik de zorg van mijn Heere zie, maar mijn hart breekt als ik besef wat er zal gebeuren met allen die mijn Heere en mijn God niet willen dienen. Hij is mij alles waard. Maar Gods zorg heeft ook een keerzijde en ik heb nog zoveel mensen om mij heen die deze Koning niet dienen. En zul jij dan straks ontbreken en zal God straks jou als Rechter de doodsklap moeten geven? Nog is het tijd, maar hoe lang nog? Gods geduld raakt op, Hij zal Zijn vijanden, hoe vroom en godsdienstig ook, verslaan. Maar God is voor mij, mijn vaste Rots waar ik op sta. Hij is mijn houvast, mijn schuilplaats, mijn toevlucht in mijn nood. Uitkomsten tegen de dood en straks brengt Hij mij door de Doodsjordaan heen Thuis bij Hem, Die mijn ziel liefheeft.
Heb je vragen? Klik op de envelop