Mijn Liefste


Weekoverdenking: 27 april - 3 mei
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'

Lezen: Hooglied 5   -   Tekst: Hooglied 5:4 en 8

  1. Ik ben in Mijn hof gekomen, o Mijn zuster, o bruid! Ik heb Mijn mirre geplukt met Mijn specerij; Ik heb Mijn honigraten met Mijn honig gegeten; Ik heb Mijn wijn, mitsgaders Mijn melk gedronken. Eet, vrienden! drinkt, en wordt dronken, o liefsten!

  2. Ik sliep, maar mijn hart waakte, de stem mijns Liefsten, Die klopte, was: Doe Mij open, Mijn zuster, Mijn vriendin, Mijn duive, Mijn volmaakte! want Mijn hoofd is vervuld met dauw, Mijn haarlokken met nachtdruppen.

  3. Ik heb mijn rok uitgetogen, hoe zal ik hem weder aantrekken? Ik heb mijn voeten gewassen, hoe zal ik ze weder bezoedelen?

  4. Mijn Liefste trok Zijn hand van het gat der deur; en mijn ingewand werd ontroerd om Zijnentwil.

  5. Ik stond op, om mijn Liefste open te doen; en mijn handen drupten van mirre, en mijn vingers van vloeiende mirre, op de handvaten des slots.

  6. Ik deed mijn Liefste open, maar mijn Liefste was geweken, Hij was doorgegaan; mijn ziel ging uit vanwege Zijn spreken; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet, ik riep Hem, doch Hij antwoordde mij niet.

  7. De wachters, die in de stad omgingen, vonden mij, zij sloegen mij, zij verwondden mij; de wachters op de muren namen mijn sluier van mij.

  8. Ik bezweer u, gij dochters van Jeruzalem! indien gij mijn Liefste vindt, wat zult gij Hem aanzeggen? Dat ik krank ben van liefde.

  9. Wat is uw Liefste meer dan een ander liefste, o gij schoonste onder de vrouwen! wat is uw Liefste meer dan een ander liefste, dat gij ons zo bezworen hebt!

  10. Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tien duizend.

  11. Zijn hoofd is van het fijnste goud, van het dichtste goud; Zijn haarlokken zijn gekruld, zwart als een raaf.

  12. Zijn ogen zijn als der duiven bij de waterstromen, met melk gewassen, staande als in kasjes der ringen.

  13. Zijn wangen zijn als een bed van specerijen, als welriekende torentjes; Zijn lippen zijn als lelien, druppende van vloeiende mirre.

  14. Zijn handen zijn als gouden ringen, gevuld met turkoois; Zijn buik is als blinkend elpenbeen, overtogen met saffieren.

  15. Zijn schenkelen zijn als marmeren pilaren, gegrond op voeten van het dichtste goud; Zijn gestalte is als de Libanon, uitverkoren als de cederen.

  16. Zijn gehemelte is enkel zoetigheid, en al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Zulk een is mijn Liefste; ja, zulk een is mijn Vriend, gij dochters van Jeruzalem!

Wie is jouw Liefste? Of ben je misschien wel heel erg alleen op deze aarde? Is er wel iemand die van jou houd en jou jij wel van iemand? Er zijn mensen die zo alleen zijn op deze wereld en die zich zo eenzaam voelen, dat ze moeten zeggen dat er niemand is die van hen houd, maar ook dat er niemand is van wie zij houden. Dat is wat? Dan ben je eenzaam? Maar er zijn ook mensen die heel eenzaam zijn op deze wereld, maar op een andere manier. Zo eenzaam, omdat er niemand is die hen begrijpt. Eenzaam omdat ze zo onbegrepen hun weg gaan. Onbegrepen, omdat ze anders zijn en hun leven niet meer een leven is van deze wereld. Pelgrims die op weg zijn naar het Vaderhuis hier Boven, maar die hier op aarde zo eenzaam zijn omdat ze niet meer van deze wereld zijn. Ze hebben hun hart gegeven aan een Ander, ze hebben hun leven gericht op het leven buiten dit leven en zijn op weg naar de stad die fundamenten heeft, van Wie God de Kunstenaar en Bouwmeester is. En ze hebben hun hart gegeven aan de Koning van deze Godsstad, ze hebben hun hart gegeven aan Jezus, omdat Hij hen alles waard is.

Wie is jouw liefste? Aan wie heb jij je hart gegeven? Hoe thuis ben je nog op deze aarde? Het tekent zo vaak dat hoe vaster je zit op deze aarde, hoe meer jij je hart ook aan deze wereld gegeven hebt, met alle begeerlijkheid op deze aarde. Maar het is wel goed om te bedenken dat we overal ons hart aan kunnen geven, maar dat slechts op ene plaats ons hart veilig zal zijn. En die enige plaats is Jezus. Daar ligt je hart in vertrouwde handen. In Jezus’ handen word je hart voor eeuwig geliefd en ben jij Zijn geliefde. En dan zegt Jezus: Mijn liefste is zwart, maar liefelijk. Als Zijn liefde en jouw liefde elkaar vinden in het geloof dan ontstaat er een eeuwige huwelijksband tussen Jezus en jouw ziel. Dan geldt het wat het Woord zegt: Mijn Maker is mijn Man. Ja, Hij Die mij schiep, is ook mijn Man. Waar heb jij je hart neergelegd? Ligt het in de handen van de wereld? Misschien wel in het genot van deze tijd en heb je dat lief. Of heb jij je hart gelegd in de handen van de kerk, en voel jij je goed omdat je zo netjes je plaats inneemt in de kerk. Ik zeg niet dat het fout is, maar als daar je hart ligt, ben je niet veilig. Je hart is slechts veilig als het ligt in de handen van Jezus. En buiten die handen is de eeuwige ondergang. Want slechts zij die hun hart gegeven hebben aan Jezus, die zullen straks de eeuwige bruiloft vieren. Zo scherp ligt het dus deze keer. En welk antwoord krijg ik van jou, als ik het je op de man af vraag: Wie is jouw Liefste? Nee, dan vraag ik niet om een gevoel ofzo, maar ik vraag heel direct naar je geloof. Want we zullen wel zien dat het gevoel niet de maat is, hoe zeer belangrijk het gevoel ook is en het er ook niet buitenom gaat.

En misschien dat je nu zegt: maar als je dan eenzaam bent op deze aarde, is het dat dan wel waard en is dat niet een onmogelijk leven. Maar als je nu eens het vergelijkt met een huwelijk hier op aarde. Je trouwt toch maar met ene man of vrouw? En dan zeg je toch ook niet: Maar dan mag ik van al die anderen niet meer houden. Dan geef je toch alles op voor die ene? Zo gaat het ook met het geloof en dan ben je daarmee niet meer van deze wereld en niet meer van jezelf, maar dan ben je van Jezus. En ondanks die eenzaamheid die ik net noemde, geeft Jezus je leven juist Zijn volheid en doet dat je uitzien naar de eeuwige bruiloft in de hemel. En toch moeten we dat beeld van die eenzaamheid nog wel vasthouden, omdat dit ook in Hooglied een rol speelt. Want het is aan de ene kant waar dat Gods kinderen hier op aarde soms een eenzaam bestaan leiden en dat er hooguit wat enkele vrienden van de Bruidegom zijn die de bruid nog begrijpen, maar zolang ze hun Bruidegom in het oog hebben, is het leven vol van hun Liefste, maar als je die Liefste kwijt bent? Dan is er de eenzaamheid en slaat de angst om je hart. En dat komt ook heel sterk naar voren.

Als we nu vandaag in het boek Hooglied lezen dan komen we een meisje tegen. En dat meisje hoeft niet lang na te denken over Wie haar Liefste is. In het boek Hooglied komen we maar liefst twintig keer tegen dat ze zegt: “Mijn Liefste is…” En het zou de moeite waard zijn om ieder van die uitspraken eens te overdenken. Maar vandaag zullen we er over een nadenken. Misschien is dit wel de meest diepe uitspraak in die rij van twintig. Maar voordat we echt kijken naar dit meisje dat het over haar Liefste heeft, is het goed om in enkele woorden helder te maken waar het in het boek Hooglied om gaat. We kunnen natuurlijk in ene regel zeggen dat het hier natuurlijk gaat over de verhouding tussen Jezus Christus en Zijn gelovigen. Maar het zal je niets verbazen dat ik zo kort niet door de bocht wil en vooral dat ik zo kort niet door de bocht mag. Immers moet zowel de tekst als de context blijven staan en mogen we niet direct in alles een geestelijke lijn zoeken. En het is en blijft niet eenvoudig om de lijn naar Christus echt vast te maken. Het Hooglied is een lied waarin in beurtzang gezongen wordt over de liefde tussen Salomo en Sulamiet. Wellicht is Sulamiet een zwart meisje geweest, maar dat wel een bijzonder knap meisje was. En over haar spreekt Salomo met bijzonder woorden. Het meisje heeft hij echt lief en wil met haar trouwen. En nu kunnen we zeggen dat het dan genoeg is en dat de enige boodschap die er in dit Bijbelboek zit, de boodschap is waarin we de lof moeten zingen op onze Schepper die de liefde tussen twee mensen heeft gegeven. Moderne verklaarders gaan op deze toer. Maar dat zou betekenen dat het hier zou gaan om een ordinair liefdesverhaal van de vrome koning Salomo. En dat stuit wel tegen de borst, want zou de wijze, de meeste wijze koning, Salomo zichzelf dan verlagen te het schrijven van zo’n lied? Dat is het ene en het tweede is dat in het Nieuwe Testament Paulus heel sterk wijst op het feit dat onze huwelijke heilig en zuiver moeten zijn omdat ze een afspiegeling zijn van de relatie tussen Christus en Zijn Kerk. Met dat onze huwelijken zuiver zijn, verkondigen we dus ten diepste het Evangelie. En daarmee zeg ik dit met heel veel voorzichtigheid omdat ik wel goed weet dat veel huwelijken, ook in kerkelijk Nederland, niet zijn zoals ze moeten zijn en dat deze ook buigen onder de zonde en de gevolgen daarvan. Desondanks is dit wel de lijn die we terugvinden in Gods Woord. En daarmee mogen we dus de lijn trekken vanuit het Hooglied naar de verhouding tussen Christus en Zijn Kerk. Overigens heeft vanaf de tijd van Ezra, die kerk van de oude bedeling dit al gedaan en is dit door alle eeuwen heen ook zo gebleven en is de kritiek hierop slecht gekomen ten tijde van de moderne Schriftkritiek.

En dan slaan we in Hooglied nu een heel stuk over waarin Salomo en Sulamiet, beide vertellen hoeveel ze om de ander geven. Het verlangen naar het huwelijk is groot. En ik wil nu tussendoor dan gelijk de geestelijke lijnen maar trekken. En vanuit die beginvraag: “Wie is jouw Liefste”, ligt er dan nu ook de vraag of je uitziet naar dat huwelijk. En echt, het kan alleen maar als de bruid een bruidegom heeft. Op het moment dat Jezus niet je Liefste is, dan heb je niets te verwachten ook. Maar zie jij, kind van God, uit naar het moment dat je eindelijk verenigd mag zijn met je Liefste? Verlang je naar dat moment dat je verkering met Jezus, mag overgaan in dat eeuwige huwelijk. Hij heeft je, toen jij tot geloof kwam, toch ondertrouwd? Is het niet zo? Spreekt ook Hosea er niet van: Ik zal u ondertrouwen in geloof? En ondertrouw in de Bijbel komt overeen met onze manier van verloven, maar de ondertrouw werd niet meer verbroken. En zeker, daar waar Jezus Zijn bruid ondertrouwt, daar zal Hij trouw blijven aan Zijn belofte. En nu, nu ligt de bruid op bed en haar bruidegom staan aan de deur. En Sulamiet zegt: Ik heb mijn rok al uitgedaan en mijn voeten al gewassen. En wat doet ze? Ze laat haar Liefste aan de deur staan. En Hij klopt, en Hij klopt, maar Sulamiet doet niet open. Het bed was haar liever dan haar Liefste. Moet je eens tot je door laten dringen. Lui bleef ze op bed. En nu staat Jezus aan je deur en Hij wil een ontmoeting met Zijn liefste. Ten diepste wil God een ontmoeting met Zijn kind en Hij wil jou Zijn liefde betonen. Hij wil je al Zijn liefde schenken. Nu kan het zijn dat je net gezegd hebt dat je geen Liefste hebt en nu kun jij net gezegd hebben dat jij je hart aan van alles gegeven hebt, maar niet aan Jezus. En toch mag ik zeggen, al laat ik dan wel even los wat er vooraf is gegaan aan dit gedeelte in Hooglied, dat Jezus aan jouw deur staat om je te ondertrouwen. Hij laat je Zijn liefde zien en klopt op je deur. Ben je thuis? Hij wil je Bruidegom zijn en zegt het je: Ik heb de bruidschat al betaald en Ik heb je vrijgekocht, kom ga mee met Mij. Op Golgotha werd de bruidschat betaald, maar wil jij Hem wel als je Bruidegom? Of blijf je liever zonder Jezus?

Sulamiet had haar hart al gegeven aan haar bruidegom en toch bleef ze op bed liggen. Lui en geen belangstelling in haar Liefste die al Zijn liefde aan haar wil geven. Vandaag stond Jezus nog aan je deur, maar je was te lui om naar Hem toe te komen. Bijbellezen was echt te vermoeiend, ondanks dat Jezus je daarin Zijn liefde wilde tonen. En het gesprek met Jezus? Nee, bidden kwam er vandaag niet van en je was meer met jezelf in gesprek dan met je Liefste. Je was meer bezig met jezelf en om jezelf te vertellen dat het leven op aarde toch wel eenzaam is als je met Jezus wandelt, dan dat je heel je hart voor Jezus bloot gaf. Nee, je lag vandaag op bed en Jezus stond aan je deur om je alles te geven wat jou echt geluk zou geven. Maar jij, je was te druk, te bezorgd, te vermoeid om Hem Zijn liefde te laten delen met je. En mag ik het met eerbied zeggen? Maar toen de vlinders in je buik weg gingen vliegen en je hart naar Hem verlangde en jij eindelijk je bed uitkwam en de liefde van je Liefste zocht, toen was Hij niet meer aan je deur. Hij was voorbij gegaan. Je hebt Hem laten staan en je weet het: Hij is er niet meer. En jij? Je bent zo eenzaam, want op deze aarde had je al niets meer te zoeken, want je verloving met je Liefste maakte al dat je bezig mocht zijn met Hem om je huis in de hemel in gereedheid te brengen en steeds meer aardse banden raken los. En nu? Niet meer op de aarde, maar ook je Liefste kwijt. Wat een eenzaamheid. En ken je dit? Dat je zo je Liefste liet staan en dat Hij van verdriet wegging omdat jij geen tijd voor Hem had? En geef Hem eens ongelijk? En nu dan, Sulamiet? Wat nu? Nou joh, ze vliegt de deur uit en kijkt links en rechts en overal. Maar nergens bespeurt ze haar Liefste. Ze zoekt haar in alle heggen en steggen, in alle gaten, maar nergens is Hij meer te vinden. Daar zou je hart toch van breken? En dan moeten zeggen: Eigen schuld! Ja, Sulamiet, je wilde toch niet uit bed komen, je had toch andere bezigheden. Eerst mijn werk, dan mijn gezin, dan mijn hobby’s, en dan ga ik liever slapen dan stille tijd houden. Sulamiet, wordt eens wakker! Sulamiet, Ik wil je Mijn liefde geven. Hoor je ze snurken, hoor je ze slapen?

Wat nu, Sulamiet? Nou, haar hart ging uit naar haar Liefste en ze zocht Hem, ze riep op de straten om haar Liefste. Heb je ook zo wel eens geroepen toen je Jezus kwijt was. Weet je wat er dan gebeurd? Dan zijn er van die mensen die zeggen: Joh, mens, houd je mond. Je kunt toch wel een poosje zonder Hem. Maak je niet zo druk. Ja maar, ik kan Hem echt niet missen hoor. Joh, houd je mond en zwijg. Wat maak je een drukte om Jezus en je krijgt klap op klap. De wachters van de stad slaan Sulamiet. Maar dan komt ze bij de dochters van Jeruzalem en dat wordt uitgelegd als de gelovige kinderen van God. Daar doet ze haar verhaal en ze laat hen zweren dat als ze haar Liefste vinden, dat ze het haar zullen zeggen waar Hij is. Is haar Liefste dan zo belangrijk? Is Jezus dan zo belangrijk dat je gaat vragen waar Hij gebleven is? Zo dat je bij kinderen van God gaat vragen hoe het nu verder moet? En weet je wat die dochters van Jeruzalem dan vragen? Waarom is je Liefste zo belangrijk? Waarom is Hij belangrijker dan andere liefsten. Kun je zo’n vraag nu begrijpen? Logisch toch dat Hij je alles waard is? Maar toch ook wel weer zo begrijpelijk dat ze dit vragen, want toen Hij aan de deur stond, wilde je Hem toch niet te woord staan?

Ja, waarom wil je Jezus eigenlijk terug? Waarom kom je zover dat je het uitschreeuwt naar Hem? Omdat Hij je Liefste is toch? Niet dan? Maar waarom is Hij dan zo belangrijk, zo bijzonder voor je? Mijn Liefste is blank en rood en draagt de banier boven tienduizend. Daarom heb ik Hem lief. Dat is het karakter van mijn Liefste. Daarom laat ik jullie zweren als jullie Hem vinden dat je het zal zeggen waar Hij is. Sulamiet benoemd niet het mooie aan haar Liefste, niet de rijkdom, maar zij benoemt het karakter. Waarom wil je Jezus terug dan? Waarom is Hij je alles waard? Kom broeder, kom eens zuster, waarom is Hij je alles waard? Nou, mijn Liefste is blank en rood. Kun jij zeggen wat jij nu werkelijk in Jezus ziet? Aan Hem was toch geen gedaante nog heerlijkheid? Er is toch niets begeerlijks aan Jezus? En toch wil je Hem terug? Weet je, mijn hele hart verlangt weer naar Hem, juist nu Hij aan mij voorbij is gegaan omdat ik mijn bed liever had dan de ontmoeting met Hem. Maar nu mis ik Hem en ik weet dat ik er geen recht meer op heb dat Hij nog naar mij zal terugkomen. En die ondertrouw die zou Hij uit Zichzelf nooit verbreken, maar nu heb ik het gedaan en heb Hem de deur gewezen. Ik wilde niet met Hem praten en Hij mocht Zijn liefde aan mij niet kwijt. En nu wil ik in berouw terug naar mijn Liefste. Ik heb het verknoeid, maar Hij zou mij nog in genade willen aannemen. En Hem kan ik niet missen want Hij is blank en rood.

Het blank wijst voor Sulamiet op de zuiverheid van haar Liefste. En wat wijst dit op Christus. O, want daarom heb ik Hem lief, want Hij is blank van reinheid en zuiverheid. Hij is mijn volkomen Borg en Hij is mijn volkomen Verlosser. En ik liet Hem wel staan, maar ik kan niet zonder Hem Hij is blank in Zijn gerechtigheid en heiligheid. Er is geen vlek of rimpel aan deze mijn Liefste. En Hij is rood waarmee de kleur van het bloed wordt aangegeven. Het wijst voor Sulamiet op Zijn adellijke afkomst. Maar het wijst ons ook op de kleur van het bloed van Christus. Hij is van hoge afkomst, immers Hij is van volmaakte adel. En Hij is rood van het bloed. Hij is priester in der eeuwigheid. En alles, maar dan ook alles aan Hem is gans begeerlijk. Nee, de wereld en de godsdienst ziet niets in deze Jezus. Maar ik kan Hem niet missen want Zijn heilige gerechtigheid maakt dat Hij mijn Borg kan zijn en Zijn bloed dat vloeide om mijn zonden en schuld. En Zijn Koningschap maakt dat Hij mijn Koning zal zijn tot in eeuwigheid. Deze mijn Jezus, mijn Liefste, hoe zou ik Hem ooit kunnen missen. En o, dwaas dat ik ben, om Hem die Zijn liefde wilde betonen, dat ik Hem liet staan aan de deur van mijn hart. En nu kan ik Hem niet missen, mijn hart is brandende in mij, maar waar is Hij. Wat een belijdenis ligt er in deze woorden. Hij is onmisbaar geworden voor Sulamiet. Deze Koning bracht haar weer tot haar waarde. Zij was zwart, maar door deze Koning mocht zij weer van waarde worden. Vind je het gek dat ze Hem terug wilde hebben. En wat laat Salomo hier het heerlijke werk van Jezus schitteren. Want ik ben zo zwart als roet, maar door mijn Jezus mag ik weer van waarde worden. Een waardeloze in mijzelf, maar met deze Liefste word ik weer van waarde. Hij is mijn vriend, Hij is mijn alles en Hij volmaakt alles dat in mij zwart is van mijn zonden. Mijn Jezus, ik kan U niet missen. Elk uur, elk ogenblik heb ik U van node. En straks als de laatste vijand zal komen, dan heb ik U nodig omdat ik anders ten onder zou gaan. Mijn Liefste, waar bent U. Ik ben eenzaam en verlaten. Mijn vader en mijn moeder hadden mij allang verlaten, want op deze wereld was ik al een vreemdeling, maar nu durf ik het met David bijna niet meer te zeggen dat de Heere mij zal aannemen. Mijn Liefste, waar bent U? U die de banier draagt boven tienduizend.

Ja, ook dat nog eens. Niet alleen blank en rood, niet alleen van zuivere adel, maar Hij is ook nog eens de machtigste Lieveling die er is. En ik bedoel het zo eerbiedig als dat mogelijk is. Maar deze Liefste is echt mijn Lieveling, want Hij zag naar mij om en onder Zijn banier ben ik veilig. Toen Hij mij ten huwelijk vroeg, wist ik dat ik voor eeuwig veilig zou zijn onder Zijn banier. En nu, nu heb ik het verslapen en is Zijn banier niet meer over mijn leven gesteld. Ik ben niet alleen eenzaam en verlaten, maar ik ben nu ook nog eens in gevaar. Mijn Liefste draagt de banier boven tienduizend. Hij is de banierdrager. Daar waar Zijn vlag wimpelt, daar is Hij. En deze mijn Liefste is de machtigste en Hij is de overwinnaar. Dat betekent dat woord ‘banier’. Het was een verzamelpunt in de strijd. En met dat ze haar Liefste uitschilderde en Hij de grote overwinnaar is, dan zegt ze nu dat we daar moet zijn waar Zijn banier is. En daarom draagt Hij de banier van de overwinning boven tienduizend. Dit getal kan betekenen dat Hij boven allen staat en gezien het over Salomo gaat zal dat zo zijn. In de tijd van Salomo is er alleen maar vrede geweest in Israël. Daarom is Hij ook haar Liefste, want waar Hij is, daar is de vrede. Maar buiten Hem is er geen vrede. Daarom kan ik Jezus niet missen, niet alleen vanwege zijn blank en roodzijn, maar ook omdat bij Hem de vrede is. Hier wordt de rust geschonken en het vette van Uw huis gesmaakt. Ik kan niet anders zeggen dan dat Hij mij alles waard is. Zeg mij daarom waar Hij legert. Mijn hart heeft U van node en mijn hart zoekt U te vinden. O mijn Liefste, ik kan niet zonder U.

Wie is nou je Liefste? Is het deze Jezus? Ja, mijn Heere en mijn God, ik houd van U. Kom waar is Zijn banier gebleven. Hij droeg hem toch boven tienduizend? Dat moet toch te zien zijn? Of zou Hij Zich dan echt voor mij verbergen? Als ik nu mijn gevoel zou volgen, dan zou ik maar stoppen, want het is verknoeid. Maar het wonder is dat Hij blank en rood is. Het wonder is dat Hij een Liefste is die weet van vergeving en verzoening. En waar is Hij nu naartoe gegaan en waar kan ik Hem nu terugvinden? Lieve broeder, zuster, Hij laat Zich vinden op de plaats waar Hij is. Sulamiet wist waar Hij was, en jij en ik? Is Hij niet in Zijn Woord te vinden. Nee, niet in mijn beleving in de eerste plaats, want dan lijkt het wel of Hij zwijgt in alle talen. Maar zij Jezus dan dat Hij te vinden was in ons gevoel? Hij laat Zich weer vinden in Zijn Woord. Zullen we Hem daar dan maar zoeken? In Zijn beloften en in Zijn genadewoord? Daar is mijn Liefste.

Het komt er nu op aan hè. Kun je zonder Hem? Kun je echt Hem missen nadat je Hem had laten staan aan de deur? Hij met Wie je ondertrouwd was, kun je Hem missen, zoek je liever een ander? Sulamiet zou gezegd hebben: Hoe kun je dat denken, want mijn Liefste Die is blank en rood en draagt de banier boven tienduizend. Hij is mijn Liefste en er is niets op deze aarde en niets onder de hemel te vinden dat mij liever is dan mijn Liefste. Is dat Jezus voor jou? Een vreemdeling op aarde, maar het liefste dat te vinden is, dat is mijn en ik ben Zijne. Want ik ben van Jezus en Jezus is van mij. Ligt het zo in je leven? Laat Hem dan niet meer voor niets aan je deur staan als Hij je al Zijn liefde wil bewijzen. Als Hij met je wilt spreken, stop dan je oren niet toe en omhels Hem omdat je Hem liefhebt. Trek die rok weer aan en vlieg naar de deur en kus Hem met de liefde van je hart. Daarvoor stond Hij toch aan je deur: Hij verlangde naar je liefde, zoals jij naar Zijn liefde verlangt. Zoals jij verlangt om vervuld te zijn met Hem, zo verlangt Hij ook naar jou. Dat is de stem van mijn Liefste en nu, nu wil ik Hem opendoen. Kom in mijn lieve Jezus, mijn Verlosser, mijn Zaligmaker. U bent al mijn liefde meer dan waard.

En als Hij aan je deur stond om je te ondertrouwen? Als Hij aan je deur stond omdat Hij verliefd op je was, om maar in het beeld te blijven? Moet je niet eens naar Sulamiet gaan luisteren als je nog niets in Hem hebt gezien? Het wordt tijd mijn vriend, dat je eens goed gaat kijken naar deze Liefste. Hij is anders dan de lievelingen van deze wereld. Maar dit is zeker: Hij is trouwer en trouw, zuiverder dan zuiver en liever dan lief. Hij is alles en in Hem is alles. Kom doe die deur nu eens open en laat Hem binnen in je hart. Hij staat aan de deur en Hij klopt. En vraag het maar aan Gods kinderen wat er nu zo begeerlijk aan Jezus is. Weet je wat je te horen krijgt? Ik heb Hem lief omdat er bij Hem menigvuldige vergeving en genade is en Hij heeft mij zo lief dat Hij voor mij zorgt. Hij zal mij voor eeuwig beschermen en liefhebben en daarom houd ik van Hem. En misschien dat je zegt: Nee, niet weer dat lied, maar toch kan ik echt niet anders zingen van mijn Jezus, mijn Maker en mijn Man: Mijn Jezus, ik houd van U.

 * Heb je vragen? Klik op de envelop