Hij leeft!


Weekoverdenking: 20 april – 26 april
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'

Lezen: Mattheüs 28:1-20   -   Tekst: Mattheüs 28:10, 16-18

  1. En laat na de sabbat, als het begon te lichten, tegen den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena, en de andere Maria, om het graf te bezien.

  2. En ziet, er geschiedde een grote aardbeving; want een engel des Heeren, nederdalende uit den hemel, kwam toe, en wentelde den steen af van de deur, en zat op denzelven.

  3. En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding wit gelijk sneeuw.

  4. En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden, en werden als doden.

  5. Maar de engel, antwoordende, zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet; want ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was.

  6. Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Komt herwaarts, ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft.

  7. En gaat haastelijk henen, en zegt Zijn discipelen, dat Hij opgestaan is van de doden; en ziet, Hij gaat u voor naar Galilea, daar zult gij Hem zien. Ziet, ik heb het ulieden gezegd.

  8. En haastelijk uitgaande van het graf, met vreze en grote blijdschap, liepen zij henen, om hetzelve Zijn discipelen te boodschappen.

  9. En als zij heengingen, om Zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus is haar ontmoet, zeggende: Weest gegroet! En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten, en aanbaden Hem.

  10. Toen zeide Jezus tot haar: Vreest niet; gaat henen, boodschapt Mijn broederen, dat zij heengaan naar Galilea, en aldaar zullen zij Mij zien.

  11. En als zij heengingen, ziet, enigen van de wacht kwamen in de stad, en boodschapten den overpriesters al de dingen, die geschied waren.

  12. En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen, en te zamen raad genomen hebbende, gaven zij den krijgsknechten veel gelds,

  13. En zeiden: Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben Hem gestolen, als wij sliepen.

  14. En indien zulks komt gehoord te worden van den stadhouder, wij zullen hem tevreden stellen, en maken, dat gij zonder zorg zijt.

  15. En zij, het geld genomen hebbende, deden, gelijk zij geleerd waren. En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op den huidigen dag.

  16. En de elf discipelen zijn heengegaan naar Galilea, naar den berg, waar Jezus hen bescheiden had.

  17. En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden.

  18. En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.

  19. Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.

  20. En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.

Ik zal maar met de deur in huis vallen vandaag: Waar ben jij eigenlijk? Nee, niet letterlijk in de zin van dat je thuis bent, of misschien wel op je werk, maar veel meer figuurlijk. Waar ben jij in het licht van Goede Vrijdag en Pasen? Waar sta je eigenlijk? Heb jij de opgestane Messias ontmoet? Heb je Hem al in Zijn ogen gekeken? Of is je blik gericht op iets anders? Misschien moet je wel zeggen dat je bij het graf bent blijven staan, met stomheid geslagen want dat graf is leeg. En daar sta je, samen met de vrouwen. Samen met de vrouwen die er echt alles voor over hadden om hun Meester de laatste eer te bewijzen. Sta je er misschien wel naast? EN je kijkt nog eens goed, en werkelijk, het graf is leeg.

Ja, natuurlijk, zeg je want Hij is toch opgestaan? Jaja, dat weten wij wel hè? Het is immers net Pasen geweest en ik mag hopen dat die boodschap vorige week ook werkelijk centraal mocht staan. En toch… toch merk ik dat ik in ieder geval geneigd ben om bij het lege graf te blijven staan. En ik sta mijn tijd te verdoen met verbaasd naar het graf te kijken. En weet je wat het gevolg is? Je mist de ontmoeting met de Opgestane. Want wat je er ook vind in dat graf, Jezus niet! En, zegt de engel, ik weet dat u zoekt Jezus, maar Hij is hier niet. Nee, die vrouwen zijn geen ongelovige vrouwen, het zijn geen vrouwen die niets met Jezus hadden. Het zijn vrouwen die alles met Jezus hadden en het allerbeste overhadden voor hun Meester en daarom zijn ze daar bij het graf om hun Meester te verzorgen. En de discipelen? We weten niet waar ze gebleven zijn, maar ook van hen lezen we nergens dat ze de Levende zochten. En wij, jij en ik? Waar staan wij eigenlijk? Is het niet zo dat het lijden en sterven van Jezus de volle aandacht krijgt? En dan? Willen we juist niet ons verwonderen over de diepte van het lijden van Jezus? Omdat we Hem daarin willen aanbidden. Tassen met specerijen om Jezus te verzorgen en we kijken met de vrouwen in een leeg graf, want Hij is er niet.

En dan de discipelen, hadden zij de moed al helemaal opgegeven? Het lijkt er wel op, het lijkt wel of alles slechts een luchtballon is geweest. Kijk ook maar hoe de Emmaüsgangers naar huis gingen. De moed is hen helemaal ontnomen. Kijk maar naar Petrus toen hij Jezus verloochende, hij wilde zichzelf redden, maar tegelijk het laatste moment van zijn Meester meemaken. En op de paasmorgen, begrijpt ook Petrus er helemaal niets meer van. Leven wij niet net zo vaak ook met een dode Jezus? Nee, niet omdat je Hem af zou wijzen, maar ook Gods kinderen staan zo vaak stil bij Golgotha, maar komen we nog wel verder. Met andere woorden, komen we nog wel weg uit de graftuin, als we al van Golgotha zijn afgekomen, en komen we wel in Galilea?

Als we blijven staan bij het graf, dan komt het niet tot een ontmoeting met de Levensvorst. Als we niet verder komen dat ons te verwonderen over het lijden en sterven van Jezus, hoe goed ook, dan breekt nooit echt het licht door van Pasen. Want Jezus is niet meer in het graf en het bleef niet bij lijden alleen. Jezus overwon de dood en het graf. Wil je even stil worden en wil je deze waarheid eens tot je laten doordringen. Pasen is niet alleen iets dat we met ons verstand moeten weten, Pasen is niet iets dat als vanzelfsprekend achter Goede Vrijdag komt. Pasen tekent de toekomst van Gods kinderen. Ik zeg niet dat we het lijden moeten laten voor wat het is, maar we moeten wel leren dat we verder mogen komen dan alleen de verzoening. Op Golgotha werd de verzoening teweeg gebracht, maar op de Paasmorgen in alle vroegte ontstond het nieuwe leven.

En wat had Jezus gezegd? Als Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea. Weet je wat Jezus zei voor Zijn sterven? Hij zei: Jullie mogen niet stil blijven staan bij Mijn lijden en sterven, maar je moet naar Galilea. Jezus had al gezegd dat Hij Zich zou openbaren na Zijn opstanding. Hij wilde de Zijnen na Zijn opstanding weer ontmoeten. En niet bij de dood. Daar niet. Niet in het graf, maar in Galilea, waar Hij de meeste discipelen had.

En nu moeten we achter Galilea niet iets heel bijzonders zoeken, behalve dat het om Zijn woorden ging. Het waren de woorden van Jezus zelf, die de discipelen hadden moeten geloven. Het grote probleem was dat ze niet goed geluisterd hadden. En daardoor kwamen ze niet verder dan dat ze dachten zonder Jezus verder te moeten en dat eigenlijk daarmee alles voorbij was. En ze blijven stilstaan bij het vreselijke lijden van hun Meester. En samen met de vrouwen waren ze in zak en as. En dan moet Jezus er Zelf weer aan te pas komen om ze te vertellen dat ze verkeerd zoeken en dat Hij is opgestaan. Is het dan zo erg als we bij Goede Vrijdag blijven staan en onze aandacht richten op Zijn lijden? Het is denk ik heel moeilijk om uit te leggen, maar het overdenken wat het Jezus kostte is goed, maar daar mag het niet bij blijven omdat Hij Zijn macht en heerlijkheid aan ons wil laten zien. Hij is opgestaan en het geloof in Hem is niet het geloof in een dode. Omdat Hij tot in alle eeuwigheid leeft, blijft Zijn Woord trouw en onverbroken. We mogen niet alleen Zijn lijden aanbidden, maar ook Zijn Goddelijke almacht waardoor Hij dood en graf overwon en nu regeert. Als Jezus werkelijk in het graf was gebleven dan was misschien er voor de Zijnen geen hel geweest, maar dan was dood ook werkelijk dood geweest. En daarom moeten Zijn discipelen naar Galilea komen. Want Jezus wil hen Zijn macht laten zien. En daar in Galilea, daar waar zij door Zijn woorden naartoe hadden moeten gaan, daar waar ze in gehoorzaamheid aan Zijn Woord hadden moeten zijn, daar wil Hij hen ontmoeten.

Waar wil de Opgestane Levensvorst jou ontmoeten? Op de plaats die Hij je in Zijn Woord wijst. In Galilea. Waar ben nu? Ben je in geloofsgehoorzaamheid Hem gevolgd? Kon je het al geloven dat het niet alleen om Zijn lijden en sterven ging? Ben je Jezus kwijt geraakt en kun je Hem niet meer vinden? Of nog erger, je hebt nog nooit Jezus ontmoet? Al voordat Hij ging lijden wilde Hij je al ontmoeten. Heel Zijn Woord gaf Hij je omdat Hij een ontmoeting met jou wil. En waar moet je Jezus zoeken? Waar dan, als je Hem bent kwijt geraakt? Misschien wel heel geleidelijk uit het oog verloren, waar moet ik zoeken? Op de plaats waar Hij het heeft gezegd! Wil je ontmoeting met de opgestane Heere? Wel, kom dan eens mee, kom daar op de plaats waar Hij is. Hij is je voorgegaan naar Galilea, naar de ontmoetingsplaats waar Hij je wat te zeggen heeft. Kom, zullen we nu eens even niet ons neerbuigen in het graf? Kom, zullen we eens luisteren wat Hij ons wil vertellen?

Dan moeten we met de discipelen naar Galilea. Nee, niet letterlijk, echt niet. Maar we moeten vandaag verder kijken dan dood en graf. We moeten vandaag ons oog richten op Jezus die leeft. Dan zullen we een ontmoeting hebben met Hem. Misschien vandaag wel voor de eerste keer en misschien verlang je er weer naar om Hem weer te ontmoeten. Hij is opgestaan en is op de plaats waar Hij met je afsprak. En dat is niet in het graf en dat is niet aan het kruis. Maar als het geloof in werking is, dan geloof je vandaag dat de verzoening er werkelijk is, maar dat je met je zonden ook niet bij de verzoening hoeft te blijven, maar dat Hij wil dat je na de verzoening met Hem zou leven. Als jij voor het eerst op Golgotha komt en gelovig je oog slaat op Jezus, dan ben je verzoend, voor eens en voor altijd. En daarna vangt het nieuwe leven, want alles, alles is voldaan. Laat dat nu eens doordringen en kom eens weg bij de verzoening vandaan, want dat is volbracht en nu is het tijd om met Hem te leven.

Maar stop even, want ben je verzoend, door Zijn werk aan het kruis? En heb je werkelijk gedaan wat Jezus zei: Zoals de slang in de woestijn werd verhoogd, zo moet Christus verhoogd worden en zoals de Israëlieten op de slang zagen voor hun behoud, zo is dat behoud er ook voor ieder die op Jezus ziet. Dat was waar het met Goede Vrijdag om ging. Heb je dat gezien? Ben je gelovig onderaan het kruis gebogen voor Jezus? Dat is waar het op aan komt. En daarna gaat het verder. Verder naar Galilea. En ik denk dat velen bij de verzoening blijven staan en in hun leven niet verder komen. Maar laten we vandaag dan maar meegaan naar Galilea en daar Jezus ontmoeten. Kom, we gaan mee met de discipelen op naar Galilea, op naar de plaats waar Jezus jou wilt ontmoeten.

En dan is de verbazing zo groot als de discipelen daar aankomen, want werkelijk daar is Jezus. Daarom was Hij niet meer in het graf. Daarom mochten ze niet bij het graf blijven staan, want Jezus wil hen en ons ontmoeten niet als de lijdende Knecht des Heeren, niet als een dode Zoon van God, maar Hij wil hen en ons vandaag ontmoeten als de opgestane Koning der koningen. En vandaag staat Jezus voor je en Hij zegt het je: Zie hier ben Ik en Ik leef! Vandaag wil Jezus Zich aan je laten zien als Hij die de dood heeft overwonnen. Hij mocht ook niet in het graf blijven, want dan was dood, dood geweest, maar nu krijgt Zijn Koninkrijk werkelijk vorm. Dat was al wel zo toen Hij op aarde rondwandelde, toen was Zijn Koninkrijk al gekomen, maar toen was het eigenlijk nog begrensd. De verzoening was er nog niet, maar ook de dood had nog het laatste woord. Maar nu Hij hier staat, levend en vol van Goddelijkheid, heeft Zijn Koninkrijk geen einde meer en zal Hij Zelf het laatste woord hebben. Immers is Hij de overwinnaar op de dood en moet de overwonnene zwijgen. De dood is geketend, de dood is slechts tijdelijk geworden en de prikkel is eruit.

En zo laat Jezus Zich vandaag aan je zien. En dan vallen de discipelen aan Zijn voeten naar en aanbidden Hem. En jij? Waar lig jij op je knieën? Eigenlijk kan het op drie plaatsen: Of je ligt voor jezelf op je knieën, met alle vormen erbij tot de meest rechtzinnige vormen toe, of je ligt op je knieën bij Golgotha of je mag nu komen tot Jezus en buigen in aanbidding omdat Hij het leven heeft verworven tot in eeuwigheid. Dan breekt het licht van Pasen werkelijk door. Waar lig je nu? Jezus staat voor je en zegt het je: Kijk eens, mijn broeder, zie eens mijn zuster, hier ben Ik en heb niet alleen verzoening aangebracht voor jouw zonden, maar Ik heb ook het nieuwe leven verworven. En Ik, Ik heb alle macht in hemel en op aarde.

Het gaat niet meer om een dode Jezus, maar om de machtige God Die Zichzelf verzoende met allen die in Hem geloven en Zijn macht zal gebruiken om Zijn eeuwig (en niet tijdelijk) Koninkrijk tot stand te laten komen. Waar dan? In jouw leven. Ja, natuurlijk kunnen we spreken over het hemelse Koninkrijk en dat is ook wel waar. Maar ten diepste gaat het om dat Koninkrijk, dat zichtbaar wordt in het leven van iedere gelovige. En in al die gelovigen wordt de volle breedte en lengte van dat Koninkrijk zichtbaar. Jezus is opgestaan en laat Zich ontmoeten om het jou te laten zien dat Hij leeft en regeert tot in eeuwigheid. Op Golgotha zongen we nog: Is dat, is dat mijn Koning? Maar nu mogen we zingen: Dit is, dit is mijn Koning. En Hij heeft alle macht in hemel en op aarde. Zo gaat Hij je voor naar Galilea. Nee, zo gaat Hij je zelfs voor naar Jeruzalem. Zo gaat Hij de Zijnen voor naar Huis. Hij draagt de banier boven tienduizend. Hij gaat voor en Hij is mijn Liefste.

Is dit jouw Jezus? Waar ben je nu? Kun je Hem nog volgen, of ben je achtergebleven? Op een van die plaatsen waar Jezus al lang niet meer is? Kom, Hij roept je om Hem te volgen. Ja maar, ik vind het zo moeilijk. Want kan ik Jezus werkelijk volgen op weg naar Huis? Want ik struikel telkens weer en de twijfel slaat telkens toe. Soms val ik zo in zonden dat ik denk dat ik nooit bij Golgotha ben geweest. Mag ik je dan zeggen dat als je eenmaal bij Golgotha bent geweest dat die verzoening definitief is, maar dat Hij je nu zal voorgaan om Zijn macht aan jou te tonen. Hij heeft alle macht in hemel en op aarde. En daarmee zegt Hij ten diepste dat Hij alle macht heeft als het Hoofd van Zijn Kerk om haar te beschermen en haar voor te gaan. Is dat nu niet de troost die Hij je vandaag wil geven als je Hem leerde volgen in je leven?

Ja, Hem volgen dat is Zijn dood gelijkvormig worden, zoals Paulus zegt, maar het is meer. Want het is ook met Hem opstaan in dat nieuwe leven en daarin is Hij Degene die alle macht heeft in hemel en op aarde. Overal waar je komt, daar is Hij Koning. Is Hij dan overal Koning? Nee, Hij is het niet overal. Alleen in hemel en op aarde. Ene plaats ontbreekt. Hij heeft niet de macht in de hel. En niet omdat Hij die macht niet zou kunnen opeisen, want ook de hel heeft Hij overwonnen, maar daarover heeft Hij de macht losgelaten en is Hij voor ieder die in de hel terecht komt onbereikbaar geworden. Het lijkt dus alsof er in dit gedeelte weinig woorden zijn voor degenen die leven zonder Hem. En ten diepste is dat ook wel zo, maar toch zit er wel een hele duidelijke waarschuwing in en is het appèl toch heel scherp. Want Hij heeft alle macht in hemel en op aarde, Hij is de Koning van Zijn Kerk en houdt Zijn kerk in leven. Daarom gaat Hij voor en daarom stond Hij ook op omdat Hij als Koning zou regeren over al de Zijnen. Maar er zit wel een keerzijde aan. Hij toont Zijn eeuwige zorg niet aan degenen die Zijn verzoeningswerk niet willen aanvaarden. Als je nu met de vrouwen bij het lege graf bent gebleven dan wekt Hij je op om Hem in Zijn Woord weer te zoeken. Ik had het jullie toch gezegd waar Ik heen zou gaan? Maar daarvoor had Hij alleen de Zijnen uitgenodigd die in Hem als de Messias geloofden. Die wilde Hij ontmoeten. En je moet maar eens opletten, maar Hij riep dit niet aan het kruis.

Ik kom mensen tegen, en misschien ben jij er ook wel zo één, die zeggen dat ze Jezus volgen. Maar heeft Hij je wel uitgenodigd om naar Galilea te komen om Hem als de opgestane Levensvorst te ontmoeten. Buiten Golgotha om heb je niets aan een opgestane Jezus. Want dan is Hij opgestaan om je straks te oordelen. Maar als je Hem ontmoeten mag omdat Hij jouw zonden droeg op Golgotha, dan troost Hij je vandaag in de strijd van dit leven. Hij wil je niet laten zitten bij een leeg graf, Hij wil je leven regeren als Koning. En regeren is niet negatief, maar dat toont Zijn zorg voor de Zijnen. En daarom worden de discipelen gevraagd om naar Galilea te komen en daarom vraag ik jou, die bij Golgotha is blijven staan om mee te komen en Hem te ontmoeten. Dan zal Hij het je zeggen in al je strijd en aanvechting: Joh, echt hoor, Ik heb alle macht en je bent van Mij en daarom zal Ik Mijn macht gebruiken om voor jou te zorgen. En de duivel? Die heeft geen macht meer, want Ik heb hem overwonnen en aan de ketting gelegd. En dan zegt Jezus: Hij heeft nog wel macht en zal nog proberen je te verleiden, maar weet dat Ik alle macht heb. En zoals dat je Mij vastgreep op Golgotha als je Borg en Zaligmaker, zo moet je Mij heel je leven vastgrijpen nu Ik ben opgestaan. Mijn Jezus, ik houd U vast. Nee, ik volg U niet alleen, maar ik grijp mij vast aan U. Dan kan de duivel tekeer gaan, dan kan de zondemacht zo sterk zijn, maar Koning Jezus, regeert U mijn leven dan maar. Zie je hoe belangrijk het is om Jezus als de Levende te ontmoeten? Zou je echt genoeg hebben aan Goede Vrijdag? Zou je genoeg hebben aan het stille graf, waar niemand de lof van de Heere zingt. Nu vangt het nieuwe leven aan, want alles, alles is voldaan. Nu de Vader het genoeg vond en Jezus liet opstaan, gaf Hij Hem alle macht in hemel en op aarde. En straks zal Hij die macht gebruiken om al Zijn vijanden te veroordelen. Nu is de zaligheid voor Gods kinderen verzekerd, omdat Jezus leeft en Zijn Kerk zal bewaren en beschermen. Hij laat nooit, maar dan ook nooit varen de werken van Zijn handen. Alles dat Zijn hand begon zal Hij voltooien. Zo mag je het lege graf verlaten en wil Hij je ontmoeten en je door Zijn macht leiden totdat je straks mag Thuiskomen. Straks leidt men haar in statie uit haar woning, in kleding rijk gestikt, tot hare Koning.

Mijn Jezus? Hij is mijn Liefste en is blank en rood en draag te Banier boven tienduizend. Hij is de overwinnaar in de strijd en geeft Zijn volk de zegen. Zo gaat mijn Jezus mij voor op weg naar Huis. En biddend en worstelend voor Zijn Kerk is Hij nu boven en regeert deze wereld. Hij zet het hele wereldgebeuren naar Zijn hand. In het klein en in het groot. Hij is mijn Koning en zorgt voor mij. Niet omdat ik goed ben, maar omdat Hij het heeft beloofd toen ik Hem ontmoette als de Opgestane en toen Hij zei: Ik heb alle macht. Nooit werd ik meer bemoedigd dan op het moment dat ik Hem in levenden lijve mocht ontmoeten, want toen wist ik: Mijn Verlosser leeft en zal ten laatste over het stof opstaan. Als alle machten hun zegje hebben gedaan, dan zal tenslotte Jezus zeggen: Maar deze is van Mij, blijf er vanaf. Hij zal als laatste over het stof opstaan. Want God zal Zelf rechtspreken. En omdat mijn Liefste blank is van reinheid en rood is van verzoening, daarom zal als Hij Zijn mond over mij zal opendoen en mij keer op keer voortleiden op de weg in dit leven.

Maar aan deze machtswoorden van Jezus zit ook die andere kant. Hij is gewillig om je aan de hand te nemen. Als je onder het kruis leerde buigen dan mag je ook nu met Hem voorttrekken. Maar als je dat dan niet deed? Dan zal straks deze lieve Jezus, Die alles gaf wat Hij kon geven, straks ook Zijn macht tonen als jij aan de hemelpoort staan. Dan zal Hij zeggen: “Nee, jij gaat hier tot in der eeuwigheid niet binnen, want jij wilde zonder Mijn verzoening leven.” Hij zal je dan verwijzen naar die plaats waarover Hij Zijn macht heeft overgedragen aan de duivel. Daar mag de duivel alle macht hebben en zal hij die krijgen. In het graf zingt niemand de lof van de Heere, maar in het eeuwige graf helemaal niet. Het graf komt nog een einde aan, het stille graf blijft niet tot in alle eeuwigheid stil. Maar de eeuwige dood, het eeuwige graf zal nooit de lof van de Heere aanheffen. Het zal er niet stil zijn, daar in de hel. Er zal eeuwig geschreeuw en gekerm zijn, dat door merg en been zal gaan. En ik denk dat we moeten zeggen dat wij hier op aarde de volle heerlijkheid van de hemel niet kunnen bevatten, maar de volle afschuwelijkheid van de hel ook niet. Het meeste is u nog niet aangezegd, dat geldt van de hemel, maar dat geldt ook van de hel.

Mijn Jezus, ik houd van U en daarom wil ik onder Uw macht en heerschappij leven. Abba Vader, U alleen behoor ik toe. De Heere is mijn Herder en mij zal niets ontbreken, nu niet in deze tijd, maar ook straks niet in eeuwigheid. Kom broeders en zusters die nog niet verder gekomen zijn dan het lege graf, kom en aanschouw je Gezalfde, Hij is opgestaan en leeft en heeft Zijn banier weer opgenomen en draagt hem voor je uit.

Kom jij die van verre staan, jij die misschien wel bij Golgotha stond, maar Hem bespotte door Hem af te wijzen. Weg met deze, geef mij mijn godsdienst en traditie maar. Kom jij eens en buig voor Jezus neer zodat Hij ook jou mag voorgaan naar Huis. Waarom zou je verloren willen gaan, waarom zou je onder de macht van Jezus vandaan willen? Straks draagt Hij Zijn macht over jou over aan de duivel. Niet als zijn medekoning, maar omdat Hij de duivel straks voor eeuwig zal opsluiten in de hel en dat de duivel altijd machtiger zal blijken dan de mens. En dan zal Hij opgesloten in de plaats van eeuwige pijn zijn lusten botvieren. En nog is het tijd en nog gaat de nodiging uit: Kom tot uw Heiland, toef langer niet. Voor het eerst, maar nu ook op nieuw als je nog bij het graf bent achtergebleven.

 

 * Heb je vragen? Klik op de envelop