Ik zal uw stenen sierlijk leggen


Weekoverdenking: 13 april – 19 april
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'

Lezen: Jesaja 54:1-17   -   Tekst: Jesaja 54:11

  1. Zing vrolijk, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt! maak geschal met vrolijk gezang, en juich, die geen barensnood gehad hebt! want de kinderen der eenzame zijn meer, dan de kinderen der getrouwde, zegt de HEERE.

  2. Maak de plaats uwer tenten wijd, en dat men de gordijnen uwer woningen uitbreide, verhinder het niet; maak uw koorden lang, en steek uw pinnen vast in.

  3. Want gij zult uitbreken ter rechter hand en ter linkerhand; en uw zaad zal de heidenen erven, en zij zullen de verwoeste steden doen bewonen.

  4. Vrees niet, want gij zult niet beschaamd worden, en word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; maar gij zult de schaamte uwer jonkheid vergeten, en den smaad uws weduwschaps zult gij niet meer gedenken.

  5. Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israels is uw Verlosser; Hij zal de God des gansen aardbodems genaamd worden.

  6. Want de HEERE heeft u geroepen, als een verlaten vrouw en bedroefde van geest; nochtans zijt gij de huisvrouw der jeugd, hoewel gij versmaad zijt geweest, zegt uw God.

  7. Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten; maar met grote ontfermingen zal Ik u vergaderen.

  8. In een kleinen toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uwer ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser.

  9. Want dat zal Mij zijn als de wateren van Noach, toen Ik zwoer, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden gaan; alzo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer op u toornen, noch u schelden zal.

  10. Want bergen zullen wijken, en heuvelen wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer.

  11. Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste! zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren grondvesten.

  12. En uw glasvensters zal Ik kristallijnen maken, en uw poorten van robijnstenen, en uw ganse landpale van aangename stenen.

  13. En al uw kinderen zullen van den HEERE geleerd zijn, en de vrede uwer kinderen zal groot zijn.

  14. Gij zult door gerechtigheid bevestigd worden; wees verre van verdrukking, want gij zult niet vrezen; en verre van verschrikking, want zij zal tot u niet naken.

  15. Ziet, zij zullen zich zekerlijk vergaderen, doch niet uit Mij; wie zich tegen u vergaderen zal, die zal om uwentwil vallen.

  16. Zie, Ik heb den smid geschapen, die de kolen in het vuur opblaast, en die het instrument voortbrengt tot zijn werk; ook heb Ik den verderver geschapen, om te vernielen.

  17. Alle instrument, dat tegen u bereid wordt, zal niet gelukken, en alle tong, die in het gericht tegen u opstaat, zult gij verdoemen; dit is de erve der knechten des HEEREN, en hun gerechtigheid is uit Mij, spreekt de HEERE.

Is nu dan alles voorbij? Is na Jesaja 53 dan het einde en is er daarna geen hoop meer? Ja, er is nog een van velen wat de lijdende Knecht nog zal krijgen, maar hoe dan? Is er nog wel toekomst? Het doek lijkt gevallen te zijn en als we het Evangelie lezen en Jezus zien hangen aan het kruis, dan lijkt er geen toekomst meer te zijn. Je zou maar op Jezus hebben gehoopt en je leven aan Hem gegeven hebben. Je zou Jezus maar zijn gaan navolgen, en kijk eens aan het kruis. Daar gaf Hij Zijn leven en Hij gaat het graf in. Einde van de geschiedenis, want dood is toch echt dood. En ik dacht nog wel dat er toekomst zou zijn en dat alles tussen God en mensen weer in orde zou kunnen komen, maar het tegendeel lijkt waar. Want zelfs al zou Jezus de schuld gedragen hebben en Hij gaat daarna het graf in, dan zou de dood het laatste woord hebben. Wellicht dat dan de hel er niet zou komen, maar in het stille graf zingt ook niemand de lof van de Heere. En dan is de heerlijkheid oneindig ver weg. Waar zijn dan alle beloften van heil gebleven? 

En dan spreek Jesaja over het verbond van de vrede dat niet zal wankelen. Is dat dan nog mogelijk? Ja, het is nog mogelijk, want het mocht Pasen worden. En ik wil vandaag niet bij Pasen stilstaan in de zin van dat Jezus is opgestaan, maar ik wil veel meer stilstaan bij het gevolg dat het Pasen werd. Waarom moest het na Goede Vrijdag, Pasen worden. Wat heeft het voor zin dat het Pasen werd, waarom stond Jezus op uit het graf? Is er een doel mee dat dit gebeurd? En doel, dat nog verder reikt dan dat de dood wordt overwonnen? Nou, als je na Jesaja 53 gewoon verder lezen, dan blijkt dat er een doel is met de opstanding. Het werk van Jezus was niet klaar met Goede Vrijdag, Jezus moest opstaan, omdat Zijn werk niet klaar was. En ik zal het gelijk maar zeggen: Het is nog steeds niet klaar. Ja, de verzoening is aangebracht, helemaal. Maar met dat Jezus dood en graf overwon en het nieuwe leven aanbrak, heeft Jezus het, met eerbied gesproken, druk gekregen. Hij heeft het zo druk, want nu de dood is verslonden, en het nieuwe leven aanbreekt, begint de toekomst voor Gods kerk. Er is voldaan en nu kan er gebouwd worden aan Gods gebouw dat van geen wankelen weet. We zingen het hè, in psalm 89. Het vast gebouw van Gods gunstbewijzen zal niet wankelen of bezwijken, omdat het fundament van dit gebouw het verbond van Gods vrede is. En dat verbond kan onmogelijk bezwijken. Heuvels en bergen, die zullen straks omvallen, maar de vrede van God naar Zijn verbond zal voor eeuwig blijven bestaan. Als straks de hemelen en de aarde door vuur zullen vergaan en alle goddeloze daarbij, dan zal blijken dan er één ding is dat zal blijven bestaan: De trouw aan Gods verbond van vrede voor de Zijnen. 

En nu de dood is verslonden bouwt Jezus door Zijn opstandingskracht aan Zijn Kerk. Mag ik je vragen of deze Jezus, Die dood was, maar nu leeft, ook jouw Jezus is? Want met dat we vandaag stilstaan bij Jesaja 54 mag ik een troost doorgeven voor Gods kind, maar als jij Jezus niet als je Koning kent, dan gaat deze troost aan jou voorbij. En ik zou niet willen dat je vandaag de troost uit Jesaja 54 zou gaan gebruiken om overeind te blijven, terwijl je geen reden hebt om getroost te kunnen zijn. Als het eerste vers van Jesaja 53 voor jou nog geldt: Wie heeft onze prediking geloofd, en jij dat bent die het niet geloofd heeft tot nu toe, dan kun jij met Jesaja 54 niet uit de voeten. Sterker nog, dan is de boodschap uit Jesaja 54 niet voor jou. Dan heb jij geen fundament, dan is er geen basis in je leven. Zonder Jezus, kan God onmogelijk Zijn vrede aan jou geven.

En voor ik verder ga, wil ik jou waarschuwen en dring ik op je aan om niet buiten Jezus je leven te zoeken. Zonder Jezus is je leven dood. Je lijkt wel te leven, maar ten diepste heb je geen leven. En ook vandaag wil God jou laten zien wat Hij je wilt geven. En dat wat Hij te zeggen heeft tegen hen die hun vertrouwen en hoop op Jezus hebben gesteld, dat wil Hij ook jou geven en daarom zegt Hij: Kom, en laat Mij je Redder zijn.

Ik moet nu verder, omdat ik de troost mag geven aan een volk hier op aarde dat zich hier niet thuisvoelt. Een volk dat voortgejaagd wordt, een volk dat verdrukt wordt en dat zo vaak troosteloos en vol verdriet over deze aarde zwerft. 

Broeder en zuster, ik weet dat ik geen onbekende dingen zal zeggen als ik zeg dat jij je vaak verdrukt voelt op deze wereld. En na de troostvolle worden van Jesaja uit het eerste gedeelte van hoofdstuk 54 waarin hij spreekt van hoop en toekomst, van verlossing en redding nadat de Knecht alles heeft volbracht, stopt hij als het ware bij vers 11. En je zou je kunnen afvragen waarom Jesaja dit nu doet. Hoor je het Israël ook roepen? Hoor, luister eens goed: Jesaja, je kunt mooi praten, maar wij zien helemaal niets van het verbond des vredes en wij zien helemaal niets van verlossing. We zitten in de ballingschap en er is geen toekomst en nu spreek jij over verlossing. Hoor je het volk het zeggen? En luister nog eens goed, hoor ik daar een kind van God spreken: Jesaja, jij hebt mooi praten, maar ik heb geen leven op aarde. Zodra ik dicht bij de Heere kom, valt de duivel mij aan, word ik verdrukt. Mensen doen er alles aan om mijn geloof af te nemen en ze willen niets liever dan dat ik gewoon meedoe in de wereld. Ze vinden mij overdreven en zeggen dat ik alleen maar aan God kan denken in mijn leven. Dat alles alleen maar draait om God. Maar ik kan niet anders, want Jezus deed alles voor mij, hoe kan ik anders? Maar tegelijk, ik heb geen leven. Jesaja, je weet toch wel wat je zegt? IS er toekomst? Ik ben zo verdrietig door alles wat mij overkomt. Mensen doen mij pijn aan, soms mensen heel dichtbij. Ze trappen mij op mijn hart en ik ga vol verdriet en teleurstelling over deze wereld. Ongetroost, dat ben ik. 

En weet je… Jesaja hoorde dat commentaar ook en hij maakt nu even een pas op de plaats en trekt Gods kind er vandaag even bij. Jij… jij die verdrukt bent, jij die door onweder wordt voortgedreven en jij die zo ongetroost is, ik heb voor jou een woord! Want het lijkt wel of er geen toekomst is en dat je heel je leven op de vlucht bent. Het lijkt wel of niemand op deze aarde je begrijpt en dat ze je naar het leven staan. Hoor, eens, mag ik je vandaag wat zeggen? Het lijkt wel of alles hopeloos is, maar de HEERE wil je wat beloven. Vandaag zegt Hij het Zelf: Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen. En ik wil daar straks nog op terugkomen. Maar eerst even die aanspraak van Jesaja, dat moment dat Jesaja even onderstreept tegen wie hij nu eigenlijk spreekt. Net daarvoor zegt hij over het verbond des vredes dat de HEERE uw Ontfermer die belofte doet. En het hele hoofdstuk spreekt hij tegen Israël dat verlost zal worden uit de ballingschap en de ellende. En daarmee spreekt Jesaja tegen jou, die door genade Gods kind mag zijn en in Israël is ingelijfd. Wij moeten uitkijken om niet alles van Israël op ons te betrekken, maar de beloften van heil gelden ook ons die in Israël zijn ingelijfd. En daarmee is het verdrukte volk van Israël niet alleen Israël, maar betreft dat ook Gods kinderen in deze tijd.  

En hoe vaak moeten wij met Israël niet zeggen dat het lijkt dat het allemaal onmogelijk is? Zou ik ooit Thuiskomen? Zou ik ooit de hemel ingaan? Ach, als ik tot mij laat doordringen hoe mensen over mij denken, ach, eigenlijk hebben ze gewoon gelijk. En heb ik wel deel aan het heil? Misschien hebben die mensen wel gelijk en heb ik het mijzelf wel aangepraat. Je bent verdrukt, door de duivel. En Jesaja spreekt je aan en zegt: Hé jij, verdrukte, hoor eens. Maar ook jij, die door onweder wordt voortgedreven. Het woord dat er in het Hebreeuws staat voor onweder wijst op een zware storm. Als de storm van het leven je voortdrijft en jij moet vluchten, maar nergens heen kunt, zodat de dood je voor ogen schijnt, wat dan? Is er dan toch nog uitkomst? Kan het dan toch nog? En die Knecht des Heeren dan, die ging de dood in. Kan Jezus nog wel helpen? En als je ongetroost over deze wereld gaat? Met al het verdriet? Je eigen zonden, je eigen ongeloof, maar ook dat verdriet dat je aangedaan wordt, hoe kun je dan nog verder? Heere, ik kan alleen maar huilen van verdriet als ik mijn omstandigheden zie, hoe kom ik ooit door dit leven heen en nog meer: hoe kom ik ooit bij U? 

Laat we eerlijk zijn, als we naar ons levenhuis kijken, dan is er toch ook geen hoop. Alle stenen van ons leven, het is ene grote puinhoop. Stenen van de omstandigheden, maar ook stenen die we zelf op een hoop hebben gegooid. En dan dat verbond van Gods vrede? Dat is toch onbereikbaar? Word je zo voortgedreven door die stormen? Word je zo verdrukt en drukken de zonden je terneer? En ben je dan zo ongetroost? Nou, Jesaja wil dat volk van God juist aanspreken dat zich hierin zo herkent. Misschien overzie je het niet meer, ligt heel je leven in puin en ligt er geen ene steen meer op de andere. De mensen om je heen, je werk, je huwelijk, je leven, alles is een puinhoop. En dan zegt Jesaja, midden in de ballingschap: Zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen. Jesaja spreekt hier namens God Zelf. En al die stenen die een grote verdrietige, verdrukte puinhoop zijn, daarvan zegt God Zelf: Ik zal ze sierlijk neerleggen. In de eerste plaats spreekt Jesaja tegen het volk Israël. Midden in de ballingschap is er niets meer te zien van de heerlijkheid van Gods volk. De tempel ligt in puin en er is niet meer over. Maar als we de lijn vervolgens ook doortrekken naar Gods kinderen nu, dan moeten ook wij zo vaak zeggen dat alles in puin ligt. Wat is er van de tempel van mijn leven nog over. Mijn lichaam een tempel van de Heilige Geest? Mijn leven een woonstede Gods? Bij mij? Ik ben verdrukt, door onweder voortgedreven en ik ben ongetroost. En ik zit meer op de puinhopen van mijn bestaan, dan dat ik de stenen op de goede plaats zie liggen. 

Maar valt er dan nog wel iets aan recht te leggen? En dan mag ik je zeggen: Ja, er is wat recht te leggen, het is mogelijk dat je stenen sierlijk worden neergelegd. En de enige grond waarop de Heere dat doet, die ligt in Pasen. Want de steen die door de bouwlieden was verworpen, heeft Hij tot een hoeksteen gemaakt. Als Jezus de basis is van je leven en Hij je fundament is, dan zal God Zelf op Hem je leven grondvesten. Hij zal je bouwen op Christus en Hij zal van jou een woning maken voor Zijn Geest. Petrus zegt: Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.

Lieve broeder, lieve zuster, het is Pasen geworden en de Hoeksteen Jezus ging wel het graf in. Hij was wel dood en er leek geen basis meer te zijn dat ooit als fundament zou kunnen dienen. Maar het werk van Jezus werd door de Vader Zelf voltooid op de Paasmorgen. Want toen Jezus opstond uit het graf was het fundament gelegd voor onze zekere opstanding. En Hij zal nu Juda’s steden herbouwen uit het stof, want het verbond van Gods vrede zal niet wankelen. Het leek wel te wankelen op Goede Vrijdag, maar het schittert op de Paasmorgen van heerlijkheid. Gods verbond van vrede wordt onderstreept en de Heere zegt: Ik ben jouw Ontfermer. Jouw Maker is je Man en Ik, Ik zal jouw stenen gans sierlijk leggen. Ik zal Zelf uit de puinhopen jouw stenen sierlijk leggen. Is dat dan geen troost, voor troostelozen? Is dat dan geen bevrijding voor een verdrukt volk hier op aarde? De Heilige Israëls is je Verlosser. En Hij zal je sieraad voor as geven en vreugdeolie voor treurigheid. Zo zal Hij het Zelf doen in je leven.  

Pasen, het is het jaar van het welbagen van de Heere om de treurigen te troosten en Hij geeft je nieuwe klederen, het gewaad van lof. Jezus roept de gevangenen vrijheid uit en de gevangenis gaat open om Zijn verdrukte volk te troosten en te verlossen. En hoe het nu moet met die puinhopen? Ik zal het doen, zegt de Heere. Ik zal alle dingen nieuw maken en daarom zal Ik jouw stenen sierlijk leggen. God zal je Zelf herbouwen. Wat met de zonde aan stukken viel en wat door de zonde verbrijzeld werd, dat zal Hij Zelf herstellen. En de glorie van jouw leven zal groter worden als dat het ooit is geweest. God bouwt geen zandkastelen, maar Hij zal je leven op saffieren grondvesten. Hij zal je levenshuis bouwen op een fundament dat onmogelijk zal wankelen. Is de Paaskoning jouw Koning? Is Jezus je Liefste? Hij is blank en rood en draagt de banier boven tienduizend. Jezus, is de Koning van de overwinning en in Zijn overwinning, neemt Hij allen mee die met Hem het graf ingingen. Heb jij je zo vastgeklemd aan Jezus toen Hij daar hing aan het kruis? Kon je Hem niet meer loslaten en ben je daardoor met Hem begraven? Dan ben je vastgeklemd aan Hem ook met Hem opgestaan. En Hij zal jouw stenen gans sierlijk leggen. Hij zal een paleis maken van jouw leven. Kun je het nog begrijpen? Kan er uit dat puin nog iets te voorschijn komen dat tot Gods eer is? 

Ja, want de Heere is je Verlosser. En in dit leven, te midden van alle strijd begint Hij te bouwen en je stenen recht te leggen. En de basis? Een saffieren fundament. En dat moet je even laten landen als je weet wat dit betekent. Saffieren zijn diamanten. De Heere Zelf legt jouw stenen sierlijk, maar het gaat nog veel dieper en heerlijker. Hij legt je stenen in diamanten. Daar word je toch stil van? Dat puin dat Hij herbouwd uit het stof, dat legt Hij in diamanten. Ik zal je op saffieren grondvesten. Ik zal jouw stenen leggen in het diamant van Mijn Eigen Zoon. En wat is er nu harder dan diamant? Ongetrooste, hoor eens, de Heere, je Ontfermer spreekt tegen je en Hij zegt: Ik zal het doen. Hij spreekt hier Zijn belofte van herstel uit. En daarom moest Jezus opstaan, daarom moest de dood niet het laatste woord hebben, maar moest Hij leven, opdat voor jou en voor mij, na de dood het leven mij is bereidt en Hij ons zal opnemen in Zijn heerlijkheid. 

En hier in dit leven is Hij begonnen om Zijn Kerk te bouwen. En straks zal het volmaakt zijn, maar nu, dwars door de verdrukking, dwars door de storm en het verdriet heen is Hij begonnen om je stenen sierlijk op te bouwen tot een huis waarin Zijn Geest zal wonen. En steeds meer zal Hij Zijn kinderen troosten en steeds sterker zal het verlangen worden om Thuis te mogen zijn. En hoe verder Hij je leidt op de weg van het geloof, hoe meer en meer zal Hij je stenen sierlijk leggen. En soms lijkt het wel of de verdrukking er voor moet zorgen dat er geen ene steen meer op zijn plaats blijft. Soms lijkt het of mensen Gods werk in je leven kapot mogen maken en dat de duivel afbreekt wat God Zelf gaf. Maar telkens blijkt dat achteraf al het werk van duivel moest meewerken te goede. En steeds weer blijkt dat God Zijn belofte vervuld en Hij steeds weer meer stenen op zijn plaats legt. En met Hem te mogen leven, is ook een leven dat steeds meer aan het beeld van onze Meester gaat voldoen. Steeds meer drukt Hij Zijn beeld af in het leven van de Zijnen. Zie je wel dat Hij je stenen sierlijk legt. Hij maakt je steeds meer aan Zijn beeld gelijk. En dwars door alle strijd heen, vormt Hij je leven, zodat je als een gekende van de Vader de weg naar Huis mag gaan. En de heerlijkheid van de hemel straalt steeds meer af van je leven. En hoe dichter je leeft bij Jezus en hoe meer je de toevlucht neemt tot Gods Vaderhart, hoe meer jouw leven een tempel wordt waarin God verheerlijkt wordt.  

En die stenen, kunnen die vuile en smerige stenen nog gebruikt worden door God. Die oren heeft die hore wat de Geest tot de gemeente zegt, die overwint, Ik zal hem geven een witte keursteen, en op de keursteen staat een nieuwe naam geschreven, welke niemand kent, dan die hem ontvangt. Hij doet het helemaal bij hen die op Hem vertrouwen. Hij geeft je een witte steen en daarmee wordt Zijn Kerk gebouwd. En Hij zal je in die Kerk invoegen en legt jouw steen sierlijk weg in Zijn gebouw dat tot lof en eer en glorie van Zijn Naam wordt gebouwd. En steen met je naam erop geschreven. Ik heb jou bij je naam geroepen en je bent van mij. Ongetrooste, verdrukte, je hoeft niet meer te klagen, want je bent van de Vader. Hij riep je bij je naam en Hij zette je naam op die steen die Hij sierlijk invoegt in Zijn heerlijke gebouw.  

Is dit dan geen troost? Is dit geen hoop als je leven troosteloos is, als de stormen en het onweer in je leven je voordrijven? Kom, laten we ons vastgrijpen aan Gods Eigen belofte, van Hem die zegt: Ik ben je Maker en daarom ben Ik ook je Man. Jij bent Mijn bruid en Ik zal Mijn bruid versieren met heerlijkheid. En ik zeg het: Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tienduizend. Hij is de Overwinnaar in de strijd en geeft Zijn volk de zegen. Mijn Jezus, ik houd van U. 

Mijn Koning en mijn God zal mijn vervallen huis herbouwen uit het stof. Maar jij, die zonder Jezus door het leven gaat? Ik wil je nog een keer aanspreken, omdat mijn Meester nog meer stenen nodig heeft om Zijn Huis te bouwen. Mag Hij jouw stenen sierlijk leggen? Het puin dat Hij niet herbouwd zal straks tot gruis de hel in geveegd worden. Maar nu wil Hij je grondvesten op Die grote Diamant Jezus Christus. Geef je over in Zijn handen. Want ook jouw stenen wil Hij sierlijk leggen. Mijn Jezus, Hij stierf voor mij, maar Hij deed het ook voor jou. Geloof Zijn Woord en laat je toch leiden. Dan mag je het ook meezingen: Mijn Jezus, ik houd van U. En Hij, Hij zal je uit het puin herbouwen en je stenen gans sierlijk leggen.

Mijn Jezus ik houd van U,
ik noem U mijn vriend.
Want U nam de straf op U
die ik had verdiend.
De grote Verlosser,
mijn Redder bent U;
`k Heb van U gehouden,
maar nooit zoveel als nu.

Mijn Jezus, ik hou van U,
want U hield van mij.
Toen U aan het kruis hing,
een wond in uw zij.
Voor mij de genade,
de doornenkroon voor U;
`k Heb van U gehouden,
maar nooit zoveel als nu.

Ik zal van U houden
in leven en dood.
En ik wil U prijzen,
zelfs dan in mijn nood.
Als ik kom te sterven,
dan roep ik tot U;
`k Heb van U gehouden,
maar nooit zoveel als nu.

Als ik in uw glorie ,
uw heerlijkheid kom,
dan buig ik mij voor U,
in uw heiligdom.
Gekroond met uw heerlijkheid,
zal `k zingen voor U;
`k Heb van U gehouden,
maar nooit zoveel als nu.

 

 

 * Heb je vragen? Klik op de envelop