God wil alle mensen


Weekoverdenking: 27 oktober – 2 november
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'

Lezen: 1 Timotheüs 2:1-8   -   Tekst: 1 Timotheüs 2:4

1.      Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;

2.      Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.

3.      Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker;

4.      Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.

5.      Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;

6.      Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;

7.      Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en waarheid.

8.      Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting.

Na de enorme hoogte van vorige week, waarin we iets mochten zien van het verlangen naar de hemel, zullen we vandaag heel diep afdalen uit de hemel. Is het dan niet goed om in de hemel te zijn? Jawel, het is de beste plaats die we zouden kunnen bedenken, maar vandaag zullen we zien dat God zo diep afdaalde uit de hemel om jou die vorige week moest zeggen: Dit verlangen naar de hemel is er bij mij niet, want ik ben nog zo’n goddeloze die zonder God in de wereld is. Vandaag wil God zo diep afdalen om aan jou te laten zien wat Zijn wil is met jou. Want als er één ding duidelijk wordt uit dit gedeelte dan is het wel dat God laat zien dat Hij zeer gewillig is om ook jouw Zaligmaker te zijn.

En tegelijk zeg ik dan ook tegen al Gods kinderen: Dan zit jij vandaag echt niet zonder werk. Want Paulus begint in dit hoofdstuk bij het gebed voor alle mensen. Vanuit het gebed als het grote middel om onze naasten tot geloof te laten komen, komt Paulus uit bij de gewilligheid van God. Want bekering is en blijft Gods werk in mensen en daar hebben wij een taak in en daarom begint Paulus hier tegen zijn geestelijke zoon Timotheüs met de opdracht tot het gebed. En mag ik jou dan om dat gebed vragen en ik wil je vandaag op je hart binden om met hen die jou lief zijn in je omgeving te worstelen aan de troon van Gods genade. Want dat is goed en aangenaam voor God. Steeds meer leer ik zien dat mijn armen te kort zijn om mensen tot geloof te brengen en steeds meer dwingt mij dat om die mensen die de Heere mij laat ontmoeten, iedere dag weer terug te leggen in de handen van de Heere.

Paulus zegt in dit hoofdstuk dat hij als prediker en apostel is aangesteld om het Evangelie te verkondigen. En daarom wil hij dat er gebed is voor zijn werk en voor de mensen tot wie hij komt met de boodschap van het Evangelie. Ik vermaan dan vóór alle dingen dat er gebed is, zegt hij aan het begin van het hoofdstuk en daar komt hij vervolgens in vers 8 weer op terug. De verkondiging van het Evangelie moet dus met gebed van de gemeente gepaard gaan. En dit geeft Paulus niet alleen mee, als iets dat hij terzijde even aanstipt, maar hij vermaant het. Heel ernstig roept Paulus ons dus op dat er gebed moet zijn opdat het Woord ook kracht zal doen. En dan kunnen wij allerlei dogmatische vragen gaan stellen of dat God zonder ons gebed dan niets zou kunnen doen, maar ik denk dat we het hier moeten laten staan zoals het er staat. Natuurlijk heeft God ons niet nodig, maar Hij gebruikt Zijn kinderen wel om van hen gebeden te zijn! En laten we deze vermaning aan het adres van ons dan ook heel serieus nemen en hier ons dagelijks werk van maken. Het is niet de bedoeling van Paulus om het hier zo neer te zetten dat vervolgens de rest van de Bijbel dan niet meer geldig zou zijn. Hij legt hier een nadruk op deze kant binnen het almachtige werk van God. Want we kunnen vervolgens niet zeggen dat iemand die onbekeerd is dan met zijn armen over elkaar moet gaan zitten en aan het gebed van de gelovige genoeg heeft. Als we de eerste verzen van dit hoofdstuk losmaken uit de Bijbel kunnen we hier op uitkomen, maar dat is zeker niet de bedoeling, maar Paulus benadrukt het gebed en laat daarbij al het andere ook gewoon staan. En we merken dan een spanning tussen Gods almacht, Gods wil en ons gebed, maar ook de onwil die er van nature bij ons is.

God wil dat alle mensen zalig worden. En ik zei al dat we vandaag heel diep zouden afdalen omdat God jou, die niet leeft vanuit het vergevende werk van Christus, vast te pakken om je te redden. En misschien ben ik te voorzichtig om te benoemen wie jij bent en probeer je er nu onderuit te komen, door je wat netter voor te doen dan dat je bent. Maar God maakt ons vandaag duidelijk dat Hij zo diep wil afdalen dat Hij jou, die onbekeerd is, dat Hij jou die nog een goddeloze is, wil redden. En pas hebben we al gezegd dat er maar twee soorten mensen zijn: Mensen die geloven en mensen die niet geloven. Mensen met God en mensen zonder God. En jij weet heel goed dat als je zonden niet vergeven zijn, dat je zonder God bent. En voor jou heb ik vandaag een boodschap. Mijn vriend of vriendin, God wil dat alle mensen, dus ook jij, zalig zal worden. En om die reden roept Paulus de gelovigen op tot gebed. Ten diepste gaat het dus om het gebed voor jou, die onbekeerd is. Paulus gaat nu één ding heel erg duidelijk proberen te maken. Vanuit dat gebed voor alle mensen, komt er het woordje ‘want’ bij Paulus. Het gebed is aangenaam voor God. En waarom dan? Omdat God wil dat alle mensen zalig worden.

Wat wil God dus eigenlijk? De Heilige God, Die hoog in de hemel woont, komt naar deze aarde toe om ons te vertellen dat Hij wil dat jij zalig wordt. En stop nu maar even met redeneren, stop nu maar even met al je dogma’s en al je theologie, en wordt onder deze woorden nu eens even stil. Kom eens tot jezelf, en laat dit nu eens tot je doordringen. God is dus niet Die God Die jou laat aanmodderen. Hij is niet Die God Die van Boven op je neerziet om eens te kijken of Hij je kan straffen. Maar God keek van Boven naar de mensen en kwam naar beneden omdat Hij wil dat jij, wie je ook bent, zalig zult worden. En alleen al dat God dit wil, moet ons al zo verwonderen dat wij stil en in aanbidding neervallen voor Hem. Deze waarheid die Paulus ons hier voorhoud, zou ons eigenlijk niet eens op de been moeten kunnen houden. Want dit is toch het meest dwaze dat wij zouden kunnen bedenken, dat God zou willen dat wij, die bewust ons van Hem hebben afgekeerd, zouden zalig worden. Dit kan toch eigenlijk niet? En misschien zit jij hier wel mee. Want God kan nu wel zeggen dat wij ons moeten bekeren en dat wij moeten geloven, maar wie zegt ons nu dat God jou wil hebben? En nu zit je al je hele leven in de kerk en nog steeds is er niets veranderd. Soms hoor ik mensen wel eens zeggen: Eigenlijk vind ik dat ik nu ook wel recht heb om bekeerd te zijn. En als ik het menselijk bekijk, dan begrijp ik die gedachte nog zo goed ook. Want misschien wil God wel helemaal jou de zaligheid niet geven. En zo raak je helemaal verstrikt in je gedachten en kom je er niet meer uit.

En dan zegt Paulus vandaag tegen je: God wil dat alle mensen zalig worden. En dat onderstreept hij ook nog met een hele dikke streep. Daar kom ik zo op terug, want we moeten eerst kijken wat er nu wordt bedoeld met ‘alle’ mensen. Als we de kanttekeningen er op nalezen dan zeggen die, dat we het ook kunnen vertalen met ‘allerlei’ mensen. Van alle soorten zouden er dan zalig worden. Want als we zouden spreken over alle mensen, ontstaat het probleem dat God almacht in het geding komt. Gods wil gebeurt altijd, zeggen de kanttekeningen dan, en als niet alle mensen zalig worden, dan klopt dit dus niet meer. Toch kan ik op grond van Gods Woord hier echt niet in meegaan, want waarom gaan mensen verloren? Omdat ze niet wilden dat Christus Koning over hen was. Gods wil blijft gewoon staan, maar God laat onder die wil toe dat mensen willens en wetens zich blijven verharden en zich afkeren van het heil. Dan komen de kanttekeningen nog een keer om de hoek kijken als deze zeggen: Maar dat betekent dat mensen een aandeel leveren in het heil. In die zin hebben ze nu gelijk als het gaat over het menselijke aandeel in het geloof. Het is Gods werk. Toch zegt de Heere Jezus wel heel erg duidelijk dat Hij (Jezus is ook God) Jeruzalem als een hen haar kuikens bijeen wilde vergaderen, maar dat zij niet wilden. Christus wilde wel, maar de Joden wilden niet en Hij heeft ze overgegeven aan het oordeel.

Door alles heen blijkt dat er bij God alle ruimte is voor alle mensen. Het aanbod van de genade is voldoende. Zoals ook Johannes dit zegt dat het offer van Christus er is voor de gehele wereld. God had de gehele kosmos lief en daarom gaf Hij Zijn Zoon. Dit geeft zo duidelijk aan dat er bij de Heere niemand buiten Zijn macht en gewilligheid valt. Gods gewilligheid is zo groot, dat het Zijn verlangen is dat alle mensen zalig worden. Jij valt dus niet buiten de boot. Jij mag jezelf niet eens afvragen of God wel wil dat jij behouden zult worden. God wil het, Hij heeft jou behoud op het oog. En Hij wil niets liever dan dat Hij straks in het oordeel niemand zou hoeven veroordelen. Bij God vandaan is er werkelijk geen enkele barrière dat jij behouden kunt worden. Sterker nog, God daalde zover af, dat Hij Zelf niet alleen naar deze aarde kwam, maar dat Hij in Christus alle schuld heeft betaald.

Jezus Christus, heeft Zich tot een rantsoen gegeven voor allen. Niet voor sommigen, maar voor allen. En ook hier zouden we van kunnen maken dat er weer allerlei mensen zou staan, maar ook hierin zegt Johannes: Zie het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt. Nee, niet van enkelen, maar voor allen. En wat moet ik dan vandaag nog zeggen tegen iedereen die denkt een hopeloos geval te zijn. Hoe diep daalde Jezus af? Moest het dan nog dieper? Moest God nog meer doen voor jouw behoud? Vertel mij dan wat Hij nog meer moest doen? Stop nu toch eens met redeneren, houd alsjeblieft op met al jou denken over God. Want vandaag zegt God tegen jou: Ik wil dat je zalig wordt en om dat mogelijk te maken, heb Ik Zelf gezorgd dat jouw schuld betaald kan worden. Er hoeft helemaal niets meer te gebeuren.

Worden dan zomaar al die mensen zalig? Als je bedoeld dat het zo makkelijk gaat, dan zeg ik ‘ja’. Zo eenvoudig en toch is niet alles ermee gezegd. Want God wil dat jij zalig wordt en daarmee is het zo zeker dat Hij nooit, nooit jou zal afwijzen als jij bij Hem komt met al je zonden. Maar niet iedereen wordt ook werkelijk zalig, want Jezus staat vandaag voor jou, maar God geeft jou alle vrijheid om ‘nee’ te zeggen tegen Jezus. God wil niet dat jij Hem gedwongen lief zult hebben, maar Hij wil vrijwillig liefgehad worden. En ondanks dat God niets liever wil dan dat jij Hem als je Zaligmaker aanvaard, geeft Hij jou alle ruimte om tegen Hem te kiezen. En nu heb jij ondertussen het gevoel gekregen dat de rollen omgedraaid zijn. Want eigenlijk was het toch Gods schuld dat jij nog onbekeerd was, maar nu laat de Heere zien dat Hij alles gereed maakte om jou te kunnen behouden. Ja, dat ging zelfs zover dat Hij er in voorzag dat Zijn Eigen eis van betaling bleef bestaan. God stapt niet over Zijn Eigen recht heen en Hij eist betaling voor de zonden, maar zelfs daarin voorzag Hij en offerde Zichzelf.

En als God nu zo gewillig is, wat weerhoudt jou dan ervan om de toevlucht te nemen tot Hem? En misschien was dit bovenstaande al genoeg en mag je met vrijmoedigheid gaan omdat de Heere je niet afwijst. Als dat zo is, dan is er nu blijdschap in de hemel. Maar ik weet dat bij velen de ja-maars blijven klinken. De uitverkiezing wordt uit de kast gehaald en alles wat wij niet kunnen wordt erbij gehaald. En ik weet het, theologisch heb je gelijk, maar het wonder is dat Jezus nergens van deze theologie uitgaat, maar jou onvoorwaardelijk oproept om in Hem te geloven. Al onze dogma’s komen er bij Jezus niet aan te pas en Hij geeft het bevel tot geloof en bekering. Werkt God dat geloof dan niet? Jawel, want waarom denk je dat al die gelovigen bidden voor jou? Waarom denk je dat ik al die mensen die ik op mijn pad krijg, iedere avond weer terugleg in de handen van mijn Zender? Omdat ik alles van Hem verwacht. Maar weet je wat Die gewillige Zaligmaker nu doet? Hij trekt aan je? En weet je hoe Hij dat doet? Hij toont Zijn gewilligheid door aan jou te vragen om naar Hem te kijken. En weet je wat Hij je nu laat zien? Hij zegt tegen je: Lieve vriend, kijk eens naar Mijn handen? Daar zitten gaten in van de spijkers. Daar zijn de spijkers doorheen gegaan, waarmee Ik aan het kruis gespijkerd werd. Kijk eens naar Mijn voeten, Mijn lieve vriend. Gaten zitten erin door de spijkers waarmee Ik vastzat aan het kruis. En weet je, zegt Jezus, dat deed Ik voor jou…!

Voor jou, gaf Ik Mijn leven. Ik heb alles voor je betaald, Ik ben jouw betaalmiddel bij Mijn Vader. Mijn Vader wilde jou als Zijn kind en Hij zei tegen Mij: Mijn enige Zoon, wil Jij naar de aarde gaan om te betalen voor alle schuld van de mensen daar. En Ik, Mijn vriend, Ik ben gegaan omdat jij behouden moet worden. Zo staat deze lieve Zaligmaker vandaag voor je, met de tranen in Zijn ogen, omdat Hij niet wil dat jij aan Hem voorbij zal gaan. Hij toont Zich vandaag zo vol van genade en liefde, omdat Hij je Zaligmaker wil zijn. En als ik hier over nadenk dan vervuld mijn hart zich met stille aanbidding voor mijn Meester. Ik kan het niet uithouden onder zoveel liefde, want dit is te veel voor mij. Zou jij dan nu nog kunnen blijven die je bent. Christus stelde Zich als een rantsoen voor jou en voor mij. En wanneer stop je er nu mee om om Hem heen te gaan? Moet mijn Meester dan echt nog dieper neerdalen? Is dit dan nog niet genoeg? Dan moet ik hard voor je zijn, want dan is er maar ene conclusie voor mij en dan zegt Jezus vandaag tegen jou: Mijn vriend, je wilt niet dat Ik je Koning bent. Dat is alles. Het ligt niet aan Gods gewilligheid en ook niet van die van Christus. Het zit vandaag maar op één punt helemaal vast en dat is dat jij er voor kiest om je eigen leven te blijven leven. En ik zie de tranen van mijn Zaligmaker vallen op de grond van jouw bestaan. Ik kan de ogen van mijn Zaligmaker niet meer zien door de tranen die eruit rollen, omdat jij je nek verhard. En Jezus zegt met een verstikte stem: Ik gaf alles en nog wijs jij Mij af. Nog probeer jij met al je godsdienst en je nette leven om Mij heen te lopen en Mij niet nodig te hebben.

Ik voel de pijn van deze afwijzing, ik voel verdriet in mij opkomen dat ik niet kan beschrijven omdat je na zo’n evangelieverkondiging nog steeds Jezus afwijst. En wat ben ik dan dankbaar voor de woorden van Paulus die mij en alle broeders en zusters erop wijst om te smeken bij God of Hij jou hart wil breken. En je mag best weten, maar na zo’n aanbod van Jezus Christus, Die zo laag neerdaalde voor jou, als dit je hart niet breekt, wat zal er dan nog moeten zijn om jou hart te breken. Maar ik mag voor jou in gebed gaan en smeken of de Heere alle weerstand vandaag zal wegnemen, zodat jij vandaag mag zeggen: Mijn Koning en Mijn God.

Mijn armen zijn te kort, maar het woord van mijn Meester is krachtig en ik weet dat Hij Zich laat verbidden. En er is maar ene God en die God wil dat jij zult komen tot de kennis van de waarheid. Dat wil Hij, niet alleen wil Hij je behoud, maar Hij wil je daarbij ook tot de kennis van de waarheid laten komen. En omdat God dat wil, zal Hij dat ook blijven doen. En al blijf jij weglopen, toch blijft Hij je keer op keer Zijn waarheid horen. En dat is te hoog om te beseffen. Zelfs nadat Hij het allerliefste dat Hij had gaf, zelfs nu nog doet Hij er alles aan om jou tot Zijn kind te maken. God hoeft toch maar één woord te spreken? Laat God dat dan maar doen en tot die tijd ga ik verder met leven. Dat zeggen veel mensen die de verantwoordelijkheid van zich afschuiven. Inderdaad God is machtig om dat op die manier te doen. Hij kan je als een Paulus van je paard afgooien, je totaal verblinden en in uiterste radeloosheid brengen. Maar zou de Heere dat op die manier willen doen, terwijl Hij juist jou al Zijn liefde laat zien? Nooit gaat de Heere om onze verantwoordelijkheid heen en Zijn liefde vraagt om wederliefde. En ik zou niet weten op welke manier dat ik de liefde van mijn Meester duidelijker kan maken als dat ik zojuist deed. Laat je zaligen, stort je maar in Zijn armen en vertel Hem dat je Hem niet meer kan missen en dat je Zijn liefde wil aanvaarden. God vraagt geen ingewikkelde geloofskeuze, Hij vraagt alleen maar dat je ‘amen’ zegt op Zijn Evangelie.

Nog een paar woorden aan hen die worstelen met hun zondaar-zijn en daardoor niet durven komen tot deze Zaligmaker. Lieve vriend, God wijst jou niet af, want Hij is gewillig om jou zalig te maken. Ga maar gerust, hoe groot je zonden ook zijn, want deze lieve Zaligmaker, laat geen zondaren buiten staan die in hun nood en ellende tot Hem zich ter genezing wenden. Echt niet, God wil dat jij behouden wordt en Hij is er niet op uit om je te slaan. Hij wil je ontmoeten in liefde en Hij wil je hand nemen en je leren om volkomen op Hem te vertrouwen. Vandaag mag ik je onderaan het kruis brengen en je daar omhoog laten kijken. Want daar is alles voor jou voldaan. En jij mag komen, bij deze Zaligmaker. En ik weet het, je zonden zijn te groot. Maar toch, de liefde van deze Zaligmaker is oneindig veel groter dan al jouw zonden. Leg je leven in Zijn handen en wordt maar stil van binnen. Vertel Hem maar je worsteling en vertel Hem maar dat je vanaf vandaag niet meer verder wil zonder Hem. En je zult zien dat Hij je in genade zal aannemen.

Ik begon met het gebed waaruit Paulus dit hoofdstuk begon. Kinderen van God, broeders en zusters, je gaat vandaag niet weg zonder taak. Dat werd al wel duidelijk. Ik weet dat mijn woorden geen mensen zullen verbreken en ik weet dat hoe breed ik de liefde van de Zaligmaker ook uitbeeld, dat dit op zichzelf geen hart zal breken. Want dat is en blijft Gods werk. Toch gebruikt Hij de middelen en vraagt Hij ons om tot Hem te bidden. En dan hoop en bid ik dat deze meditatie tot zegen mag zijn voor al die mensen die zonder Jezus leven. Want ik weet dat als de Geest er in meekomt, dat er wonderen zullen gebeuren, want God wil dat alle mensen zalig worden. Hij heeft geen lust in de dood van de goddeloze, maar hierin heeft Hij lust dat deze zich bekere en leve. Zou je dit woord van deze oneindige liefde willen doorgeven aan hen die je dierbaar zijn en nog steeds onbekeerd leven? Wees met dit woord niet te zuinig, maar geef het door, zodat je kind, je man of vrouw, je broer of zus, het mag lezen dat God op hem of op haar wacht. Dat hij of zij de liefde van deze Zaligmaker zal voelen in het hart. Laat deze meditatie maar slingeren en deel het maar uit.

En als jij nu twijfelt? Want ook Gods kinderen hebben momenten van twijfel en soms lijken die momenten wel te overheersen. Wat dan? Ook na ontvangen genade kan het zover wegzakken dat je wanhoopt aan alles. Maar dan geldt ook hè, God wil je zalig maken en Jezus Christus zegt dan ook tegen jou: Ik deed het echt voor jou! En ik denk dat we vaker onze tent moeten opslaan onder het kruis en dat we vaker moeten opkijken naar onze Zaligmaker. Want Hij gaf Zichzelf voor zondaren. En probeer dan het wonder maar niet klein te krijgen, maar laat het wonder, het wonder en laat er maar verwondering overblijven. En hoe meer ik stil sta bij het kruis, hoe meer rust ik mag ervaren en hoe meer de vrede van God mijn hart vervuld. Maar dan voel ik ook de drang om de troon van Gods genade te bestormen voor hen die mij dierbaar zijn, maar die zonder God leven.

Wie je ook bent, zonder huiswerk komen we er vandaag niet vanaf. Maar de tijd dringt, nog even en Jezus zal komen om Zijn parels binnen te halen. En tot aan die dag, zijn de velden wit om te oogsten. Laten we haast maken met de zaak van Christus en worstelen aan de troon der genade. Dan zal God verhoren en wonderen doen. Hij zal er dan Zelf voor instaan dat alle mensen zullen zien dat Hij gewillig is.

 * Heb je vragen? Klik op de envelop