Begroting
Weekoverdenking: 26
mei – 1 juni
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'
Lezen: Lukas 14:25-35 - Tekst: Lukas 14:33
En vele scharen gingen met Hem; en Hij, Zich omkerende, zeide tot hen:
Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en kinderen, en broeders, en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.
En wie zijn kruis niet draagt, en Mij navolgt, die kan Mijn discipel niet zijn.
Want wie van u, willende een toren bouwen, zit niet eerst neder, en overrekent de kosten, of hij ook heeft, hetgeen tot volmaking nodig is?
Opdat niet misschien, als hij het fondament gelegd heeft, en niet kan voleindigen, allen, die het zien, hem beginnen te bespotten.
Zeggende: Deze mens heeft begonnen te bouwen, en heeft niet kunnen voleindigen.
Of wat koning, gaande naar den krijg, om tegen een anderen koning te slaan, zit niet eerst neder, en beraadslaagt, of hij machtig is met tien duizend te ontmoeten dengene, die met twintig duizend tegen hem komt?
Anderszins zendt hij gezanten uit, terwijl degene nog verre is, en begeert, hetgeen tot vrede dient.
Alzo dan een iegelijk van u, die niet verlaat alles, wat hij heeft, die kan Mijn discipel niet zijn.
Het zout is goed; maar indien het zout smakeloos geworden is, waarmede zal het smakelijk gemaakt worden?
Het is noch tot het land, noch tot den mesthoop bekwaam; men werpt het weg. Wie oren heeft, om te horen, die hore.
Het zou wel wat zijn als je vandaag de beslissing neemt om een huis te gaan bouwen en je de aannemer regelt, maar dat je niet van te voren bedenkt wat de kosten zullen zijn. Of stel je nu eens voor dat je een wereldreis wilt gaan maken en je zit aan de andere kant van de wereld en het geld blijkt op te zijn. Je kunt dan niet meer verder reizen en sterker nog, je kunt niet eens meer thuiskomen.
En weet je, ik kom heel veel mensen tegen die op dezelfde manier tegen mij zeggen: Ik heb voor Jezus gekozen en ik volg Hem. Nou denk je dan, dat klinkt hoopvol. Maar het is nog maar de vraag of dit echt hoopvol is. Ik kom jongeren tegen die zeggen ik heb Jezus lief met heel mijn hart, maar ik wil toch nog wel gewoon aan alles kunnen meedoen. Ik kom er tegen die met Jezus aan hun hand, denken zich te kunnen vermaken op een kermis of in een pretpark. Ja, wij willen Jezus wel volgen. Wij willen best geloven, o natuurlijk willen wij Jezus als onze Zaligmaker. En als je een beetje goed Reformatorisch bent opgevoed dan durf je nog niet eens wat anders te zeggen. Ja, want zonder Zaligmaker, zonder Jezus als je Redden, ga je voor eeuwig verloren. Dus ja, zonder Jezus wil je natuurlijk niet. En dan kun je zeggen dat je Jezus als je Zaligmaker hebt, maar je moet je eens eerlijk afvragen of Jezus Zichzelf wel kent als jouw Zaligmaker.
Als je met een aannemer afspreekt dat hij je huis gaat bouwen, maar jij hebt daar het geld niet voor, dan is die aannemer dus ten diepste niet voor jou bezig, maar voor degene die straks, nadat de deurwaarder langs is geweest, jou huis zal kopen. Zo is het eigenlijk ook met het geloof. Wij kunnen allemaal zeggen dat Jezus onze Zaligmaker is, maar dit heeft wel hele grote gevolgen in ons leven. En nu wil ik je vandaag helemaal niets afnemen, maar ik wil wel heel erg eerlijk met elkaar in de spiegel kijken hoe het er voor staat. Ik verwacht ook niet dat ik volmaakte mensen zal tegenkomen. Niets van dat alles. Maar laten wij eerst eens kijken naar dat wat Jezus ons in de Bijbel leert over het navolgen van Hem. Laten wij eens kijken wat wij hier leren het discipel zijn van Jezus.
Ben ook jij een discipel, een discipel van de Heere? Ben jij dat? Maar ik dan om te beginnen eens vragen wat dat jou mag kosten? Of kom ik dan heel snel te dichtbij? En laat ik de begroting dan maar gelijk presenteren. Als je Jezus volgt, als je Zijn discipel wilt zijn, dan ga je zelf failliet. Het is heel eenvoudig, maar een discipel zijn van Jezus kost je alles! Nee, het kost je niet iets, maar het kost je alles.
En misschien dat je nu opstaat en zegt: Als dat zo is, dan hoeft het van mij niet. En misschien dat je op die vraag te snel een antwoord geeft. Want als Christus heel ons leven vraagt is dat wat anders dan wat wij wel eens uitleggen als dat wij niet meer meetellen. Dat noemen wij zelfverloochening en dan bedoelen wij dat wij onszelf helemaal wegcijferen alsof wij totaal van ondergeschikt belang zijn. Toch is dat niet wat Jezus bedoeld met het verlaten van alles. Het gaat er bij God helemaal om dat we helemaal beschikbaar zijn voor Hem, maar tegelijk betekent dat bij God niet dat dit tot verwaarlozing moet komen van onszelf. Wij mogen er in die zin wel zijn als gewilde mensen. Maar dat stuk van zelfverloochening is een stuk dat veel van Gods kinderen leren met vallen en opstaan. Maar vergeet dan niet dat het verloochenen van jezelf om Christus wil, niet betekent dat dit al je vreugde kost en dat er geen blijdschap meer in je leven is, nee sterker nog, op het moment dat je heel leven in handen van de Heere mag leggen en Hij met jou mag doen wat Hij wilt, zul je een diepe vreugde en vrede ervaren. En die vreugde en vrede komt voort uit God omdat je dan pas echt tot je bestemming komt.
En als we vandaag de kosten overrekenen van het leven met Christus, dan kunnen en mogen we niet stoppen op het punt waar de bekering begint. En ik weet wel, als die bekering er is, dan kom je ook achter Jezus aan en toch wil ik deze keer veel dieper gaan zodat het in jouw leven, kind van de Heere, komt tot een volkomen overgave. Die overgave is een stuk in het geloof die strijd kost, die alles van jezelf kost en die vanwege die strijd vaak maar ten dele wordt beleefd binnen het geloof. En dan zou het wel kunnen zijn dat dit vandaag heel veel pijn doet, maar dat moet dan maar gebeuren.
Toch wil ik beginnen bij die mensen die zeggen dat ze Jezus wel willen volgen en dat ze voor Jezus willen kiezen. Ik wil beginnen bij jou, die zegt dat je Christus als je Zaligmaker wil, maar die het ten diepste alleen maar om het ontlopen van de hel gaat. En dan heb ik het tegen jou die Jezus alleen maar ziet als een doekje tegen het bloeden. En ik weet dat dit hard is en dat ik misschien heel dicht bij je kom en ik hoop dat je dat wil laten gebeuren, want ik zeg dit tot je behoud. Vriend, als het zo is in je leven, dat je Christus wilt toelaten in je leven om daarmee de straf te ontlopen en je dit niet wil vanwege de liefde tot Hem, dan komt het niet goed. En daarvoor moet ik je op dit moment ernstig waarschuwen. Geloven in Jezus Christus en Hem volgen betekent niet dat je dit met je mond kunt doen en dat je daden daar niet in mee komen. Vandaag krijgen wij heel ernstig onderwijs van Christus. Hij zegt vandaag tegen ons: Als je niet alles verlaat om Mijnentwil, dan kun je Mijn discipel niet zijn. Vergeet niet dat de Heere Jezus hier niet zegt dat je nu je schoenen aan moet trekken en alles achter moet laten. In die zin zegt Jezus het niet! Hij zegt niet dat je maar op een berg in de buurt van Jeruzalem moet gaan zitten wachten totdat Hij komt. Dan zou je wel eens een ons kunnen wegen voordat dit gebeurd.
In het Grieks betekent de uitdrukking die hier staat: “zijn afscheid neemt van alles”. We moeten dat lezen in de zin van: : “Desnoods alles te verlaten om Mijnentwil” Dat is wat Christus van jou en van mij vraagt. Zo ver wil Christus dat het komt tot overgave. En je ziet wel dat het hier niet gaat om een vorm van totale verwaarlozing van de persoon. Het gaat er ook niet over dat Christus zou willen dat je als een kluizenaar zou gaan leven. Er is maar één ding echt belangrijk, namelijk dat je leert vragen: Heere, wat wilt U dat ik doen zal? En dat geldt dan niet alleen voor een zendingsopdracht. Veel mensen beperking dit tot een bepaalde beroepskeuze en zijn er dan mee klaar. Maar dat is niet het volgen van Jezus. Het volgen van Jezus betekent dat je ook je kruis op je moet nemen. Dat je bereidt bent om alle vervolging en verdrukking te willen leiden zoals ook Hijzelf dat deed. Ten diepste is het dit: Je eigen bestaan opgeven, om te leven naar Gods bedoeling.
Dat zijn de kosten van het volgen van Jezus. Zo radicaal is het leven met Hem. Ik vroeg pas geleden aan een jongere die haar tijd wilde gebruiken op een manier waarvan we ons heel eerlijk moesten afvragen of dat dit wel kon. Er zijn plaatsen waar wij niet hoeven te komen. Denk aan een kermis bijvoorbeeld. Aan al die wereldse begeerlijkheid horen wij niet mee te doen. Toch vond zij dat dingen als deze wel konden. En ik heb niet direct ja of nee gezegd. Maar ik heb aan haar gevraagd of ze dit aan de Heere wilde voorleggen of Hij hierin een weg wilde wijzen en dat zij dan die weg zou gaan die God wees. Het kwam niet tot gebed, want haar mening was dat God het best goed vond dat zij plezier had in haar leven. Heeft God het dan echt in je leven voor het zeggen? En dan moet je nu maar eens heel erg eerlijk zijn. Is Jezus alles voor je? Dan kan het toch ook niet anders dat je heel je leven in Zijn handen wil leggen? Christus zegt dat wij als christenen zout moeten zijn in deze smakeloze maatschappij. Maar wij kunnen alleen zout zijn op het moment dat we echt zout zijn en doortrokken zijn met de liefde en gewilligheid van Jezus Christus. Als we slechts de naam van christen hebben, maar niet leven in overgave aan Christus, zijn we een smakeloos zout en dan ben je zelfs nog niet bekwaam tot de mesthoop. En let wel, dit zijn niet mijn woorden, maar dit zijn de woorden van Jezus Zelf.
Het komt er dus op aan dat Christus je leven regeert. Ik moet dan denken aan het moment dat de discipelen geroepen worden bij hun schepen vandaan en alles achterlaten om Jezus te volgen. Het gedeelte dat vooraf gaat aan deze waarschuwing van Jezus, gaat over het grote avondmaal, waaruit blijkt wat de gevolgen zijn als alles op deze aarde belangrijker is, dan de maaltijd in het Koninkrijk van God. Op het moment dat je toch je eigen leven wilt leiden, is het offer van Christus ten diepste een sluitpost op je begroting. Vandaag echter laat Christus zien wat het leven met Hem vraagt. Heel concreet komt het er dan op neer dat leven uit het offer van Christus, ook zorgt voor een leven dat doortrokken is van een leven zoals dat van Christus. En dan moet je maar eens denken aan de totale overgave die Jezus had ten opzichte van Zijn Vader:”Vader, indien het mogelijk is laat deze drinkbeker aan Mij voorbij gaan, maar Uw wil geschiedde”
En misschien stel je dan nu de vraag wel: “Maar als ik zo moet leven, dan blijft er van mij toch niets meer over? Dan kan ik toch zelf niets meer beslissen en dan stort mijn hele leven in?” Als je zo denkt over het discipel-zijn van Jezus, dan ben ik bang dat je heel erg weinig begrijpt van de liefde van Christus. Zou Christus op die manier met Zijn discipelen omgaan? Zou Christus, Die Zijn eigen leven volkomen overgaf, ja overgaf tot in de dood tot jou en mijn behoud, zou Hij Die zoveel liefde betoonde, vervolgens Zijn discipelen laten vallen? Als de zorg van Jezus, die er is door Zijn lijden en sterven heen, zou Diezelfde Zaligmaker er dan vervolgens voor zorgen dat de overgave zou leiden tot een ruïne van je leven? Hij zal je dan ook dragen en daar waar het juist zo moeilijk is, om je eigen wil los te laten, daar wil Hij je dragen. Overgave aan deze Zaligmaker zorgt niet voor een catastrofe, maar is juist tot je behoud.
Maar hoe komt het zover in je leven? Je kunt dit alleen op het moment dat Christus Koning is in je leven. En daarom wil ik je waarschuwen: Als je echt Jezus als Koning wil van je leven, als je echt van Zijn genade wil leven en als Hij je enige houvast is, dan zal het zo zijn dat jij je eigen wil moet verzaken en in een nieuw godzalig leven zult wandelen. Dat is Gods genade die dan ook zal doorwerken bij hen die werkelijk een discipel zijn van Christus. En wanneer volg je Hem? Alleen als je geen enkel rustpunt en geen enkele toevlucht meer overhoud in je leven van Jezus alleen. Alleen als je leven zonder Hem een ruïne is en dat je dan gaat vragen: Heere wat wilt U, en niet ik, dat ik doen zal. Zo radicaal is het leven met Christus. En ik beveel je deze Zaligmaker vandaag met bijzondere nadruk aan, in de Naam van mijn Meester. En het wandelen met Hem geeft een rijkdom in je leven die alle verstand te boven gaat. Dat brengt je leven tot rust. De dienst aan de Heere is geen slavendienst, maar een hartelijke liefdesdienst. Omdat U alles voor mij deed. Durf je om op die manier je leven ook te geven aan Hem?
En misschien dat ik je met deze begroting helemaal radeloos maak. Ik ben mij ervan bewust dat ik ook op dit moment kinderen van God in een situatie brengt waarin zij zullen zeggen: Als het zo is, dan klopt er bij mij niets van. Als het zo is, dan ben ik geen kind van God, want die volkomen overgave, dat volkomen verzaken van mijn eigen wil, dat kan ik niet. En dan moet ik je eerlijk zeggen, ik kan het ook niet. Als ik naar mijn eigen ‘Ik’ kijk, dan kom ik hier niet uit. Iedere keer weer, lijkt Gods wil in te druisen tegen mijn wil. En echt, ik ervaar dagelijks hoe zwaar de strijd in mijn leven wordt uitgevochten tussen mijn oude bestaan en mijn nieuwe bestaan in Christus. Daar waar mijn nieuwe bestaan zegt: Heere wat wilt U dat ik zal doen, daar zegt mijn verdorven en goddeloze ‘Ik’, dat tegen mijn wil in mij is overgebleven: Ik wil toch niet leven in volkomen overgave. En weet je wat ik bij mijzelf zo tegenkom? Dat ik momenten heb dat ik, ondanks Gods genade, toch mijzelf wil handhaven. En het is zo dubbel, want het doet ook gelijk weer zo’n pijn. De Heere vraagt de verloochening van mijn eigen ‘Ik’ en wil iedere keer dat we leren om te doen wat Hij vraagt. En niet om ons daarmee weer tot slaven te maken. Dat denken wij vaak. Ook na ontvangen genade zijn wij bang dat de Heere ons als een slaaf wil maken. Maar als de Heere nu één ding wil, dan is het wel dat Hij ons door Zijn genade vrij wil maken. Die overgave aan de Heere, leidt tot een leven met Hem dat tegelijk ook een leven is in volkomen vrijheid.
Broeders en zusters in Christus, de enige banden waarmee je gebonden bent, is de band waarmee we ons nog proberen vast te houden aan deze wereld. Daarom vraagt de Heere van ons om alles te verlaten. Nee, niet om in afzondering te leven, maar om dat los te kunnen laten dat de Heere in de weg staat. En misschien dat dit pijn doet, maar het brengt je in de vrijheid met Christus, omdat in de relatie met Christus geen dwang is, maar een liefdevol leiden door de Zaligmaker, waarin onze wil overeenstemt met die van Christus. Daar waar wij mogen komen tot die overgave leren wij ook zeggen: Heere, het is goed. Dan kom ik mensen tegen die zeggen: Dit wil ik niet meer, dit stukje overgave wil ik echt niet. En dat kan van alles zijn. Misschien moet je wel voor de zeventigste keer naast iemand gaan zitten om iets weer recht te zetten en dat je denkt: Ik heb het al negenenzestig keer gedaan, het hoeft van mij niet meer. Maar dan toch moet je ook daarin leren om ook dat stukje van jezelf los te laten en je zult zien dat er dan relaties hersteld worden en dat de plicht die je opgelegd krijgt je tot de vrijheid zult brengen. Ik ben er echt van overtuigd dat er huwelijken zullen veranderen, dat relaties tussen ouders en kinderen zullen veranderen, als wij leren om ook daarin ons gevoel van eigenwaarde op te geven, ons zelf te verloochenen en toch weer de weg gaan die de Heere ons voorhoudt.
Ik heb er weinig behoefte aan om over het punt van ‘alles verlaten’, om het veel breder te trekken dan ik nu doe. Natuurlijk kan dit ook betrekking hebben op een bijzondere taak in Gods Koninkrijk. Misschien dat je wel naar de andere kant van de wereld moet gaan om daar Gods weg in te gaan waardoor je hier alles moet loslaten. Misschien dat je je huidige mooie baan moet opgeven omdat de Heere je op een andere plaats wil gebruiken. Maar dat staat niet los van wat ik net al aangaf. Ten diepste heeft het verlaten van alles te maken met het feit dat wij onze eigen wil verzaken. Het heeft alles te maken met twee woordjes: Ik wil. Meer niet, die wil moet gevormd worden door Gods Geest en dan zullen we ook alles verlaten waar de Heere dat nodig vindt. Maar dan trekken we het in de praktijk veel breder dan dat als we dit alleen zouden betrekken een zendingstaak, want dan raakt het heel ons leven. Dan zal dat invloed hebben op onze relaties, op onze keuzes, op onze relatie met God. En dat moeten wij leren.
En laten wij elkaar dan eens heel eerlijk in de ogen kijken en de vraag stellen: Wat staat jou in de weg? Hoe komt het toch dat er weerstand ontstaat op het moment dat je over zo’n tekst nadenkt. Hoe komt het dat je met twee voeten op de rem gaat staan als het over het absolute volgen van Jezus gaat, als het gaat om alles te verlaten? Er zijn twee dingen die ik wil noemen.
In de eerste plaats is je oude mens nog steeds in leven. Het heeft de doodsteek gekregen als je met Christus hebt leren wandelen, maar de stuiptrekkingen zijn nog heftig. Je bent nog niet een volkomen nieuw schepsel en je leeft nog te weinig uit het Koningschap van Christus. We leven nog te weinig als een koningskind, en kijken te veel naar de zonden die in ons zijn overgebleven. Daardoor raken we verkrampt en durven we niet alles los te laten. Als Christus je Zaligmaker is, dan ben je in Christus ook een nieuw schepsel, maar daar moeten we ook uit leren leven. En zeg dan vandaag eens tegen jezelf: Ik ben een nieuw schepsel en ik moet ook leven uit dat nieuwe leven. Het is het werk van de Heilige Geest die dit werk doet en tegelijk moet je ook heel bewust breken met je oude verdorven bestaan, zodat dit bestaan steeds meer en meer zal sterven. Dat kan dus betekenen dat je vandaag moet zeggen dat je wat voor de zeventigste keer recht moet gaan zetten, zelfs al vind je dat jij er helemaal niets aan kan doen en dat je toch blijft staan naar die heelheid. Hierin ligt dus een grote verantwoordelijkheid.
Het tweede wat Gods kinderen hierin tegenhoudt is een grote angst. Weet je, wij zijn door de zonde als slaven geboren en dat slavenbestaan hebben wij ons eigen gemaakt. Wij hebben ons als het ware dat bestaan aangeleerd om ons te beschermen in de slavendienst van de duivel. En nadat Christus in je leven is gekomen leven we nog te vaak met de gedachte dat de dienst aan de Heere ook een slaafs karakter heeft en daardoor zien we te weinig de vrijheid die er is in de gehoorzaamheid. Alles verlaten om Jezus te volgen is niet minder dan een hemels leven hier op aarde. Natuurlijk wordt je hier dan een vreemdeling, maar wel aan de hand van Christus op weg naar Huis. Die angst die veel van Gods kinderen hebben is niet terecht, want Jezus is een volkomen Zaligmaker. En tegelijk is er niemand die meer zorg draagt voor je, dan Jezus Zelf. En juist om aan Zijn hand te leven zal je werkelijk vrijmaken. Vrij van alle slaafsheid. Het zal blijken dat het alles verlaten om Christus je juist niet bindt, maar vrijmaakt. Juist dan kun je werkelijk een discipel van Christus zijn omdat je dan die vrijheid van het kindschap van God mag uitleven. Dat leven in dienst van Christus dat geeft een diepe en intense vreugde. Dan kom je mensen tegen op je levenspad door het volgen van Jezus, dat ervoor zorgt dat je je verwonderd. Dan kom je op plaatsen die zo’n diepe en intense vrede geven. Dat zijn plaatsen die ook alleen maar bereikbaar zijn als je mag leven in overgave aan Christus. Het is een vrucht van de wedergeboorte en toch kunnen wij uit angst die diepte van deze vrucht missen in ons leven.
En daarom moeten wij steeds meer en meer uit genade leren zeggen: Heere, wijst U mij de weg? Zegt U Heere wat ik moet doen. Leer mij luisteren naar Uw Woord en laat mij daarbij mijzelf en mijn wil verloochenen. Dat geeft een diepe en intense vrede en daardoor krijgt het eeuwig zalig hemelleven gestalte in je leven. Zo komt er een steeds meer hemels leven zichtbaar. Alles verlaten omdat de Heere het vraagt, zorgt er niet voor dat je in de goot van de maatschappij terecht komt, zonder dak boven je hoofd, maar het zorgt ervoor dat je leven, Christus is. Het zorgt ervoor dat je echt leert zeggen: Toen het moeilijk was, toen hebt U mij gedragen. En dat gedragen leven, is het gevolg van het verzaken van je eigen wil. Dan verander je, maar ook je relaties en je omgeving zullen daardoor beïnvloed worden.
Het klinkt heel positief en toch is dit de moeilijkste les die Gods kinderen moeten leren. Alles over te hebben en alles los te kunnen laten is een heel pijnlijk proces. Maar de vreugde die ons wordt voorgesteld gaat ons begrip te boven. Door zo te leren wandelen met Christus, heb ik wel eens gesprekken die mij zoveel vreugde en hemelse blijdschap geven, die ik had gemist als ik op mijn eigen weg was blijven lopen. Dan blijft aanbidding over. De begroting is duidelijk. Leven met Christus, Christus als je Zaligmaker dan blijft er van jou en van mij niets meer over. Dat kost het. Realiseer je dat als je Christus nog niet kent. Maar tegelijk giet Hij je zo vol van Zijn heerlijkheid, dat slechts zwijgende aanbidding overblijft en dat je werkelijk discipel kan zijn. Een discipel kan dit alleen maar zijn als hij onvoorwaardelijk zijn Meester volgt. Durf je dat? Christus zegt dan: Ik ben met je tot aan het einde van de aarde. Wat een zorg, wat een trouw. Maar tegelijk buig ik beschaamd mijn hoofd en moet ik zeggen: Heere wat schiet ik schromelijk te kort en wat zit ik er zelf nog vaak tussen. Dat u mij nog als een discipel wil, begrijp ik niet. Heere, leidt Gij mij, want ik kan dit zelf niet.
Heb je vragen? Klik op de envelop