Wie zoek je?
Weekoverdenking: 24
maart – 30 maart
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'
Lezen: Johannes 20:1-18 - Tekst: Johannes 20:15 en 16
En op den eersten dag der week ging Maria Magdalena vroeg, als het nog duister was, naar het graf; en zag den steen van het graf weggenomen.
Zij liep dan, en kwam tot Simon Petrus en tot den anderen discipel, welken Jezus liefhad, en zeide tot hen: Zij hebben den Heere weggenomen uit het graf, en wij weten niet, waar zij Hem gelegd hebben.
Petrus dan ging uit, en de andere discipel, en zij kwamen tot het graf.
En deze twee liepen tegelijk; en de andere discipel liep vooruit, sneller dan Petrus, en kwam eerst tot het graf.
En als hij nederbukte, zag hij de doeken liggen; nochtans ging hij er niet in.
Simon Petrus dan kwam en volgde hem, en ging in het graf, en zag de doeken liggen.
En den zweetdoek, die op Zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de doeken liggen, maar in het bijzonder in een andere plaats samengerold.
Toen ging dan ook de andere discipel er in, die eerst tot het graf gekomen was, en zag het, en geloofde.
Want zij wisten nog de Schrift niet, dat Hij van de doden moest opstaan.
De discipelen dan gingen wederom naar huis.
En Maria stond buiten bij het graf, wenende. Als zij dan weende, bukte zij in het graf;
En zag twee engelen in witte klederen zitten, een aan het hoofd, en een aan de voeten, waar het lichaam van Jezus gelegen had.
En die zeiden tot haar: Vrouw! wat weent gij? Zij zeide tot hen: Omdat zij mijn Heere weggenomen hebben, en ik weet niet, waar zij Hem gelegd hebben.
En als zij dit gezegd had, keerde zij zich achterwaarts, en zag Jezus staan, en zij wist niet, dat het Jezus was.
Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat weent gij? Wien zoekt gij? Zij, menende, dat het de hovenier was, zeide tot Hem: Heere, zo gij Hem weg gedragen hebt, zeg mij, waar gij Hem gelegd hebt, en ik zal Hem wegnemen.
Jezus zeide tot haar: Maria! Zij, zich omkerende, zeide tot Hem: Rabbouni, hetwelk is gezegd, Meester.
Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.
Maria Magdalena ging en boodschapte den discipelen, dat zij den Heere gezien had, en dat Hij haar dit gezegd had.
En nu is alles voorbij, mijn geliefde is voorgoed weg. Herkenbare woorden voor mensen die een geliefde moeten missen. Tot het moment van de begrafenis heb je nog het idee dat je geliefde er nog is ook al leeft hij of zij niet meer. Maar na de begrafenis is het heel erg definitief. De werkelijkheid dringt zich dan in het bijzonder op. Hij of zij is er niet meer. Je moet zonder je geliefde verder. En eigenlijk is dat onmogelijk, want die geliefde betekende zoveel voor je. Hij of zij wilde naar je luister, je helpen, je troosten en zo kunnen we nog veel meer benoemen. Maar dat is allemaal niet meer, het is allemaal het graf ingegaan. En het enige dat je nog kunt doen is naar de begraafplaats gaan en de laatste rustplaats van je geliefde verzorgen. En dat is een Bijbelse zaak om dat te doen. Maar het gemis blijft en je moet verder.
Zo zal het ook gegaan zijn bij de vrouwen die om Jezus heen stonden. Jezus was immers niet zomaar een gemiddelde inwoner van Israël. Hij was ook niet een goede bekende van de vrouwen, Hij was een vriend die heel dicht bij hen stond. Zij konden met recht zeggen: Welk een Vriend is onze Jezus. De rest van het lied begrepen ze echt nog niet, maar Hij was voor hen een hele bijzondere vriend. Toen hun broer Lazarus overleed, was het Jezus die hem uit het graf liet komen. Hoe bijzonder om dat mee te maken en wat een zorg spreekt hieruit. Dan kun je begrijpen dat je hart breekt als zo’n geliefde aan het kruis gespijkerd wordt en daar de dood vindt. En natuurlijk hebben wij het Woord van God waarin we precies kunnen begrijpen waarom dit allemaal moest gebeuren. Maar vergeet niet dat zij hier helemaal niets van begrepen. Ondanks de woorden die Jezus gesproken had, werden ze overstelpt door verdriet en begrepen ze niet waarom Christus moest lijden, maar ze begrepen ook al helemaal niet dat Hij weer zou opstaan. Voor hen was het feit dat ze afscheid moesten nemen en ze waren in de veronderstelling dat dit definitief was.
De gang naar het graf maakten ze niet om te kijken of het werkelijk waar was wat Hij had gezegd. Ze gingen niet in geloof naar het graf om daar te zien dat Hij leefde. Ze gingen met hun verdriet naar het graf. Eigenlijk wilden ze alles doen wat ze konden doen en daarom kwamen zij naar het graf om hun geliefde te zalven, zoals het in die tijd normaal was. En als er nu iets heel duidelijk wordt, dan is het wel dat ze Jezus niet kunnen missen. En dat terwijl zij Hem juist niet hoefden te missen, maar dat Hij juist hun toekomst gereed maakte. Maar ze begrepen hier helemaal niets van. Zoals dat wij ook zo vaak de weg van God in ons leven niet kunnen begrijpen. Maar we zien ook hier dat Gods weg de beste weg is. Want stel nu dat ze Jezus bij zich hadden kunnen houden en Hij tegen gehouden zou worden van het kruis en van het lijden. Stel nu dat de vrouw Hem vrijgepleit zouden hebben bij Pilatus? Dan had onze toekomst rampzalig geweest en was de schuld over jou en mijn zonden nog steeds niet betaald geweest.
En dat was toch de verkondiging die Jezus hen voor heeft gehouden. Ik ga heen, had Hij gezegd. Hij is op weg gegaan naar Golgotha om Gods wil te doen. Niet de wil van God om te sterven op zichzelf, maar de wil van God om voor de zonden te betalen. En zo blijkt in het leven van deze vrouwen die we hier in Johannes 20 ontmoeten dat Gods weg in het heiligdom is en dat zij het niet begrijpen. En nu zijn ze hun geliefde kwijt en weten zich geen raad meer. Maar de vraag die we wel mogen stellen is de vraag hoe het komt dat ze zo hopeloos zijn. En dan is het al net als met de Emmaüsgangers: Onverstandig en traag van hart. Ze geloofden Jezus niet op Zijn woord. Ten diepste hadden ze Jezus laten praten. En nu gaan ze op weg naar het graf en wat treffen ze daar aan? Het graf is open en het is leeg. Ik las vandaag dat de soldaten die Jezus hadden gekruisigd meer geloof hadden dan de vrouwen die hier naar het graf gaan. Dan heb ik het niet over zaligmakend geloof, maar wel over het geloven van Jezus op Zijn Woord. Het graf was verzegeld door de soldaten. Want stel je nu voor dat het werkelijk waar zou zijn dat Jezus inderdaad zou opstaan zoals Hij had gezegd. Nee, dan moet dat graf voor de zekerheid maar verzegeld worden. En nu komen deze vrouwen bij het graf en dan blijkt het graf open te zijn.
Maar wat verwacht jij nu eigenlijk van Jezus? Ben je op zoek naar Jezus? Of ben je Jezus misschien al tijden kwijt? Er was wel een moment in je leven dat je dicht bij Jezus leefde en dat je in alles Hem betrok. Maar het lijkt wel of Hij er werkelijk niet meer is. Alles lijkt wel onmogelijk waar geweest te zijn. Het lijkt niet mogelijk dat Jezus het werkelijk was in je leven. Want als je kijkt naar alle problemen in je leven. Nee, dan is Jezus er toch echt niet. Sterker nog, zou God wel bestaan. Jezus was voor de vrouwen een vriend die hen altijd bij wilde staan. Soms wel eens door een scherp woord, maar wel als een vriend. En nu lijkt aan alles een einde te komen. En ondanks alle woorden die gesproken waren, ondanks ook de woorden van Simeon in de tempel die al gezegd had dat een zwaard door Maria’s ziel zal gaan, toch begrijpen de vrouwen er niets van. In Johannes 20 lijkt het alleen te gaan om Maria Magdalena, maar als we de andere Evangeliën erop nalezen dan blijken de vrouwen toch ook allemaal naar het graf gegaan te zijn. Helemaal duidelijk is het niet hoe het komt dat Johannes hier alleen over Maria Magdalena spreekt. Maar ook uit de andere Evangeliën blijkt wel dat ze denken dat het definitief is dat ze hun Meester kwijt zijn.
Maar stel je nu eens voor dat je vanaf vandaag zonder Jezus verder moet? Dat Hij Zich nooit meer aan je zal laten zien? Of mis je dan niets in je leven? Dan denk ik dat je niet begrijpt wat Maria hier meemaakt. Wat een sentimenteel gedoe, zul je dan denken. Weet je hoe dat komt? Je weet niet eens wat je mist, omdat je niet weet Wie Jezus voor je wilt zijn. Ondanks dat het beeld van Maria anders was dan dat het zou moeten zijn, toch kon zij Hem niet missen. Hoelang leef jij nu al zonder Hem en mis je Hem niet eens? Toen die vrouw met zalfolie kwam om Jezus te zalven, toen werd Judas boos omdat dit kostbare olie was. Ook Judas begreep er niets van wat het was om Jezus lief te hebben om wie Hij is. Wat doe jij als Jezus niet meer in je leven is? Wat doe jij als Jezus nog nooit in je leven is geweest? Geef daar nu eens eerlijk antwoord op. Nee, nu moet je er niet onderuit proberen te komen, want ik vraag om een antwoord? Wanneer begint jou zoektocht naar Jezus? En natuurlijk kun je bij zo’n vraag allerlei nette smoezen verzinnen. Natuurlijk klinkt dit niet reformatorisch genoeg in je oren en natuurlijk gaat het zo maar niet. Alle uitvluchten zijn al bekend en toch wil is dat je de vraag vandaag een keer laat staan: Wanneer begint jouw zoektocht? Maria kon Jezus zelfs niet missen toen ze wist dat Hij gestorven was. En dat daar iets in de geloofsbeleving van Maria niet klopte is helemaal waar, maar daar komen we nog wel op terug. Maar laten we eerst eens kijken naar de toewijding die zij had tot haar Meester. Zij kon geen moment zonder Hem. Hij was als een geliefde die ze niet kon missen.
En jij? Welk een Vriend is onze Jezus? Hoe makkelijk zing je dat lied? Maar hoe makkelijk kun je Jezus eigen ook wel weer missen in je leven? Hoe makkelijk bepaal je zelf je wegen en hoe makkelijk kom je er zelf uit in je leven? En misschien moet jij wel zeggen dat je Jezus nog nooit hebt ontmoet in je leven. Nog nooit heb je Hem nodig gehad. Oja, je hebt al honderden preken gehoord over Hem, maar je hebt nog steeds niet gezien Wie Hij werkelijk is. Je leven laat zien wie je bent. Je leven laat zien hoe het met je geloof in Hem is gesteld. Maria begreep van Zijn lijden er sterven helemaal niets en dat Hij werkelijk zou opstaan, was in haar niet opgekomen, maar na alles wat ze gezien had van Jezus, had zij Hem wel lief. Zeven duivelen had Hij weggestuurd bij haar. En na alle zorg kon zij Hem niet missen. En jij? Jij die veel meer weet dan dat Maria wist? Jij die een Bijbel vol hebt die getuigd van Hem? Jij die het hele Evangelie tot in detail kent? Jij die met de waarheid in je hand naar al Gods geboden probeert te leven om zo zalig te kunnen worden? Ben je er nog niet achter gekomen dat het onmogelijk is om via die weg de zaligheid te verdienen? Juist dan zou je moeten zeggen: Heere Jezus, ik kan u niet missen. Sluit nu je ogen eens en vouw je handen en vraag nu, op dit moment, of de Heere je ogen wilt openen voor Christus. Dat Hij je nu laat zien Wie Jezus werkelijk is, zodat je echt Hem zult zoeken. Zodat je echt naar Hem zal uitgaan omdat je Hem niet langer meer kan missen!
En Maria dan? Zij zocht de Levende bij de doden. Zij wilde Hem slechts de laatste eer bewijzen, terwijl Jezus niet langer in het graf was, maar graf en dood had overwonnen. En als zij dan bij het graf komt, dan blijkt dat Jezus er niet meer is in het graf. En ook op dat moment dringen de woorden van Jezus niet tot haar door. Zij blijft in de veronderstelling dat Jezus gestorven is en dat zij zonder Hem verder moet. Het enige dat ze nog kan doen, is dat ze Hem zal verzorgen. En als ze dan in het graf kijkt, ziet ze twee engelen zitten en nergens uit blijkt dat ze hiervan schrikt. Tenminste, niet van die engelen. Daar waar anderen in de Bijbel bij een ontmoeting met engelen denken dat ze moeten sterven, beseft Maria niet eens wat ze ziet. Ze zal waarschijnlijk gedacht hebben dat het soldaten waren. Zeker ook gezien de vraag die ze stelt: Ze hebben mijn Heere weggenomen. Nu moeten we ons bij het woord ‘Heere’ niet heel veel voorstellen. Want dit ligt meer in de lijn zoals men ook wel sprak over een rabbi. Dus in dat opzicht heeft het niets te maken met de naam van God. Het woord ‘kurios’ dat hier gebruikt wordt, is niet per definitie een woord dat in die tijd op God werd betrokken. Pas in de vroege kerk werd de uitspraak: “Jezus is Kurios”, iets wat gangbaar werd en dit meer omdat de keizer als Kurios aanbeden moest worden.
Ze zocht dus haar Meester. Maar ze kende nog maar zo weinig van Hem. En daardoor zoekt zij de Levende bij de doden. En eigenlijk is het heel wrang: Maar zij zoekt een dode Jezus. Ze zoekt dus ten diepste Jezus zoals Hij niet is. Ze zoekt dus verkeerd. En misschien moet jij wel zeggen, zoals we net al zeiden, dat je Jezus kwijt bent. Ooit dacht je dat Hij in je leven was gekomen, maar alles is nu zo donker. Ze hebben Jezus gestolen uit je leven, of misschien is Hij wel weggegaan uit je leven. En wat maakt het je uit hoe het komt, het feit is er dat je Hem kwijt bent. Zoals een meisje dat tegen mij zei: Vorig jaar wist ik zeker dat mijn zonden vergeven waren en dat ik van Jezus was, maar nu, nu voel ik er niets meer van en alles lijkt donker. Zoek je de Levende niet bij de doden? Ben je niet op zoek naar Jezus op een plaats waar Hij niet is? Gods kinderen lijken vaak zo op Maria. We zoeken onze rust zo graag op de plaats waarvan wij denken dat Jezus daar is. Vaak in onze ervaringen, vaak in onze denkbeelden. En het erge is dat we daardoor steeds verder bij Hem vandaan komen. En zelfs als we met zo’n vraag bij een dominee komen en hij ons de weg naar het kruis wijst, dan lopen we nog verdwaasd met Maria het graf uit. De engelen zeiden immers: Hij is hier niet, Hij is opgestaan. Zo lezen we het tenminste in Mattheüs.
Maar weet je wat Jezus vandaag doet? Hij laat je niet langer dolen in het duister van je leven. Vandaag wil Hij Zich aan je openbaren. Vandaag laat Hij verslagen en zoekende Maria’s niet staan. Maar vandaag zegt Hij tegen van die tobbende en in zichzelf verloren Maria’s: Zie hier ben Ik. Waarom zoek je de Levende bij de doden? Want Hij staat achter Maria en noemt haar naam. En vandaag noemt Hij jouw naam. Ben je verdwaald? Ben je je Zaligmaker kwijt en lijken de zonden in je leven het te winnen? Ja, dat klopt als je zonder Jezus je weg moet gaan. Dat is het gevolg van een leven zonder Hem. En als je niet met Hem wandelt en als je niet goed naar Hem heb geluisterd. Hij zou immers opstaan en Maria was je dat dan vergeten. Wist je niet meer dat Hij moest sterven voor jouw zonden?
En dan zegt Jezus: Maria. En op dat moment breekt alles bij Maria. Op dat moment weet ze dat Jezus bij haar is. En misschien lijk je wel onder te gaan in je zonden. En het lijkt wel of alles voor niets is geweest. Maar het grote probleem is dat je op zoek bent naar Jezus die naar jouw beeld is gevormd. Misschien zelfs wel een Jezus die alleen belangrijk is voor jou, op jouw manier. Wellicht is Hij het goede voorbeeld, en jij bent krampachtig bezig om naar Zijn geboden te leven en iedere keer lukt het weer niet.
Als ik naar mijn zonden kijk, dan kom ik er niet uit. Als ik mijn zonden beoordeeld, dan wil Jezus mij vast niet hebben. Maar weet je wat je dan doet? Dan zoek je de Levende bij de doden. Dan leef je alsof het offer van Christus de grootste onzin is die er ooit heeft bestaan. En ook Gods kinderen leven heel vaak op die manier. Heel vaak maar bezig om jezelf te verbeteren. Heel vaak bezig om jezelf op te poetsen voor een Jezus die je gemaakt hebt naar jouw voorstellingen. Alsof Hij pas genadig wil zijn als jij goed genoeg bent. En daarom staat Jezus nu achter je en Hij noemt je naam. Weet je wat Hij zegt? Mijn kind, hier ben Ik en Ik ben niet dood, maar Ik leef! En met dat Ik ben opgestaan gaat er kracht van Mij uit. Maar als je die kracht omzeilt in je leven en in eigen kracht probeert verder te komen, dan ben je Hem kwijt omdat je vergeet dat Hij is opgestaan.
Ik hoorde iemand zeggen: Als ik kijk wat er aan mijn leven nog moet gebeuren… Ja, inderdaad. Maar dan leef je in eigen kracht. En vandaag wil Christus op de opstandingsdag Zijn kracht in jouw zwakheid volbrengen. Hij wil niets liever dan dat je met Hem, als de Levende en opgestane Levensvorst verder gaat. Jezus wil niet een Jezus zijn die je leert leven naar Zijn voorbeeld. Hij wil geen mensen zaligmaken die zelf nog iets willen meebrengen. Als je op die manier wil leven, dan vind je Jezus niet in je leven. Dan kun je, met eerbied gesproken, zoeken tot je een ons weegt. Jezus wil een volkomen Zaligmaker voor je zijn. En dan kun je in tranen zijn omdat je Jezus niet kunt vinden en je kunt hopeloos zijn omdat je iedere keer weer kopje onder gaat, maar dan zoek je verkeerd. Het is je al zo vaak verteld en je ziet veel in Hem, maar niet alles.
En daarom staat ook de geschiedenis van Maria in Johannes 20. Het gaat niet alleen om mensen die Jezus hebben verloochend, maar ook over mensen die een verkeerd beeld hebben van Jezus. Hij ging niet tot in het graf, maar Hij ging door het graf heen. Volkomen de straf gedragen, maar volkomen is ook volkomen. En daarom ging Hij door dood en graf heen en overwon Hij het graf. De duivel moest zwijgen op het moment dat het graf open ging. De duivel moest het onderspit delven en er was vergeving teweeg gebracht Want alles wat jij en ik moesten doen, heeft Hij gedaan. Ook voor jou. En de straf werd zo volkomen gedragen, dat God de Vader Zijn Zoon uit het graf riep en Hem liet opstaan. De handtekening van God kwam onder Zijn dood en bloedstorting te staan. Christus brengt de volkomen vrede aan. En zo wil Hij gevonden worden en daarom vind Maria Hem niet in het graf. Als Hij daar gevonden was, dan was er voor ons geen hoop, want dan was de overwinning op de dood geen feit, maar nu is de overwinning een feit. Nu breekt het nieuwe leven aan, want alles, alles is voldaan.
Kind van God, zo diep weggezakt in je hopeloosheid en radeloosheid: Jezus noemt je bij je naam en Hij zegt: Hier ben ik als jouw volkomen Zaligmaker. Hier ben Ik, dat alles heeft voldaan en Mijn opstanding doet jou delen in het nieuwe leven. Maar dan wil Ik je ook helemaal zaligmaken. Maar ik moet toch… Nee, wij moeten afleren om in eigen kracht aan het werk te gaan, maar we moeten leren te leven uit de opgestane Zaligmaker. Maria dacht het voorbeeld nu te hebben en dat voorbeeld was nu gestorven. Maar op de paasmorgen laat Jezus zien dat Hij leeft, Hij is opgestaan. En daarom is er hoop, want Jezus leeft! Zie het nu, Maria’s onder ons? Alles voldaan. En daarom noemt Hij je naam. Maar wat is je antwoord als Hij je vandaag opzoekt en Hij Zijn handen en voeten toont en tegelijk ook laat zien dat Hij is opgestaan en leeft?
Toen Maria dat zag, brak haar hart: Mijn Meester zegt ze dan. Ze heeft het nog niet op een rijtje. Dat zien we wel als ze haar Meester bij de voeten grijpt. Ze wil Hem bij haar houden om nooit meer los te laten. En dat kan niet. Hij moet naar Zijn Vader om haar plaats te bereiden. Christus gaat Zijn werk afmaken in de hemel. Maria moet nog leren dat ze geen lichamelijke Jezus nodig heeft hier op aarde. Het belangrijkste is dat Jezus leeft en de rest zal ze ook moeten leren. Wij hebben makkelijk praten met de hele Bijbel in onze hand. En toch, vandaag zegt Jezus je naam en Hij openbaart Zich als de grote overwinnaar. Alles voor jou gedaan en niets door jou. En dat nu iedere keer weer te mogen leren. Hij noemt je naam en jij? Aanbid jij Hem als je Meester, als je Koning, als je Verlosser?
En als je Hem niet kent? Als je nog steeds niets in Hem ziet? Toch laat Hij Zich zien vandaag. Jezus niet nodig? Pasen een gezellig feest met veel eieren? Dan ben en blijf je in je zonden. Zonder hoop in de wereld. En dat terwijl Christus alles heeft gedaan. Kun je echt zonder Hem? In dit leven lijkt het aardig te gaan, maar na de dood breekt de nieuwe toekomst aan en ik heb je niet over voor een rampzalige toekomst. En dan te weten dat Christus heeft overwonnen en dat de eeuwige dood niet nodig meer is. Maar wil jij je leven laten bepalen door het verzoenend bloed van Christus, Die is opgestaan en ook Koning wil zijn in jouw leven?
Heb je vragen? Klik op de envelop