Nabetrachting


Weekoverdenking: 9 juni – 15 juni
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'

Lezen: Psalm 135   -   Tekst: Psalm 135: 3 en 4

  1. Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!

  2. Gij, die staat in het huis des HEEREN, in de voorhoven van het huis onzes Gods!

  3. Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.

  4. Want de HEERE heeft Zich Jakob verkoren, Israel tot Zijn eigendom.

  5. Want ik weet, dat de HEERE groot is, en dat onze Heere boven alle goden is.

  6. Al wat den HEERE behaagt, doet Hij, in de hemelen, en op de aarde, in de zeeen en alle afgronden.

  7. Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort.

  8. Die de eerstgeborenen van Egypte sloeg, van den mens af tot het vee toe.

  9. Hij zond tekenen en wonderen in het midden van u, o Egypte! tegen Farao en tegen al zijn knechten.

  10. Die veel volken sloeg, en machtige koningen doodde;

  11. Sihon, den koning der Amorieten, en Og, den koning van Basan, en al de koninkrijken van Kanaan,

  12. En Hij gaf hun land ten erve, ten erve aan Zijn volk Israel.

  13. O HEERE! Uw Naam is in eeuwigheid; HEERE! Uw gedachtenis is van geslacht tot geslacht.

  14. Want de HEERE zal Zijn volk richten, en het zal Hem berouwen over Zijn knechten.

  15. De afgoden der heidenen zijn zilver en goud, een werk van mensenhanden.

  16. Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet;

  17. Oren hebben zij, maar horen niet; ook is er geen adem in hun mond.

  18. Dat die ze maken, hun gelijk worden, en al wie op hen vertrouwt.

  19. Gij huis Israels! looft den HEERE; gij huis Aarons! looft den HEERE.

  20. Gij huis van Levi! looft den HEERE; gij die den HEERE vreest! looft den HEERE.

  21. Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!

Vorige week hebben we nagedacht over wie er aan het Heilig Avondmaal mogen gaan. Mede ook omdat het in veel gemeenten de viering is van het Heilig Avondmaal rond deze tijd, was het goed om met elkaar hier over na te denken. In het verlengde van vorige week is het mijn verlangen om die lijn deze week door te trekken en te eindigen in het stuk van de dankzegging na het Heilig Avondmaal.

En als nu één ding is dat er moet gebeuren, dan is het wel dat de Heere geloofd en geprezen moet worden. De Heere is goed voor hele slechte mensen en daarom moeten wij Hem loven en prijzen. Zijn goedheid is zo groot, dat het niet is uit te spreken. Heb jij dat wel eens dat als je iets mag zien van die enorme liefde en goedheid van de Heere, dat je eigenlijk nog maar één ding kan: Stil zijn en zwijgen van verwondering. Dat je verwondering zo groot is, dat je het niet meer onder woorden kan brengen, zelfs niet als je er een nachtje over geslapen hebt. Dat de diepte van de genade van God en de diepste van Zijn onbegrijpelijk en onbeschrijfelijke zondaarsliefde zo groot is dat als je daarnaar kijkt, je denkt het niet te overleven.

Iemand zei pas tegen mij toen het ging over de grootheid van de Heere en over Zijn macht en genade, dat het niet voor niets is dat we in de Bijbel lezen dat mensen op hun aangezicht vallen op het moment dat ze iets beleven van die heerlijkheid van de Heere. Je hart kan hier op aarde overstelpt zijn van verdriet, maar je hart kan hier ook overstelpt zijn van de liefde en de genade van God. En er zijn momenten dat Gods kinderen in die diepte mogen kijken en dat er geen woord meer over hun lippen kan komen, omdat het onbegrijpelijk is dat de Heere met zulke zondaren van doen wil hebben. Dan word je stil en blijft er slechts aanbidding over. Dan blijft er over wat de psalmist hier zegt: Looft de Heere. En als Gods kinderen dit ergens mogen zien, dan is het wel aan het Heilig Avondmaal. Daar wordt de rust geschonken en het vette van Zijn huis gesmaakt. Om daar te mogen zitten en in liefde dronken te worden. En misschien dat je te jong bent voor het Heilig Avondmaal en dat je nog geen belijdenis van je geloof hebt afgelegd, maar misschien mag ook jij iets kennen van die oneindige liefde van de Heere voor een zondaar zoals jij bent. Dat ook jij je mag verwonderen in Gods heerlijkheid en genade.

Maar waarin ligt die zekerheid nu vast dat je mag delen in de goedheid van de Heere? Vaak denken wij dat dit ligt aan datgene wat wij er van terecht brengen en we gaan ons meten aan allerlei maatlatten. En dan moeten wij tot de conclusie komen dat wij tekort zijn geschoten. Dan wordt het een grote warboel in je leven omdat je er niet in de buurt kan komen. Je kunt Christus niet missen en Hij is je alles, maar om dan toch te geloven dat je zonden vergeven zijn, daar zit heel vaak een groot probleem. Afgelopen week ging het misschien op vele manieren helemaal mis. Vele zonden vloeiden uit jou voort en ik ken dat gevoel zo erg goed. Mag ik aan jou nu eens vragen hoe jouw zaligheid vastligt? Ligt die vast op het moment dat jij de hoogste maat kun bereiken en volhouden? Dan zou het betekenen dat je alleen een kind van God kunt zijn als je op de toppen van de bergen loopt. En dat zou tegelijk dan ook betekenen dat er geen bergen meer zijn, omdat je dan alleen op de toppen loopt en er geen dalen bestaan. Nee, laten we maar stoppen met het bedenken van enig houvast in onszelf. Er is in onszelf geen enkel houvast. Al Gods kinderen zouden van de berg afvallen in de afgrond om daar voor eeuwig neer te storten. Er is geen enkele zekerheid te vinden in onszelf.

En wat ligt er op dit gebied veel twijfel en strijd omdat wij toch zo vaak proberen ons anker vast te slaan in ons gevoel en in onze werken. Maar het is geen grond waar we op kunnen staan. Hoe komt het toch dat vele christenen, die door genade zijn wedergeboren tot een levende hoop, toch zo wankelmoedig over de wereld gaan? Hoe komt het dat er rondom het Heilig Avondmaal zoveel strijd is met betrekking tot het geloof? De enige reden die we kunnen bedenken is het feit dat we onze zaligheid in onszelf proberen te verankeren en vast te maken, terwijl wij tegelijk wel zeggen dat wij onze zaligheid buiten onszelf in Jezus Christus moeten zoeken. En vervolgens wankelen we verder en zitten we met een hart vol met twijfel aan de tafel des Heeren, zien we de week van voorbereiding op het Heilig Avondmaal als de meest zware week die we ons voor kunnen stellen en missen we de diepste vreugde die aan Zijn tafel wordt geschonken.

Als we dan vervolgens psalm 135 lezen, denken wij: Dat is veel te hoog gegrepen. Knechten van de Heere, looft Hem. Alleen al dat woordje ‘knecht’ is al veel te hoog gegrepen. De Heere psalmzingen, maar tegelijk met zoveel twijfel in je hart, dat de lof aan de Heere gesmoord wordt en dat we daarmee de Heere zo ongelofelijk veel te kort doen. Onze lof aan de Heere wordt verduisterd doordat we niet aan de maatstaf kunnen voldoen en het gevoel hebben dat ons geloof niet groot genoeg is. Maar is dat voor de Heere dan de maatstaf om ons als Zijn kind aan te nemen? Is dat dan de reden waarom de Heere kan zeggen: “Mijn kind”, en dat jij kunt zeggen: “Mijn Vader”?

En ondanks dat alles wat de Heere in Zijn Woord ons voorhoud, voor jou waar is, dat je met alles van jezelf hebt leren schuilen bij Christus blijft toch de gedachte hangen dat je het niet vol kunt houden en dat de Heere je straks toch zal moeten loslaten. Zou het zo werken bij de Heere? Laat ik het antwoord gelijk geven: Nee! Mijn zaligheid, mijn redding, mijn hoop, mijn zekerheid ligt niet vast in wat ik er van terecht brengt. En de lof die we hebben te brengen naar wat wij lezen in psalm 135 heeft niets te maken met wat wij ervan terecht hebben gebracht. Dan had de lofzang allang in het graf gelegen.

Weet je waarom je Gods kind mag zijn en mag blijven? En laat het duidelijk zijn dat ik nu echt spreek tot degenen die Christus als hun Zaligmaker kennen en met alles op Hem vertrouwen. Dat ik jou bedoel, die ondanks alles toch niet zonder Christus kan leven, maar tegelijk niet volledig durft te hopen op het heil dat Hij heeft aangebracht. Ik heb het dus niet tegen jou, die niets met Christus van doen wilt hebben. Ik heb het dus ook niet tegen jou die twee keer op een zondag in de kerk zit omdat het zo hoort, maar ik heb het tegen diegenen die vanwege hun zonden, geen hoop meer hebben dan Jezus alleen. En misschien is die hoop maar heel klein, maar het is er wel. Hoe kun je in die vreugde dan delen? Dat kan echt maar op ene manier, je kunt maar op ene manier dankzegging houden op het Heilig Avondmaal. Dit ligt volledig vast in God. Jou zekerheid ligt niet vast in jou doen en laten en in jouw gevoel. De enige grond, waarop jij en ik kunnen danken voor de gang naar Zijn tafel, ligt in het feit dat dit vastligt in God.

Weet je waar de lof van psalm 135 vandaan komt? Die komt voort uit de verkiezende God. Ik heb geen enkel recht om aan Zijn tafel te zitten, echt niet. Want ik ben ook deze week weer door de mand gevallen. Maar mijn vastheid en zekerheid ligt in het feit dat God mij heeft verkoren tot Zijn kind. Daarin ligt het vast. En natuurlijk gaat dit niet buiten het geloof om, natuurlijk blijft de oproep tot het geloof volledig overeind staan en sluit ik vandaag onze verantwoordelijkheid niet uit. Maar ik ben nu een stap verder en ik ben mij ervan bewust dat als de bekering in jou leven geen plaats heeft gevonden en je nog steeds onbekeerd bent, dat deze meditatie voor jou een brug te ver zal zijn. Ik ben zelfs bang dat je er dan niet bij kunt, omdat ook Gods kinderen dit niet eens kunnen vatten.

Het is niet mijn bedoeling om de uitverkiezing voor iedere onbekeerde zondaar als voorwaarde te gaan stellen. Dat doet psalm 135 ook helemaal niet. Psalm 135 spreek van het leven na de bekering en in het leven met de Heere. Wij moeten psalm 135 plaatsen op de smalle weg en niet voor de smalle poort. Het gaat hier dus niet om het feit dat ik toch pas tot bekering kan komen als ik uitverkoren ben, maar het gaat er hier juist om dat ik Gods kind blijf en een tafelgenoot van de Heere mag zijn als vrucht van de uitverkiezing. De uitverkiezing is daarom een troostleer. Want hierin ligt de grond van de zaligheid, hierin ligt de zekerheid van het kindschap Gods, namelijk dat de Heere Jakob heeft verkoren en Israël tot Zijn eigendom heeft gemaakt. Want wat gebeurd er op het moment dat jij je laten vallen in de armen van Jezus? Dan wordt jij Zijn eigendom, omdat Hij je heeft verkoren.

En het gaat mijn verstand te boven, als ik zie dat mijn hele zaligheid vastligt in God Zelf. Daar heb ik mijn vastheid in. Ook aan de tafel des Heeren, blijft het onbegrijpelijk dat ik daar mag zitten. Broeders en zusters, voel je hierin ook zo je eigen onwaardigheid. Je had het er toch niet naar gemaakt dat de nodiging nog uit zou gaan naar jou toe? Als ik alles op een rijtje zou zetten dan moet ik zeggen: Iedereen kan wel genodigd worden, maar ik niet. Als ik rondkijk aan de tafel des Heeren, zie ik allemaal groten zitten in het Koninkrijk van God, en eigenlijk hoor ik daar helemaal niet tussen. Want mijn leven… Nee, dan kan het niet. Maar dan klinkt vandaag het onbegrijpelijk dat we na ontvangen genade nooit, maar dan ook nooit meer mogen vergeten: De Heere heeft Zich Jakob verkoren. En als nu alles wegvalt, en alles in jezelf onmogelijk is, dan is dit ook de werkelijke grond waardoor je voor altijd en eeuwig Gods kind blijft: Omdat Ik u heb uitverkoren van voor de grondlegging der wereld, zegt de Heere. Nee, onbekeerde zondaar, dit is geen boodschap voor jou want voor jou klinkt slechts: Bekeert u en gelooft het Evangelie. Maar deze wonderlijke en onbegrijpelijke verkiezing is de troost voor al Gods bestreden en aangevochten kinderen.

En de duivel blijft het wel zeggen: Jij? Voor jou kan het niet en het is voor jou niet. En toch blijft dan staan dat God zal zeggen: Je bent van Mij, omdat Ik je verkoren heb. Dit wonder is niet klein te krijgen. En midden in de strijd laat God vandaag aan jou zien dat het niet aan jou ligt dat je binnenboord blijft, want als het van jou en van mij moest afhangen, waren we allang overboord geslagen en jammerlijk omgekomen, maar het is Gods onbegrijpelijke en verkiezende liefde dat je niet overboord kunt slaan. En als ik hier over nadenk, dan kom ik niet verder dan dit stamelen en dan moet ik, en ik hoop jij met mij, zeggen dat ik het niet klein kan krijgen. Het is mij te hoog en te diep.

Maakt deze verkiezende liefde dan onverantwoordelijke mensen? Want dat is natuurlijk het gevaar als we zo eenzijdig dit benoemen. Dit maakt geen onverantwoordelijke mensen, want in het leven van Gods genade ontstaat er wel het verlangen om tegen alle zonden te strijden. Dit wordt juist alleen maar sterker, maar het is niet de grond van je bestaan. Die strijd tegen je zonden is altijd te kort en te weinig en er blijven altijd zonden over, maar daarom moeten wij leren om na ontvangen genade te leven van Gods genade. Daarmee blijft de strijd tegen de zonden, maar tegelijk is je enige houvast God en God alleen. Want in Hem leven wij en in Hem sterven wij. Wij zijn die we zijn in Christus en in die zwakheid van onze kant, wordt Gods kracht in ons volbracht. Maar het is God die al de Zijnen zal vasthouden en daarom mag je Gods kind zijn, alleen en ook helemaal alleen omdat Gods trouw groter is dan al ons denken en doen. God was ons een eeuwigheid voor, en dat is tot onze troost. Daarom worden wij genodigd aan Zijn tafel, niet omdat wij het geloof hebben vastgehouden, want we waren het kwijt geweest als God ons niet had vastgehouden. Ik ben het niet waard dat God mijn zonden zou vergeven, maar Hij ging voorop en in Zijn verkiezing ligt alles vast.

Zelfs de grootste van de zondaren is daarom welkom bij de Heere. En die verkiezing moeten we niet voorop stellen in de prediking, want de verkiezing wordt bewezen in de bekering. Als er bekering is, blijkt dat je bent uitverkoren en dan blijkt dat dit nooit meer ongedaan gemaakt zal worden. En wie heeft God dan uitverkoren? En laat dat maar eens heel diep zakken in je verslagen hart dat denkt dat alles verloren is door jouw tekort. God heeft Jakob uitverkoren. Nee, er staat niet dat Hij Abraham heeft uitverkoren of David of Salomo, maar er staat dat Hij Jakob heeft uitverkoren en Israël, de nieuwe naam van Jakob, tot Zijn eigendom heeft gemaakt.

Is dat een heilige? Kind van de Heere, is dat een man zonder enig gebrek. God kiest het goddeloze en onachtbare uit. O, wat wordt hier duidelijk. O, diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods. Hij kiest een Jakob uit tot Zijn erfdeel. Zijn naam alleen al, spreek uit wie hij is. Een bedrieger, iemand die in de uivoering van Gods raad, de Heere voor de voeten ging lopen omdat hij dacht dat hij de Heere wel een handje moest helpen om de belofte te vervullen. Weet je, ik zie zoveel herkenning. God voor de voeten lopen met al onze werken om daarmee God een handje te helpen, want anders kan het toch echt niet voor ons. O welk een dwaasheid. De twijfel om aan het Heilig Avondmaal te mogen gaan, omdat mijn leven niet voldoet in mijn ogen. Maar dan zegt de Heere: Kom mijn kind, kom aan Mijn tafel want Ik heb je uitverkoren en daarom kan het en daarom is het niet hopeloos met je. Kom, en Ik zal je een ereplaats geven.

Mag ik een ereplaats krijgen aan Zijn tafel? Nee, daar ben ik veel te onwaardig voor. En toch, toch zegt de Heere het Zelf. En niet omdat ik zo goed mijn best heb gedaan, niet omdat ik zo’n sterk geloof heb, maar omdat het geloof dat er mag zijn Gods eigen werk is. Dit moet de ban echt breken in ons leven om te blijven twijfelen aan onze staat bij God. Onze zonden worden de maatstaf voor ons geloof. Ik hoor het zo vaak zeggen en ik voel het zelf ook: Het kan voor mij niet, want ik heb weer zoveel gezondigd. De hele week van voorbereiding was een puinhoop. En toch was die ereplaats er aan Zijn tafel, omdat het Zijn heerlijk, machtige en Goddelijke werk is.

Maar dan kom ik ook niet verder meer dan het derde vers. Dan stopt ons denken over Gods genade en blijft er slechts over: Looft de Heere, psalmzingt Hem. Is dit dan alles? Is dit niet veel te eenzijdig? Ja, dit is alles. Maar moet ik dan niet…. Nee, jij moet helemaal niets. Daar moet vanaf vandaag een hele grote streep doorheen. Weet je wat God wil overhouden? Een arm en ellendig volk dat op de Heere vertrouwt. Meer wil Hij niet. En dat vertrouwen, vaak zo gebrekkig, wordt door de Heere Zelf instant gehouden. Ik zeg niet dat je dan raak moet leven, maar je moet gaan leren om in verwondering te leven. Want weet je hoe de zonden overwonnen wordt? Niet door goed je best te gaan doen en te proberen om in eigen kracht het voor elkaar te krijgen. De zonden is slechts te overwinnen door een leven in verwondering aan Gods genade. Het werk van Christus krijgt pas de volle verwondering en aanbidding in je leven op het moment dat je gaat zien dat jij niet moet geloven, maar dat ook dit geloof bij de voortduur Gods eigen werk is. Dan zal de zonde overwonnen worden omdat er slechts voor verwondering plaats is. En natuurlijk blijft de strijd tegen al onze zonden en zwakheid en blijft de pijn van het God verdriet doen. Dan blijft ook de belijdenis van onze schuld noodzakelijk, maar dan slechts vanuit de verwondering dat Gods trouw veel, veel groter is dan mijn zonden.

En ik weet dat ik moet uitkijken met deze woorden, want je kunt hier helemaal lijdelijk onder blijven als je onbekeerd bent. Maar Gods kinderen moeten na ontvangen genade leren om zich te verwonderen in Gods genade door Jezus Christus. Het brood dat gebroken werd en het bloed dat vergoten werd is de prijs voor jouw ziel, maar dat was nooit voor jou geweest als God je niet zou vasthouden.

Ik kan vandaag niet verder komen dan een loflied opheffen naar de Heere omdat ik het niet kan bevatten. O, lieve Koning van mijn hart, dit gaat mij echt te ver dat U naar mij hebt omgezien. Dan lopen de tranen over mijn wangen omdat Christus Zijn lichaam liet verbreken en Zijn bloed wilde vergieten voor mij, een goddeloze zondaar. Dan lopen er nog veel meer tranen over mijn wangen dat God zo trouw is dat Hij Zijn Woord houdt en alles zal voleinden wat Zijn hand begonnen is. Dan kom ik niet verder dan stamelen omdat Gods verkiezing onberouwelijk is. Snap ik dat? Nee, totaal niet, want mijn leven had mijn dood moeten zijn, maar Gods onbegrijpelijk liefde houdt mij vast in eeuwigheid en daarom werd ik aan Zijn tafel genodigd. Kun je erbij lieve broeder, lieve zuster in Christus. Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar als ik hierover nadenk moet ik steeds vaker zeggen: ik ben echt maar een heel klein broertje in Christus. Maar dan is het ook waar wat iemand zei: Als ik er dan maar één ben. En dat ik er één ben is alleen door Gods genade. En dan kunnen we alleen maar in verwondering eindigen. Dan mogen we hier op aarde een voorsmaak hebben van de grote toekomst die voor ons is weggelegd en mogen wij straks aanzitten aan die gouden tafel, waar Christus de Gastheer zal zijn. Hier op aarde in Zijn Geest en straks in de hemel in volmaaktheid.

Graag zou ik op deze diepe, heilige grond eindigen, een heilige grond van verwondering wat voor mijn gevoel niet meer is dan stamelen over Gods goedheid en genade. En toch kan ik het niet omdat ik weet dat er ook zijn die dit leven niet kennen en nog steeds voor eigen rekening leven. Misschien wel met deze zelfde uitverkiezing in je handen waarmee je zegt onbekeerd te kunnen blijven want God moet het toch doen? Maar tegen zo’n in ongeloof volhardende zondaar zeg ik: “Waag het niet om op deze manier het wonder van Gods genade te gebruiken. Waag het niet om deze grootste parel van God te verkwanselen.” Blijf van dit wonder af, als je zonder Christus in de wereld bent want je mag dit kunstwerk van God niet aanraken als je er vreemd bent aan het leven van de genade. Dit wonder van God is Gods kinderen veel te dierbaar dat jij het kapot zou maken door het te gebruiken om jezelf vrij te pleiten van je onbekeerlijkheid. Voor jou geldt echt maar één ding: Bekeer je en geloof het Evangelie. Jezus roept vandaag tot jou: Komt tot Mij en Ik zal je rust geven. Slechts de bevelen blijven over en dan zal de verwondering volgen. En ondanks het loflied op Gods verkiezende genade, slaat Christus vandaag met alle kracht op je onbekeerde hart en schreeuwt het je toe: Mijn zoon, Mijn dochter, geef Mij je hart. In diezelfde verkiezende liefde van God, klinkt ook deze oproep tot jou. En God laat zien dat Hij wil dat jij komt. En dan zal God niet zeggen: Sorry, ik heb jou niet uitverkoren, maar God zal zeggen: Mijn kind welkom, Ik heb je uitverkoren voor eeuwig. Kom dan, toe stel niet uit en verwonder je.

 * Heb je vragen? Klik op de envelop