Strijdt om in te gaan
Weekoverdenking: 28 januari – 3 februari
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'
Lezen: Lukas 13:23-30 en Mattheüs 7:13 en 14 - Tekst: Lukas 13:24
En er zeide een tot Hem: Heere, zijn er ook weinigen, die zalig worden? En Hij zeide tot hen:
Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen;
Namelijk nadat de Heer des huizes zal opgestaan zijn, en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten te staan, en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open! en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet, van waar gij zijt.
Alsdan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben in Uw tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en Gij hebt in onze straten geleerd.
En Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik ken u niet, van waar gij zijt; wijkt van Mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid!
Aldaar zal zijn wening en knersing der tanden, wanneer gij zult zien Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar ulieden buiten uitgeworpen.
En daar zullen er komen van Oosten en Westen, en van Noorden en Zuiden, en zullen aanzitten in het Koninkrijk Gods.
En ziet, er zijn laatsten, die de eersten zullen zijn; en er zijn eersten, die de laatsten zullen zijn.
Mattheüs 7:13 en 14
Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan;
Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.
Het zullen er maar weinig zijn! Nee, het is echt maar voor een enkeling. Het staat toch echt in de Bijbel en het is echt heel erg duidelijk. Zie je wel, je moet uitverkoren zijn anders kom je er niet en de kans dat je er komt is echt minimaal, want het zijn er maar een paar. Meer worden er niet zalig. En de kans dat ik bij die paar mensen hoort, is maar erg klein.
Ja, als dit er echt zou staan in Mattheüs 7 en in Lukas 13 dan kan ik beter maar stoppen met het schrijven van meditaties en dan hoef ik ook geen catechisatie meer te geven en dan kan ik beter maatschappelijk werker worden in plaats van dat ik pastoraal aan het werk ben. Want als de zaken er zo voor staan, is alles zinloze tijdverspilling. Want die enkeling die komt er dan toch wel. Als de Heere er dan toch maar een paar op het oog heeft, hoeven wij niets meer te doen, want dan blijkt dat God het toch niet zo druk heeft. Dan kunnen we maar beter stoppen met kerk houden, want dan is de kerkdienst slechts kerkje spelen en is God ten diepste een grote leugenaar als Hij zegt dat het offer van Christus voldoende is voor de verzoening van de gehele wereld. Want als er maar een paar zalig worden, dan is het offer van Christus niet voor de hele wereld.
En hoevelen denken toch niet zo, dat er maar weinig zullen zijn die zalig worden? En met de Bijbel in de hand dit verdedigen en het doen voorkomen dat God niet zou willen dat de hemel vol zou worden. Wij zijn allemaal goddeloze zondaren die het waard zijn om verloren te gaan en daar moeten we maar in berusten, want er worden er toch maar weinig zalig. Maar weet je, mijn Bijbel leert het totaal anders. Mijn Bijbel zegt dat allen die Hem hebben aangenomen hebben, macht gekregen hebben om kinderen van God te zijn. En allen die tot Hem komen, zullen geenszins worden weggestuurd. Allen die met hun belasting komen bij Christus die zullen rust krijgen. Iedereen die dorst heeft, die mag komen en die zal drinken van het Levende water. Dat zegt de Bijbel mij over de bereidwilligheid van Christus. Is daarmee gezegd dat iedereen zalig zal worden? Nee, zeker niet. Is daarmee gezegd dat de Bijbel niet klopt en dat het niet waar is wat dat er hier in dit gedeelte staat? Nee, dat is ook zeker niet waar. Heel de Schrift is van God ingegeven en Gods inspiratie heeft er voor gezorgd dat de hele Schrift betrouwbaar is en dat het God is Die Zelf spreekt in Zijn Woord. En God kan niet liegen.
Maar dan is er toch wel iets anders aan de hand als het hier gaat over dat er maar weinig zalig worden. En dat is inderdaad een feit, want we mogen nooit zeggen dat er bij God geen ruimte was om zalig te worden. Als het waar zou zijn dat er hier staat dat er maar weinig zalig worden omdat God er niet meer heeft uitverkoren, dan krijgt God vandaag de schuld dat er velen, ja het merendeel van de wereldbevolking, verloren zal gaan. En ook de vragensteller aan de Heere Jezus lijkt de gedachte er op na te houden dat er maar weinig zalig zullen worden. Maar weet je wat het bijzondere is aan de reactie van Jezus? Hij reageert eigenlijk helemaal niet op de vraag zelf. Wij zouden als we zo’n vraag zouden krijgen gaan uitleggen hoe dat die verhouding zou liggen in het Koninkrijk der hemelen. Maar als wij vandaag iets leren van de Heere Jezus, dan is het wel dat het er niet om gaat hoeveel er zalig zullen worden. Hoewel de hemel vol moet worden en wij op die manier ook in deze wereld moeten staan, om zielen te winnen voor Christus.
Maar dat is heel wat anders dan ons druk maken over het aantal dat zalig zal worden. En Christus antwoord leert ons dat wij niet moeten en niet mogen graven in Gods raadsbesluiten. Christus gaat hier geen antwoord geven vanuit Gods raad, maar Christus gaat een antwoord geven naar de menselijke verantwoordelijkheid. Hij legt niet dat raad van God uit en Hij begint al helemaal niet aan speculaties over het aantal uitverkorenen. Weet je, eigen zegt Hij hier ondubbelzinnig tegen de vragensteller: Het gaat je helemaal niets aan hoeveel er zalig worden en of dat dit er veel zijn, maar jij moet strijden om in te gaan.
Als wij het over de zaligheid hebben, dan mogen we niet bij God beginnen, al is Hij wel Degene die in ons leven moet beginnen waardoor wij zullen gehoorzamen. Maar die zaak is een zaak van God en wij worden opgeroepen tot geloof en bekering. En als dat dan gebeurd, dan zie je achteraf wel dat het Gods werk was waardoor je ging geloven en ging gehoorzamen. En daarom draait Christus het hele verhaal hier totaal om. En wat wordt er in de reformatorische kerken eindeloos gediscussieerd over de vraag hoeveel er zalig zullen worden. Eindeloze discussies over Gods raad, alsof dat dit zo belangrijk is. Het is van geen enkel belang om te weten wat God weet. Er is maar één ding belangrijk: Dat jij komt aan de voeten van Jezus om daar genade en vergeving te ontvangen.
En daarom zegt Jezus: Strijd om in te gaan. Wat een antwoord op een vraag als deze. Zouden er veel mensen in de hemel zijn? Wat maakt dat uit, als jij er niet zult zijn. Zouden veel mensen zalig worden? Al zou de hele wereld zalig worden en jij niet, dan kun je vandaag misschien horen dat 99,9% zalig wordt, maar als jij buiten blijft staan, dan ga jij voor eeuwig verloren. Besef je de bewogenheid in het antwoord van de Heere Jezus? Besef je dat Christus een antwoord geeft dat is gericht op het behoud van de vragensteller?
Maar Christus zegt toch dat er velen wel in willen gaan, maar niet kunnen? Dus Christus zegt toch wel degelijk dat er veel verloren gaan? Dat lijkt wel zo, maar Christus gaat hier verder op de eerste woorden van de tekst, over dat we moeten strijden om in te gaan. En dat er velen verloren gaan, is geen beperking aan de zaligheid, het is geen grens aan Gods genade, maar het is het gevolg van menselijke keuzes. Weet je, wij zijn van die mensen die zo makkelijk even een tekst uit de Bijbel trekken en daarmee aan de haal gaan. En dan zetten we een tekst als deze los van de context neer en zeggen: Zie je wel, er gaan er toch veel verloren, nou dan leef ik liever mijn leven op aarde in alle gezelligheid, want als ik toch verloren gaat, dan wil ik dat poosje op aarde toch liever maar gezellig leven.
Echter als we zo redeneren, dan dwalen wij en zetten de tekst op zichzelf. En dat kan nooit de bedoeling zijn en laten we nu voor eens en voor altijd eens leren om niet een tekst op zichzelf te bekijken, maar deze in de context te laten. Want dan blijkt ook hier weer dat Christus helemaal niet bedoeld dat er weinig zalig worden en veel verloren gaan omdat de genade niet groot genoeg is of omdat God maar zou willen dat er weinig zalig worden, maar dit is het gevolg van jouw keuze. Als jij bij diegenen hoort waarvan Christus zegt: Velen zullen zoeken in te gaan en niet kunnen, dan komt dit niet omdat God het verkeerd heeft gedaan, want kijk eens wat daarna gezegd wordt door Jezus. Hij gaat namelijk toelichten waarom diegenen niet meer binnen kunnen komen. Want diegenen die zoeken en niet in kunnen gaan, gaan pas zoeken om in te gaan op het moment dat de Heer van het huis opgestaan is en de deur heeft dicht gedaan. Op het moment dat de deur wordt dichtgedaan, zullen er veel zijn die toch nog binnen willen komen en zij beginnen te kloppen.
Waarom komen dus die velen niet meer binnen in de hemel? Niet omdat zij de gelegenheid niet gekregen hadden, maar omdat zij niet wilden toen de deur openstond. Eenvoudigweg moeten we zeggen: Ze zijn te laat. Ze hebben niet gereageerd op de oproep om te strijden om binnen te gaan. Strijd om in te gaan, daar moet je je druk over maken zegt Christus. Je moet je niet druk maken over Gods zaken, maar je moet je druk maken over je eigen zaak. Het gaat om je behoud. En daarom moet je strijden om in te gaan. En ik kom er straks nog op terug wat dit strijden dan is en hoe je in kunt gaan. Maar eerst moet het nog even duidelijk worden wie er nu eigenlijk buiten blijven staan.
Want die mensen die kloppen op de deur zeggen dat ze in de tegenwoordigheid van God hebben gegeten en gedronken. Ze hebben altijd onder het Woord gezeten. God heeft hen in hun straten geleerd, zeggen ze. Het zijn dus mensen die het heel goed wisten. Ergens anders lezen we ook dat ze in de naam van Christus duivelen uit hebben geworpen en het Evangelie hebben verkondigd. Mensen die precies wisten wat de waarheid was. Mensen die een kerkbank of twee hebben versleten. Onder het Woord gezeten, hoorders van het Woord geweest, maar nooit geen daders geworden. Ja, overal het Woord rondgestrooid, eindeloos misschien wel geëvangeliseerd, maar nooit gestreden om in te gaan. Met veel vroomheid bezet geweest, maar nooit ingegaan door de enge poort, maar altijd gebleven die ze waren. Altijd op de brede weg gebleven. Misschien wel een smal weggetje geasfalteerd naast de brede weg, alsof het leek dat ze op een smalle weg liepen. Misschien zelfs wel hun hele leven over hun zonden gepraat, maar toch niet ingegaan door de enge poort, maar door de brede poort ingegaan en op de brede weg gebleven.
Dat kan dus, dit is dus realiteit, dat blijkt wel naar wat Christus zegt. Je kunt met heel veel vrome woorden en daden, toch wegblijven bij het kruis van Golgotha. Je kunt je zonden voelen en met je neus over de straat gaan lopen en toch verloren gaan, omdat je niet bij Christus bent uitgekomen. Er is maar ene vraag die vandaag belangrijk is: Ben jij ingegaan door de enge poort? Hoe staat het ervoor? Loop je nog met je zonden op je rug? Dan ben je niet ingegaan door de enge poort. Ik moet aan de Christenreis van Bunyan denken. Christen kon niet door de enge poort met zijn zonden op zijn rug. De poort was te klein. Maar Christus moest zijn zonden aan het kruis neerleggen en zo door de enge poort gaan. Alleen dan was het passend. En zolang jij nog loopt met een onbetaalde schuld op je rug, dan dreig je voor eeuwig verloren te gaan, want de deur van de hemel zal straks sluiten en dan zul je beginnen om buiten te staan.
En dan moet je maar eens letten op dat woordje ‘beginnen’. We komen dat twee keer tegen. Eerst met het beginnen buiten te staan en daarna bij het beginnen te roepen. Je begint dan om buiten te staan en dat zal niet meer stoppen en je zult beginnen met roepen en ook dat zal niet meer stoppen. Het is dus een definitieve zaak. Het begint op het moment dat de deur in het slot valt. Je zult beginnen om buiten te staan. En weet je waarom dat je buiten zult blijven? Omdat je niet bent ingegaan toen het kon. Het is net als een kind dat probeert om zijn vader uit te dagen. Het kind is heel ongehoorzaam en vader zegt: als je nu niet luistert, ga je naar je kamer. En het kind blijft toch doorgaan en gaat zover dat vader zegt: En nu naar je kamer. Nee, roept het kind, ik zal luisteren. En dan zegt vader: Nee, nu ben je te laat.
En dan straks zo te kloppen op de hemelpoort en dan zal God zeggen: TE LAAT! Je hebt voldoende tijd gekregen, maar je wilde niet. En nu zul je beginnen buiten te staan. Nu is het te laat, want de deur is dicht. En het maakt niet uit of je heel je leven in de kerk gezeten hebt of niet. Zalig worden hangt niet af of je aan het Avondmaal hebt gezeten of dat je Christus keer op keer hebt horen verkondigen, maar zalig worden hangt af van of je bent ingegaan door strijd. En dat ene woordje strijd geeft direct ook aan dat er ook een andere kant aan deze zaak zit. Niet iedereen wordt zomaar zalig. Niet iedereen zal zalig worden. Er zullen er dus ook verloren gaan. Zalig worden is niet iets dat je zo maar overkomt. En dat is dan de andere kant. Aan de ene kant gaat het er niet om hoe het zit met Gods raad en mogen we niet zeggen dat er maar weinig zalig worden omdat God dat in Zijn raad heeft bepaald en aan de andere kant is er ook geen alverzoening, want Christus zegt: Strijd om in te gaan, voordat de deur is dicht gegaan. Het is dus niet zomaar. En ook de uitverkorenen worden niet met hun armen over elkaar zalig. Dat hoor je ook nog wel eens: Als ik uitverkoren bent, kom ik er toch wel. Dat kan helemaal waar lijken, maar als je zo denkt kom je er dus niet. Dan blijkt achteraf dus dat je niet uitverkoren was, want uitverkiezing en de strijd om in te gaan zijn twee kanten van dezelfde zaak, waarvan wij ons druk moeten maken om in te gaan door strijd.
Maar het is de vraag wat nu eigenlijk dan die strijd is, die dus wel van ongelofelijk belang is. Weet je waar die strijd uit bestaat? In de eerste plaats in het verloochenen van jezelf. Opgeven dat je denkt zelf zalig te kunnen worden. Jezus zegt Zelf: Ik ben de Deur. We moeten door Christus ingaan, want Hij is de toegang tot God de Vader. Niemand komt tot de Vader dan door Mij, zijn de woorden van Christus. En dat is misschien wel de grootste strijd voor een mens. Los te moeten laten alles dat van jezelf is en volkomen vertrouwen op het offer van Christus. De strijd tegen je eigen zondige bestaan, om met Christus te leren leven. En die strijd is niet een strijd die maar even is, maar die duurt je leven lang. Ik denk ook aan wat Paulus zegt over de inwendige strijd. Het is een strijd tussen zijn oude mens en zijn nieuwe mens. Daarbij blijkt dus dat de strijd om in te gaan niet stopt op het moment dat je toevlucht genomen hebt tot Christus. En tegelijk laat Christus nooit meer los wat Hij is begonnen. Dus als er geloof is, zal er ook de inwendige strijd zijn. Menselijkerwijs blijft de strijd om in te gaan en van Gods kant blijkt dat allen die Christus hebben liefgekregen dat de strijd er ook werkelijk zal zijn. En ook hier gaan de oproep tot strijd en de aanwezige strijd gelijk op.
En hoe komt het tot die overgave aan Christus. En dan blijkt ook wel dat het een strijd is, die niet zomaar gestreden is. Mijn verdorven bestaan is te eigenwijs en denkt het altijd zelf te kunnen doen. Maar Gods Woord verkondigd ons dat het slechts door Christus mogelijk is om in te gaan. Dat betekent dat we alles moeten loslaten en Christus moeten vastgrijpen, omdat in Hem de enige weg is tot behoud.
En dat is een worsteling voor een mens, omdat wij het liefst de regie in eigen handen willen houden. Maar nu zegt Christus dat we de strijd moeten aangaan om in te kunnen gaan. Dat is niet bepaald een afwachtende houding, maar Christus roept ons op om actief te zijn om de hemel binnen te gaan. Als ik dat gesteld zou hebben, dan zou je zeggen: Wat een activisme en wat een evangelische instellen, maar nu is het Christus die het ons beveelt. Strijd om in te gaan. En dat is een strijd die aan de ene kant gekenmerkt wordt een innig gebedsleven. Het gaat niet om een strijd in eigen kracht, maar in de eerste plaats is dit een biddende strijd om door Christus in te gaan.
Want als jij begint met strijden, dan zal blijken dat je niet in kunt gaan en dat het je niet lukt. Ingaan door te strijden is niet ingaan door zelf de ingang of de hemel te verdienen. Dat bedoelt Christus niet. Hij bedoeld niet te zeggen dat je moet gaan met strijd om jezelf op te poetsen. Maar de strijd van het geloof begint met de strijd tegen je zondige bestaan. En dat kun je niet wegpoetsen, want er is vergeving noodzakelijk. En daarom moet je naar Jezus toe. Dat is de moeilijkste strijd die een mens mee moet maken, want het gaat tegen ons eergevoel in. En daarom moet die strijd biddend gestreden worden. Gevouwen handen en gebogen knieën. En dat niet ene keer, maar dat is het kenmerk van de strijdende kerk hier op aarde. We zullen door veel verdrukkingen ingaan, maar de eerste verdrukking is wel je eigen vlees. We kunnen zeggen dat we de strijd hebben tegen de duivel, en natuurlijk is dat waar. Maar de eerste strijd is je eigen verdorven en eigenwijze vlees dat opstaat tegen God en dat in opstand komt tegen het Evangelie van vrije genade.
Weet je wat het met ons is? Wij zoeken de weg van de minste weerstand en dan gaan we de weg die wij vinden dat goed is. Ik vind en ik denk, zijn kenmerken van menselijke gemakzucht. Nee, zegt Jezus: Breken met jezelf en Mij alles laten doen. En vervolgens nadat Christus zo het hoogste is geworden zet de strijd zich door tussen je oude en je nieuwe mens. Dat stopt niet, want de duivel is er op gebrand om je vast te houden of om je terug te krijgen. Maar door gevouwen handen en gebogen knieën zal God de overwinning behalen in ons leven, omdat we dan leren om te vragen: Heere, wat wilt U dat ik doen zal.
Zo is er een strijd om in te gaan, want van nature kiezen wij deze weg niet en gaan wij veel liever door de brede poort naar binnen, maar daarachter ligt wel de brede weg die naar het verderf leidt. En zonder strijd tegen jezelf en tegen je zonden, is dat het gevolg: de weg naar het verderf. En Christus leert ons niet dat God wil dat wij daarop terecht komen. Christus leert ons een andere weg. Een smalle weg, die alleen door het geloof begaanbaar is, maar dan zal de uitkomst ook zeker zijn. Maar die weg is wel een weg van grote strijd. Een strijd tegen je eigen ‘ik’, maar ook een strijd tegen de duivelse machten. Maar de overwinning is zeker voor allen die in deze strijd zich wenden tot Christus, die alles heeft voldaan en de duivel heeft verslagen. De duivel ligt aan de ketting en kan niet meer doen dan dat wat Christus toelaat. Hij is door Hem overwonnen. En zo mogen wij ingaan. Dat is geen misschientje, dat is vandaag geen enkele beperking die Christus ons voorhoudt, maar het is een ruimte die zo groot is dat het voor iedereen kan. Er zit een ‘maar’, het is de vraag of jij deze weg van zelfverloochening, bekering en geloof wilt gaan. Als je dat niet wilt, dan ben je op de brede weg, die naar het verderf leidt. En tegen jou zegt Christus: Strijd om in te gaan door de enge poort. Het is voor de wereld om ons heen een onzichtbare en dwaze poort, maar het is wel de poort die de weg naar het eeuwige leven opent.
Het is een weg van strijd, maar ook een weg van eeuwig geluk, een weg waarna een eeuwige zaligheid zal beginnen. Worden er weinigen zalig? Wat maakt jou dat uit? Strijd jij om in te gaan, voordat de Heer van het huis is opgestaan en de deur heeft gesloten. Want dat moment komt. Voor de een zal dit zijn als hij sterft en voor de ander geldt dit als Christus wederkomt. Maar nu staat de deur nog open. Strijd dan om in te gaan en houd je niet langer bezig met nutteloze vragen die je bij Christus vandaan houden. Komt allen, want Ik ben de Deur. Alleen binnengaan door die Deur, geeft toekomst. En ik zeg niet dat het een makkelijke weg is, maar de toekomst is zeker en vast.
Heb je vragen? Klik op de envelop