Bidden en bidden
Weekoverdenking: 18 februari – 24 februari
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'
Lezen: Mattheüs 26:31-46 - Tekst: Mattheüs 26:38-45
Toen zeide Jezus tot hen: Gij zult allen aan Mij geergerd worden in dezen nacht; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden.
Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
Doch Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Al werden zij ook allen aan U geergerd, ik zal nimmermeer geergerd worden.
Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij in dezen zelfden nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.
Petrus zeide tot Hem: Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! Desgelijks zeiden ook al de discipelen.
Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemané, en zeide tot de discipelen: Zit hier neder, totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben.
En met Zich nemende Petrus, en de twee zonen van Zebedeus, begon Hij droevig en zeer beangst te worden.
Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.
En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan! doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.
En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Kunt gij dan niet een uur met Mij waken?
Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
Wederom ten tweeden male heengaande, bad Hij, zeggende: Mijn Vader! Indien deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan, tenzij dat Ik hem drinke, Uw wil geschiede!
En komende bij hen, vond Hij hen wederom slapende; want hun ogen waren bezwaard.
En hen latende, ging Hij wederom heen, en bad ten derden male, zeggende dezelfde woorden.
Toen kwam Hij tot Zijn discipelen, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; ziet, de ure is nabij gekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.
Staat op, laat ons gaan; ziet, hij is nabij, die Mij verraadt.
Het was voor Christus toch niet zo erg moeilijk om het lijden mee te maken? Hij wist toch dat Hij van de dood weer op zou staan? Kijk, zo kan ik ook zeggen dat ik wil lijden voor anderen. Ik hoef dan maar drie dagen dood te zijn en daarna sta ik weer op. Misschien zeg je, wat is dit nu voor de dwaze redenering. En een ander zegt misschien wel: Ja, ik herken deze gedachte wel in mijn eigen leven. Eigenlijk ben ik het hier wel mee eens.
Eén ding is zeker, in de gemeente hoor ik regelmatig deze gedachtegang toch echt wel. Zeker onder de jongeren die alles willen proberen om maar te vertellen dat het offer van Christus echt niet zo erg zwaar is. Want het zijn niet de soldaten die Jezus aan het kruis brachten en het zijn ook niet de Joden die dit deden, maar Christus wilde de weg van het lijden gaan, omdat jij en ik gezondigd hebben. Hij wilde deze weg gaan omdat jij en ik de eeuwige pijn hadden verdiend en dat er voor ons geen enkele hoop maar was. Geen enkele mogelijkheid om Gods toorn te ontvluchten. Onze zonden hebben de hele wereld in het verderf gestort en daarom stuurt God Zijn eigen Zoon om de wereld te redden.
Maar er zit aan dit reddingswerk wel iets vast. De Zaligmaker moet zonder zonden zijn, maar de Zaligmaker moet ook de straf dragen die wij verdienen. Hij moet dus sterven, maar ook voor de grootste der zondaren moest Hij dan de straf dragen, zodat Zijn straf voor iedereen verzoening kan aanbrengen. De zwaarste straf kreeg Hij, maar ook de meest goddeloze en onreine straf. De kruisdood was niet zomaar een straf, maar de meest gruwelijke dood. Daar kunnen we heel veel over zeggen, maar ik zal het houden bij een paar dingen. De weg naar het kruis was al een weg van lijden voor een veroordeelde. Hij werd gegeseld en dat gebeurde met zoveel slagen dat hij net niet zou sterven. De zenuwen op zijn botten lagen dan open. En aan het kruis waren het niet de spijkers die pijn deden. Want dit was maar zeer beperkt. Het ergste wat er gebeurde was dat de veroordeelde aan zijn armen kwam te hangen. De armen schoten daarbij uit de kom en de pezen kwamen daardoor strak om de nek te liggen waardoor er zuurstofgebrek optrad. Aan het kruis stierf men dus niet door bloedverlies en uitdroging, maar door verstikking. En dat ging heel langzaam. Als dit door verdroging was gebeurd dan had dit heel lang geduurd. Iemand die geen vocht meer krijgt kan nog anderhalve week in leven blijven.
En zelfs als we hier over nadenken dan nog zijn er mensen die zeggen: En toch wist Hij dat Hij na drie dagen weer zou opstaan om dan eeuwig bij de Vader te komen. En natuurlijk is dat waar. Hij zegt daar immers Zelf van dat Hij de tempel in drie dagen weer zal opbouwen, en hier spreekt Hij over Zijn lichaam, zegt één van de Evangelisten. Toch gaat dit wel erg kort door de bocht en daarom zullen wij vandaag stilstaan bij dat wat er gebeurde in de hof van Gethsemané. Want als wij ons tekstgedeelte doorlezen, dan blijkt wel dat de angst die Christus had, vele malen groter is dan de angst die wij mensen ooit hebben gehad. Daarmee zeggen we niet dat mensen geen angst kunnen hebben en zelfs als je bedreigt wordt met een pistool kun je heel bang worden. Maar de angst die wij vandaag getekend zien in dit gedeelte, zet al onze angst in een enorme schaduw.
Net voor het gedeelte dat gaat over de worsteling van Christus in de hof van Gethesemané, lezen we dat Christus met de Zijnen het Pascha heeft gebruikt. En nadat ze de lofzang hadden gezongen stond Christus op en gingen zij naar de Olijfberg. En je moet er eens op letten op welk moment dat dit gebeurd. Er worden normaal drie bekers gedronken tijdens het Pascha. De eerste beker bevat bittere kruiden, en daarna volgt het verhaal van de uittocht. Dan volgt de tweede waarna het brood der ellende wordt gegeten. Dit denkt terug aan de tijd in Egypte. Dit is de eigenlijke paasmaaltijd zoals die in Goosen werd gegeten. Daarna volgt de beker der dankzegging, waarna het Hallel wordt gezongen. Men zingt dan dus de lofzang. En dan staat Jezus op en gaat met Zijn discipelen naar de hof. De laatste beker die Hij niet dronk, was de beker van de verlossing. En wat zegt Jezus dan in de hof van Getsemané? Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbij gaan.
Christus weet dat, nadat Hij de lofzang gezongen had, dat Zijn tijd nabij was. En dan waarschuwt Jezus Zijn discipelen nog dat zij verstrooid zullen worden. En let op deze waarschuwing van Christus. Want daar komt Hij straks op terug. En dat had zeker voor Petrus tot een ernstige waarschuwing moeten zijn.
Maar eerst gaat Christus met Petrus, Johannes en Jakobus de hof in. En juist Petrus moest mee, zodat hij enigszins zou zien dat zijn woorden dat hij Jezus niet zou verlaten, slechts hoogmoed was. Want als er een ding duidelijk wordt is het wel dat ze niet bij machte zijn om staande te blijven. Maar eerst blijkt dat Christus voor de Zijnen ook het grote voorbeeld moet zijn. Zelfs de Zoon van God, kan niet de weg gaan die Hem voorgesteld is door de Vader. Het is voor Christus naar Zijn menselijke natuur een onmogelijke weg. Besef jij een klein beetje wat dit lijden waaraan Christus nu begint niet zomaar lijden is geweest. God vraagt van Hem slechts één ding: Hij moet de gifbeker van de toorn van God tot op de bodem leegdrinken. En dat met slechts ene reden: Zodat wij, in genade kunnen worden aangenomen tot God. Christus staat op om de gifbeker van de toorn van God te drinken. En Hij zal de beker helemaal moeten leegdrinken. De verzoening kan niet voor een deel worden aangebracht. Christus weet dat Hij tot het uiterste moet gaan. En dan zal Hij dood en graf, hel en duivel overwinnen. Maar daarmee is niet gezegd dat de weg voor Christus, omdat Hij Gods Zoon was een dragelijke weg was.
Want wat zou er gebeuren straks op Golgotha? In de drie uren van duisternis, dat is raakt Christus is Zoonsschap kwijt bij de Vader. Daar zal Hij niet Zijn Vader ontmoeten, maar daar zal Hij Zijn Rechter ontmoeten. Hij zal daar God zien en Hij zal daar voor Hem staan beladen met de zonde van de wereld. Ons Avondmaalformulier zegt het zo mooi: Ik voor u. Ja, inderdaad, maar ook: Ik met uw zonden. Christus zal straks schuldig staan voor God, tegen Wie Hij nooit iets heeft misdaan en van Wie Hij altijd Zijn wil heeft gedaan. En het besef van wat Hem te wachten staat, maakt Hem dodelijk angstig. Hij zoekt daarom de eenzaamheid op met Zijn Vader. Voor de laatste keer en Hij neemt Petrus, Johannes en Jakobus mee. Zij moeten waken, want Hij is droevig en zeer beangst. Zo gaat Christus op weg naar het einde. En in de nood en in de angst gaat Hij voor ons op weg, maar gaat Hij ons ook voor als het gaat over het zoeken van het aangezicht van Zijn Vader.
Hij kan de weg niet gaan. En naar Zijn mensheid is dit ook een totaal onmogelijke weg. En daarom bidt Hij tot de Vader: Indien het mogelijk is, neem deze drinkbeker van Mij. De angst lijkt hier zo groot, dat Hij niet meer verder kan en dat Hij de weg niet tot het einde toe kan gaan. Zover ging het lijden van Christus. Wij hebben er maar zo weinig besef van hoe groot het lijden was dat Hij moest gaan. En daarom verwonderen wij ons maar zo weinig over het bloed van Christus dat ons wil wassen van de zonde. En begrijp je dan waarom Christus weent over Jeruzalem? Ik heb u bijeen willen brengen zoals een kip haar kuikens, maar jullie hebben niet gewild.
Christus laat ons vandaag in Zijn hart kijken en nu niet Zijn gewillige hart om de verzoening aan te brengen, maar nu Zijn hart waarin blijkt dat Hij angst kent. Angst die vele malen groter is dan welke angst dan ook. En juist met die angst gaat Hij tot Zijn Vader. En is het dan alleen maar de vraag of deze drinkbeker aan Hem voorbij zou mogen gaan? Christus wist dat dit niet mogelijk zou zijn. Al had Hij de macht om te zeggen: Ik doe het niet. Toch zou God de Vader niet zeggen dat het lijden niet zou moeten. We lezen in Lukas 22 dat Christus wel verhoord werd door Zijn Vader. Een engel kwam uit de hemel om Hem te versterken.
Naar Zijn menselijke natuur moest Hij geholpen worden in dit lijden. En dan zelfs zover dat Hij Zijn mond niet opendeed. Zoals een lam dat stemmeloos is, zo ging Christus de weg, maar niet zonder eerst in de eenzaamheid met Zijn Vader geweest te zijn. En daar in de eenzaamheid blijkt de waarde van Zijn vrienden. De drie discipelen, waarvan er één gezegd had: Ik zal U niet verlaten. Ze vallen tijdens de strijd van hun Meester in slaap. Ze kunnen niet één uur met Hem waken. En dat waken moeten we niet uitleggen als alleen het aanwezig zijn. Christus nam juist deze drie mee zodat ze Hem konden bijstaan in de angst waarin Hij was. Maar daar in de hof moest Hij ervaren dat Hij zelfs van Zijn vrienden was verlaten. Zelfs Zijn vrienden lieten Hem in Zijn angst alleen en ze vallen in slaap.
Christus moest de weg alleen gaan. En tegelijk had Hij wel gewaarschuwd dat de ure nabij was. En tot drie keer toe laat Jezus Zijn discipelen waken. En op het laatst onderstreept Hij dat dan ook nog eens door te zeggen: Waakt en bidt. Niet alleen Hijzelf bad tot God om hulp en kracht, maar ook Zijn discipelen waren mede met Hem in gevaar. De verleiding is groot om Jezus af te vallen, ondanks dat het vlees gewillig is, maar de geest is te zwak. Daarom geeft Christus hen de opdracht om waakzaam te zijn en te bidden. Zo moeten zij Hem ondersteunen en ook voor zichzelf zich beschermen tegen de tijd die komt. Nadat ze de lofzang gezongen hadden ging de waarschuwing al uit en Petrus had nog wel de gedachte dat hij toch echt wel staande zou blijven.
En kijk nu eens wat er gebeurd, terwijl hun Meester bad in zweetdruppels van bloed, zelfs zonder dat er gevaar is, kunnen zij al niet waken. We zien een worstelende Zaligmaker en slapende volgelingen. We zien de strijd die Christus strijd, juist ook om slapende discipelen niet te hoeven verlaten voor eeuwig. Ze zullen ontkomen aan de vijand, maar ondanks hun te korten en hun verlaten brengt Christus een volkomen offer voor al de Zijnen. Nee, zegt dan de Vader, deze drinkbeker kan Ik aan Mijn Zoon niet voorbij laten gaan. Mijn geliefde Zoon in welke Ik Mijn welbehagen heb zal deze beker drinken zodat de weg tot de Vader geopend zal worden voor de grootste van de zondaren. Ben jij een zondaar? Dan opent God hier de weg tot Zichzelf door de drinkbeker van Zijn toorn niet weg te halen bij Zijn Zoon, maar door Hem deze helemaal leeg te laten drinken. Tot door het oordeel heen. Niet zomaar een straf, maar angst zoals niemand die ooit heeft gekend. Wij kunnen bang zijn voor de dood, ook Gods kinderen kunnen bang zijn voor de dood, maar Christus wist wat het was om Zijn Vader te ontmoeten als Zijn Rechter. En als de Rechtvaardige Zoon van God, hiervoor beeft, dan kan ik er niet bij dat er mensen zijn die buiten Christus leven, die niet rillen bij deze wetenschap.
Zijn jouw zonden nog niet vergeven? Leef je nog steeds zonder Christus en is Hij nog steeds je Zaligmaker niet? Als deze Zaligmaker al niet meer verder durft, terwijl Hij rechtvaardig was, hoe denk jij dan voor God te kunnen bestaan in de dag van het oordeel? Dringt het dan niet tot je door hoe groot de toorn van God is over degenen die niet met Hem verzoend zijn? Die toorn is zo groot dan Christus banger en angstiger werd dan dat jij ooit kunt worden hier op aarde.
Maak dan haast om te komen tot Christus. Maak er haast mee voordat straks de hemelpoort voor eeuwig op slot gaat. Want als Christus zo’n angst had voor die drie dagen zonder God, voor die drie dagen dat Hij de beker van de toorn moest leegdrinken, hoe vreselijk moet dan het moment zijn voor jou als er straks een eeuwigheid aanbreekt waarin je die toorn van God tot in alle eeuwigheid zult voelen? Waarvan als er duizend jaar voorbij zijn, er nog slechts een druppel uit de oceaan is genomen.
Dan gaat er van de angst van Christus een appèl uit zoals we nergens in de hele Bijbel kunnen vinden. Zelfs de beschrijving van de hel kan niet zo’n indruk maken dan de angst van Christus voor de ontmoeting met God als Zijn Rechter. Tot drie maal toe schreeuwde Christus het uit tot Zijn Vader. En toch niet om weg te vluchten, want Hij zegt Zelf: Ik kom o God om Uw wil te doen. Het is onbegrijpelijk voor ons. Wij kunnen dit werkelijk niet bevatten. Maar laat dan dit je ogen openen zodat je kunt zien dat er een toekomst is voor iedereen die Christus niet als Redder kent, die vreselijk is. Zul je dan niet wegblijven bij Christus vandaan? Hij nodigt je: Kom tot Mij. Hij roept het je toe: Ik wil jouw zonden en jij krijgt Mijn gerechtigheid. Wijs dit aanbod eens niet af, en leer van Hem dat Hij alles heeft, wat jou ontbreekt. En Hij schenkt iedereen die beladen met zonden tot Hem komt, overvloedige genade
En tegelijk gaat er een heel sterk appèl uit naar allen die Christus kennen als hun Zaligmaker. Want Christus zegt: Waakt en bidt opdat gij niet in verzoeking komt. Dit heeft niet alleen Petrus wat te zeggen. Want voordat de haan slechts eenmaal gekraaid heeft, verloochenen wij Christus al. Petrus had nog nodig dat hij beschuldigd werd, maar wat heb jij en wat heb ik nodig om in zonden te vallen? Ik kan het van Petrus nog wel begrijpen. Hij zag wat er met Zijn Meester gebeurde en toen werd hij ook bang. En hij had inderdaad niet gebeden in de hof. En bij de derde keer had Jezus gezegd: Slaap nu maar verder want nu is het zover.
Maar ik denk dat ik geen woord te veel zeg als ik moet concluderen dat wij helemaal geen verdrukking nodig hebben om in onze boezemzonde te vallen. Wij doen alsof we, met Petrus zeggen, dat we altijd Christus zullen volgen. Maar tegelijk vallen we in zonde, zonder dat er iemand naar ons een vinger uitstak. En je weet zelf heel goed welke zonden er in je leven zijn die je doet, terwijl je door niemand gedwongen wordt om deze te doen. Je weet heel goed welke zonden je doet, terwijl er zelfs niemand in de buurt is. Tegen Petrus werd nog gezegd: Jij, jij hoorde toch ook bij Die? En wij? Hoe vaak durf je er niet voor uit te komen in het openbaar dat Christus je Zaligmaker is? En hoe vaak val je in zonden, ook in het verborgene?
En daarom zegt Christus: Waakt en bidt opdat gij niet in verzoeking komt. Hoe is dat in de praktijk van je leven? De geest is wel gewillig, maar je vlees is zwak. Ach, joh, zegt de duivel dan, die ene keer dat kan best wel. De ene site, die ene keer dat je jezelf op het oog hebt, die ene keer dat je die daad doet die niet goed is, zo nauw komt het niet. En boem, daar lig je weer. Niet gewaakt en niet gebeden? Begin je de dag door aan de Heere te vragen of Hij je wilt helpen bij de strijd tegen je zonden. Bij je strijd tegen die dingen in je leven waarbij het al fout gaat als je er over nadenkt?
Waakt en bidt. Aan de ene kant weten dat de duivel de aanvallen opent, en dan ook actief ‘nee’ zeggen en tegelijkertijd ook het gebed of dat de Heere je helpen wilt. Want als je dit niet doet, dan gebeurt hetzelfde als bij de discipelen: Slaap nu maar door. Nee, nu hoeft het niet meer, want het uur is nabij gekomen. Dan heb je geen tijd meer om te bidden en is de verzoeking er. Misschien heel actief van buiten, maar net zo makkelijk ook van binnen. Vaak niet eens openlijk, vaak een bewuste keuze van jezelf om toch die ene zonde te doen. Wij zijn zwakke mensen naar het vlees. En wij zoeken onszelf en willen, ook na ontvangen genade, zo graag zelf zeggen wat wij willen en wat wij goed vinden.
Daarom moet er een voortdurend waken en bidden zijn. Onze ogen en oren moeten open zijn om zo te waken, maar in onze hand moet het wapen van het gebed zijn. En hoe waak je dan? Door met Gods Woord bezig te zijn en zo ook te weten wat goed en kwaad is. Maar ook door je zonden iedere keer te benoemen en te belijden. Niet alleen om vergeving te krijgen, maar juist ook zodat je de vijand ook herkent als de aanval komt. En als je dan toch weer valt? Dan mogen we ook zien, al is het tot onze schande, dat Christus alles vervuld heeft en alles heeft volbracht. Daarmee wordt het zondigen niet iets wat je makkelijk doet, maar daar is wel vergeving door het bloed van Christus. Iedere dag weer opnieuw. En zo is het leven een dagelijkse strijd voor een kind van God, maar ook een dagelijks overgeven aan de zorg van Christus, Die zware angsten moest lijden vanwege de confrontatie met God als Zijn Recht.
Dan kunnen wij slecht zeggen: Het is door U, door U alleen om het eeuwig welbehagen. Waakt en bidt opdat je niet in verzoeking zult komen. Niet slapen, niet zeggen: Ik heb nu even geen tijd. Het gebed is het meest wezenlijke in de strijd tegen je zonde. En aan de andere kant als je nog buiten Christus voortgaat, kijk dan eens goed naar Christus. Hij nam de laatste beker van het Pascha, de beker der verlossing. Hij liet Hem niet staan, maar dronk hem helemaal leeg, zodat de toorn van God werd geblust. De toegang is vrij, door Jezus Christus. Hij wil je paspoort tekenen zodat als je straks aan de grens staat van leven en van dood, dat je toekomst zeker is door Hem. Maar lat je paspoort dan ook wel tekenen door Hem. Hij ging de weg, ook voor jou. Wie dat je ook bent, wat je ook gedaan hebt, maar als je Hem omhelst en Hem gelooft, dan geldt het ook voor jou, dat Hij Zich van Zijn Vader liet verlaten, opdat jij nimmermeer verlaten zou worden. Komt dan, want alle dingen zijn gereed.
Heb je vragen? Klik op de envelop