God, mijn Vader!
Weekoverdenking: 24 november – 30 november
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'
Lezen: Romeinen 8:10-17 en Galaten 4:1-7 - Tekst: Galaten 4:6 en 7
10. En indien Christus in ulieden is, zo is wel het lichaam dood om der zonden wil; maar de geest is leven om der gerechtigheid wil.
11. En indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont.
12. Zo dan, broeders, wij zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven.
13. Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.
14. Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
15. Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!
16. Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.
17. En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
1. Doch ik zeg, zo langen tijd als de erfgenaam een kind is, zo verschilt hij niets van een dienstknecht, hoewel hij een heer is van alles;
2. Maar hij is onder voogden en verzorgers, tot den tijd van den vader te voren gesteld.
3. Alzo wij ook, toen wij kinderen waren, zo waren wij dienstbaar gemaakt onder de eerste beginselen der wereld.
4. Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;
5. Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden.
6. En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader!
7. Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus.
God, mijn Vader! Je kunt zeggen wat je wilt, maar dat dit een uitspraak is die menig wenkbrauw zal doen fronsen is wel een feit. Dat is nogal wat als wij zeggen dat God mijn Vader is. Vind jij dat moeilijk, om te zeggen dat God je Vader is? En dan voel je de vraag al aankomen: Waarom is dat dan zo moeilijk? Ja maar, dat gaat toch zomaar niet? Het kan toch niet zomaar dat we God als Vader aanspreken? Dat Christus God als Vader aanspreekt, ja dat is nogal logisch, maar ik? Ja, dan zitten er twee kanten aan: Of je bent geen kind van God, waardoor je God niet als Vader kent. Of, en dat is de andere kant, je kent niet de echt volheid van het kindschap van God. Je zonden zijn dan wel vergeven, maar je weet niet wat de diepte is van kind-zijn bij God. Want dan is God je Vader. En toch, vinden wij, ik ook, dit vaak heel erg moeilijk. Want God, mijn Vader noemen, ja als ik zeker weet dat ik Zijn kind ben, dan durf ik het wel, maar zelfs dan voel ik mij nog geremd. Want God de Vader, ja dat is inderdaad wat Jezus ons leert, maar dat God de Vader ook werkelijk als Vader voor Zijn kinderen zorgt, echt als een Vader erbij is, dat is wel vaak wat anders.
En gelijk komen bij ons de vragen op of dat wij, een vader-kind relatie kunnen en mogen hebben, net zoals het is tussen een vader en een kind hier op aarde. En juist als we daar niet voldoende zicht op hebben, blijven we ten diepste dienstknechten en geen kinderen. En daarom laat Paulus, maar ook Johannes ons meerdere keren zien dat Gods kinderen, echt kind mogen zijn van God en dat wij ook in die relatie met Hem mogen leven. Natuurlijk is en blijft God de almachtige en hoge God, maar Hij wil met Zijn kinderen spreken, zoals een goede vader met zijn kinderen doet. Gelijk een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt Zich de Heere over degenen die Hem vrezen. Gelijk een vader, op die manier. Maar dat zal dan ook gevolgen hebben voor onze omgang met de Heere. Dat moet dan toch alle vrees buitensluiten en tegelijk mogen we ons dan open stellen voor die echt hemelse Vaderzorg.
Paulus gaat in Galaten 4, maar ook in Romeinen 8, niet het eenvoudigste hoofdstuk uit zijn brieven schrijven. Beide hoofdstukken zijn moeilijk, maar tegelijk legt hij ons hier iets uit, dat fundamenteel is voor het kindschap bij God. Want als Galaten 4 en Romeinen 8 niet de praktijk is in je leven, ben je ook geen kind van God. Je kunt wel een verbondskind zijn, net zoals het hele volk Israël ten diepste was, maar het verbond op zichzelf maakt niet zalig. Want het volk onder de oude bedeling, was een volk dat lag onder de dienstbaarheid van de wet. En nu gaan we alle dogma’s hier meer even uit de weg, want we kunnen natuurlijk vragen stellen of er dan onder die bedelen geen kinderen van God waren. Die waren er natuurlijk wel, maar het gaat Paulus hier om het beeld van de verbondskinderen, maar voor wie de erfenis onmogelijk was te bereiken. Ze waren net als de dienstknechten dienstbaar, maar er ligt wel een belofte van de erfenis. Maar ze waren toen onder de wet. En die wet eiste het onmogelijkste. Er was geen mogelijkheid om aan die wet te voldoen.
En toen kwam in de volheid van de tijd, Jezus naar deze aarde om te verlossen van de dienstbaarheid van de wet. Zonder Jezus, is er geen verlossing en liggen wij onder de eis van Gods wet. Niet dat die wet ooit zalig zal maken, dat bedoeld Paulus niet te zeggen, maar wij zijn buiten het offer van Jezus Christus dienstbaar onder de wet in de zin van dat de wet volkomen en volmaakte gehoorzaamheid eist. En zo ben je dan slaaf van de wet, terwijl je nooit de wet zal kunnen vervullen. En dat is een leven zonder hoop, want het is God Zelf die in de wet, Zijn eis laat klinken. In door die wet is het onmogelijk om dichterbij te komen. En daarom zond Hij Jezus naar deze aarde. Om de wet te vervullen en om zo iedereen die onder de wet leefde te verlossen. En door die verlossing is het mogelijk wat ook Johannes zegt in het Evangelie: Allen die Hem hebben aangenomen, heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden.
Hoe word je nu kind van God? Hoe is het mogelijk om onder die wet vandaan te komen en niet langer een dienstknecht te zijn, maar om kind te mogen zijn en dan ook erfrecht te mogen hebben. We zien hetzelfde als wat we in de Galatenbrief lezen, met andere woorden terug in de Romeinenbrief: Als Christus in je woont, is het lichaam, je oude mens dood, maar is de geest levend om der gerechtigheid wil. Als Christus in ons hart woont door Zijn Geest, krijgen we ook van Zijn Geest. Die Geest zal ons dan ook werkelijk leiden en dan mag je kind van God zijn. Zovelen als er door de Geest geleid worden, die zijn kinderen van God, zegt Paulus. Het offer van Jezus Christus, vervult de eisende wet en betaald alle zonde en schuld, zodat wij in vrijheid mogen leven.
Wij moeten in Christus Jezus zijn. Wij moeten in Hem geloven en wat gebeurt er dan? Dan ziet God de Vader ons hangen aan het kruis in Zijn Zoon. Dan hing ik aan het kruis en voldeed Jezus, mijn schuld. Maar wil je die betaling aanvaarden? Dat is waar het om gaat. Zonder die betaling, is het onmogelijk om kind van God te worden. Maar dat is het wonder dat als Jezus onze Zaligmaker is, dat wij dan ook kinderen van God zijn. En daardoor leren wij God kennen als onze Vader. En daar moeten we de diepte van leren zien. Maar voordat ik daarmee verder ga, wil ik nog eenmaal de vraag stellen of Jezus je Zaligmaker is. In de volheid van de tijd, kwam Jezus, door de Vader gezonden om jou te verlossen van de wet. Maar wil je dat offer, wil je deze Zaligmaker aanvaarden zodat Hij in jouw plaats alles betaalde? Wil je daarop gelovend vertrouwen? Als je dat niet doet, blijf je een dienstknecht en heb je ten diepste geen vader. En vandaag laat Jezus Zichzelf zien, gezonden door de Vader tot een verlossing van allen die Hem liefhebben.
En als je Jezus zo kennen mag, dat zijn je zonden ook werkelijk betaald. Maar is dan alle vrees weg? Kun je dan echt voor God verschijnen? Velen blijven lopen in een donker leven, met veel angst en vrees. Ja, wel in Jezus geloven, maar God, dat blijft toch zo hoog en heilig. En natuurlijk is dat zo, God is de Heilige God. Maar toch laat Paulus ons zo zien dat wij een andere relatie met God mogen hebben als we met Hem verzoend zijn door Jezus Christus. Want door die verzoening, word je een kind van God. En wij noemen dat zo vaak. Kind van God is een uitspraak, waarmee wij wel heel goed weten wie er bedoeld worden en wie we aanspreken, maar is dit ook dat wat Gods kinderen er van beleven. Want kind-zijn van God, betekent niet anders dan dat God je Vader is. En mag ik je dan eens vragen om te benoemen wat dat dan eigenlijk is? Wat is dat dan, dat God je Vader is?
Is er dan afstand tussen ons en God. Natuurlijk is er afstand, maar toch, als we beseffen dat God echt onze Vader is, dan heeft dat gevolgen op ons kijken naar wie de Heere is. Dan is God niet een God Die streng toekijkt, Die elke zonde in ons leven beoordeelt en daarbij zal straffen. Op het moment dat Christus je Zaligmaker werd, kwam Zijn Geest in je wonen en die roept het uit naar God: Abba, Vader! En weet je wat heel veel van Gods kinderen doen? Die willen leven uit de vergeving, maar als het zo intiem wordt met God, dan beginnen wij heel vaak onszelf te beschermen. Dan laat de Geest ons wel zeggen dat God je Vader is, maar dan proberen wij met al ons menselijke denken hier tegenin te gaan. Maar God wil niets liever dan dat Hij als Vader door Zijn kinderen wordt liefgehad. God verlangt, nadat wij met Hem verzoend zijn, dat wij die tere relatie van een kind tot zijn vader, zullen hebben.
Dat betekent dat als Paulus in Galaten 4 zegt dat we dan geen dienstknechten meer zijn, maar dat we een zoon zijn, dat God ons naast Zich trekt. Hij verandert ook Zijn relatie met ons. Er is dan geen eisende wet meer, die ons veroordeelt, maar God wordt dan jouw liefhebbende Vader Die voor je zorgt. En als wij kind van God zijn, dan zijn wij Zijn zoon of dochter. Mag ik dan nog een stapje verder gaan? Door de verzoening in Christus, zet Hij Zijn kinderen op dezelfde hoogte als Zijn Eigen Zoon. En dat krijg ik onmogelijk meer klein. Mag ik, Heere, zo kind zijn bij U? En dan is het de Geest van Christus die het mij leert zeggen: Abba, Vader. Alle Vaderlijke zorg van de Heere, sterkt zich dan over mij uit. En ik mag een Vader hebben die altijd voor mij zal zorgen, want Hij noemt mij Zijn kind. Ik mag zoon, ik mag dochter zijn van de Heere Zelf. En dat omdat Jezus de drinkbeker van Gods toorn wilde leegdrinken en mij leerde om op Hem te vertrouwen. Jezus is mij alles, Hij is mijn Zaligmaker, en daarom heb ik macht om kind van God te zijn. Al het Zijne is het mijne geworden.
En dit is ook een geloofszaak, net zo als dat wij geloven dat Christus al onze zonden op Zich heeft genomen en dat als wij in Christus geloven, ons vertrouwen op Hem stellen, zo is het ook met het kind-zijn bij God. God zegt het Zelf in Zijn Woord dat als wij in Christus zijn, Hij ons aanneemt tot Zijn kinderen. En de liefde tot Jezus Christus en de kracht van Zijn Geest leert ons God als Vader te kennen. En dan noemt Paulus op twee plaatsen deze aanspraak. Paulus zegt dat wij God dan aan mogen spreken als Abba Vader. Het woord ‘Abba’, is een Aramees woord voor vader. Dit woord werd gebruikt om God in het gebed mee aan te spreken en het duidt op een bijzonder, intieme genegenheid tussen een vader en een kind. Eigenlijk zouden we moeten zeggen dat het kinderlijk vertrouwen uitspreekt. En dan mogen we elkaar de vraag toch wel stellen of wij God op die manier kennen. Of is er nog steeds een hele grote afstand tussen God en jou?
Wel de toevlucht genomen tot Christus, Christus kennen als je Zaligmaker, maar hier blijft het vastzitten? In Christus heb je God als Vader ontvangen. En daarmee ben je niet meer een dienstknecht, je bent niet maar in slaafse onderworpenheid. Zo leven wij vaak, alsof God ieder moment als wij weer in de fout gaan en weer in zonde vallen na ontvangen genade op ons zal toornen. Besef eens en geloof het dat God je Vader is geworden. En dat Hij je ziet zoals Hij Zijn eigen Zoon ziet. En dan weet ik dat door onze verstoorde, aardse vaderbeelden dit heel moeilijk kan zijn. Maar laten we wel eerlijk zeggen dat niet een aardse vader, de maatstaf mag zijn voor Gods vaderzorg, maar Gods vaderzorg moet de maat zijn voor ons aardse vaderschap. Het echte vaderbeeld is niet het onze, maar is dat wat God van Zichzelf laat zien.
Ben je in gevaar? Of ben je radeloos en weet je echt niet meer hoe het moet? Of komt de duivel in alle macht en kracht op je af en laat hij je hele bestaan wankelen? Is alles zo leeg en kun je niet meer verder. Vandaag laat de Heere aan jou zien dat als je vergeving ontvangen hebt in Christus, dat Hij je Vader wil zijn die zoveel zorg over Zijn kind heeft, dat wij niet meer hoeven te wanhopen. Echt, lieve vriend, God wijst nooit, maar dan ook nooit één van Zijn kinderen af. Nooit zullen er zonden zijn in je leven waardoor je God niet meer als Vader kunt ontmoeten. Heel vaak durven wij, nadat wij in zonden gevallen zijn, ons niet terug te keren tot de Heere, omdat we bang zijn dat Hij toornig over ons is. En God toornt werkelijk over de zonden, maar vergeet niet dat het bloed van Jezus Christus al je zonden vergeeft. En God is boos over zonden die niet vergeven zijn, maar de zonden waarover verzoening is gedaan zijn voor God vergeven en vergeten. En daarom mogen wij door Christus met vrijmoedigheid tot onze Vader gaan. En dan weet ik dat wat er ook gebeurd, dat ik een Vader in de hemel heb, die altijd voor mij zal zorgen. Mijn Vader, heel mijn leven ligt in Uw handen. Mijn Vader, laat mij komen, heel dicht bij U en wilt U mij dan bij Uzelf op schoot trekken en mij troosten in al mijn verdriet.
Nu ben ik een kind van U, maar Heere, laat dan Uw kind niet over aan zichzelf. En dan moeten we maar belijden dat wij echt geen goede kinderen zijn en dat wij in vele zonden vallen. Maar de Heere blijft ondanks dat wel je Vader. Ook als je het niet voelt, ook als je denkt dat je Hem uit het zicht bent verloren. Soms ziet een kind ook zijn vader niet, maar wil dat dan zeggen dat een kind geen vader meer heeft? Zelfs als een kind zover bij zijn vader vandaan loopt, blijft de vader biddend achter. Zou dan de Heere, ooit één van Zijn kinderen vergeten?
De liefde van de Vader is zo groot, dat Hij je met al Zijn liefde wil omhelzen. En dan kan alles tegen je zijn en kan het lijken dat er geen toekomst meer is, maar dan weet ik dat de Almachtige God mijn getrouwe Vader is. De Almachtige God zal het niet toelaten dat ik verderving zal zien. Want alles wat Hij aan Christus gaf, dat geeft Hij ook aan mij. En dan zegt Paulus: Als je een zoon of dochter bent, dan ben je ook erfgenaam van God door Christus. Weet je wel wat we eigenlijk hebben? Geloof je dat Jezus Christus niet alleen je zonden vergeeft, maar dat je mag delen in de oneindige overvloed die er bij God is. Alles wat bij de Vader is, dat wil Hij ons ook schenken.
En het kost mij moeite om dit te benoemen, hoe groot dat dit is. Er is zoveel zorg bij de Heere voor al Zijn kinderen. In alles is God echt Vader. Zijn liefde is zo onbegrensd en daarom mag ik echt kind zijn bij Hem Maar durf jij je ook onder die zorg te laten verzorgen. Durf jij zo intiem met je Vader om te gaan dat je al je pijn en al je verdriet deelt? Dat je met alles bij Hem komt en dat je in al je pijn een vriendelijke blik van je Vader verwacht en dat God zegt: Kom maar Mijn kind, huil nu maar uit bij Mij op schoot. Moeilijk hè, om zo God te mogen kennen. Maar als je God nu zo kent, en je weet dat Hij je tot Zijn kind heeft aangenomen, waarom is er dan nog zoveel slaafse dienst te zien in je leven? Waarom moet je dan iedere keer nog zoveel om bij Hem in de gunst te komen? Nee, ik zeg niet dat je maar raak moet gaan zondigen, maar wel dat iedere keer toch weer de wet om de hoek komt kijken alsof je daar iets dichter mee bij God kunt komen.
Toen je zonder God was, toen was je onder de wet, maar nu je door Christus vrijgemaakt bent van de wet, mag je Hem dienen in liefde. Zoals een kind van zijn vader houdt, zo mag je God dienen. Als het goed is doet een kind niet iets voor zijn vader omdat hij anders straf krijgt, maar hij doet het omdat hij van zijn vader houdt. En nogmaals, er gaat op dit gebied van alles fout op deze aarde, maar zo zou het moeten zijn. En zo mag je God de Vader in alle liefde dienen omdat je Zijn kind bent. Laat dan al die krampachtigheid eens los en durf als kind voor het aangezicht van de Vader te leven. Maar soms moet ook ik dan wel heel bewust zeggen: God, mijn Vader! En dan moet ik ook dit hardop zeggen om dit echt vast te kunnen houden, want er is ook in mijn leven zoveel waardoor God zou kunnen zeggen: Nu wil Ik je niet meer als Mijn kind. Maar dit is zo menselijk om zo te denken. Zo kunnen aardse vaders wel eens praten, maar zo praat de Heere nooit. Alles is recht tussen Hem en ons, als Christus onze Broer is geworden. Dat krijgen wij niet klein en dat hoeft ook niet en hiervoor mogen wij heel diep in aanbidding buigen.
Tegelijk mogen en moeten wij dit Vader-zijn van God ook betrekken op onze relatie tot onze kinderen als we die hebben. Dat geldt voor vaders en moeders, want de Heere laat werkelijk zien hoe Hij bedoeld om Vader te zijn. En wat schieten we dan tekort en ook met die pijn, mogen wij dan leren om bij onze Vader te komen en aan Hem te vragen of Hij maar heel veel wil laten zien Wie Hij als Vader voor ons is, zodat wij ook kunnen leren om echt vader of moeder te zijn naar Zijn wil. Dat confronteert ons iedere keer weer met al onze gebrokenheid, maar het confronteert ons vooral met Zijn eindeloze liefde. En dan roep ik het uit: Abba, Vader.
En nog ene keer terug naar jou die in Christus geen verlossing kent, die in Christus dus ook geen Vader kent. Ten diepste ben je een wees op de deze aarde. De duivel kan ik tenminste geen vader noemen. Misschien dat we dat ook maar niet helemaal zo moeten uitwerken en ons moeten beperken tot het feit dat God je Vader niet is en dat je nog steeds een slaaf bent van de wet. Maar wat moet je zonder Vader? Waar moet je dan naartoe met al je pijn en je verdriet? Maar nog veel erger: Dan ontmoet je straks niet je Vader, maar dan ontmoet je Christus straks als je Rechter en zal de Vader zeggen: Jij bent van Mij geen kind, jij bent van de duivel. En alleen zonen en dochters van God de Vader mogen straks voor eeuwig Thuiskomen. Eeuwig wonen bij de Vader. En daarom zegt Jezus, ook vandaag: Laat Mijn jouw zonden wegdragen en laat Mij je maken tot Mijn broer en tot Mijn zus. Dan is God je Vader.
God, mijn Vader! En dan kan ik voel goede moed, het leven aan, want ik heb een Vader die zorgt. Een Vader Die al Zijn liefde gebruikt om er voor mij te zijn. Wat een troost, wat een houvast. En ik mag straks erven en alles wat Christus heeft is van mij. Alle gerechtigheid van Christus is van mij en er is geen verschil meer tussen Christus en mij. Zoals Hij kind van God is, mag ik het ook zijn. Krijg ik dat klein? Nee, echt niet. Want ik ben toch zondaar? Ja, in mijn eigen ogen wel, maar in Gods ogen niet meer. Mijn zonden bestaan voor God niet meer en Hij neemt mij in genade aan tot Zijn kind. En mag ik het dan plat zeggen: Dan vlieg ik mijn Vader om de hals. Hem heb ik lief en Hij zorgt voor mij.
Heb je vragen? Klik op de envelop