Haat het kwaad
Weekoverdenking: 28
april – 4 mei
Voorgaande weekoverdenkingen klik op 'Gebed & Meditatie'
Lezen: Psalm 97 - Tekst: Psalm 97:9 en 10
De HEERE regeert, de aarde verheuge zich; dat veel eilanden zich verblijden.
Rondom Hem zijn wolken en donkerheid, gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Zijns troons.
Een vuur gaat voor Zijn aangezicht heen, en het steekt Zijn wederpartijen rondom aan brand.
Zijn bliksemen verlichten de wereld; het aardrijk ziet ze en het beeft.
De bergen smelten als was voor het aanschijn des HEEREN, voor het aanschijn des HEEREN der ganse aarde.
De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, en alle volken zien Zijn eer.
Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!
Sion heeft gehoord, en het heeft zich verblijd, en de dochteren van Juda hebben zich verheugd vanwege Uw oordelen, o HEERE!
Want Gij, HEERE! zijt de Allerhoogste over de gehele aarde; Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden.
Gij liefhebbers des HEEREN! haat het kwade; Hij bewaart de zielen Zijner gunstgenoten; Hij redt hen uit der goddelozen hand.
Het licht is voor den rechtvaardige gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart.
Gij rechtvaardigen! verblijdt u in den HEERE, en spreekt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid.
Komende week mag het weer Hemelvaartsdag zijn. Omdat er maar een paar gedeelten in de Bijbel zijn die deze geschiedenis vertellen, valt het niet mee om iedere keer weer andere aspecten naar voren te halen. Toch wil ik dit proberen vanuit psalm 97. Een psalm die niet over hemelvaart gaat zoals wij dat gewend zijn om te horen. Maar deze psalm spreekt wel over de macht van God in de hemel. En met dat we spreken over de macht in de hemel die God heeft, komen we ook bij het gevolg daarvan voor ons terecht. Het is zelfs de vraag of we mogen zeggen of God in de hemel regeert. Dit is wel de gedachte die er veel leeft, maar het is de vraag in hoeverre dat dit Bijbels is. Veel mensen denken dat, als God bestaat, zij dat na dit leven wel zullen zien. En dan hoopt men dat het op dat moment nog wel mee zal vallen. Maar dit is niet een beeld dat de Bijbel geeft van het regeren van God. Het regeren van God gebeurd vanuit de hemel en Zijn macht sterkt zich uit op de aarde.
En dan zijn we gelijk
op die plaats waar ook deze psalm is. Maar dan komt er na deze constatering geen
punt, maar een komma. En wat blijkt het ook hierin weer dat God met twee woorden
spreekt. Hij spreekt van Zijn regering, maar ook van onze verantwoordelijkheid.
En eigenlijk moeten we dan zeggen dat God met drie woorden spreekt, want Hij
schenkt ook daarna woorden van troost. We denken over deze psalm aan de hand van
drie punten:
1. God boven alles
2. Liefhebbers met haat
3. Redding van gunstgenoten
1. God boven alles
Wie is
jouw baas eigenlijk? Wie heeft in jouw leven alles te zeggen? Dat is een vraag
die je bij deze meditatie wel kunt stellen. En zelfs als je helemaal niets met
God te maken wil hebben, dan nog is het maar de vraag of je eigen baas bent. Je
kunt dat heel goed proberen te denken. Je kunt net als de Baälpriester bij Elia
denken dat die god de ware god is en de Baäl aanbidden, maar dan blijkt dat dit
slechts schijn is. En zelfs als jij denkt dat je alle touwtjes zelf in handen
hebt, dan is dit slechts wat schijn. Het kan wel zo lijken dat jij je eigen
leven bestuurd, maar niets is minder waar. Je kunt ook denken dat je God kunt
ontlopen, door Hem te ontkennen of door Hem te ontlopen, maar toch blijkt uit
deze psalm wel dat dit absoluut niet aan de orde is. De psalm begint al met de
intro dat de Heere regeert. En in onze tekst wordt dit nog even dunnetjes over
gedaan. Gij Heere, zijt de Allerhoogste over de gehele aarde. En het kan best
lijken alsof dat niet zo is en dat wij mensen alles kunnen doen wat wij willen.
Het kan zo lijken dat wij in grote zonden kunnen leven en toch lijkt het alsof
er niets gebeurd. En dat klopt ook wel, want God straft ons niet naar onze
zonden. Hij straft de zonden wel, maar Hij straft niet naar de maat dat wij
zondigen. Als God met ons zou doen naar onze zonden, zou er helemaal niets van
ons overblijven. Dan zou er vuur uit de hemel vallen dat ons moet verteren. Toch
doet God dat niet, want hierin blijkt ook Zijn geduld met ons.
En uit het eerste vers blijkt al wel dat de schepping meer van de regering van God begrijpt, dan dat wij mensen dat begrijpen. En dat geldt echt niet alleen voor degenen die Christus niet kennen als hun Zaligmaker, want ook Gods kinderen moeten vaak klagen dat ze de Heere zo enorm te kort doen als het gaat om het loven en prijzen van Zijn grote Naam. Maar de aarde verheugt zich in de regering van God. God staat overal boven en Hem komt dan ook alle aanbidding en eer toe. God is de Regeerder en niets is er dat niet onder Zijn gezag staat. Ook de duivel moet zelfs buigen onder het Goddelijk gezag. Maar ook jij en ik moeten buigen omdat God de Allerhoogste is over de gehele aarde. En het is zoals dat wij zingen in psalm 93: God de Heere regeert, beeft gij volken, eert Zijn hoog bestel. God regeert deze wereld en wij, zondige en verdorven mensen hebben daar rekening mee te houden. God regeert in gerechtigheid. God regeert als de Rechtvaardige. En omdat Hij rechtvaardig is, staat Zijn troon vast en onbewogen.
Alles dat tegen Hem op staat, zal Hij met vuur verbranden. God is de Heilige God, die niets anders wil dan gerechtigheid op aarde. En op die wijze als dat hier psalm 97 spreekt, op die wijze regeert ook Christus nu. Hij is naar de hemel gegaan. Om te bidden voor Zijn kinderen, jazeker. Maar Hij is ook in de hemel om te regeren. Zijn Koninkrijk moet steeds meer en meer gestalte krijgen. En ten einde zal Hij al Zijn vijanden verdoen van de aarde en voor eeuwig in de hel storten. God regeert, weet je dat? Als je nog steeds in je zonden leeft, weet je dat God regeert? En omdat God gerechtigheid liefheeft, ja nog veel sterker, Hij is de Rechtvaardige, daarom kan jij voor Hem nooit bestaan in je zonden. Zo is Hij de Koning van deze wereld. En je kunt denken en zeggen dat jij toch je eigen leven wilt leven en dat ik het niet zo zwart moet voorstellen, maar toch is dit de werkelijkheid zoals God naar ons kijkt. Er is geen behoud voor ons, als we voor God staan, zolang wij voor Hem komen te staan met onze zonden die niet bedekt zijn door het bloed van Christus. En daarom laat deze psalm ons zien dat God boven alles staat, zodat wij gewaarschuwd worden, dat wij niet kunnen blijven die we zijn. Wij worden gewaarschuwd dat het eindoordeel altijd bij God zal liggen, omdat Hij altijd het laatste woord zal hebben. Dan kan het zo zijn dat wij onze meningen hebben, dat wij van alles kunnen vinden, maar dat kan nooit de maat zijn. God staat boven alle goden, God staat ook boven jouw verdorven ‘Ik’. Als jij jezelf daarmee tot een god verheft, dan staat God daar altijd boven. En God zal straks Zijn maatlat langs je leven leggen. Vuur gaat voor Zijn aangezicht heen, en het steekt zijn tegenpartijen in brand.
In Christus is God, een God van genade en vergeving. Als Christus niet in de hemel was geweest, was er geen hoop voor ons geweest, want dan was er geen bedekking van onze schuld. Dan zou de regering van God, fatale gevolgen hebben voor een ieder van ons. Maar nu is ook Christus opgevaren ten hemel, om de Zijnen vrij te pleiten en de wereld te regeren en daarmee Zijn kinderen te bewaren in deze wereld. Wat werkt dan God majesteit en almacht uit? Het eerste is wel duidelijk geworden: Je kunt voor de Allerhoogste God niet bestaan met je zonden. Dat is ter waarschuwing als je God niet kent als je Vader in Christus. Dit is ter waarschuwing als je zonden niet zijn afgewassen door het bloed van Christus. En nog biedt Hij Zich aan en wil je zonden overnemen. Kom tot Mij. En Hij blijft roepen en nodigen. Hij vraagt of je zult breken met je zonden en tot Hem zal komen. Ook met die onoverwinbare zonden. Jij bent ten dode opgeschreven en er is geen hoop bij jou vandaan. Het is een totale verloren zaak. En daarom biedt Jezus Zich aan, opdat een ieder die in Hem gelooft, behouden zal worden.
2. Liefhebbers haten
Toch ligt
de kern niet in het verdoemen van de zondaren. De kern van deze psalm ligt niet
in het verbranden van de tegenstanders. Dit wordt wel genoemd, maar het lijkt
wel meer een constatering te zijn van Wie God is en hoe Hij regeert. Het is de
belijdenis van de psalmdichter. Hij drukt hiermee uit Wie God is. Maar daarna
komt hij in onze tekst tot de kern. Er volgt een conclusie op het feit dat God
in gerechtigheid regeert. Want, zegt hij, de liefhebbers van de Heere moeten het
kwade haten. Er ligt een waarschuwing in de psalm voor onbekeerde mensen, maar
de aanspraak wordt gesproken aan het adres van Gods kinderen. “Gij liefhebbers
van de Heere”, zegt de psalmist. Zij worden in deze psalm persoonlijk
aangesproken. Heel persoonlijk voor degenen die kunnen zeggen dat de Heere hun
liefgeworden is. Jij die mag zeggen: Hij neemt een steeds grotere plaats in, in
mijn leven. Jij die mag zeggen: Ik heb Hem lief, omdat Hij mij aanraakte en mijn
ogen opende. Jij wordt vandaag heel persoonlijk aangesproken. Er worden hier
geen mensen aangesproken die zonder zonde zijn. Er worden ook geen mensen
aangesproken die altijd een sterk en onwankelbaar geloof hebben. Zij worden hier
aangesproken die de Heere liefhebben, dwars tegen hun gevoel en ervaringen in.
Hen die God liefhebben, om Wie Hij is en niet omdat je zo voelt dat je een kind
van Hem bent. Jij wordt vandaag aangesproken die moet zeggen: In mij is er
niets, zonder God kan ik niet verder. In alles heb ik Hem nodig die alles heeft
gedaan voor mij.
Ligt dat zo in je hart? Misschien wel met heel veel twijfel en misschien is dat geloof heel zwaar aangevochten en bestreden. Misschien is er wel heel vaak twijfel in je hart of het nu echt wel voor jou is. En als ik aan je zou vragen hoe het is, dan moet je misschien wel zeggen: Ik weet niet zeker of mijn zonden echt wel vergeven zijn. Maar ondanks dat kun je toch de Heere niet loslaten. Die mensen worden vandaag aangesproken met deze woorden. Het woord dat gebruikt voor ‘liefhebbers’ moeten we vertalen met ‘beminnen’. En wanneer bemin je iemand? Op het moment dat je die persoon liefhebt om wie dat hij is. Zo is het ook met het liefhebben van de Heere. Heb je God lief vanwege Wie Hij is? De Gever van Zijn Zoon? Christus als Gods Zoon Die Zijn leven losliet voor jou? Die God, Die ondanks jouw zonden, iedere dag weer, je in genade wil aannemen en je hart wil aanraken, zodat je weer in vuur en vlam mag staan vanwege Zijn liefde? Vanwege Zijn genade?
Beminnen van Die God, Die ondanks jouw zwakheid, toch zegt: Kom! Christus Die zegt: Ik heb jouw zonden gedragen, ook die zonde waarvan je al zo vaak hebt gezegd dat je het niet meer zult doen. En dat je dan zegt: O Heere, wat bent U genadig. O, Heere, daarom heb ik U zo lief. Beminnen van God omdat, toen jij kwam als een verloren zondaar, die geen enkel recht op genade had, toch niet door God werd afgewezen, maar door God in Zijn armen werd gesloten. Daardoor kun je toch niet anders dan zeggen: Ja, Heere ik heb U lief. En al is het aangevochten en klagen mijn zonden mij dagelijks aan, toch Heere, toch kan ik U niet meer missen omdat U alles bent!
Vriend, vriendin als het zo ligt in je leven, dan wordt je vandaag aangesproken. Er komt een bevel voor de beminnaars van de Heere. De Heere zegt vandaag tegen jou dat je het kwade moet haten. Weet je hoe het komt dat je geloof zo aangevochten en bestreden is? Dit bevel van Godswege is te weinig de praktijk van ons leven. Dit is het dat niet in orde is. En ik moet dat ook tegen mijzelf zeggen: Ik haat het kwaad niet genoeg. Wij hebben nog niet ten bloede toe tegengestaan. Haat het kwade. Nee, deze psalm zegt niet dat we moeten breken met het kwaad, deze psalm roept niet op tot bekering van de zonde, maar deze psalm roept de beminnaars van de Heere op om het kwade te haten. Zoals we ook in psalm 139 lezen. Ja, die psalm vinden wij zo mooi, en dat is hij ook, maar wij lezen die psalm maar vaak zo selectief. Het eerste gedeelte waar het gaat over het feit dat de Heere ons kent en weet waar we zijn kennen we veelal uit ons hoofd, maar de laatste paar verzen slaan we vaak maar over. Daar kunnen wij niet mee uit de voeten. Zou ik niet haten, Heere, die U haten. Ik haat hen met een volkomen haat. Dat vinden wij zo moeilijk. Maar weet je hoe dat dit komt? Omdat wij onze eigen zonden nog niet eens volkomen haten. We leven zo makkelijk met God en de zonde in één huis.
Maar omdat God de Allerhoogste is en in de hemel regeert en omdat Christus met Zijn leven heeft moeten betalen om jouw zaligheid te bewerken en tot stand te brengen, moeten wij de zonden haten. Want beste broeder en beste zuster het kostte Jezus Christus Zijn leven. Die zonden van jou en van mij hebben er voor gezorgd dat er spijkers door de handen van voeten van Jezus Christus geslagen werden en dat Hij die vreselijke dood moest sterven. Het heeft de Almachtige God Zijn Eigen Zoon gekost en Hij had Hem er voor over om de zonden te verzoenen. Maar dan moet het in het leven van Gods kinderen ook de praktijk zijn om de zonde te haten.
Dit haten van de zonde is niet iets dat ons vrijblijvend gevraagd wordt. Het Hebreeuws laat ons heel duidelijk zien dat het om een bevel gaat. Het woord ‘haten’ staat er in een gebiedende wijs en is letterlijk vertaald iets in de richting van ‘een gruwel hebben aan’. We zingen bij het 7e vers van deze psalm over het vriendelijk aangezicht van God dat vrolijkheid en licht geeft. En wie geeft dat vrolijkheid en licht? Aan de oprechte harten. Die twee zaken staan niet los van elkaar. Hoe komt het dat er zo weinig de vrolijkheid en de vreugde in het geloof wordt ervaren? Hoe komt het dat de twijfel zo makkelijk de overhand heeft en dat psalm 97 vaak helemaal niet te praktijk is van ons leven? Kind van God, hoe komt het dat je maar zo weinig echt de vrijheid in Christus smaakt? Omdat het hier misgaat, je leeft niet volkomen uit God, je leven is te weinig Christus en je haat de zonde te weinig. Kan de Heere daar dan niet doorheen breken? Ja, dat kan God wel, want Hij is en blijft de Allerhoogste en Almachtige God, maar toch blijft deze zaak staan. Het haten van de zonden, is onderdeel van het geloof. En wat doen wij in de praktijk? We houden de zonde aan de hand en we denken deze voor God te kunnen verstoppen. En daardoor komt het haten van de zonde helemaal niet tot zijn recht.
Heb je God lief, om Wie Hij is voor je? Is God in Jezus Christus je alles? Vervult Hij steeds meer en meer je leven? Haat dan ook het kwade. Heb een gruwelijke afkeer van de zonde. En begin dat eens bij je eigen zonde, maar keer je ook af van al die zonden waar je in meegetrokken wordt. Ik zal één voorbeeld noemen en ik heb het al vaker genoemd. Maar denk eens aan al het geroddel. Haat je eigen geroddel en neem er afstand van, maar ook als anderen roddelen, neem ook daar afstand van, haat ook de zonde op die manier. Laat je leven een leven zijn in ware Godsvrucht. Ik weet wel, daar komt zoveel strijd tegenop en ik weet wel, deze strijd is te zwaar en je kunt het niet. Het is onmogelijk om in eigen kracht staande te blijven. Maar toch moeten we de spanning tussen ons haten van de zonde en de afhankelijkheid aan God overeind laten. Gods werk in het leven van de gelovige op het gebied van de heiligmaking en onze verantwoordelijkheid blijft ten volle overeind staan. Dit sluit elkaar op geen enkele wijze uit en vandaag word jij aangesproken om dit bevel op te volgen om de zonden te haten.
3. Redding van
gunstgenoten
Tegelijk
laat deze tekst ons niet achter in wanhoop. Want de ondergang lijkt wel een feit
te zijn als we hier stoppen. Want als ik mijn zonde moet haten als voorwaarde,
dan was het voor mij een verloren en vooral een hopeloze zaak. Desalniettemin
blijft dit bevel wel staan en moeten we dit ook laten staan. Maar dit haten van
de zonde, moet voortkomen vanuit het liefhebben van God en dan blijkt ook wel
dat dit geen vrucht is van eigen akker, maar dat dit in het geloof als opdracht
meekomt. Als je de onnaspeurlijke rijkdom van Christus hebt leren kennen, dan is
dit haten van de zonde wel het verlangen geworden in je leven, als blijft dit
wel en zaak van vallen en opstaan, maar uit liefde tot je Liefste, verlang je
naar een leven zonder zonden.
Echter zegt onze tekst ook dat de gunstgenoten gered worden. Deze gunstgenoten zijn dezelfden als de liefhebbers van de Heere. Dit gaat dus gelijk op, deze twee horen volkomen bij elkaar. God spreekt hier met bevel en met belofte. Liefhebben van de Heere, mond niet alleen uit in een haten van het kwade alleen. Het mond niet alleen uit, in een weg die onmogelijk lijkt te zijn, maar de liefhebbers van de Heere, die zijn ook Zijn gunstgenoten. Nu is dat woord gunstgenoten wat lastig te vertalen. Het gaat om degenen die vriendelijk, vroom en trouw zijn. Eigenlijk blijkt wel dat het om dezelfde eigenschappen gaat die we ook bij de liefhebbers van de Heere tegenkomen.
Hen die de Heere liefhebben en dus Zijn gunstgenoten zijn, die zal God Zelf redden uit de handen van de goddelozen en hun ziel zal Hij bewaren. Kan God dit dan? Zijn de goddelozen niet te machtig? Als je de zonden afwijst en haat, als je de haters van de Heere haat, zoals in psalm 139, dan wordt je toch eigenlijk buitengesloten? God was toch de Allerhoogste? De Heere regeerde toch en Christus is toch ten hemel opgevaren om daar aan de rechterhand van God te regeren? Zijn macht breidt zich uit over het gehele aardrijk. En daarom zullen de gunstgenoten van de Heere, die Hem liefhebben om Wie Hij is, bewaard worden.
Tegelijk voel je de waarschuwing al aankomen. Want als je nu de zonde gaat haten in eigen kracht om op die manier de hemel te verdienen, dan kun je uiterlijk wel doen alsof het je allemaal om de strijd tegen de zonden gaat, maar God bewaard alleen degenen die Hem liefhebben. Zo scherp ligt het wel. Een bevel dat gegeven wordt aan de gelovigen, kan heel goed nagedaan worden door de ongelovigen, maar dit bewaren van de gunstgenoten is iets waar wij geen enkele invloed op hebben. En degenen die God liefhebben kent de Heere. Dan blijkt psalm 139 ook wel helemaal waar te zijn, want zelf als je in het graf zou zijn dan kent de Heere de Zijnen. Dat is een hele grote troost, zeker ook wanneer je ten onder dreigt te gaan en de zonden heersen over je leven. Als je ongelovig bent, al is het op een vrome manier, dan sta je er dus helemaal alleen voor. Maar de Heere bewaard de ziel van Zijn gunstgenoten en redt hen van de vijanden.
Liefhebbers van de Heere, je bent veilig, niet omdat jij je zonden volkomen haat. Was het maar zo dat dit zo zou zijn, maar je bent veilig omdat de Heere Zelf instaat voor degenen die Hem liefhebben. En inderdaad, hoe komt het dat je Hem liehebt? Omdat Hij je hart aanraakte, omdat Hij iets liet zien van Wie Hij voor je is. En daarom is het zo zeker dat God Zijn gunstgenoten zal bewaren. Juist omdat het Gods eigen werk is. Daarom zal het gebeuren. En vanuit dat geloof is er ook de vrolijkheid in het geloof. Want het is en blijft Gods werk. En God laat niet varen de werken die Zijn handen begonnen zijn. En het kan, door onze zonden heel ver zijn weggezakt en het kan lijken of er niets van waar is geweest. Maar ligt dat aan Gods genade? Ligt dat er aan omdat God Zijn kinderen niet bewaard? Nee, de vrolijkheid en de vreugde van het geloof verdwijnt omdat wij de zonde niet volkomen haten en wij na ontvangen genade, toch met de zonden blijven leven. Maar wat een wonder dat God onze zaligheid niet van dat haten van de zonde laat afhangen. Ja, het kan zelfs al moeilijk zijn om onze zonden te benoemen, laat staan dat we ze kunnen haten. En wat kan dat een strijd geven van onzekerheid en twijfel, maar ondanks dat blijft God getrouw en zal Hij Zijn gunstgenoten bewaren. Wat een troost, wat een genade. Gods vriendelijk aangezicht geeft vrolijkheid en licht voor alle oprechte harten.
Toch moet ik jou nogmaals waarschuwen als je God niet liefhebt. Als je leeft alsof God niet bestaat en als je leeft in de zonde en je nog nooit hebt gezien dat God genade wil geven. Als je nog nooit iets hebt gezien van Christus is in je leven. Als je Christus niet liefhebt omdat Hij voor je ziel wil zorgen en Hij Zich aanbiedt, terwijl jij maar blijft zeggen: Nee, laat maar. Want aan deze tekst zit een grote keerzijde. Want een ieder die zich niet buigt voor God de Heere, een ieder die een tegenstander is van de Heere, van diegene zal zijn deel zijn in de poel die brand van vuur en zwavel. Ik hoop niet dat ik vandaag deze ernst nodig heb, om je te bewegen tot het geloof in Jezus Christus. Ik wil je niet dwingen met deze ernstige woorden, maar ik weet wel dat dit de keerzijde is van Gods genade in Christus. Als je de liefde van Christus blijft vertrappen, dan zal de Heere straks het vuur laten neerdalen om je te verteren. En de bergen en de heuvels sidderen voor God als Hij langsgaat. Zou jij voor Gods gerechtigheid en rechtvaardigheid straks kunnen leven? Zou jij de Heere kunnen zien en leven? Je bent in acuut gevaar als je leeft zonder de vergeving die er is in Christus. We hebben vandaag Gods macht gezien. En denk nu niet dat je door afscheid te nemen van je zonden, dat je dan zult thuiskomen. Alleen zij komen thuis, die de Heere liefhebben. Zij komen thuis die niet langer meer zonder de Heere kunnen. Die heimwee hebben, die zullen thuiskomen.
Verlang je er naar dat je zult leven zonder zonde, dat je zult leven zonder de Heere dag aan dag verdriet te doen? Weet dan dat het nog slechts een verdrukking is van tien dagen. Nog heel even, en je Liefste zal komen om je te halen om dan voor eeuwig bij Hem thuis te mogen zijn. Verlang je naar die dag? Straks komt die dag dat de hemel opengaat, maar tot aan die dag, wil ik God meer en meer leren kennen en wil ik Hem meer en meer leren liefhebben. Nog even en geen vijand kan mij meer aanraken, nog even en mijn ziel zal Thuis zijn, nog even en ik hoef geen zonde meer te haten omdat deze er niet meer zullen zijn. Wat een toekomst voor de liefhebbers van de Heere. Maar wat een waarschuwing voor de liefhebbers van de zonde.
Heb je vragen? Klik op de envelop