De verloren zoon


Ben jij wel eens iets kwijt geweest? Een knikker, een pop, of een speelgoedautootje? Jammer is dat, hè? Zeker als je het eigenlijk niet wilt missen. Je blijft het liefst zoeken, totdat je het gevonden hebt. En als je het gevonden hebt… dan ben je blij!

De Heere Jezus heeft ook veel verhalen verteld over iets wat verloren was. Ken je het verhaal al over de verloren zoon? Nou, ik zal het je vertellen. Luister/lees maar: 

Er is een man met twee zonen. De jongste zoon komt op een dag naar zijn vader toe en zegt “Pa, als u later sterft, krijgen mijn broer en ik ieder de helft. Geef mij nu maar vast mijn deel. Ik wil weg hier, de wijde wereld in. Ik wil eens van het leven genieten.”
Natuurlijk vindt vader dat helemaal niet leuk om te horen. Hij wil zijn zoon graag bij zich houden. De jongste zoon blijft volhouden. Even later pakt hij zijn spullen bij elkaar en gaat weg. Vader kijkt hem nog een lange tijd na…
 

In een ver land blijft de jongste zoon logeren. Hij heeft het prima naar zijn zin. Hij doet waar hij zin in heeft. Dat kost hem wel veel geld, maar hij heeft geld van zijn vader meegenomen. Hij kan leven als een prins en dat doet hij ook!
Totdat… Op een dag pakt hij zijn portemonnee en ziet tot zijn schrik dat er niets meer in zit! Zijn geld is op. En daarmee houdt ook de pret op. Zijn ‘vrienden’ willen opeens zijn vriendjes niet meer zijn. Zijn vriendinnetjes zijn niet meer lief voor hem. Ze laten hem allemaal in de kou staan.
Tot overmaat van ramp raakt het eten in dat verre land ook op. Er komt hongersnood. Wat nu? De jongste zoon moet maar werk gaan zoeken. Dat valt tegen, want dat is hij niet meer gewend. Tenslotte kan hij werk krijgen bij een boer. Daar moet hij op de varkens passen. Nou, wat een naar baantje vindt hij dat. Er zit niets anders op. En weet je wat het ergste is? Hij moet de varkens eten geven, maar zelf wil hij ook wel van dat voer. Zo’n honger heeft hij! Maar niemand geeft hem ook zelfs maar een hapje varkensvoer…

Nu gaat de jongste zoon voor het eerst eens goed nadenken over vroeger. Thuis heeft hij het altijd goed gehad. Zelfs de knechten van zijn vader hebben meer dan genoeg te eten. En hij zit nu te verhongeren!
O, wat is hij dom geweest door van huis weg te gaan! De tranen staan in zijn ogen. “Ik wil naar huis!”, denkt hij: “Weet je wat? Ik ga terug! Ik ga terug naar vader en zal zeggen dat ik spijt heb.”
De jongste zoon begrijpt best, dat hij verkeerd heeft gedaan door weg te lopen. Hij verdient niet dat vader hem nog als een zoon zal behandelen. Hij denkt diep na en krijgt een plan. Ja, dat zal hij doen! Hij zal vragen of hij een knecht mag worden. Dan kan hij misschien terug komen. Daar gaat hij, op weg naar huis. Zou hij welkom zijn? Al is het maar als knecht…
 

Aan de weg voor het huis staat een man. Hij kijkt, een hand boven zijn ogen om ver te kunnen zien. Hoe vaak heeft die man daar al gestaan? Vaak, heel vaak. Wie is die man en waar kijkt hij naar? Het is vader en hij wacht op zijn zoon. Zal zijn verloren zoon nog eens terugkomen?
Kijk eens, daar komt iemand aan. Hé, wie is dat? Zou… zou dat zijn jongen zijn? Ja, hij is het! Het kan niet missen! Zijn zoon komt terug! Vader holt hem tegemoet. Hij omarmt zijn jongste zoon en geeft hem een kus. Zo blij is hij dat zijn kind weer thuis komt!

“Vader…”, begint de jongste zoon: “Ik heb verkeerd gedaan door weg te gaan. Ik verdien het niet dat u mij nog een zoon noemt.” Hij wil nog meer zeggen, maar er zit een brok in zijn keel. Hij moet huilen. Van verdriet en blijdschap tegelijk. Van verdriet om het verkeerde dat hij gedaan heeft. Van blijdschap omdat het wel heel fijn is om weer thuis te zijn! En wie had gedacht dat vader blij zou zijn! Luister eens wat vader zegt: “Breng eens mooie kleren voor mijn zoon. In deze versleten kleren kan hij niet blijven lopen. Haal ook een mooie ring en nieuwe schoenen. En maak een heerlijke maaltijd klaar. We gaan feestvieren, want mijn zoon was verloren maar hij is nu weer thuis!” En zo gebeurt het. Het feest begint!

Maar… er is ook nog een andere zoon: de oudste. Waar is hij? Is hij ook bij het feest? Nee, hij heeft vandaag op het land van zijn vader gewerkt. Nu hij thuiskomt, hoort hij de muziek. Het feest is in volle gang!
“Hé jij daar, kom eens hier. Wat is daar aan de hand?”, vraagt hij een beetje nors aan een knecht.
“Er is feest omdat je jongste broer weer gezond en wel teruggekomen is.”, antwoordt de knecht.
“Feest? Moet daar feest voor gevierd worden?”, vraagt de oudste zoon boos. “Die deugniet is toch zelf weggelopen? Hij moest een pak rammel hebben!”
De oudste zoon wil niet naar binnen. Hij blijft buiten staan. Hij feest niet mee. 

Kijk, daar komt zijn vader naar buiten. Hij loopt naar zijn oudste zoon toe en legt een hand op zijn schouder. “Kom jongen, ga mee naar binnen. We vieren feest omdat je jongste broer er weer is.”
“Luister eens, vader. Ik doe al heel lang mijn best voor u. Ik werk hard op de boerderij. Toch heeft u voor mij nog nooit een feestje gegeven. Maar nu komt deze deugniet thuis, die weggelopen is en uw geld verspild heeft, en nu is het opeens feest!” De oudste zoon trekt er een boos gezicht bij. Vader kijkt hem een beetje verdrietig aan en zegt: “Maar jongen, jij bent toch altijd bij me? Wat van mij is, is ook van jou! En nu moet het feest zijn, want je broer is terug. Hij was verloren, maar ik heb hem weer terug!”
 

Dit verhaal staat in de bijbel in Lukas 15. De Heere Jezus heeft het verteld. Hij wil ons er iets mee leren. Jij en ik zijn net als die verloren zoon: we zijn bij God weggelopen en doen verkeerde dingen. Maar uit dit verhaal weten we dat God op ons wacht en dat we bij Hem welkom zijn! We mogen terug naar huis, naar God. Hij wil ons omarmen en blij met ons zijn! God is goed voor deugnieten. Ook voor jou!

Kom jij ook terug naar huis, bij God?

* Heb je vragen? Klik op de envelop