Twee mannen uit Emmaüs


Kijk!
Daar lopen twee mannen. Daar in de verte.
Ze komen uit de stad Jeruzalem en zijn net als wij op weg naar Emmaus.
Al van een afstand kunnen we zien dat ze druk in gesprek zijn.
Waarover zullen ze praten? Zou er wat bijzonders zijn gebeurd?
Zullen we er eens naast gaan lopen?
Dan kunnen we horen waarover ze het hebben.
Kom! Ga je ook mee? 

Als we dichterbij komen zien we dat de gezichten van de twee mannen helemaal niet vrolijk staan.
Ze kijken somber en verdrietig. Wat zou er zijn gebeurd?
We gaan het ze gewoon vragen. Misschien dat ze het ons wel willen vertellen.
Want ik ben er wel heel benieuwd naar, jij toch ook?
‘Zeg.. mogen wij jullie wat vragen?’ ‘Waarom zijn jullie toch zo verdrietig?’ ‘En waarover praten jullie samen zo druk?’
Eén van de twee Emmaüsgangers heet Kleopas. Hij begint als eerst te praten.
‘De Heere Jezus is gestorven!’ vertelt hij verdrietig.
‘Hij is nu al drie dagen in het graf.’
‘Er is niets meer aan te doen. Hij is er niet meer!’
Zuchtend haalt Kleopas zijn schouders op.
‘En nu zijn we maar op weg terug naar Emmaus.’ ‘ Wat moeten we verder nog in Jeruzalem doen?’
‘Wij dachten dat de Heere Jezus echt de Messias was..’
‘Maar waarom heeft Hij dan niets gedaan toen Hij aan het kruis hing?’
Hij had Zichzelf kunnen verlossen, de Heere Jezus kan immers alles!’
Kleopas kijkt verdrietig voor zich uit. Zijn vriend kijkt ons aan. Hij zegt:
‘Wij hadden de Heere Jezus zo lief…’
‘Jezus was alles voor ons!’
‘Hij is echt de Zoon van God! Dat geloof ik nog steeds.’
‘Maar waarom loopt het dan zo..’
‘Ik begrijp het niet.’
Kleopas kijkt weer naar ons.
‘Er waren vrouwen die zeiden dat Jezus echt was opgestaan.’
‘Maar dat zeiden ze omdat het graf leeg was, en ze verder niets hadden gezien.’
‘Wij geloven niet dat de Heere Jezus is opgestaan. Dat kan niet!’
Kleopas schudt heftig zijn hoofd. 

Zo lopen we een tijdje verder, op weg naar Emmaus.
 De Emmaüsgangers praten samen weer verder.
Ze zijn echt verdrietig. Kijk maar hoe moedeloos ze lopen.
Hè kijk!
Zie jij Hem ook komen? Daar komt in de verte een Man aan.
Hij loopt doelbewust op ons af. Ik denk dat Hij met ons mee wil lopen.
Kleopas kijkt zijn vriend even aan.
Hij zucht.
Eigenlijk heeft Kleopas niet zoveel zin om tegen die vreemdeling te praten.
Maar het is ook onbeleefd om zo verder te lopen.
Ook deze Man vraagt aan de Emmaüsgangers:
‘Waarom kijken jullie toch zo verdrietig?’
‘Wat is er gebeurd?’
Kleopas krijgt een beetje een boos gezicht.
‘Zou die Man dat nu echt niet weten?’
Iedereen heeft het erover! Komt Hij dan van zover?
‘Weet u niet’, antwoord Kleopas, ‘wat er allemaal in Jeruzalem is gebeurd?’
Hoor je dat ook?
Kleopas geeft eigenlijk helemaal geen antwoord op de vraag van de Vreemdeling.
Hij snauwt de Vreemdeling maar af.
Oei…zal Hij nu niet boos worden? Zo aardig doet Kleopas niet!
Maar nee, de Vreemdeling wordt niet boos.
Hij vraagt het nog keer.
En ja.. dan vertelt Kleopas maar alles aan de Vreemdeling wat hij net ook aan ons vertelde.
Over Jezus de Nazarener.
Die een Profeet was, krachtig in werken en woorden voor het volk en voor God.
Grote wonderen had Hij gedaan.
Maar Hij was gekruisigt door het volk. Als een dief die iets heel ergs had gedaan.
Terwijl de Heere Jezus nooit zonde had gedaan.
En de Heere Jezus is gestorven. Nu ligt Hij al drie dagen in het graf.
En over de vrouwen zeiden dat Hij was opgestaan. Maar dat hij het niet kon geloven.
O’… en zij hoopten zo dat Hij de Messias zou zijn!
Opnieuw zucht Kleopas. 

Ben je ook benieuwd wat die Vreemdeling hierop zal zeggen?
Zal Hij ook bedroefd worden net als de Emmaüsgangers?
Of zal Hij over iets anders gaan praten?
Laten we luisteren naar wat Hij zegt! 

‘O onverstandigen en tragen van hart!’
Wie zegt dat zo plotseling?
Het is de Vreemdeling! Hij begint te praten.
Maar weet je wat Hij eigenlijk zegt:
‘O’ domme Emmaüsgangers..!’
Wordt Kleopas en zijn vriend daar niet boos om?
Nee, ze krijgen niet eens de tijd om boos te worden.
Want de Vreemdeling praat verder. Hij zegt nog veel meer.
Hij verteld dat dit alles moest gebeuren.
Dat de Heere Jezus moest lijden en sterven.
Heel lang geleden hebben profeten dat al gezegd.
En nu is het uitgekomen.
De Emmausgangers luisteren met verbazing.
Heel duidelijk legt de Vreemdeling de Bijbel uit.
Kleopas kijkt ons even aan. Zijn ogen kijken verbaasd maar blij als hij zegt:
‘Wat vertelt Hij dat duidelijk!’
‘Nu begrijp ik het pas waarom de Heere Jezus moest sterven.’
Langzaam verdwijnt de verdrietige trek van de gezichten.
Ze geloven wat de Vreemdeling hen verteld.
Ondertussen zijn we in Emmaus aangekomen.
Als we bij het huis van de Emmaüsgangers zijn, wil de Vreemdeling doorlopen.
Maar dat willen de Emmaüsgangers niet!
‘Blijf toch bij ons!’, zeggen ze.
‘Het is al avond.’ ‘Blijf toch bij ons slapen.’
Ze dwingen Hem zelfs.
Ze willen dat Hij hen nog veel meer verteld over Jezus.
Ze vinden het heerlijk om van Hem te horen vertellen.
Zie je dat er echt liefde in hun hart is naar de Heere Jezus?
De Vreemdeling stemt toe.
Bij de deur wenkt Kleopas ons.
‘Kom!’ ‘jullie mogen ook mee naar binnen.’
‘Ga je ook mee?’ 

Kleopas maakt snel een eenvoudige maaltijd klaar.
En dan? Wie zal gaan bidden voor het eten?
Kijk… de Vreemdeling gaat bidden. Na het bidden pakt Hij brood uit de schaal en breekt het in stukken.
Hij deelt het uit aan Kleopas en zijn vriend.
Maar.. deze Vreemdeling moet dat toch helemaal niet doen?
Hij is toch de gast?
Ja, dat klopt. Maar de Emmaüsgangers zijn te verbaasd om te reageren.
Ze verwonderen zich!
En dan… terwijl de mannen naar de Vreemdeling kijken, gaat er plotseling een schok door hen heen.
Plotseling zien ze Wie de Vreemdeling is!
En jij….?
Zie jij het ook?
Weet jij ook wie de Vreemdeling is?
Ja.. het is de Heere Jezus.
Hij is het Zelf.
God had ervoor gezorgd dat de Emmaüsgangers Hem eerst niet herkenden.
Maar nu gaan hun ogen open.
De Heere Jezus is echt opgestaan. En Hij is hier in het midden.
Hij leeft!
Nu zien de Emmaüsgangers het zelf.
En tegelijk als ze Hem zien..is de Heere Jezus weer verdwenen.
Hij is plotseling weg uit de kamer.
Dat kan de Heere Jezus hè!
Want Hij is almachtig.
Dat betekent dat Hij alles kan.
Worden de Emmaüsgangers nu weer verdrietig omdat de Heere Jezus weg is?
Nee! Ze zijn zo blij.
Het geeft niet dat de Heere Jezus weg is.
Ze weten nu dat Hij echt leeft!
Het verdriet en de twijfel is weg.
Ja, de vrouwen hadden toch gelijk toen ze zeiden dat de Heere Jezus was opgestaan.
O’ ze zijn zo blij! Zo blij dat ze helemaal het brood vergeten.
Ze hebben helemaal geen honger meer.
Luister maar eens wat Kleopas zegt tegen zijn vriend:
‘Kom! dan gaan we weer terug naar Jeruzalem. Dit moeten wij aan de discipelen vertellen.
Zijn vriend knikt blij. Ja, dat doen we!
‘maar Kleopas’… zeg je. ‘Het is al avond!’ ‘Je moet straks in de nacht weer terug naar Emmaus.’
‘Weer de lange reis helemaal terug.’
O’ maar Kleopas vindt het helemaal niet erg!
Zo blij is hij.
‘Kom’, zegt hij. ‘Dan mogen jullie ook mee terug naar Jeruzalem.’ 
Wat lopen de Emmaüsgangers snel!
Ze rennen soms bijna. Onderweg staat hun mond weer niet stil.
Maar kijk nu eens naar de gezichten… ze stralen gewoon!
Ze hebben de Heere Jezus gezien!
Als ze terug komen in Jeruzalem kloppen ze op het huis waar de discipelen allemaal zijn.
En weet je wat nu zo’n groot wonder is?
De Emmaüsgangers hoeven het niet eens te vertellen. De discipelen roepen het hen al toe als ze binnen komen:
‘De Heere Jezus is echt opgestaan!’ ‘ Petrus heeft Hem gezien!’
Wat is er een blijdschap! Wat stralen de gezichten als de Emmaüsgangers vertellen wat hen is overkomen.
Geloof maar dat ze wel konden zingen van vreugde. 

En jij? Ben jij ook zo blij dat de Heere Jezus is opgestaan?
Of zeg je: maar ik snap helemaal niet waarom de Heere Jezus moest opstaan…
Weet je waarom Hij op moest staan?
Als de Heere Jezus niet was opgestaan, dan konden wij nooit een nieuw hart krijgen.
En je weet wel dat je elke dag iets doet wat eigenlijk niet mag. Wat de Heere verdriet doet.
Dat is ons boze hart. Dan willen we allemaal dingen die niet goed zijn voor ons.
En dan kon je ook nooit zoveel van de Heere Jezus houden als de Emmaüsgangers deden.

Maar nu is de Heere Jezus wel opgestaan! Nu mag je wel een nieuw hart ontvangen van de Heere. Dat is een hart wat heel veel van de Heere Jezus houdt. Dan wil je al die slechte dingen niet meer. Omdat de Heere Jezus het niet goed vindt. En weet je…  dan wordt je soms zo blij! Net zo blij als de Emmaüsgangers. Omdat je weet dat de Heere Jezus voor jou zorgt. Dat Hij jou wil helpen met dingen die je moeilijk vindt.   

Mag de Heere Jezus ook al voor jou zorgen?


* Heb je vragen? Klik op de envelop