De torenbouw van Babel


Ben jij weleens in Frankrijk op vakantie geweest?
Of in Oostenrijk?
Of misschien wel helemaal in Egypte?
Dan weet je vast wel dat je de mensen die daar wonen niet kunt verstaan.
Nederlands verstaan ze daar niet.
Je moet de taal kennen, willen de anderen daar begrijpen wat jij zegt.
Je kent misschien wel een paar woordjes Frans.
Maar een verhaal in het Frans begrijp je niet.
 
Hoe is dat toch gekomen?
Het zou toch veel makkelijker zijn als iedereen dezelfde taal sprak?
Luister/lees maar eens.
 
'Vader, gaat u vandaag weer bouwen?
De toren is nog lang niet klaar hè!'
Dedan kijkt zijn vader aan.
Vader glimlacht.
'Ja Dedan, we gaan vandaag weer verder.
Elke dag. Net zo lang totdat de toren klaar is.
Maar dat duurt nog wel een hele tijd hoor.
De toren moet helemaal tot in de wolken komen.
Zo hoog dat iedereen deze toren kan zien. 
Ook al is hij heel ver van huis in het veld.´
Dedan knikt. Vader had er al zoveel over verteld!
'Dan kan niemand verdwalen hè en weet iedereen waar wij wonen.'
'Precies jongen', antwoord vader, 'maar nu moet ik echt gaan.
De andere bouwers wachten op mij.´
Dedan kijkt zijn vader bewonderend na.
Je moet wel heel sterk zijn om mee te mogen helpen.
Reken maar dat stenen bakken zwaar werk was.
Maar Dedan gaat vanmiddag wel kijken.
Dat doet hij elke dag, samen met Assur, zijn vriendje.
Maar eerst moet hij moeder helpen met de klusjes die gebeuren moeten.
 
Weet je wie dit ook allemaal ziet?
Wie ook ziet dat er een toren gebouwd wordt?
De Heere God.
De Heere ziet alle dingen.
Er is niets wat Hij niet ziet.
Hij ziet dat de mannen van het volk druk bezig zijn met de toren.
En dat doet Hem verdriet.
Dat ze een toren bouwden was niet erg.
Maar wel de reden waarom!
Deze mensen bouwden een toren om bij elkaar te blijven wonen.
En dat wilde de Heere niet.
Dat had Hij verboden.
De mensen moesten in andere landen gaan wonen.
God had beloofd overal voor hen te zorgen.
Maar dat wilden de mensen niet.
Zij waren ongehoorzaam aan de Heere.
Ze zeiden: wij zijn zo knap! wij zijn onze eigen baas.
En met deze sterke toren hebben we God niet meer nodig.
Dat is erg hè!
Maar denk jij soms ook niet zo?
Wij denken zo vaak dat wij niet naar de Heere hoeven te luisteren.
Dat wij het zelf wel kunnen.
Maar dat is niet waar.
Kijk maar wat er gebeurd.
 
Rond de middag staat Dedan popelend bij de deur van de hut van Assur.
Gelukkig heeft Assur net water gehaald zodat hij mee mag van zijn moeder.
'Ik kom al!' roept hij vrolijk.
Samen lopen ze naar de bouwplaats van de toren toe.
Daar hoef je niet lang naar te zoeken.
Hoewel de toren nog lang niet af is zie je hem al vanuit de verte.
´Knap hè om zo'n toren te bouwen,´ zegt Assur bewonderend.
Rond de toren staan allemaal kleine ovens waar mannen hard aan het werk zijn
om stenen in te bakken.
'Hè vader!' roept Dedan als hij zijn vader druk aan het werk ziet.
Vader kijkt even op. 'Ha Dedan' lacht hij.
Assur en Dedan lopen tussen de werkende mannen door.
De mannen bouwen hard door.
Ondertussen praten ze met elkaar over de mooie, sterke toren.
'Hè, Dedan en Assur!' roept een man.
 'Kunnen jullie even wat hout pakken voor de oven?'
'Natuurlijk!' roept Dedan terug.
En hij rent weg met Assur om wat hout van de houtstapel te pakken.
Met armen vol hout komen ze terug.
Als Dedan weer bij de man is legt hij het hout neer.
'Alstublieft!' zegt hij. 'Moeten we nog meer doen?'
Maar de man kijkt Dedan raar aan.
Ook Assur kijkt vreemd naar Dedan.
Dedan herhaalt zijn zin nog een keer.
Maar nu begint de man te praten en Assur ook.
Wat is dat nu?
Dedan begrijpt er niets van.
Hij kan de man en Assur niet eens verstaan!
Wat spreken ze ineens vreemde woorden.
Ze verstaan elkaar niet meer.
De man probeert wat met zijn armen uit te leggen

maar Dedan begrijpt er niets van.
De andere bouwers hebben het ook gemerkt.
Ze willen van alles tegen elkaar zeggen.
Maar ze begrijpen niet wat de ander zegt.
'Waar is vader?' denkt Dedan benauwd.
Gelukkig daar komt vader al aanlopen.
Dedan rent naar hem toe.
'Vader!' wat is dit? Waarom praat iedereen zo vreemd?
Ik weet zelfs niet wat Assur zegt!
Net konden we nog gewoon samen praten.
Vader kijkt Dedan aan.
'Jongen, ik weet het ook niet!'
Dit is zo vreemd!
Laten we maar naar huis gaan. We kunnen zo niet bouwen.
Alle bouwers vertrekken naar huis.
Het wordt stil rondom de toren.
Thuisgekomen spreekt moeder gelukkig nog hetzelfde als vader en Dedan.
Maar de buren en Assur en alle andere mensen die er woonden?
Ze kunnen niet meer met elkaar praten.
De bouw van de toren wordt stil gezet.
Waarom zouden de mensen nog bij elkaar blijven wonen als ze toch niet
met elkaar kunnen praten?
Heel veel mensen gaan verhuizen.
Ook Dedan en zijn ouders.
Dedan heeft Assur nooit meer gezien.
 
Wat is dat erg hè!
Die plotselinge spraakverwarring was een straf van de Heere.
Omdat ze niet naar Hem hadden geluisterd.
Als de mensen wel naar de Heere hadden geluisterd was er niets gebeurd.
En.. je begrijpt het nu wel:
Dan waren ook al die verschillende talen er niet geweest.
De toren werd Babel genoemd.
Dat betekent verwarring.
Nu doen wij net als die mensen.
Ook jij doet dingen waarvan je weet dat het niet goed is.
Dat het niet mag van de Heere.
Dat zijn zonden.

Omdat ons hart zonden doet wordt het ons zondige hart genoemd.
Dat wil niet naar de Heere luisteren.
Maar niet willen luisteren naar de Heere loopt altijd slecht af.
Vraag daarom maar elke avond aan de Heere

of je een nieuw hart mag krijgen.

Dat betekent dat je wel naar de Heere wilt luisteren.
En dan zal de Heere je niet straffen zoals de Hij bij deze toren deed.
Maar dan zal Hij elke dag goed voor je zorgen,

omdat jij naar Hem wilt luisteren.
Dan wil je niet meer doen wat de Heere niet wil.
Omdat je ziet hoe goed de Heere elke dag voor jou zorgt.
Ja, dan zal de Heere als een Vader voor jou zorgen.



* Heb je vragen? Klik op de envelop