Simson
Ik weet
nog goed dat ik, toen ik nog jong was, op het schoolplein aan het speelde met
mijn vrienden. Dan schepten wij altijd op met “O nee hoor, mijn vader
is de sterkste!”
Zeggen jullie dat ook weleens?
Zo was
het ook in de tijd van Simson. Overal kenden de mensen Simson, omdat hij zo
sterk was. Hij had al heel wat vijanden gedood, zelfs met een ezelskaak. En toen
hij een keer door de Filistijnen in een stad werd opgesloten, heeft hij gewoon
de deuren van de poort eruit gebroken en op zijn schouders meegenomen.
Iedereen vroeg zich af, “Hoe komt het toch dat Simson zo sterk is”?
Toen
Simson geboren werd, heeft God tegen zijn ouders gezegd dat Simson veel
Filistijnen (dat waren in die tijd de vijanden van de Israëlieten) zou doden.
“Alleen moeten jullie wel zijn haar laten groeien, want in zijn haar zit de
kracht die Ik zal geven” heeft God beloofd. En aan die belofte hebben Simsons
ouders zich ook gehouden. Dit hebben ze ook aan Simson vertelt zodat hij ook
zelf wist wat God verteld en beloofd had.
Maar het
ging verkeerd. Simson was God aan het vergeten en werd verliefd op een vrouw uit
het land van zijn vijanden. De vrouw deed net of ze heel veel van Simson hield.
Maar ondertussen probeerde zij erachter te komen hoe het kwam dat Simson toch zo
sterk was, zodat zij dit weer door kon geven aan de mensen die Simson wilden
vermoorden.
En ja, wat doe je als je veel van iemand houd? Dan wil je toch alles aan diegene
vertellen? Dus Delila, zo heette de vrouw waar Simson verliefd op werd, had
zovaak gevraagd hoe het toch kwam dat Simson zo sterk was, dat hij het
uiteindelijk toch vertelde.
“Ja Delila, weet je, ik heb God beloofd nooit mijn haar te knippen want dan
zal de kracht van mij wijken.”
Na een
drukke en vermoeide dag komt Simson bij Delila aan. ”Nou Simson, ga eerst maar
eens even slapen. Dan kun je straks uitgerust je warme maaltijd eten” zegt
Delila. Wat Simson niet weet, is dat Delila naar de Filistijnen is geweest en
Simsons verhaal heeft verteld. Ook is ze naar een kapper geweest om te vragen of
hij langs wilde komen om Simson zijn haar te knippen.
En zo gebeurt het. Als Simson ligt te slapen komt de kapper stilletjes binnen en
knipt zijn haar. Opeens schrikt Simson wakker. Wat wordt er geroepen?? “Simson
sta op, de Filistijnen komen eraan!”
Simson
staat op, maar hij merkt het gelijk; hij voelt dat God weg is en dat Zijn kracht
van hem geweken is. Zijn hand gaat snel naar zijn haar en dan dringt het tot hem
door wat er gebeurd is. Hij is verraden door de vrouw waar hij verliefd op was!
En voor hij het weet wordt hij met stevige touwen vastgebonden en worden ook
zijn ogen uitgestoken. Want, zo dachten de Filistijnen, stel dat hij zijn kracht
weer terug krijgt. Dan kan hij ons in elk geval niet zien en niet veel schade
aanrichten.
Zo wordt
Simson in de gevangenis gegooid en daar moet hij werken als een slaaf. Door zijn
eigen schuld, doordat hij toch niet op God heeft vertrouwd, maar de duivel
achterna is gelopen.
Op een dag klinkt er veel gejuich en geroep buiten.”Wat is er aan de hand?”
vraagt Simson aan een jongen die hij binnen hoort komen. “Nou, dat zal ik u
eens vertellen” vertelt de jongen enthousiast. “Ze zijn aan het feest
vieren, omdat ze u gevangen hebben. De Filistijnen hebben een groot feest
georganiseerd om te offeren aan hun god dagon en te vieren dat dagon veel
sterker is dan uw God omdat ze u gevangen hebben. En nu mag u mee komen want
iedereen wilt u zien, er zijn er wel drie duizend. Zoveel mensen heb ik hier nog
nooit gezien, dus u trekt veel aandacht.”
Zo wordt
Simson temidden van het gebouw tussen twee pilaren gezet zodat hij zichzelf kan
ondersteunen. Zo hoorde Simson de mensen hem en God bespotten en vervloeken.
Hij had God al zoveel pijn gedaan en nu deden al deze drie duizend mensen God
pijn en verdriet en dat eigenlijk door zijn schuld.
Dit deed heel veel pijn. Hij zag opeens voor zich hoeveel pijn en verdriet hij
God aan had gedaan, door als het ware de belofte die God had gedaan in de wind
te slaan. Door met de verkeerde vrouw om te gaan.
Simson
bidt tot God: “Heere vergeef mij toch, ik heb u zoveel verdriet aangedaan,
maar ik heb er spijt van, wilt u mij nog èèn keer de kracht geven zodat ik
deze mensen die mijn vijanden zijn en U zoveel verdriet aandoen kan doden?”
Opeens voelt Simson weer zijn ‘oude’ krachten terug komen en heel hard roept
hij zodat iedereen het hoort: “Ik zal samen met al mijn vijanden sterven” en
hij zet zijn handen tegen de pilaren en duwt ze als twee stokjes om. Op deze
twee palen was het hele huis gebouwd en nu stortte het in één keer in.
Alle
mensen die daar waren werden die dag gedood. Niemand overleefde deze ramp. Wat
vreselijk voor die mensen! Maar voor Simson loopt het goed af; ook hij overleeft
het niet, maar hij mag voor altijd bij God in de hemel wonen. Wat is er nou
mooier dan altijd gelukkig te zijn? Altijd bij God je Vader te zijn, die voor je
zorgt en je omgeeft met Zijn Liefde.
Misschien
word je veel geplaagd en gepest op school of de straat waar in je woont.
Wat moet je dan denk je ??
Bid God
om kracht en hulp zodat je het niet erg vindt en bid ook voor degenen die je
plagen, dat ze er mee mogen stoppen en ze toch je vrienden mogen worden.
Jezus heeft tegen ons gezegd; “heb je naasten lief net zoals je zelf zou willen worden behandeld.”