Gelijkenis van het onkruid
Mat.
13:24-30.
Weet je
wat het ‘Koninkrijk der hemelen’ is?
Deze vraag is eerst belangrijk; de Heere Jezus heeft het hier best vaak over als
Hij een gelijkenis vertelt. Bij deze gelijkenis over het onkruid is dat ook zo.
Vandaar eerst deze vraag..
Wat is
nu een koninkrijk?
In een Koninkrijk heb je een koning, en een volk dat die koning dient. Een
koning is meestal de baas over een land, en daar wonen dan de mensen in die hem
dienen.
Tegenwoordig
is de koning meestal niet meer alleen de baas. Als wij nu in de tijd van de
Heere Jezus zouden leven, dan zou bij ons koningin Beatrix de koningin van een
land, van een koninkrijk zijn. De mensen die haar dienen zijn alle Nederlanders,
en het land waar zij de baas over is, is Nederland. Het koninkrijk heet dan
Nederland.
In deze gelijkenis gaat het over het Koninkrijk der hemelen. De Koning is
de Heere, en het land is de hemel.
De hemel?
Ja, de Koning van dit land, van dit Koninkrijk, heeft Zijn troon in de hemel, en
het volk dat Hem dient hoort er in te wonen. Nú wonen de mensen die Hem dienen
nog op de aarde, door de zondeval. Maar de Heere is al wél Koning over hen. Méér
dan dat. Hij zegt: ‘Ik ben de goede Herder. Ik geef Mijn leven voor iedere man
of vrouw, voor elk kind, om hen gelukkig te maken. Ik wil altijd voor hen
zorgen, Ik heb hen lief!
Ja, dát is wel het meest bijzondere: dat Hij zo oneindig Lief heeft! Deze
Koning, onze Heere God, zegt: ‘Ik heb jullie geschapen. Ik heb gewild dat jij
leven zou, dat jij Mij dienen mag tot Gods eer! Daarom, als je Mij dienen wilt,
als je in Mij gelooft, zal Ik je je zonden vergeven en zal Ik je met Mijn
eeuwige Liefde omringen! Ik zal je beschermen, je bent bij Mij geborgen. Ik
bewaar je veilig; zolang je Mij dient en dichtbij Mij blijft, blijf Ik ook dicht
bij jou, en zal je leiden!’
Dus; het antwoord op de vraag: ‘Wat is het Koninkrijk der hemelen?’, is: Dit
is het Koninkrijk waarin de Heere Koning is. Het land is de hemel, en iedereen
die in Hem gelooft en Hem dient, hoort bij Zijn volk wat bij Hem in de hemel mag
wonen.
Hoor,hoe
de Heere Jezus nu begint te vertellen:
‘Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mens, die goed zaad zaaide in
zijn akker.’
Deze man had tarwe gezaaid; goed zaad, wat hij zuinig bewaard had. Nu was het
tijd om het zaad te zaaien in de akker, zodat het kon gaan groeien totdat het
mooie hoge tarwe zou zijn, waarin aren zouden groeien. Van die voorraad aren kon
hij dan weer koeken en brood bakken.
Maar jammer genoeg waren er mensen die helemaal niet van deze man hielden..
slechte mensen, die het niet konden hebben dat deze man zo’n goed man was;
veel mensen hielden juist wel van hem, en hij was altijd vriendelijk tegen
iedereen.
Toen de vijand zag dat deze man zijn zaad in de akker had gezaaid, sloop hij op
een nacht, toen iedereen sliep, naar die akker toe, en zaaide over de hele akker
allemaal onkruid, midden tussen de tarwe! Toen sloop hij weer weg..
Wat gemeen hè! De vijand wilde er zo voor zorgen dat de tarwe niet goed zou
groeien, dat het dood zou gaan of dat er nooit goed aren aan zouden kunnen
groeien, zodat de oogst zou mislukken!
Wat gebeurde er toen? Wat deed de eigenaar van de akker toen hij dit ontdekte?
Nou,
deze man ging natuurlijk regelmatig naar zijn akker toe, om te kijken of het
tarwe al opkwam en of het goed groeide, en of het misschien wat extra’s nodig
had.
Hij zag hoe er langzaam allemaal kleine sprietjes boven de grond uitkwamen..
elke dag een beetje meer. En later zag hij hoe het groeide.. Maar op een dag
kwamen de knechten van deze man naar hun heer toe, en vertelden bezorgd dat er
over de héle akker heen allemaal onkruid aan het groeien was.
De knechten vonden dat heel vervelend; straks zou de oogst nog verloren gaan! Ze
waren ook verontwaardigd! Wie durfde dat bij hun heer te doen?! Zij hielden van
hun baas, en wilden graag hun best doen om hier wat aan te doen!
Maar hun heer scheen al te weten dat het onkruid er groeide, hij was niet
verbaasd of boos. Hij wist ook al wie het had gedaan: ‘Een vijand van mij
heeft dat gedaan,’ vertelde hij tegen zijn knechten. En hij had ook al bedacht
wat hij ermee wilde doen: … niets!
Hoe kan dat nou? Onkruid haal je
toch weg?! Je trekt het eruit voordat het helemaal over de tarwe heen zou
groeien, of je spuit gif zodat het onkruid dood gaat!
Dat zouden wij zeggen hè. De knechten dachten net zoiets, en ze zeiden het ook
tegen hun heer: ‘Zullen wij naar uw akker toegaan, en het onkruid eruit gaan
halen?’
Maar de
heer wilde dit niet. ‘Nee,’ zei hij, ‘want misschien zou je per ongeluk
ook wat van de goede tarwe eruit trekken.’
Het verschil is ook nog moeilijk te zien als de plantjes nog zo klein zijn. Om
de tarwe te sparen laat hij én de tarwe, én het onkruid, nog verder groeien.
Tot het tijd is om de tarwe te oogsten. ‘Dan,’ zegt de
heer van het land, ‘zal ik tegen de maaiers zeggen: ‘Haal nu eerst al
het onkruid weg, bindt het bij elkaar en verbrandt het. Haal dán de tarwe van
het land, en breng het in mijn schuren.’
Alsof hij zeggen wil: ‘Ik neem mijn maatregelen wel, ik heb mijn plan al
klaar. Maar het is anders dan jullie denken.. Wees maar niet bang dat de oogst
zal mislukken.. vertrouw maar op mij!
Maar hoe
kan deze man dit nu al van tevoren zeggen?
De Heere Jezus stopte hier met het vertellen van deze gelijkenis, en de
discipelen snapten er niets van. Wat betekende zo’n verhaal nu, dat de Heere
Jezus hier had verteld? Wat bedoelde hij hiermee?
Eindelijk,
aan het einde van de dag, gingen alle mensen die naar de Heere Jezus hadden
geluisterd, naar huis. De Heere Jezus vertrok ook, om met Zijn discipelen terug
naar huis te gaan. Zodra de discipelen met de Heere Jezus alleen waren drongen
ze aan: ‘Legt U alstublieft nu uit wat de gelijkenis van het onkruid
betekent?’
Dat wil Hij graag; Hij wil graag dat alle christenen meer van Gods Woord willen
weten, en dat ze ernaar verlangen om het te begrijpen. Als je daar de Heer erom
vraagt geeft Hij zéker antwoord!
Luister maar goed hoe de Heere Jezus nu deze gelijkenis uitlegt:
Die man, de eigenaar van die akker die het goede zaad zaaide, dat is de Heere
Jezus. En de akker, het land, dat is de wereld. En het goede zaad, dat zijn de
mensen die bij het Koninkrijk van de Heere Jezus horen. Het onkruid dat overal
in de akker ook groeide, dat zijn de goddelozen; de mensen die niet van de Heere
Jezus houden, maar die bij het koninkrijk van de duivel horen.
Dit is een beetje moeilijk hè..
Weet je nog dat ik uitlegde wat een Koninkrijk is?
In een Koninkrijk heb je een Koning, en een volk dat die Koning dient. De Koning
heeft meestal een land, waar zijn mensen die hem dienen, in wonen. Dit land heet
dan Zijn Koninkrijk. Bijv: Nederland is een koninkrijk. Koningin Beatrix is de
koningin van dit land, en alle mensen die in Nederland wonen zijn de mensen die
haar dienen.
En nu zegt de Heere Jezus dus dat de hele wereld het Koninkrijk is van
Koning Jezus. Over heel deze wereld heen wonen mensen die Hem dienen: In
Afrika, in China, in Nederland.. Zoals over de hele akker heen het goede zaad
ging groeien, zo komen over de hele wereld heen mensen die tot geloof komen.
Maar, over de hele wereld zijn ook mensen die helemaal níet in de Heere Jezus
geloven; mensen die niet van Hem houden en Hem niet dienen. Precies zoals over
die hele akker in de gelijkenis het onkruid groeide. Het hoort er eigenlijk
niet,m aar de vijand, de duivel, die strooide dat onkruid.
De Heere Jezus wil ons waarschuwen. Want op een dag zal deze wereld voorbij zijn. Dan is het tijd voor de oogst. Dan komt de oordeelsdag. Dit betekent dat de Heere Jezus dan terug zal komen op de aarde. Weet je nog hoe de gelijkenis afliep? Als het tijd voor de oogst zou zijn dan zou eerst al het onkruid verzameld worden, om te worden verbrand. En de goede tarwe werd verzameld en in de schuren van de man gebracht. Zó zal het met ons als mensen gaan op de dag dat de Heer Jezus terug komt: eerst zullen alle mensen die de Heere niet hebben willen dienen, verzameld worden. Om te worden geworpen in de hel, waar eeuwig vuur zal branden. Dan zal de Heere al Zijn Kinderen verzamelen: ieder kind, elke man of vrouw, die van de Heere Jezus houden mogen dan bij Hem in de hemel komen. Daar zal iedereen die bij Hem hoort, voor altijd veilig bij de Heere mogen zijn. Nooit zal daar meer verdriet, of pijn of ziekte zijn. Dan mag je altijd bij Hem horen!
Kies voor de Heere Jezus nu het nog kan!
Bid
maar: ‘Heere, dank U wel dat U naar mijn gebed wilt horen. Dat Uw Zoon de
Heere Jezus ook voor mijn zonden aan het kruis is gestorven! Wilt U al mijn
zonden vergeven die ik heb gedaan? En wilt U mij leren om U te dienen, om van U
te houden en voor U te leven.. Help mij alstublieft om steeds meer van Uw Woord
te leren begrijpen. Uit genade. Amen.’