Jezus voor Pilatus
Lezen:
Markus 15:1-20.
Het was
de dag nadat Jezus ’s avonds was verhoord voor de hogepriester. Daar hadden de
overpriesters, de Schriftgeleerden en ouderlingen Hem vals beschuldigd – ze
hadden van álles geroepen wat Hij gedaan zou hebben, terwijl de Heere Jezus ónschuldig
was. En toen had Petrus Hem ’s nachts nog verloochend..
Maar het
was nog niet klaar met de veroordeling van Jezus. De volgende morgen al vroeg
kwamen de overpriesters, de ouderlingen en de Schriftgeleerden alweer vroeg bij
elkaar. Ze wilden Jezus weg hebben, voordat het Paasfeest zou zijn. Dan wilden
ze rustig het feest kunnen houden. En ze wilden niet dat de mensen die wél
graag naar Jezus luisterden het zouden horen. Die zouden natuurlijk protesteren,
zeggen dat ze Jezus níet moesten kruisigen, en daar hadden ze geen zin in.
Daarom wilden ze Jezus zo snel mogelijk weg hebben.
De
Romeinen waren de baas over het Joodse volk in die tijd, dus ze hadden
toestemming nodig van de stadhouder Pilatus, om Jezus te mogen doden. Dus bonden
ze Jezus en brachten Hem voor Pilatus.
Pilatus moest nu de zaak onderzoeken; hij moest kijken of Jezus werkelijk straf
had verdiend. Hij hoorde de beschuldigingen aan die de Joden allemaal riepen. De
één zei dit, de ander dat.. Wat Pilatus er in ieder geval wel uit begreep was
dat deze man had gezegd dat Hij de Koning van de Joden zou zijn. Nou, dat was
niet te zien! En zo te merken wilden deze Joden Hem ook helemaal niet als hun
koning. Nou, dát vond hij eigenlijk wel goed, want híj, en de Romeinen wilden
de baas blijven over de Joden. Dan moest er geen koning komen die de macht over
ging nemen. Dan kwam er misschien weer oorlog. Nee, alsjeblieft niet iemand die
over de Joden wilde regeren. Dat wilden de Romeinen blijven doen!
Pilatus besloot om dat in ieder geval eens na te vragen bij de Heere Jezus. En Pilatus vroeg Hem: ‘Bent U de Koning van de Joden?’ De Heere Jezus antwoordde: ‘Gij zegt het.’ Daarmee bedoelde Hij: Ik ben wel de Koning van de Joden, maar niet een aards koning zoals Herodus en andere koningen zijn geweest. Ik ben de hemelse Koning. Ik regeer niet alleen over een stukje van de aarde, maar over de hele wereld! Over hemel en aarde!
De overpriesters voelden wel aan dat dit niet genoeg was voor de doodstraf, als iemand zich alleen maar koning van de Joden noemde, en ze begonnen Jezus opnieuw met van alles te beschuldigen. . Maar Jezus zei niets meer. Pilatus snapte dat niet. Als die mensen nou over je staan te liegen, dan protesteer je toch?! Dan mag je je toch wel verdedigen?
Maar Jezus deed het niet. Hij zou gewillig sterven aan het kruis, om alle zonden van de wereld weg te dragen. Hij antwoordde niet met één woord. Zelfs niet toen de stadhouder Pilatus het aan Hem vroeg: ‘Antwoordt Gij niet? U ziet toch wat ze allemaal over U zeggen? Maar Jezus bleef stil. Hij wist wel dat Hij onschuldig was, maar Hij zou gewillig de straf voor de zonden dragen die jij en ik hadden verdiend. Al eeuwen geleden hadden profeten zoals Jesaja en Zacharia al voorzegd dat Hij zijn zou zoals een schaap dat geschoren moet worden. Die schapen geven geen kick, maar ondergaan het stil, totdat de schaapscheerder klaar is met het scheren van hun vacht. En heb je wel eens zo’n klein lammetje van dichtbij gezien? Als je die beetpakt zegt het niets, al zóu je het meenemen om te slachten; het lammetje hóór je niet..
Zó deed Jezus ook. Hij wíst dat Hij gedood zou worden, maar Hij zei helemaal niets. Hij heeft niets gezegd, niet gescholden of geklaagd. Hij was volmaakt gehoorzaam aan de Heere God, om zo Zijn volk te verlossen.
Pilatus vond het ondertussen maar erg vreemd dat deze man niets terug zei. Hij was wel wat anders gewend! Sommige moordenaars waren continue aan het schreeuwen en schelden, of ze beloofden juist dat ze het voortaan écht niet meer zouden doen, als ze maar weer vrijgelaten werden. Het verwonderde Pilatus dat Jezus zo rustig en gehoorzaam daar voor hem stond. Waarom waren die Joden dan toch zo boos; wat kon deze man nou voor verschrikkelijks hebben gedaan? Pilatus voelde wel dat de Joden om een of andere reden boos waren dat ze ook niet konden hebben dat het volk zo graag naar Jezus luisterde en meer bewondering voor deze Jezus had dan voor de Farizeeërs en Schriftgeleerden. Maar ondertussen stookten die ouderlingen en Schriftgeleerden alle mensen op die er nu bij waren, dat ze niet zouden rusten voordat ze Jezus gekruisigd hadden. Pilatus werd er bang van! Wat zouden ze hém doen als hij nu nee zou zeggen? Dan raakte hij zelf misschien z’n goede baan wel kwijt.. wat kan hij beginnen tegen al die boze mensen?
Eén ding zou hij nog kunnen proberen!
Het was een traditie om met het Paasfeest één misdadiger vrij te laten. Het volk mocht dan kiezen wie. Nu zat er juist een vreselijke misdadiger in de gevangenis; voor die man zou iedereen bang zijn. Deze man heette Bar-abbas, hij was een moordenaar. Het opgestookte volk begon te roepen dat Pilatus ook nu zo’n gevangene vrij zou laten..
Pilatus probeerde hiermee Jezus nog te redden, van Wie hij wel voelde dat hij láng niet zo’n erge misdadiger was als sommige van die moordenaars zoals Bar-abbas. En hij antwoordt het volk met een voorstel: ‘Wilt u, da ik dan dit paasfeest deze Koning der Joden loslaat?’
Maar de overpriesters hadden hem door, ze zagen hun hoop dat Jezus snel uit de weg geruimd zou zijn, al verdwijnen. Dát mocht niet gebeuren! Ze stookten de mensen op: ‘Niet doen! Niet luisteren! Deze Jezus moet gekruisigd worden!’ De mensen luisterden hiernaar, ook al door elkaar opgestookt.. zodat ze zeiden dat ze liever wilden dat Bar-abbas losgelaten zou worden. Dit móest ook zo gebeuren, want Jezus moest sterven aan het kruis, om ons te kunnen verlossen van de zonden.
Nu wist
Pilatus het ook niet meer. Hij was bang dat hij nog veel ellende zou krijgen als
hij die Farizeeërs en Schriftgeleerden hun zin niet gaf. ‘Wat wilt u dan dat
ik met Hem doen zal?’, vroeg hij. En al die mensen riepen: ‘Kruis Hem! Kruis
Hem!’
Pilatus probeerde nog een laatste keer het volk tot rede te brengen. ‘Wat
heeft Hij dan verkeerd gedaan?!’ Maar de mensenmassa luisterde niet, ze bléven
maar roepen: ‘Kruis Hem!’
Toen heeft Pilatus het opgegeven; hij heeft Bar-abbas vrijgelaten, en Jezus
overgegeven aan het volk om gekruisigd te worden.
Wij
vinden het heel erg hé, wat hier met Jezus gebeurd. Aan het kruis getimmerd te
worden en zo op zo’n ellendige manier te sterven, dat is verschrikkelijk.
Vind je dat niet erg en gemeen van die Joden?
Maar besef je wel dat jij net zo erg bent als die Joden? En ik?!
Ja, ik
ook! Elke keer als ik niet naar de Heere luister, als ik zonde doe, dan zeg ik
eigenlijk ook: Kruisig Hem maar! Ik wil niet dat Hij Koning over mijn leven is!
Weg met Hem! Ik ben ook schuldig aan de kruisdood van de Heere Jezus. Hij moest
ook voor míjn zonden sterven aan het kruis. Want ik bén een zondig mens.
Verloren. Ik heb ook verdiend dat ik aan het kruis zou sterven! En dat ik naar
de hel zou gaan, omdat ik de Heere zoveel verdriet heb gedaan. Zo is het ook met
jou. Jij hébt niet verdiend dat je naar de hemel gaat als je sterven moet… Maar
zó lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat een ieder die in Hem gelooft, NIET verloren gaat, maar het eeuwig leven
hebbe!
Dát is nou het heerlijke wonder van het Geloof!
Hier belooft de Heere: ook al heb je het niet verdiend.. als je gelooft in de Heere Jezus, en als je voor Hem wilt leven elke dag, dan mag je weten dat je niet meer die straf hoeft te dragen. Dan mag je bevrijd zijn van al je zonden, van al je verkeerde dingen van héél je zondige leven. Dan mag je een nieuw leven leven. Een leven waarin je steeds vraagt aan de Heere of je mag doen wat Hij goed vindt.
Dáárom
ging Jezus die lijdensweg.
Dáárom heeft Hij niets gezegd toen iedereen Hem vals beschuldigde.
Dáárom heeft Hij zoveel pijn geleden terwijl Hij helemaal geen zonde had
gedaan.
Om jou en mij te redden van de eeuwige dood die wij hadden verdiend!
Zo werd
Jezus weggeleid door het volk. Ze namen Hem mee naar binnen in een zaal, waar ze
Hem mishandelden en met Hem spotten. Ze deden Hem een purperen mantel aan.
Purper is een paarsrode kleur, de kleur die koningen toen droegen. Ook doen ze
een doornen kroon op Zijn hoofd. Waarschijnlijk was een soort kroon gevlochten
van stekelige takken, zodat het natuurlijk pijn deed toen ze die op het hoofd
van Jezus duwden. Toen de Heere Jezus daar zo stond, hebben de mensen met Hem
gespot. Ze deden net alsof ze Jezus gingen aanbidden, en groetten hem: ‘Wees
gegroet, gij Koning der Joden!’
Die mensen beseften niet dat Jezus maar één woord hoefde te spreken, en ze
zouden allemaal dood zijn neergevallen. De Heere is almachtig! Maar Jezus had
geduld. Hij had Zijn volk lief, en zou het dragen tot het einde toe, om dat volk
te redden.
Toen dit
een poosje had geduurd hebben ze de mantel weer uitgetrokken, de kroon weer
afgedaan en mocht Jezus Zijn eigen kleren weer aan. Daarna hebben ze Hem
meegenomen naar Golgotha. Daar zou Hij gekruisigd worden..