Jezus en Petrus


Een leerling moet naar de meester luisteren.
De leerlingen van Jezus luisteren ook naar hun Meester.
Weet je nog hoe de leerlingen in de Bijbel genoemd worden ?
Discipelen.
Wat zegt de Heere Jezus op een keer tegen Zijn discipelen ?
Hij zegt :" Vannacht komen de vijanden. Ze zullen Mij vangen. En dan lopen jullie allemaal weg." 
Petrus, die met alles de eerste is, zegt :" Ik loop vannacht niet weg hoor. Ik blijf bij U. Ik wil wel voor u sterven." 
De Heere Jezus kijkt Petrus aan en zegt :" Dat zeg je nu wel Petrus, maar het zal anders gaan dan jij denkt. Jij verloochent Mij. Als morgen vroeg de haan kraait, heb jij drie keer gezegd dat je Mij niet kent.
Dat kan de Heere Jezus zeggen, omdat Hij alles weet.
Hij weet wat er gebeurd is en gebeuren zal.
Hij is alwetend.

Zal Petrus, die zoveel van de Heere Jezus houdt, zeggen dat hij Hem niet kent ?
Zal Petrus zijn Meester verloochenen ?
Hij denkt van niet.
Luister wat er gebeurt.
Er gebeurt precies wat Jezus gezegd heeft.
Toen Hij middenin de nacht in een tuin was om tot God te bidden, hebben ze Hem gepakt.
Soldaten hebben Jezus meegenomen naar het paleis van Kajafas.
Ze willen dat Jezus zal sterven.

Kajafas, de hogepriester, vraagt aan Jezus :" Bent U de Zoon van God ?" 
Jezus zegt :" Ja, Ik ben de Zoon van God. Ik zal naar de hemel gaan. Maar op een dag kom Ik terug. Dan zullen jullie Mij allemaal zien. Op de wolken, in de lucht."
Kajafas zegt :" Hij spot met God. Hij heeft straf verdiend. Hij moet gedood worden." 
Jezus spot helemaal niet met God.
Het is allemaal waar wat Hij zegt.
Maar Kajafas en de andere mensen geloven Hem niet.
Daar staat Jezus, voor de hogepriester en tussen spottende mensen.
Waar zijn Zijn discipelen ?
Ze zijn allemaal weggelopen.
Dat heeft Jezus gezegd.

Waar is Petrus ?
Petrus is stilletjes teruggekomen en staat op afstand te kijken.
Hij wil weten wat er met Zijn Meester gebeurt.
Petrus doet niet wat hij gezegd heeft.

Hij zou het toch voor Zijn Meester opnemen ?
Nou, vergeet het maar.
Hij durft niet eens dichtbij Jezus te staan.
Hij kijkt er vanuit de verte naar.
Opeens zegt een meisje, die de deur open en dicht doet :" Hé, jij hoort ook bij Hem." 
Ze wijst naar Petrus en naar Jezus.
Petrus denkt, pas op, nu wordt het gevaarlijk voor me.
Als ze mij herkennen, pakken ze mij misschien ook wel.
Petrus doet net of hij het meisje niet goed verstaan heeft en zegt :" Ik weet niet wat je zegt."

Zo Petrus, nu lieg je.
Nu verloochen je jouw Meester.
Dat is gemeen.
Je hoort wel bij Hem.
Durf je dat nu niet eens te zeggen ?
Wat ben jij laf.
Petrus is bang.
Hij denkt, hier moet ik wegwezen.
In de stilte van de nacht hoort hij een haan kraaien.
Als Petrus op een andere plaats staat hoort hij weer een meisje zeggen :" Die man daar was ook bij Jezus."

Weer liegt Petrus en zegt :" Ik ken de Mens niet."
Met de Mens bedoelt hij Jezus.
Nou lieg je voor de tweede keer, Petrus.
Petrus gaat weer naar een andere plaats.
Maar op die andere plaats wordt hij ook weer herkend.
Ze zeggen :" We horen aan je stem wie je bent. Jij hoort ook bij Jezus. Jezus komt uit Galilea en jij ook. Dat kun je duidelijk aan je spraak horen."

Petrus denkt, nu gaat het helemaal fout.
Hij vloekt en liegt en hij zegt dat hij Jezus niet kent.
En dan...kraait de haan.
Opeens denkt Petrus aan de woorden van zijn Meester.
Wat zei zijn Meester ook weer ?
Hij zei :" Petrus, als de haan kraait heb jij drie keer gezegd dat je Mij niet kent." 
En Petrus heeft drie keer gezegd dat hij niet bij Jezus hoort.
Wat is dat erg.
De Heere Jezus weet wat Petrus gedaan heeft.

Hij heeft Hem verloochent.
Petrus verdient dat de Heere Jezus zegt :" Petrus, nu hoor je echt niet meer bij Mij."
Maar Jezus doet iets anders.

Hij draait Zijn hoofd om en kijkt Petrus aan.
De ogen van Jezus en die van Petrus kijken naar elkaar.
Wat ziet Petrus in de ogen van Jezus ?
Boosheid ?
Nee, liefde.
Dat kan Petrus niet begrijpen.
De liefde van Jezus raakt het hart van Petrus.
En dan voelt Petrus ook hoe erg het is wat hij gedaan heeft.
Hij heeft Zijn lieve Meester verloochent.
Hij heeft zonde gedaan.
Zijn zonde doet pijn in zijn hart.
In de ogen van Petrus komen tranen van spijt en berouw.
Hij loopt naar buiten en huilt...huilt.

Hij heeft het verknoeid.
Hij heeft het verzondigd.
Maar nu het wonder.
De trouw en de liefde van Jezus is nog veel groter dan de zonde van Petrus.
Als Jezus voor Kajafas staat en er met Hem gespot wordt, betaalt Jezus voor de zonden van Petrus.
Dat hoort bij het werk van Jezus.
Hij betaalt voor de zonden van iedereen die bij Hem hoort.
Door het werk van Zijn Meester kan de zonde van Petrus vergeven worden.

Zo'n Meester heeft Petrus. 
Zo is er maar één.
Als je bij Hem hoort, laat Hij je nooit meer los.
Zijn liefde is zo sterk.
Het is een eeuwige liefde.
Hij heeft iedereen die bij Hem hoort lief met een eeuwige liefde.
Dat kun je niet begrijpen.
Iets wat je niet kunt begrijpen heet : een wonder.

En...Jezus doet wonderen.
Hij kan mensen, jonge en oudere, uit de donkere macht van de zonde trekken tot Zijn liefde.
En als dat gebeurt begint er een nieuw leven.
Dan word je opnieuw geboren.
Geboren uit God.
En dat is nodig om bij Jezus te horen en gelukkig te zijn in je hart.


* Heb je vragen? Klik op de envelop