God helpt


Deze geschiedenis kun je in de Bijbel lezen. Zoek op : Exodus 17 vers 8 tot 16.

 

Bid jij wel eens ?
Waar mag je om bidden en wanneer mag je bidden ?
Je mag altijd en overal bidden, als je het maar eerbiedig doet.
De Heere hoort en ziet je overal.
De Heere kan alles geven waar wij om vragen,
maar niet alles is goed voor ons.
Hij weet veel beter dan wij wat goed voor ons is of niet.
God geeft alleen die dingen die Hij wil.
De wil van God is wijs en goed. Onze wil niet.
Daarom moeten wij vragen in ons gebed :"Heere, leer mij bidden naar Uw wil."
God is zo machtig, dat Hij ons kan en wil leren bidden.
God is almachtig.
Wie in Hem gelooft, helpt Hij op het gebed.
Bidden is heel belangrijk.
Dat kunnen wij leren uit de vertelling voor vandaag.
De vertelling gaat over de Israëlieten.

De Israëlieten reizen naar hun nieuw land Kanaän.
Ze hebben jaren in Egypte gewoond en hard moeten werken voor een boze koning.
Die koning wilde de Israëlieten uitroeien.
Hij wilde dat er niets meer overbleef van al die mensen.
Maar de koning heeft zich vergist.
De Israëlieten hebben een Koning Die machtiger is dan de koning van Egypte.
Wie is de Koning van de Israëlieten ? God.
God staat boven de Israëlieten. Hij is hun banier.
Een banier is een herkenningsteken.
God zegt :"De Israëlieten horen bij Mij. Het is Mijn volk.
Ik maak een Verbond, een afspraak met de Israëlieten dat Ik hen help.
Ik ben hun God.
Zijn de Israëlieten zulke goede mensen ?
Nee, ze hebben ook een boos hart, maar God helpt hen
omdat Hij een Verbond met hen gemaakt heeft.

Dat is een groot wonder.
Een wonder doet God alleen, dat kun je niet begrijpen.
God belooft dat de Israëlieten een ander land van Hem krijgen.
Een goed land, het land Kanaän. De Israëlieten gaan lopend naar Kanaän.
Het is een lange reis, maar...God helpt iedere dag.
Het betekent niet dat de reis altijd gemakkelijk is,
maar ook in moeilijke dagen helpt God.

Op een dag komen er opeens vijanden om met de Israëlieten te vechten.
Ze doen gemeen, want ze vallen vanachter aan, waar de vrouwen en de kinde­ren lopen. De vijanden heten : Amalekieten.
Mozes, de leider van de Israëlieten zegt tegen Jozua :"Kies mannen en vecht tegen Amalek." Het gebeurt.
Mozes gaat niet mee de oorlog in. Mozes heeft ander werk, bidwerk.
Hij gaat, met nog twee andere mannen, bovenop een berg staan.
Mozes heeft een stok in zijn hand.
Met deze stok heeft God wonderen gedaan in Egypte.
God heeft deze stok willen gebruiken om Zijn macht te laten zien aan de boze koning en de mensen uit Egypte.
God heeft niets nodig, maar Hij gebruikt soms dingen om iets mee te doen.
De kracht komt nooit uit de dingen die God gebruikt, maar uit God Zelf.
Omdat God wonderen met de stok van Mozes gedaan heeft noemt hij hem :
De staf van God.
Zo staat het in de Bijbel.

Als Jozua en de mannen uit Israël met de Amalekieten vechten, staan er drie mannen op de berg, Mozes, Aäron en Hur.
Beneden aan de berg is er oorlog. Mozes ziet het.
Vanuit de verte vecht Mozes mee en hij gebruikt een sterk wapen.
Heeft hij een geweer bij zich, om vanuit de verte te schieten ?
O nee, zijn wapen is nog veel sterker.
Wat is zijn wapen ? Zijn wapen is het gebed.
Eerlijk, het gebed tot God om hulp is nog sterker dan een geweer,
omdat God almachtig is.
Het gebed is het beste wapen. Toen en nu.
Mozes gelooft dat alleen God kan helpen.
Hij is veel machtiger dan het leger van de Amalekieten.
Als Mozes tot God roept en zijn stok omhoog houdt, winnen de Israëlieten.
Maar de armen van Mozes worden moe, zijn stok zakt naar beneden en dan winnen de Amalekieten.
Aäron en Hur pakken een steen en leggen die onder Mozes.
Zo, nu kan hij zitten.

De mannen pakken de armen van Mozes beet en nu kan Mozes de stok steeds omhoog houden zonder moe te worden.
De stok blijft naar omhoog wijzen, naar God, Die de Israëlieten helpt.
Hij staat boven de Israëlieten.
Hij is hun banier, het herkenningsteken.
Je kunt zien dat God de God van de Israëlieten is. Hij helpt.
Als God helpt kan het niet verkeerd gaan.
De Israëlieten winnen !
De Amalekieten konden eigenlijk veel beter vechten, maar als God je helpt ben je altijd de sterkste.
De Heere geeft opdracht om deze geschiedenis in een boek te schrijven.
Niemand mag vergeten dat God de God van de Israëlieten is en hen helpt in tijd van oorlog en vrede, als de Israëlieten ook alleen maar hulp van hun God verwachten.

Want als de mensen tot een ander roepen om hulp, zal God laten voelen hoe zwak ze in zichzelf zijn.
Wij mogen de macht van God ook  niet vergeten.
Door deze geschiedenis spreekt God tot jou :"Jongen, meisje, leef niet zonder God, maar roep in blijde en verdrietige dagen tot de levende God, Die helpen kan en wil."
Mozes doet nog iets.
Hij bouwt een altaar en noemt de naam : De Heere is mijn banier.
Als de Heere je banier is, de vlag waaronder je vecht, zorgt Hij voor je wat er ook gebeurt.
                 
Leer, Heere, ons de goede strijd,
                 
en redt  ons uit gena.

* Heb je vragen? Klik op de envelop