Geloof en hoop


N.a.v. Hebreeën 11.

‘Het geloof nu is de zekerheid van de dingen die je hoopt, en een bewijs van de dingen die je niet ziet.’

Dit lijkt een erg lastige spreuk om te begrijpen hè. Maar als je naar dit verhaal, en het voorbeeld goed hebt geluisterd, denk ik dat je het belangrijkste wel hebt begrepen.

Het is meestal niet zo makkelijk om uit te leggen wat ‘geloven’ is. Als iemand aan jou vraagt: ‘Hoe weet jij dat de Heere God echt bestaat, en dat alles waar is wat er in de bijbel staat?’, wat zeg je dat?

Stel je voor: jij bent volgende week jarig. En je vader heeft jou een mooi kado beloofd als jij elke week op zaterdag je vader een poosje zou helpen op zijn bedrijf. Nou, tot nog toe heb jij elke week een paar uurtjes geholpen als het zaterdag was. Je verjaardag is volgende week al, en dan krijg jij als extra zo’n mooi kado van je vader! Je telt de dagen af totdat het zover zal zijn, en je vertelt tegen je vrienden of vriendinnen dat je volgende week een héél mooi kado krijgt.

‘Waarom?’, vraagt een vriend aan jou. ‘Nou’, zeg jij, ‘omdat mijn vader dat zelf heeft gezegd.’ ‘Ja, maar hoe wéét je dat nou?’ vraagt je vriend weer. ‘Dat heeft mijn vader toch zelf beloofd!’, zeg jij. ‘Hij heeft aan mijn zusje ook die rugtas gegeven die zij graag wilde hebben. Dat had hij ook beloofd! En voor mijn moeder hadden we afgesproken dat zij een nieuwe koelkast zou krijgen, en daar heeft mijn vader ook voor gezorgd!’

Maar een andere jongen uit je klas die roept plagend: ‘Ha! Z’n vader laat hem lekker elke week voor hem werken voor een kado op z’n verjaardag, en straks krijgt hij het niet eens!’

Aan de ene kant begrijp je die jongen wel een beetje. Hij kent jouw vader helemaal niet, en zijn eigen vader kijkt amper naar hem om… En als je er zelf eerlijk over nadenkt.. je gelóóft eigenlijk gewoon dat je vader zal doen wat hij zegt. Hij heeft het beloofd, en je hebt bij je zusje en bij je moeder gezien dat je vader doet wat hij belooft. Je hebt geen ander bewijs. Je kan niet tegen je vriend zeggen: ‘Kom maar kijken, dan zal ik je het kado laten zien, daar staat het klaar.’ Dat gáát niet, want je weet niet waar je vader dat kado voor jou bewaart. En tóch weet je gewoon zéker dat je het krijgt. Kijk, dát is nu geloof. Je gelóóft iets, terwijl je op dat moment niet kunt zien met je ogen, dat het echt zal gebeuren. Maar je vertrouwt erop dat je vader zich aan zijn woord zal houden. Geloven is: erop vertrouwen dat het Woord waar is!

Zo is het nu ook met het geloven in de Heere God.

Kijk nog maar eens naar het eerste vers van Hebreeën 11. ‘Het geloof is een zekerheid, een bewijs van de dingen die je niet ziet.’

Zoals jij gelooft op het woord van je vader dat je dat kado zult krijgen als jij elke week je vader zou helpen, zó mag je geloven in de Heere en op Zijn Woord in de bijbel. Het enige maar wel heel belangrijke, is dat jij gelooft – erop vertrouwt dat wat de Heere heeft beloofd, dat Hij je dit ook zal geven.

Zoals in het voorbeeld je vader met jou had afgesproken dat jij dan elke week een poosje in zijn bedrijf zou helpen.. zo wil de Heere God met jou a.h.w. de afspraak maken dat Hij jou alles wilt geven wat jij nodig hebt, én het eeuwige leven, als jij gelooft in de Heere God.

In het voorbeeld wist je nóg meer zeker  dat je vader zou doen wat hij had beloofd, omdat je gezien had dat hij dat ook bij je zusje en je moeder had gedaan.

Zo noemt Paulus in Hebreeën ook een paar voorbeelden, om ons niet te laten twijfelen aan dat de Heere dan óns, jou en mij, ook zéker zal helpen.

Weet je nog, van Noach?

Die zo’n heel groot schip ging bouwen, midden op het land! De Heere had tegen Noach gezegd  dat het over een jaar verschrikkelijk zou gaan regenen. Hoe kon Noach weten dat het wáár was? Mensen die bij hem in de buurt woonden kwamen nu en dan eens kijken.. sommigen dachten dat hij wel gek geworden was.. en er was op dat moment ook nog geen drúppel regen te bekennen! Maar Noach gelóófde dat de Heere God, Zijn hemelse Vader, zou doen wat Hij had gezegd en beloofd. En het is gebeurd zoals de Heere het gezegd had!

De Heere heeft Noach bewaard omdat Noach wél vertrouwde dat de Heere zou geven wat Hij had beloofd.

En weet je nog van Abraham en Sarah?

Zij kregen een zoon toen het eigenlijk al helemaal niet meer kon. Als een vrouw ouder wordt kan zij op een gegeven moment niet meer in verwachting raken en een kindje krijgen. Heel vaak laat de Heere het zóver komen in ons leven, dat het voor onszelf ónmogelijk is dat er nog íets van terecht komt. Abraham en Sarah hadden de belofte van de Heere gekregen dat ze samen een kindje zouden krijgen. Sarah werd ouder, en ouder… en het gebeurde níet! Wat is het voor ons dan moeilijk om tóch op God te blijven vertrouwen! Sarah vond dat ook heel moeilijk. Toen de engel uiteindelijk kwam vertellen dat dit jaar de belofte van de Heere vervuld zou worden, lachte Sarah de engel zelfs uit! Ze kon eigenlijk niet meer geloven dat het tóch nog zou gebeuren op dat moment. Maar na het gesprek geloofden zij en Abraham toch opnieuw, en ze krégen een zoontje.

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden uit de bijbel wardoor jij en ik extra zeker mogen zijn dat de Heere ook óns zal geven wat Hij in Zijn Woord belooft. Daarom is het telkens weer ook belangrijk voor ons om van onze ouders, familie, en van de dominee in de kerk, te horen hoe de Heere, als we in Hem geloven, steeds ook weer doet wat Hij belooft.

Vraag het ook steeds aan de Heere als je bidt. Of Hij je wil leren in Hem te geloven. Op Hem te vertrouwen, ook al lijkt het erop dat het niet meer goed kan komen. Hij zál doen wat Hij belooft!

* Heb je vragen? Klik op de envelop