Simson - Geboren

 

"Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem. En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol." (Richteren 13:24 en 25)

 

Je zou zeggen dat als dit jongetje geboren wordt, dat zijn ouders toch wel heel erg blij geweest moeten zijn, want hij zou immers de verlosser van Israël worden. Zeker na de bijzondere ervaring met de engel van de HEER waarvan beide ouders getuigens waren geweest, dan moet er toch echt een moment van dankbaarheid zijn geweest. En dan is het jongetje geboren en dan noemen ze hem: Simson. Simson... Maar, hij was toch een voorbestemd kind? En dan noem je hem: Simson.

Simson - God zien en leven

 

"En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker sterven, want wij hebben God gezien." (Richteren 13:22)

 

Het is natuurlijk wel een bijzondere ervaring voor de vrouw van Manoach, de moeder van Simson. Stel je voor dat je naar je man toe moet gaan en tegen hem zegt: "Joh, ik heb een engel gezien en die heeft mij verteld dat ik zwanger zal worden." En verder zal ze ook de rest van het verhaal hebben verteld. Hoe zal Manoach hebben gereageerd? Hoe zou je zelf in zo'n situatie reageren?

Simson - Nazireeër

 

"Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen." (Richteren 13:5)

 

Er zal een verlosser komen voor Israël. En de verlosser die God deze keer zal gaan geven is een bijzondere verlosser. Het is niet iemand die God ergens uit het bedrijf van zijn vader zal halen, zoals Hij bij Gideon deed, maar God zal er een jongentje voor geboren laten worden. Natuurlijk was ook Gideon voorbestemd om een richter te zijn, maar bij Simson ligt het nog sterker. Simson zal geboren worden om een richter en verlosser van Israël te zijn. Vanaf zijn geboorte zal alles er op gericht zijn om de HEER te dienen!

 

Het verhaal begint op het moment dat zijn moeder bezoek krijgt van een Engel. We weten niet of het wellicht God Zelf is geweest. In ieder geval krijgt de moeder van Simson bezoek van een engel die met de boodschap komt dat ze zwanger zal worden. Zij is de tweede in de Bijbel die onvruchtbaar is en een Engel op bezoek krijgt die haar vertelt dat ze zwanger zal worden. Ook Sara had dit al eerder meegemaakt. MAar de boodschap die zij erbij krijgt, maakt wel dat dit jongetje er één zal zijn die heel veel toewijding zal vragen. De engel vertelt dat dit jongetje een nazireeër zal zijn. Overigens heeft deze term niets met Nazareth te maken waar later Jezus zal wonen. Het nazireeërschap heeft te maken met uiterste toewijding aan God. Iemand die een nazireeër is mag geen wijn of sterke drank drinken, maar ook niets dat afkomstig is van de wijnstok. Daarnaast mag hij ook geen dode lichamen aanraken. Zijn toewijding moet helemaal volkomen zijn. Daarnaast moet hij ook zijn haren laten groeien.

 

Maar er is bij Simson wel iets aparts. Het nazireeërschap was een keus van een man of van een vrouw. Iemand kon een periode van toewijding aan God kiezen. In die periode golden de eerder genoemde regels. Maar bij Simson is het allemaal anders. De toewijding wordt hem door God opgelegd. En dat is gelijk ook weer iets dubbels, want tijdens de zwangerschap zal dus ook zijn moeder zich helemaal moeten toewijden aan de toekomstige taak van haar zoon. 

 

Wat doen wij, als wij verlangen om onze kinderen echt toe te wijden aan de HEER? Want reken dat Simson vragen zal hebben gesteld. Reken dat hij een uitzondering was tussen zijn vriendjes. En reken dat hij in de pubertijd echt er niet altijd trots op geweest zal zijn. En zijn ouders hebben een bijzondere taak gehad om hem klaar te maken voor zijn toegewijdde leven. Simson, door God al voorbestemd om aan God toegewijd te zijn. God had hem gekozen om Israël te verlossen. Net zoals Jezus Zijn hele leven wilde toewijden om ons te verlossen en zoals Jezus ook onze toewijding vraagt. Toewijding om te verlossen! Toewijding in de geestelijke strijd! Wil jij toegewijd aan God leven?

 

Gebed: HEER, U bent mijn toewijding meer dan waard en als U mij wilt gebruiken, wil ik ook toegewijd zijn aan U.

Simson

 

"Maar de Israëlieten deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang." (Richteren 13:1)

 

Het verhaal van Israël is geen fraai verhaal. Dat is het nooit geweest en we hoeven het verhaal van Israël ook niet mooier te maken dan het is. Tegelijk is het verhaal van Israël ook ons verhaal. Soms hoor ik mensen zeggen dat je over Israël niets verkeerds mag zeggen, maar tegelijk zou ik wel zeggen dat wat fout is, is ook gewoon fout. Ook omdat de Bijbel er zo over spreekt: "Israël deed wat kwaad was in de ogen van de HEERE." En laten we eerlijk zijn: als wij dezelfde dingen doen, moeten ook wij zeggen dat wij verkeerde dingen doen. Maar toch is er wel een verschil tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament.

Gelijkenissen - Arbeiders in de wijngaard (5)

 

"Zo zullen de laatsten de eersten zijn, en eersten de laatsten; want velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren."  (Mattheüs 20:16)

 

Jezus sluit de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard af. De afsluiting is echter wel een hele vreemde afsluiting. De eerste zin van het laatste vers is wel te volgen: Laatsten zullen de eersten en eersten zullen de laatsten zijn. Maar de zin daarna lijkt compleet uit de lucht te vallen. Er zouden er maar weinigen uitverkoren zijn. In de hele gelijkenis is niets terug te vinden dat deze zin passend maakt in het geheel. Tegelijk maakt deze zin het wel echt heel erg lastig.

Gelijkenissen - Arbeiders in de wijngaard (4)

 

"Maar hij aontwoordde en zei tegen een van hen: Vriend, ik doe u geen onrecht, bent u het niet met mij eens geworden over een penning?" (Mattheüs 20:13)

 

Als je de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard leest en je er alles aan doet om je echt in te leven, dan begrijp je wel een behoorlijk beetje op welke manier die mannen hebben gereageerd. Stel je nu voor dat je in alle vroegte al bent begonnen met werken. Echt in alle vroegte, vervolgens heb je doorgewerkt toen het echt bloedheet was en je hebt er uiteindelijk 12 uur werk opzitten. Nu is er van werken nog nooit iemand dood gegaan, maar een pittige dag was het wel. Maar goed, er staat natuurlijk ook gewoon een beloning tegenover. Een dagloon hebben ze afgesproken. En terwijl ze werken, komen er telkens weer nieuwe werkers bij. Sommige hebben de hete middagzon niet eens gezien.

Gelijkenissen - Arbeiders in de wijngaard (3)

 

"Toen het avond geworden was, zei de heer van de wijngaard tegen zijn rentmeester: Roep de arbeiders en geef hun het loon, te beginnen bij de laatsten, tot de eersten." (Mattheüs 20:8)

 

Tot hoelang gaat het werk in de wijngaard door? Het antwoord is heel eenvoudig, maar tegelijk ook wel weer een ontdekking. Gisteren hebben we de nadruk gelegd op het bruikbaar zijn van iedereen, ook van degenen die een groot deel van hun leven passief zijn geweest. Maar er zit nog een andere kant aan dit verhaal. Hoe lang gaan de arbeiders de wijngaard is? Van het eerste uur tot het laatste uur toe. Zelfs als er nog maar een uur te werken is, dan nog gaat de heer van de wijngaard verder met het werk.

Gelijkenissen - Arbeiders in de wijngaard (2)

 

"En toen hij omstreeks het elfde uur eropuit ging, vond hij weer anderen werkloos staan en zij tegen hen: Waarom staat u hier heek de dag werkeloos?" (Mattheüs 20:6)

 

We zagen gisteren al dat er werk genoeg is in de wijngaard. Het gaat niet alleen om het plukken van de druiven, maar er is allerlei werk te doen. Specialistisch werk, maar soms ook gewoon eenvoudig werk waar je niet geleerd voor hoeft te hebben. Dat is de eerste les die we leren van Jezus in deze gelijkenis. Maar er zit nog een diepe les in. De heer van de wijngaard gaat namelijk niet alleen op zoek naar mensen voor bepaalde taken, maar hij doet dat ook nog op allerlei verschillende momenten. Dat is opmerkelijk.

Gelijkenissen - Arbeiders in de wijngaard

 

"Want het Koninkrijk van de hemelen is als een heer van het huis, die 's morgens vroeg eropuit ging om arbeiders voor zijn wijngaard in te huren." (Mattheüs 20:1)

 

Jezus zegt dat het Koninkrijk van de hemel gelijk is aan een heer die een wijngaard heeft. Je zou ook kunnen zeggen dat die wijngaard symbool staat voor het Koninkrijk van God. Jezus, Die Zelf kwam met het Evangelie van het Koninkrijk, Die zegt nu ook dat het Koninkrijk gelijk is aan die heer met die wijngaard. Dat betekent dus dat alles wat met het Koninkrijk te maken heeft, dat Hij daar arbeiders voor zoekt. Want die heer in deze gelijkenis is op zoek naar arbeiders voor zijn wijngaard. Arbeiders dus om in het Koninkrijk van God te werken, arbeiders die voor het totaal onderhoud moeten gaan zorgen.

Timtoheüs - Bewaar het onderpand

 

"O Timotheüs, bewaar het u toevertrouwde pand,  wend u af van onheilige, inhoudsloze praat en tegenstellingen van de ten onrechte zo genoemde kennis." (1 Timotheüs 6:20)

 

We gaan de brief van Paulus aan Timotheüs afronden. Nadat Paulus nog een paar waarschuwingen aan de rijken heeft gegeven, waarbij hij zegt dat hun rijkdom nooit tot hoogmoed mag leiden en dat rijkdom nooit hun fundament mag zijn, maar dat hun hoop op God een tegoed geeft voor de eeuwige toekomst, zegt Paulus tegen Timotheüs dat hij het hem toevertrouwde pand moet bewaren. De vraag die daarbij opkomt is wat Paulus dan bedoelt met het pand dat Timotheüs is toevertrouwd. Dat zijn lastige woorden die meerdere dingen kunnen betekenen. Maar het is wel duidelijk dat dit een belangrijke slotzin is.

Timotheüs - Strijd van het geloof

 

"Ik beveel u voor God, Die alle dingen levend maakt, en voor Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis afgelegd heeft, dit gebod onbevlekt en onberispelijk in acht te nemen, tot de verschijning van onze Heere Jezus Christus." (1 Timotheüs 6:13 en 14)

 

Als je nu alles hebt gehoord en alles hebt overdacht wat Paulus aan Timotheüs heeft meegegeven en dan uiteindelijk ook ziet hoe hij aan het einde van zijn brief zich eigenlijk ook richt tot alle gelovigen, dan is er nog maar één ding waar het ons nu om gaat, en dat is te beseffen dat wij staan, midden in de geestelijke strijd. Het is oorlog om ons heen, de vijand loert op elke kans om de gemeente en om de gelovige kapot te krijgen. Of dat nu door dwaling of door hebzucht is, of dat nu door zonde in de gemeente komt of door onbetrouwbare ambten in de gemeente, de vijand is doorlopend op zoek om te roven en te stelen.

 

Paulus roept daarom op om de goede strijd van het geloof te strijden. Het is dus wel strijd, geloven kost je dus echt iets. Niet om te verdienen, maar omdat het nodig is om niet de nederlaag te lijden. Daarom is staan als een slodaat in deze strijd belangrijk en nodig. Het vreemde is alleen wel dat de wapens voor die strijd best wel wat vreemd zijn. Dat is niet bepaald iets dat op aanval is gericht, al is de strijd op satan soms wel echt strijd, maar veel strijd wordt gestreden met het wapen van de liefde. Satan kan niet liefhebben en zijn onderdanen ook niet. Paulus noemt een paar eigenschappen in die strijd: gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid. 

 

En van die dingen wordt je geen watje, maar juist door deze dingen ben je een krachtige strijder voor God en Zijn Koninkrijk. Je komt er ook niet onderuit, want Paulus beveelt het je voor God en voor Jezus Christus. Jezus heeft de belijdenis afgelegd, Jezus is in deze strijd doorgegaan en heeft de overwinning veiliggesteld. En daarom worden wij er net zo toe opgeroepen om dat te doen. En dat tot de verschijning van Jezus Christus, onze Heer!

 

Paulus zegt zelfs dat we dit gebod onberispelijk en onbevlekt in acht moeten nemen. Daarmee onderstreept hij het absolute belang. Geef de vijand dus geen kans, maar leef vanuit het karakter van het Koninkrijk van Jezus Christus. Het gaat niet om een feilloos leven, maar wel dat je je wil er op zet om echt onbevlekt en onberispelijk te willen leven. Natuurlijk legt Paulus de lat heel hoog, maar dat is ook terecht, want voor God is het beste alleen maar genoeg. En als je struikelt, weet dan dat je bij God welkom blijft, altijd. Maar laten we echt de goede strijd van het geloof strijden, ook als dat soms heel moeilijk voelt, geef niet om, maar leef steeds vanuit het Koninkrijk van onze Heer! En op Zijn tijd zullen we Hem zien, als Hij terugkomt op de wolken van de hemel en tot die tijd grijpen we naar het eeuwige leven!

 

Gebed: Heer, dank U wel dat ik de strijd van het geloof mag strijden en ik kies ervoor omdat met passie, verlangen en vuur voor U te doen tot de dag dat U terugkomt.

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom