Het gevolg van het begin
De
aarde was goed. Wat hield dat voor Adam en Eva in?
Ze stonden in de eerste plaats in een directe relatie tot
God. Het was dus de normaalste zaak van de wereld dat
Adam en Eva met God in gesprek waren. In de tweede plaats
was er geen ziekte. Er was ook overal vrede, zelfs de
dieren vielen elkaar niet aan. De mens hoefde niet bang
te zijn om door een leeuw verslonden te worden. Onkruid
bestond niet. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Maar
vanaf het moment dat Adam en Eva in de zonde gevallen
waren, was deze harmonie verstoord. Bovendien werden ze
uit het paradijs gezet.
Daarbij deelde God het oordeel mee. Dat dééd God nog.
Hij had ook Zijn oordeel gelijk kunnen uitvoeren, door de
mensheid te doden. Maar dat deed Hij niet. God sprak in
eerste instantie het oordeel uit over de duivel. "Ik
zal vijandschap zetten tussen u en deze vrouw, en tussen
uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u de kop
vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen."
Hier belooft de Heere, via de veroordeling van de duivel,
de mens de oplossing voor de zonde.
Omdat één zonde genoeg was om de dood te sterven, was
het vanuit de mens niet meer mogelijk om het leven (daarbij
denken we aan het eeuwige leven in de hemel) te verdienen.
Hij zegt tegen de duivel: "Er zal een Kind geboren
worden uit het nageslacht van Eva, die u zal overwinnen.
Daarna klinkt het oordeel tegen Eva: De vrouw zal met
smart, dat is met allerlei moeite, kinderen krijgen. En
Adam zal moeite hun eten van de aardbodem verkrijgen, en
met zweet zal het eten verdiend of verbouwd worden.
Maar waarom, vraag je je misschien af, hebben wij nu nog
te doen met Adams en Eva's zonde? De zonde waar zij mee
begonnen is erfelijk. Er komt geen mens ter wereld die
niet zal zondigen. We zijn het door onze zonde, waard
geworden om naar de hel gestuurd te worden. Maar God
heeft toch nog een mogelijkheid gegeven om zalig te
worden en om na dit leven bij Hem in de hemel te zijn.
Door die mogelijkheid zullen we in Gods ogen niet meer
schuldig zijn. Maar zolang wij niet gaan inzien dat we
schuldig zijn, zullen wij van die mogelijkheid geen
gebruik maken.
Daarom gaf God ons Zijn wet, om daarnaar te leven. Als we
die wet lezen dan blijkt hoe schuldig we zijn.