Victor uit Colombia


Victor (niet zijn ware naam) is pas 12 jaar oud. Hij is de zoon van een gelovig echtpaar. We ontmoetten hem in een opvanghuis voor jonge slachtoffers van het geweld in Colombia. Victor vertelde ons dat hij uit een stad komt waar het verboden is voor predikanten. Als in zijn stad iemand op het bezit van een bijbel betrapt wordt, zal hij zeker vermoord worden. Victors moeder vertelde dat veel kinderen uit haar stad zich in de jungle verborgen houden, om te voorkomen dat zij door de rebellen geronseld worden.

Hoewel Victor nog maar een kind is, heeft hij dingen meegemaakt, te gruwelijk om te beschrijven. Voordat hij in het opvanghuis van Open Doors terecht kwam, was zijn leven een nachtmerrie. En zoals hij, zijn er veel kinderen in Colombia. Toen we hem voor het eerst ontmoetten, leek hij een aardige gezonde knul, met rood haar en sproeten. Maar toen we hem naar z'n verleden vroegen, verdween z'n glimlach en met een sombere toon en van tijd tot tijd snikkend, vertelde hij over de afgelopen maanden.

"Dikwijls werd ik door gewapende bendeleden op straat aangesproken. Dan wilden ze me overhalen om bij hen te komen. Ze beloofden me geld en alles wat ik maar wilde; ik kon zelfs een pistool krijgen. Een andere keer kwamen ze bij ons thuis en zeiden tegen m'n ouders dat zij mij met hen mee moesten geven, omdat ik hun oudste zoon was die zij moesten afstaan voor de 'goede zaak'. Toen mijn vader weigerde, bedreigden ze hem met de dood. Een paar dagen later schoten ze hem vlak voor m'n ogen dood.

Bang

Mijn moeder was vreselijk bang; ze wist dat de bendeleden terug zouden komen om mij te halen. Van een vriendin had m'n moeder gehoord dat er in een stad in de buurt een voorganger was die contact had met een christelijk jeugdcentrum. Ze vatte het plan op om mij en m'n broertje zo gauw mogelijk de stad uit te krijgen. Daarom reisde ze naar die plaats met dat jeugdcentrum, en had een ontmoeting met iemand die ons in dat tehuis kon krijgen. Maar voordat zij terug was, hadden de rebellen mij al gegrepen en naar een van hun junglekampen overgebracht. Hier moest ik elke dag exerceren. Ze oefenden me in het gebruik van allerlei wapens. Ook moest ik in de cocavelden werken. Ik kreeg lang niet elke dag te eten, en ze behandelden me afschuwelijk. Ik voelde me beroerd en ontzettend eenzaam.

Na drie maanden moest ik een inwijdingsproef afleggen. Ze zeiden me dat ik iemand moest doden, om zo mijn loyaliteit en volledige gehoorzaamheid te tonen. Ze brachten me naar een plaats waar een man op een stoel gebonden zat. Hij was ontvoerd en z'n familie wilde geen losgeld betalen, dus moest hij dood. Ze zeiden dat ik hem moest doodschieten. Zo niet, dan zouden zij mij doodschieten. De man kon niet spreken vanwege de prop in z'n mond, maar ik herinner me de wanhopig smekende blik in zijn ogen nog goed. Ik had geen keus, dus schoot ik hem met bevende hand in z'n hoofd. Tot op de dag van vandaag word ik midden in de nacht wakker uit een nachtmerrie. Dan zie ik weer zijn verschrikte grote ogen, vlak voordat ik hem doodschoot. Toen ik die man gedood had, vonden de bendeleden dat ik geschikt was om tegen het regeringsleger te vechten. Ik had geen idee waarom ik tegen het leger zou moeten vecht, maar ik kende wel de verhalen over andere kinderen die na zo'n gevecht nooit meer terug waren gekomen. Ik dank de Heere dat Hij mij gespaard heeft.

Rennen, zo hard je kunt

Vanaf het moment dat ik geronseld werd, heeft mijn moeder haar leven gewaagd om mij te vinden. Drie maanden lang heeft ze diverse kampen bespioneerd totdat ze mij vond. Ik herinner me nog goed hoe ik in het cocaveld aan het werk was toen m'n moeder me plotseling bij m'n arm greep en zei dat ik moest rennen, zo hard als ik kon. Een dag later zat ik in de laadbak van een vrachtauto op weg naar een plaats waar een voorganger me met m'n broertje opwachtte. Hij bracht ons naar de grote stad waar ons veilige tehuis staat. Mijn moeder heeft onderdak gevonden in een kerkelijk internaat, want ze kan natuurlijk nooit meer terug naar ons oude huis. Hier in dit tehuis voelen m'n broertje en ik ons gelukkig en veilig. Om de veertien dagen zien we onze moeder. Ik speel voetbal en basketbal met de andere kinderen. Elke dag krijgen we les in rekenen, lezen en schrijven en geschiedenis en zo. De 'vader en moeder' van het tehuis lezen elke dag de Bijbel met ons. Ik ben verantwoordelijk voor verschillende karweitjes. Het leukste vind ik dat ik het hek moet openen voor de auto's die naar binnen willen. Ook heet ik de bezoekers welkom. Ik ben bang dat de rebellen me nog steeds zoeken, maar ik bid tot God dat Hij me niet laat vinden."

Kanonnenvoer

Veel van de geronselde kinderen zijn waarschijnlijk al dood, want de rebellen gebruiken hen als kanonnenvoer in de frontlinie als zij tegen het regeringsleger optrekken. Je moet er niet aan denken dat één van je eigen kinderen zou moeten meemaken wat Victor heeft meegemaakt. Maar in werkelijkheid maken honderden, zo niet duizenden kinderen, dezelfde nachtmerrie als van Victor mee, zonder dat zij een kans hebben om te ontsnappen. Laten we bidden dat er een eind komt aan de anarchie en het geweld in Colombia. Bid voor de mensen van de Agape-teams. Dikwijls zijn het zelf ex-guerrilla's, die de jungle intrekken om de rebellen op te zoeken met het Evangelie. Bid ook voor de jeugdtehuizen, waar kinderen worden opgevoed van wie de ouders zijn vermoord of die zelf uit de klauwen van de rebellen zijn gerukt, zoals Victor.

Colombia is het land met de hoogste misdaad- en geweldcijfers van de wereld. In grote delen heerst complete anarchie, doordat verschillende groeperingen elkaar bestrijden. Sinds 1998 zijn meer dan zestig protestantse voorgangers en leiders vermoord.Vijftig leiders hebben hun gemeente moeten verlaten.Vierhonderd kerken zijn gesloten. De burgeroorlog heeft al 2,5 miljoen vluchtelingen opgeleverd. De meesten zijn van het platteland naar de stad gevlucht, waar ze in erbarmelijke omstandigheden verkeren. Open Doors helpt de allerarmsten onder hen. Meestal zijn dat weduwen en wezen. Hun man of vader is vermoord omdat hij het Evangelie van de vrede predikte. Zij hebben ook een tehuis voor kinderen die uit de klauwen van de guerrilla's zijn gerukt. Hier wordt gewerkt aan genezing van de trauma's. Zij gaan naar school, sporten en spelen, en leren een vak. Verder willen onze Agape-teams 14.000 bijbels en boeken verspreiden onder de inwoners van de conflictgebieden, én in samenwerking met de nationale kerk willen we ons project afmaken om ieder lid van een gewapende groepering een bijbel te geven. Hiervoor zijn nog 20.000 bijbels nodig.

U kunt helpen: Door uw gift te storten op giro 7733 t.n.v. Open Doors te Ermelo, o.v.v. Colombia.