Een wonder in Egypte


De Egyptische Moslim Mohammed Faroek haatte Christenen. Net als de Joden waren zij 'mensen van het Boek', en er was voor hen geen plaats in de Islamitische samenleving. Er waren geen Joden in het dorp om hun woede op bot te vieren. Mohammed en zijn fundamentalistische vrienden waren jaloers op de eenvoud, beleefdheid en sociale houding van Egyptische Christenen. Zij straalden vaak een merkwaardige kalmte en vriendelijkheid uit ondanks het feit dat zij voortdurend door moslims lastig gevallen en aangevallen werden. Mohammed en zijn vrienden zagen deze houding slechts als een sluwe kwaadwillige poging van een minderheid om in de gunst te komen en vervolging te vermijden. 

Mohammed was een Koranstudent. Op de middelbare school had hij het hele boek uit het hoofd geleerd. Hij wist dat de Koran moslims aanspoort om Christenen en andere ongelovigen te verwerpen, omdat "zij bedekt waren met vernedering en ellende; zij hebben de toorn van Allah over zich ingeroepen."

In een poging om de Koran gehoorzaam te zijn en Allah te behagen, begonnen Mohammed en zijn vrienden Christenen die in hun dorp woonden te molesteren en aan te vallen. Mohammed baalde omdat de Christenen hun aanvallen beantwoordden met zachtmoedigheid. "Wij rea­geerden door nog agressiever tegen hen te zijn en wij bedachten hoe wij hen het beste konden kwellen en inti­mideren", legde hij uit. 'Wij leerden dat Allah toegestaan had, hen te doden, hun bezittingen en huizen te plunderen, want volgens de Koran werden deze goederen beschouwd als een gave van Allah aan de moslims". 

Mohammed en de andere jonge militante moslims braken in in Christelijke winkels en zakenpanden, beroofden en vernielden ze.

De haat in hun harten bereikte een hoogtepunt toen zij een aantal kerken in hun dorpen aanvielen en in brand staken. Koptische Christenen hielden een demonstratie tegen dit incident en de jonge Islamitische radicalen werden gearresteerd en naar de gevangenis gestuurd. 

Moslims in het dorp haalden Mohammed en zijn vrienden als helden in, toen zij vrijgelaten werden. De positieve ontvangst moedigde de jonge militanten aan om de pogingen tot vervol­ging van de Christenen voort te zetten, maar zij waren wel voor­zichtiger om arrestatie te voorkomen. 

In 1990 werd Mohammed lid van een Islamitische groep, die het tot haar taak rekende 'logische confrontatie' in praktijk te brengen, om het Christendom te bestrijden en hun (huns inziens) valse leer van de Torah en de Bijbel aan de kaak te stellen. Hij werd door de emir (groepsleider) uitgekozen om de Torah en de Bijbel te onderzoeken om de oorspronkelijkheid van de pro­feet Mohammed te bewijzen. Het was eveneens zijn taak bewijzen te zoeken dat de Torah en de Bijbel zichzelf tegenspraken, om te bewijzen dat zij niet door God geïnspireerd waren, maar veranderd. 

De eerste dag van onderzoek was de moeilijkste voor Mohammed. Hij vreesde dat het bezit van een Bijbel demonen in zijn huis zou halen. "Ik bewaarde het boek bui­ten mijn slaapkamer en dagenlang leed ik aan vervolgingswaanzin. Als ik een geluid bij het huis boorde, dacht ik dat Allah demonen had gestuurd om mij te straffen omdat ik dit boek in de buurt had" 

Na dagen van studie, raakte Mohammed verslaafd aan het lezen van de Bijbel.

"Nadat ik de Bijbel voor de derde maal gelezen had voelde ik een vreemde extase bij het lezen en ik was bang onder een betovering te raken. De Bijbel trok mij op een vreemde, onweerstaanbare manier aan." Mohammed ontdekte veel verzen in de Bijbel, die liefde, gehoorzaamheid. onderworpenheid en zelfs liefde voor vijanden aanprezen. Deze gedachten waren hem vreemd. Hoe kon men dingen doen die hun eigen vernedering ten gevolge zouden hebben?  

Hebt uw vijanden lief‑, doet wel dengenen, die u haten. Zegent degenen, die ui vervloeken, en bidt voor degenen, die u geweld doen. Naarmate het onderzoek vorderde, ontdekte hij, dat in plaats van bewijs te vinden voor de roeping van Mohammed als profeet, hij zich aangetrokken voelde door de aangename woorden van de Torah en de Bijbel. "Ik probeerde nog steeds bewijzen te vinden voor het profeetschap van Mohammed en de feilbaarheid van de Bijbel, maar kon niets vinden", zei hij.  

Mohammed werd geïnspireerd om Christelijke boeken te lezen en een nog groter risico te nemen. Hij bezocht enige kerken, hoewel hij wist dat op afval de doodstraf stond.  

Op een koude winternacht werd hij wakker door een visioen. Hij zei dat een verblindend, stralend licht in de slaapkamer verscheen en het beeld van een langharige, bebaarde man bij het bed stond. De man sloeg liefdevol Zijn armen om de schouders van Mohammed, schudde hem zacht en vroeg of hij nog steeds twijfels over Hem had. Ik vroeg Hem: 'Wie bent U? Ik ken U niet", zei Mohammed. Hij zei: "Ik ben Degene naar wie je zoekt". Mohammed nam Christus die nacht aan. Hij zegt dat hij zich voelde als een pasgeboren baby die voor het eerst het leven ziet. Hij ging naar veel Christenen, onder wie de kruidenier uit de buurt, en vroeg vergeving "Ik had hem zoveel kwaad gedaan en toen hij me zag komen, dacht hij dat ik weer een aanval op hem kwam doen" zei Mohammed. Om een confrontatie te voorkomen ging hij de stalen deur van zijn winkel sluiten." Ik zei dat hij niet bang hoefde te zijn en vroeg hem om vergeving. Hij was stomverbaasd en begon te huilen", zei Mohammed. "Hij mompelde een paar woorden die ik toen niet kon verstaan. Later begreep ik de volle betekenis."  

De kruidenier, die vaak door Mohammed aangevallen en gemolesteerd was, prees God voor de wonderbare bekering. "Halleluja, Loof de Heere", zei hij. Net als de apostel Paulus, heeft God de vroegere vervolger veranderd in een prediker van bet geloof, dat hij vroeger trachtte te vernielen (Galaten 1:23). De schellen waren van zijn ogen gevallen.

U kunt mensen zoals deze Mohammed helpen door voor hen te bidden.