Israël, beminden om der vaderen wil
Israël
is altijd in oorlog, vrede lijkt niet mogelijk te zijn. Hoe komt dit toch. Israël
is toch Gods eigen volk? Is God Zijn volk vergeten?
Als we
Gods Woord lezen staat het duidelijk vast dat het volk Israël het volk is dat
God heeft verkoren boven alle andere volken. God noemt door de profeet Zacharia
het volk Israël Zijn oogappel. In Zacharia 2:8
lezen we: want zo zegt de HEERE der heirscharen: naar de heerlijkheid
over u, heeft Hij mij gezonden tot die heidenen, die ulieden beroofd hebben;
want die ulieden aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan. We moeten dus het volk
Israël zien als Gods oogappel en hen ook als zodanig behandelen.
Het is
Gods volk waaraan God grote beloften heeft gegeven. Dit gebeurde al in Genesis
17:7 en 8 waar de Heere God, de Verbondsjehova, het verbond met Abraham sluit en
zegt: en Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad
na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw
zaad na u.
En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het
gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.
Het is hier dus ook duidelijk dat Israël krachtens deze belofte recht heeft op
het land Kanaän.
De Heere zal Zich dus van Zijn kant aan Zijn verbond houden en zal het gedenken
tot in eeuwigheid.
De weg die de Heere met het volk Israël gaat is dus uniek ten opzichte van de
andere volken. Sterker nog: de zaligheid was alleen weggelegd voor het volk Israël.
Evenals de belofte die de Heere doet over iedereen die Zijn oogappel kwaad zal
doen. Een iedere vijand zal uitgeroeid worden. Ja, iedere vijand moest het volk
Israël vervolgen en uitroeien. En de Heere zal een rust over het land brengen (Lev.
26:6)
Aan dit
alles zit echter wel een maar. Een verbond heeft twee partijen. In dit geval aan
de ene kant God en aan de andere kant Israël. Vanuit Gods kant is één ding
zeker: Zijn ja is ja en Zijn nee is nee. Al Gods beloften zijn ja en amen. God
is geen God die liegen kan. Hij spreekt niet alleen de waarheid, maar Hij is ook
de Waarheid. Want de beloften worden gedaan door Jeweh, de Ik zal zijn die Ik
zijn zal.
Dit is een troost voor het volk Israël, maar ook voor ons. Hierop hoop ik later
nog terug te komen.
Aan de
andere kant van dit verbond bevindt zich het volk Israël. God zal Zijn belofte
ten alle tijden houden. Maar als Israël zich niet aan Gods Woord zal houden,
zal de Heere Zijn verbond met Israël vernietigen (Lev. 26:15)
Op het moment dat Israël wegen zal gaan die tegen Gods Woord ingaan zullen ze
geslagen worden voor het aangezicht van hun vijanden, hun macht zal verslagen
worden, God zal het land verwoesten door vuur en oorlog en het volk zal
verstrooid worden onder de heidenen.
Maar de
Heere zal ondanks hun zonden altijd een overblijfsel overhouden. (Rom. 9:27)
Hierdoor deed God al meer dan dat Hij verplicht was. Het verbond zou immers
vernietigd worden als Israël niet luisterde naar Gods Woord. De Heere heeft ook
altijd de mogelijkheid opengehouden om terug te keren.
Als we lezen wat staat in Leviticus 26: 40-46 blijkt dat als Israël zich zal
bekeren van hun zonde en ongerechtigheid God ze hun zonden zal vergeven. Hij zal
dan gedenken aan Zijn verbond met Abraham, Izaäk en Jacob.
Dit is
dus de belofte die de Heere aan Israël heeft gedaan. God zal dus Zijn belofte
nooit breken. Als de vijanden machtig worden over Israël, ja als hun land met
de grond wordt gelijk gemaakt ligt de schuld hiervan nooit bij God, maar altijd
bij Israël. Heel vaak kunnen we in het oude testament lezen dat Israël afweek
van Gods Woord en daardoor onder Gods oordeel kwam te liggen. Er kwam dan oorlog
en het resulteerde meestal in een wegvoering van (een deel) van het volk. Lees
de boeken van de profeten er maar op na. Ook een langdurige verdrukking was
regelmatig het gevolg.
Echter onder de arbeid van de profeten kwam het volk regelmatig weer tot
bekering en beleed het haar zonden. Als gevolg bracht de Heere het volk dan weer
terug en kon het volk weer in vrede leven naar Gods belofte.
Het is
onbegrijpelijk dat God zo'n oneindig geduld heeft gehad met Israël. Hoe vaak
heeft het volk Israël tegen God gezondigd, Zijn verbond verbroken en mochten ze
toch weer terugkomen bij God. Onbegrijpelijk wat een geduld God heeft gehad met
dit volk. Hierbij moeten we niet uit het oog verliezen dat op het moment dat
Israël in zonde leefde het nog steeds Gods oogappel was. Het was als een kind
dat niet luisterde en dat wegliep bij vader vandaan. Maar iedere keer mocht het
kind weer terugkomen omdat het een kind van vader was.
Zo was het ook met het volk Israël. Iedere keer mocht het weer terugkomen.
Daarnaast
moeten we concluderen dat het door Gods macht en genade was dat het volk tot
inkeer kwam.
Vanuit Psalm 14 en Romeinen 3 leren we dat er niemand is die God zoekt. Dit
geldt voor ons, maar niet minder ook voor het volk Israël.
Al die
tijd liet God het volk Israël weer tot inkeer komen. Totdat het ging om Zijn
grootste eer. Gods schonk Zijn Zoon, Jezus Christus, naar deze aarde om te
betalen voor de schuld van Zijn volk. Er was immers geen mens die nog kon zalig
worden. Tegen Adam zei God: "Als gij van deze boom (de boom van kennis van
het goed en het kwaad) eet, zult gij de dood sterven. Adam at wel van deze boom
en stortte hiermee de gehele mensheid in het verderf. Het was onmogelijk om nog
in Gods eeuwige heerlijkheid te delen.
Het volk
Israël kreeg wel het verbond om Gods algemene goedheid te kennen, zoals ik
hierboven beschreef. Maar de eeuwige gelukzaligheid lag alleen door te geloven
in de Messias. Dat was het allerbelangrijkste. Dit was voor het volk Israël
belangrijker dan het houden van Gods Woord. Want de wet werd in Christus
vervuld, omdat geen mens dat meer kon. En juist door niet te geloven dat Jezus
Christus de Messias was, was de maat bij God vol. Dit is de grootste belediging
die een mens tegen God kan doen. De Verlosser van de wereld verwerpen. Dit gold
in het bijzonder voor Gods eigen volk Israël. Dat volk aan wie Hij de Messias
had beloofd. Dit was een exclusieve belofte voor dat volk. Maar toen het zover
was dat de Messias er ook inderdaad was, verloochende het volk dit. Dit was voor
God de druppel die de emmer deed overlopen. Zijn eigen Zoon werd verworpen. En
in Christus maakte het volk Israël hun God tot een leugenaar.
En
doordat het volk Israël Christus verwierp, de Hoeksteen van het
verlossingsplan, sprak de Heere Jezus zelf het volgende: daarom zeg ik ulieden,
dat het Koninkrijk Gods van u zal worden weggenomen en aan een volk gegeven dat
zijn vruchten voortbrengt.
Eindeloos is God bezig geweest om Israël bij Zijn Woord te houden. De hele dag
heb Ik Mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegenspreken volk, zegt
de Heere in Jesaja 65:2.
Het gevolg is een vreselijke straf van God, waarvan we lezen in Jesaja 29:10 en
Romeinen 11:8: God heeft hun gegeven een geest van diepe slaap, ogen om niet te
zien en oren om niet te horen. Vreselijk om Gods verbond te verbreken. Maar de
Heere heeft dit nodig gevonden. Want dit alles gaat niet buiten de
voorzienigheid van God om. Tot op het moment dat Israël de Heere Jezus
verloochende was de verlossing van de zonde alleen en exclusief weggelegd voor
het volk Israël.
Maar het
verwerpen van Gods Zoon gebruikte God om het heil en de verlossing aan de
heidenen te geven. God heeft het volk Israël zo verhard, dat ze vijanden
geworden zijn van het Evangelie. Ze hebben Jezus immers niet erkent als de
Messias. Maar zegt God door middel van Paulus in Romeinen 11:11: Door hun val is
de zaligheid de heidenen geworden, om hen tot jaloersheid te verwekken. En in
Romeinen 11:28: Ik heb het om uwentwil gedaan. God heeft deze verharding
gegeven om ons, heidenen, het Evangelie te schenken. En ook Romeinen 11:30:
Gelijkerwijs ook gijlieden eertijds Gode ongehoorzaam geweest zijt, maar nu
barmhartigheid verkregen hebt door dezer ongehoorzaamheid.
Dit
wonder beseffen we veel te weinig. Als Israël Jezus als de Messias had
aangenomen had er voor ons geen mogelijkheid geweest om zalig te kunnen worden.
Dan hadden we altijd buiten de genade gevallen. Maar God heeft het goed gedacht
om heidenen uit te verkiezen tot de zaligheid. Waarom heeft God Zijn volk Israël
zich laten verharden, vraag iemand zich wellicht af. God heeft het goed gedacht.
Altijd!! Gods weg is altijd goed. Israël zal hiervan echter nooit God de schuld
kunnen geven. Want in hun eigen verantwoordelijkheid hebben ze gezondigd tegen
God. Ik heb haar bijeen willen vergaderen zoals een hen haar kuikens, zegt de
Heere, maar ze hebben niet gewild. Nooit kunnen we achter de verkiezing van God
wegschuilen om onbekeerd te blijven. Dit geldt voor het volk Israël, maar niet
minder voor ons.
Is dit
dan het einde voor Israël? Nee, want laten we nog een keer teruggaan naar
Romeinen 11. We kijken naar vers 25-27. Op het moment dat de volheid der
heidenen zal zijn ingegaan, zal geheel Israël zalig worden. We hebben het in
dat geval over de nog levende Joden van Gods volk. Iemand die al gestorven is,
is immers al veroordeeld. Zoals de boom valt zo blijft hij liggen. Maar als de
volheid der heidenen zal ingegaan zijn zal God hun zonden wegnemen. Er is dus
nog een geweldige toekomst voor het volk Israël.
Wat
betekent dit nu concreet voor ons. Hoe moeten wij ons nu opstellen ten opzichte
van het volk Israël. Moeten wij een routeplan voor vrede gaan uitstippelen?
Moeten wij het van de daken gaan schreeuwen dat Israël krachtens Gods Woord
recht heeft op hun eigen land. Moeten we alles goedpraten met betrekking tot de
houding ten opzichte van de omringende landen?
Mij
lijkt van niet. We moeten hen behandelen als een afgedwaalde broeder. Maar we
mogen nooit bezig zijn om met al ons doen en werken het oordeel van God gaan
ontkrachten. God heeft gesproken dat Hij het volk zal verdrukken, in oorlog zal
brengen, enzovoort totdat het volk zich zal bekeren! Ze hebben krachtens Gods
Woord dus ook geen recht op dit land. We kunnen een routekaart voor de vrede
uitdenken, maar die vrede zal er niet komen, totdat ze erkennen dat Jezus is de
Christus. We mogen medelijden hebben met dit volk. Dat zeker, maar dat
medelijden moet voortkomen vanuit de gedachte dat ze Christus hebben verworpen.
Wat
moeten we dan? We hebben maar ene opdracht! We moeten dit volk tot jaloersheid
verwekken. Want door die jaloersheid zullen ze tot geloof komen. In dit geval
spreken we hier over een heilige jaloersheid. Die kan alleen maar voortkomen
doordat het volk Israël ziet hoe de heidenvolken tot kennis van de zaligheid
komen en daardoor vruchten van geloof en bekering laten zien.
Zolang
de heidenen zich niet bekeren tot God, kan er geen jaloersheid verwekt worden.
Maar dit is nog te algemeen. Zolang u, jij en ik geen leven van genade kennen,
zullen we geen Jood jaloers maken. Zolang Christus niet alles is voor u en jou,
dan kunnen we voor Israël zijn, maar is het nutteloos.
Als wij verlangen vrede en naar de bekering van het volk Israël moeten we
concluderen dat dan ook het grote oordeel zal aanvangen. Althans dan zullen er
geen heidenen meer tot bekering komen. Want de volheid van de heiden zal dan
zijn ingegaan.
Dan nu
de vraag: als het volk Israël nu tot bekering zal komen, waar staat u en waar
sta jij dan? Sta je eeuwig binnen of eeuwig buiten. Met andere woorden: zul je
dan eeuwig gelukkig zijn of eeuwig rampzalig.
Is Christus nu alles voor je, of niet. Heb je Christus nu lief met heel je hart.
Als dit niet zo is dan ben je in gevaar!!! Daarnaast zal je Israël niet
tot jaloersheid verwekken.
Misschien
vraag je: hoe kan ik dat weten? Als Christus alles is voor je, dan vult Hij heel
je leven. Dan ga je alle keuzes niet zelf maken, maar dan laat je Christus de
beslissingen nemen in je leven. Je krijgt dan Zijn Woord hartelijk lief. Dan ga
je biddend lezen in de Bijbel, met het verlangen onderwijs te ontvangen. Je kunt
geen kerkdienst meer overslaan, omdat Christus daar wordt aangeprezen. Dan ga je
de zonde haten. En niet alleen de zonde die je wel missen kan, maar dan ga je
alle zonde haten. Ook die zonde waar je liever maar niet over praat. Je gaat dan
al je zonden belijden voor God. Ook die boezemzonde die je niet laten kan. Maar
je gaat dan ook inzien, dat je zelf die zonde niet kan laten. Maar nu heeft
Christus alles gedaan. Alles, alles, alles. We hoeven niets meer mee te brengen.
Alles is volbracht door Christus.
Je gaat
inzien dat je die strijd tegen de zonde niet kan strijden. Je gaat dan begrijpen
wat Paulus bedoeld in Romeinen 7: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van
het lichaam dezes dood? Wie? Ik dank God door Jezus Christus, onze Heere.
Alles heeft Christus gedaan. Hij heeft de hele wet vervuld, opdat wij door het
geloof, rechtvaardig kunnen zijn voor God. En daar ga je op vertrouwen. Je gaat
God op Zijn Woord geloven. Je gaat geloven dat al Zijn beloften waar zijn en
daardoor krijg je vrede in je hart, waardoor je het verlangen krijgt om te leven
naar Zijn wil. Want Zijn beloften zijn waar, want God is de Waarheid. Zijn ja is
ja en Zijn nee is nee.
Dan hoef je niets meer te doen, dan mag je je overgeven aan Christus opdat Hij
je reinigen zal.
Weet je
wat het gevolg is van dat haten van de zonde? Je kan dan niet meer in ruzie
leven, je gaat ieder het zijne geven. Maar je wilt ook de minste zijn. Psalm 73
wordt dan zo waar: Ik ben een groot beest bij U. Door dat te mogen zien, kan je
onmogelijk boos zijn op een ander. Er wordt dan ware liefde geboren in je hart.
Dat maakt de Joden jaloers. Je gaat Christus Naam grootmaken bij ieder die het
horen kan. Want Hij heeft volbracht. Wonder, wonder, wonder. Hoe is het mogelijk
dat God een mens zoals ik nog in genade wil aannemen. M'n beste daden zijn
bevlekt met zonden. M'n beste gebed is gericht op mijzelf. Dat de Heere naar zo
een wilde omzien.
Die God is het prijzen en aanbidden waard.
Dan is
het onmogelijk om er nog een afgod op na te houden. Want wat is een afgod? Dat
is een god die je leven vervult. Nog een eerlijke vraag: hoe gaan we om met het
volk Israël? Vult het hele Israël-gevoel ons hart? Dan kan Christus ons hart
niet vervullen. Echt niet. Christus kan niet leven bij een afgod. We kunnen geen
twee heren dienen.
Wel, hoe
is het? Sta je binnen of buiten? Sta je binnen? Dan verlang je naar de bekering
van Israël. Dan moet je ook verlangen naar de komst van Christus. Verlang je
naar de bekering van Israël? Dan moet Christus je leven vervullen, want op het
moment dat Israël tot bekering komt, is het voor de heidenen niet meer
mogelijk.
Dan krijgt Israël vrede. Vrede in het land? Ja, maar nog meer: vrede in het
hart.
Wel hoe
is het? Sta je binnen of buiten? Sta je buiten? Haast je dan om je levenswil. De
tijd is kort. Vlucht dan naar Christus toe. Belijd je zonden en geloof dat Hij
alles volbracht heeft. Zet alles overboord en verlaat je op Christus alleen. Het
einde zal rampzalig zijn als je niet gelooft in het volbrachte werk van
Christus. Het zal rampzalig zijn als je voor Israël en voor de waarheid
gestreden hebt, maar je kent niets van het verlangen naar Christus wederkomst en
van de waarheid als de waarheid niet door de Waarheid in je hart is geschreven.
Je bent dan gelijk aan Israël: je verwerpt die lieve Heere Jezus, Die stierf
vanwege onze zonden. Het oordeel zal rampzalig zijn, en het volk Israël zal je
aanklagen omdat je hen niet jaloers hebt gemaakt.
Heere
Jezus, breng Israël tot de kennis van de zaligheid
Kom
Heere Jezus, ja kom haastiglijk.